FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE VLISSINGENGEMEENTEBLAD VLISSINGEN nr. IX.02 Cursief gedrukt staan de toekomstig vorm te geven en te realiseren artikels (vermeld met de uiterste uitvoerdatum) een en ander volgens vastgestelde planning Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van de gemeente Vlissingen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van de organisatie van de gemeente Vlissingen, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer ; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente Vlissingen. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Titel1. Begroting en verantwoording Kaderstellen Artikel2Programmabegroting 1.De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een pro gramma-indeling vast. 2.De raad steltper programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten; de te leveren goederen en diensten; de baten en lasten; 3. (max. 2006) Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 4.De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast 5.(max. 2006) Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gege vens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, op dat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst Artikel3Producten 1.Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de productraming aan de programma’s. 2.De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. Artikel4Kaders begroting Het college biedt uiterlijk 1 mei van het begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8. De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juni vast. Uitvoering Artikel5Uitvoering begroting 1.Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2.Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor dat: de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productraming; de budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie; de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt. 3.Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden. Beheersing en Interne controle Artikel6Interne controle Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor een adequaat stelsel van interne controle. Indien de resultaten van interne controles daartoe aanleiding geven, neemt het college passende maatregelen ter verbetering van de geconstateerde gebreken. Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen twee maanden nadat deze is aangeboden. (gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11) Rapportage en Verantwoording Artikel7Tussentijdse rapportage en informatie 1.Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden en de eer ste acht maanden van het lopende boekjaar. 2.De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: de viermaands rapportage vóór 1 juni van het lopende begrotingsjaar; de achtmaands rapportage vóór 1 november van het lopende begrotingsjaar; 3.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting 4.De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: inkomsten uit de algemene uitkering; de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; resultaten uit grondexploitatie; realisatie op begrote subsidieverwachtingen. 5.Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: investeringen groter dan € 250.000,= aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 175.000,= het verstrekken van alle leningen, waarborgen en garanties. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 100.000,= Artikel8Jaarstukken 1.Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar de programmaverantwoording met ingang van de begroting 2005. 2.Het college legt verantwoording af met ingang van de jaarrekening 2006 over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: a. wat is bereikt; b. welke goederen en diensten zijn geleverd; c. wat de kosten zijn; d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen 3.De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven. Titel 2. financiele positie Kaderstellen Artikel9Financiële positie 1.Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen. 2.Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld. 3.De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de investeringskredieten. Artikel10Waardering en afschrijving vaste activa 1.Het college biedt eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota waarderen en afschrijven aan. 2.De nota behandelt: het waarderen van investeringen; de afschrijvingsmethode. 3.De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding vast. Artikel11Voorziening voor oninbare verderingen 1.Voor openstaande publiekrechtelijke vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van 90% van de speciale regelingen (o.a. de gemeentelijke kredietbank, de wet schuldsanering natuurlijke personen). 2.Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de vervallen vorderingen. Artikel12Reserves en voorzieningen 1.Het college biedt eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan. 2.De nota behandelt: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding voorzieningen; de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen 3.De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding vast. 4.In de paragraaf reserves en voorzieningen wordt in ieder geval een totaaloverzicht gegeven de reserves en voorzieningen, inzicht in verwachte mutaties en wordt ingegaan op het rentebeleid met ingang van de jaarrekening van 2005. Artikel13Kostprijsberekening (max. 2006) 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Vlissingen wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. 3.De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen. Artikel14Financieringsfunctie) 1.Het college biedt minimaal eens in de vier jaar een (bijgesteld) treasurystatuut aan. 2.Het statuut behandelt: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 3.Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 4.Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit financieringsstatuut. Het college zendt het besluit financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad. De in dit artikel benoemde financieringsfunctie is opgenomen in het treasurystatuut. 5.De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding vast. Artikel15Registratie bezittingen, activa en vermogen (max. 2007) Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare ruimte. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-) schulden jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de pm jaar. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Titel 3. Paragrafen Artikel16Lokale heffingen 1Het college biedt ten minste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval: de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de kostendekkendheid van de heffingen; de druk van de lokale belastingen en heffingen; het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. (de 1e nota opstellen bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode na vaststelling van het raads- en collegeprogramma = 2006) 2.Ieder jaar doet het college in de begroting en jaarstukken verslag van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de opbrengsten per lokale heffing; het vastgestelde tarievenbeleid; het vastgestelde kwijtscheldingsbeleid; het volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.