Beleidsregels WWB 2014Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht; gelet op artikel 35 Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); overwegende dat het college gehouden is aanvullende regels op te stellen inzake de uitvoering van de WWB; b e s l u i t vast te stellen de volgende: Beleidsregels WWB 2014 Richtlijnen Handboek GripOp WWB (voorheen Handboek Schulinck) W003 - Afspraken met cliënt over de gevolgen van het niet nakomen/ voortijdig afbreken van een re-integratie Hiervoor wordt verwezen naar de maatregelen- of afstemmingsverordening, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek. W008 - Hulpverleningsinstellingen Zorg Instelling Activiteiten Schuldhulpverlening en budgetbegeleiding • Kredietbank Nederland • Algemeen Maatschappelijk Werk • Schuldhulpverlening (Daniels & Dekkers) • Minnelijk schuldsaneringtraject • Aanvraag WSNP • Budgetteringsadviezen • Periodieke betalingen • Financieel beheer • Voorlichting • Cursussen Verslavingszorg • RIAGG • Algemeen Maatschappelijk Werk • Leger des Heils • Psychotherapie • Methadonproject • Dagopvang • Nachtopvang B142 – Verkorte aanvraagprocedure na korte onderbreking bijstand Er geldt een vereenvoudigde aanvraagprocedure in het geval dat een belanghebbende binnen zes maanden na beëindiging een hernieuwd beroep op bijstand doet. Een belanghebbende dient zich opnieuw bij het college te melden, maar het college hanteert een verkort intakeformulier en er worden minder gegevens opgevraagd. Indien een belanghebbende minder dan 30 dagen voor de datum van melding nog recht op bijstand had, wordt dit recht niet geacht te zijn geëindigd en hoeft geen nieuwe aanvraag te worden gedaan. Dit vloeit voort uit artikel 45 WWB. B006 – Locatie(s) indienen aanvragen Alle aanvragen van mensen tot de pensioengerechtigde leeftijd worden ingediend bij de gemeente. Voordat iemand een aanvraag kan doen, dient deze zich eerst telefonisch bij Sociale Zaken te melden. Daarna wordt een aanvraagformulier toegezonden. B169 – Het kunnen volgen van onderwijs Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke beleidsregel, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek. B023 – Beleid inzake korten voorlopige teruggave Ontvangen bedragen aan teruggave en voorlopige teruggave worden gekort, voor zover zij als middel in aanmerking genomen moeten worden en betrekking hebben op een periode waarin bijstand wordt verleend. Zie artikel 31 lid 1 WWB. Voor zover een voorlopige teruggave in aanmerking moet worden genomen, wordt deze meteen (vanaf aanvang uitkering of de maand januari) op de uitkering gekort omdat de belanghebbende hierover redelijkerwijs kan beschikken. De klant wordt hierover geïnformeerd. B034 – Procedure maandelijks inleveren ROF/inkomstenverklaring Cliënten ontvangen maandelijks of periodiek een inkomstenformulier met hierop de periode vermeld waarop het inkomstenformulier betrekking heeft en tevens een inleverdatum. Het formulier zal volledig ingevuld, ondertekend en samen met de benodigde bewijsstukken voor de inleverdatum ingeleverd moeten zijn. De ingevulde formulieren en stukken kunnen ook gescand worden gemaild naar het e-mailadres van Sociale Zaken. Als het formulier niet tijdig, dus na de uiterste inleverdatum is ingediend, ontvangt de cliënt een termijn van orde. Worden het formulier en de stukken dan nog niet tijdig ingeleverd, dan wordt een hersteltermijn gestuurd. Het rechtop uitkering wordt dan opgeschort. Wordt binnen de gestelde termijn aan de verplichting voldaan en worden het ingevulde en ondertekend formulier met de juiste gegevens tijdig ingeleverd, dan wordt de uitkering betaalbaar gesteld. Worden de stukken niet ontvangen, dan wordt de uitkering beëindigd en mogelijk wordt het recht op bijstand herzien. Tevens wordt dan een boete- onderzoek verricht. B039 – Beleidsregels huisbezoek Bij een aanvraag bijstand om levensonderhoud of om bepaalde vormen van bijzondere bijstand kan er een huisbezoek plaatsvinden. Het doel van het huisbezoek is respectievelijk vast te stellen of de woonsituatie en de gezinssituatie gelijk zijn aan hetgeen de aanvrager heeft vermeld op het inlichtingen- of aanvraagformulier, of om de noodzaak van de bijzondere bijstand vast te stellen. Wanneer daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld bij een vermoeden van fraude, kan de inkomensconsulent of de controleambtenaar ook tussentijds besluiten een huisbezoek af te leggen. Huisbezoeken worden afgelegd door de inkomens- of re-integratieconsulent samen met de controleambtenaar. Na het huisbezoek maakt de controleambtenaar een rapportage op, die, wanneer van toepassing, vervolgens in de rapportage van de consulent wordt meegenomen. Zie voor concrete voorschriften voor het afleggen van huisbezoeken het gemeentelijk "Protocol huisbezoeken" van mei 2013, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen in dit handboek. B166 – Waarschuwing i.p.v. bestuurlijke boete Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke “Beleidsregel schending inlichtingenplicht”, zoals opgenomen in de gemeentelijke bijlagen in dit handboek. B167 – Aanvullende criteria van omstandigheden die leiden tot verminderde verwijtbaarheid Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke “Beleidsregel schending inlichtingenplicht”, zoals opgenomen in de gemeentelijke bijlagen in dit handboek. B170 – Nadere regels bewijsopdracht Geen richtlijn B060 – Berekening hoogte algemene bijstand bij co-ouderschap Co-ouderschap wordt slechts dan aanwezig geacht wanneer dit door de rechter is vastgesteld of als beide ouders over het co-ouderschap duidelijke (en langdurige) schriftelijke afspraken hebben gemaakt en deze afspraken daadwerkelijk nakomen. De feitelijke situatie is van belang. Bovendien dient de betreffende ouder minimaal gemiddeld twee volle etmalen per week daadwerkelijk de volledige zorg te hebben over het kind, hetgeen blijkt uit het verblijf van het kind in het gezinsverband van deze ouder. De co-ouderschapregeling is dus niet bedoeld voor de gevallen waarin het kind vrijwel altijd bij de ene ouder verblijft en slechts incidenteel bij de andere ouder. Over elk volledig etmaal wordt de co-ouder dan als alleenstaande ouder aangemerkt. In geval er sprake is van co-ouderschap, is de zorg per definitie overwegend in gelijke mate verdeeld over beide ouders. Dat impliceert dat de kosten die voor het kind/de kinderen worden gemaakt, ook gelijkelijk over de ouders zijn of zouden moeten zijn verdeeld. In geval van co-ouderschap moet in principe maatwerk worden toegepast. Echter omdat er van diverse vormen van verdeling sprake kan zijn, waarin ouders bijvoorbeeld afwijken in schoolvakanties, weekenden met feestdagen en dergelijke, kan het consequent toepassen van maatwerk in individuele gevallen voor praktische problemen zorgen. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid en transparantie wordt daarom de stelregel aangehouden dat er in geval van co-ouderschap sprake is van een gelijke verdeling tussen de ouders. Dat betekent dat een co-ouder voor 50% recht heeft op de alleenstaande norm en voor 50% recht heeft op de alleenstaande-oudernorm, ook als dat afwijkt van de afspraken tussen de ouders. In geval van bijzondere kosten ten behoeve van een kind met co-ouders, bijvoorbeeld de aanschaf van goederen op grond van een minimaregeling, kan er voor dezelfde kosten per kalenderjaar slechts door één van beide ouders een beroep op de regeling worden gedaan. B062 –Moment aanvragen bijzondere bijstand (terugwerkende kracht) Bijzondere bijstand dient in beginsel te worden aangevraagd voordat de kosten worden gemaakt, en nadat minimaal een indicatie van de kosten kan worden gegeven. In afwijking hiervan kan bijzondere bijstand worden verleend nadat de kosten zijn gemaakt, mits de aanvraag wordt ingediend binnen drie maanden nadat de kosten zijn ontstaan en de noodzakelijkheid van de kosten alsnog kan worden vastgesteld. In geval van dringende redenen kan hiervan worden afgeweken tot maximaal 12 maanden nadat de kosten zijn ontstaan. B068 – Adresgegevens zorgverzekeraars Menzis Postbus 75000 7500 KC ENSCHEDE T: 088 – 222 40 40 F: 053 – 485 32 99 www.menzis.nl/gemeente gemeenten@menzis.nl B070 – Standaard aanvullende of collectieve ziektekostenverzekering Collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) Voor wie De gemeente biedt deelname aan een collectieve zorgverzekering bij zorgverzekeraar Menzis aan. Belanghebbenden met een inkomen tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en een vermogen tot de toepasselijke vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 WWB komen in aanmerking voor deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM), bestaande uit een basisverzekering en een aanvullende verzekering, ook voor een aantal tandheelkundige kosten. Voordelen Deelname aan de verzekering vindt plaats tegen gereduceerd tarief; de gemeente heeft collectiviteitskorting op het basispakket bedongen bij de zorgverzekeraar, en vergoedt daarnaast per deelnemer een deel van de kosten van het aanvullende pakket. De deelnemer is hiermee goed verzekerd voor een schappelijke prijs. Voordeel voor de gemeente is onder meer dat de aanvullende verzekering een aantal vergoedingen bevat, waarvoor geen bijzondere bijstand meer hoeft te worden verstrekt. Aanmeldingsprocedure Overstappen naar de collectieve verzekering kan jaarlijks per 1 januari. Wie al een individuele verzekering bij dezelfde zorgverzekeraar heeft, kan ook in de loop van het jaar overstappen naar het collectief. Voor de aanmelding stelt de zorgverzekeraar aanmeldingsformulieren beschikbaar, maar dit kan ook en bij voorkeur digitaal. Belanghebbenden zonder WWB-uitkering, en van wie ook niet op grond van een andere regeling is vastgesteld dat zij aan de voorwaarden voldoen, dienen op verzoek bewijsstukken van inkomen in te leveren. Individuele zorgverzekering De belanghebbende heeft een wettelijk recht om zelf een zorgverzekeraar te kiezen. De samenstelling van het pakket van een aanvullende verzekering verschilt per zorgverzekeraar. Hij of zij kan niet worden gedwongen om zich bij een bepaalde verzekeraar te verzekeren. Het is de verantwoordelijkheid van de belanghebbende om zich aanvullend te verzekeren. Let op: Bij het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand voor medische kosten wordt altijd rekening gehouden met de vergoeding die de belanghebbende gekregen zou hebben als ware hij/zij verzekerd middels het gemiddelde aanvullende pakket van de collectieve zorgverzekering. Enige uitzondering hierop is als een belanghebbende een hogere vergoeding krijgt dan uit dat gemiddelde aanvullende pakket: dan wordt natuurlijk rekening gehouden met die hogere vergoeding. Dit wordt verduidelijkt middels onderstaande casuïstiek. Casuïstiek: 1) Iemand heeft € 150 aan medische kosten. Er is geen aanvullende zorgverzekering. Uit het gemiddelde aanvullende pakket van de CZM zou € 75 worden vergoed. Welk bedrag komt voor BB in aanmerking? Medische kosten: € 150 Geen aanvullende verzekering: € 0 Gem. aanvullende verzekering CZM: € 75 - Bedrag BB: € 75 2) Iemand heeft € 150 aan medische kosten. Er is een kleine aanvullende verzekering, die € 50 van de kosten vergoedt. Uit het gemiddelde aanvullende pakket van de CZM zou € 75 worden vergoed. Welk bedrag komt voor BB in aanmerking? Medische kosten: € 150 Gem. aanvullende verzekering CZM: € 75 - Bedrag BB: € 75 3) Iemand heeft € 150 aan medische kosten. Er is een ruime aanvullende verzekering, die € 100 van de kosten vergoedt. Uit het gemiddelde aanvullende pakket van de CZM zou € 75 worden vergoed. Welk bedrag komt voor BB in aanmerking? Medische kosten: € 150 Aanvullende verzekering: € 100 - Bedrag BB: € 50 Men wordt geacht de premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekering, alsmede het verplicht eigen risico, te kunnen voldoen uit een inkomen op bijstandsniveau en de zorgtoeslag. B073 – Brillen en contactlenzen De kosten van de (eerste) aanschaf of vervanging van een bril (montuur met glazen) of contactlenzen worden in beginsel aangemerkt als noodzakelijke kosten. In aanmerking te nemen kosten Bij het bepalen van de in aanmerking te nemen kosten wordt rekening gehouden met een vergoeding die verkregen wordt of had kunnen worden via het gemiddelde aanvullende pakket van de collectieve zorgverzekering (Menzis). Binnen deze collectieve regeling heeft Menzis afspraken gemaakt met diverse opticiens, op basis waarvan een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden kosteloos aanspraak kan maken op een bril (of contactlenzen). De Zorgverzekeringswet en de daarop gebaseerde Regeling zorgverzekering zijn voor de kosten van brillenglazen in beginsel aan te merken als aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorzieningen. Op basis hiervan kan er in beginsel geen bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van brillen of contactlenzen. Wel dient er altijd te worden gekeken of er aanleiding is om op individuele gronden van deze richtlijn af te wijken. [Toelichting: in bijgevoegde link staat meer informatie over het brillenarrangement van Menzis.] B074 – Overig beleid inzake specifieke medische kosten Bijkomende kosten die rechtstreeks verband houden met een verstrekking op grond van AWBZ en Zvw, maar die niet geheel door deze verzekeringen worden vergoed, kunnen in aanmerking komen voor bijstandsverlening. Indien op grond van AWBZ of Zvw aanspraak op een verstrekking bestaat, wordt in beginsel de noodzaak van de bijkomende kosten aangenomen. Denk daarbij onder andere aan: eigen bijdrage in de kosten van een hoortoestel; batterijen voor een hoortoestel; meerkosten van orthopedische schoenen Een voorbeeld van kosten die niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen, zijn steunzolen. Hiervoor is in beginsel geen bijzondere bijstand mogelijk, omdat deze kosten met opzet door de wetgever uit de basisverzekering zijn gelaten. Let op: houd bij het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand en de hoogte ervan rekening met de vergoeding vanuit het gemiddelde aanvullende pakket van de collectieve zorgverzekering van Menzis. Zie voor deze vergoedingssystematiek richtlijn B
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.