49.1 Gedragscode ambtelijke integriteit49.1 Gedragscode ambtelijke integriteit Artikel 1 Algemene bepalingen Onder de gemeente wordt verstaan de gemeente Goes Onder ambtenaar wordt verstaan: een ambtenaar in dienst van de gemeente, of iemand die anderszins op basis van een arbeidsrelatie voor de gemeente (tijdelijk) werkzaamheden verricht. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking en besluitvorming plaats in het managementteam. De gedragscode wordt openbaar gemaakt via internet. De ambtenaar ontvangt bij indiensttreding bij de gemeente een exemplaar van de gedragscode. Degene die anderszins voor de gemeente op basis van een arbeidsrelatie (tijdelijke) werkzaamheden verricht ontvangt een exemplaar van de code bij aanvang van de werkzaamheden. Artikel 2 Goed ambtenaarschap Iedere ambtenaar is bij indiensttreding verplicht de eed en belofte af te leggen in aanwezigheid van het college van B&W en het managementteam. Een ambtenaar houdt zich aan de wettelijke voorschriften en aan algemeen aanvaarde gedragsregels. Het dragen van gelaatsbedekkende kleding is niet verenigbaar met goed ambtenaarschap. Een ambtenaar gaat verantwoord om met middelen van de gemeente en vermijdt het maken van onnodige kosten. Een ambtenaar gaat respectvol om met collega’s, bestuurders en inwoners van de gemeente en hanteert hierbij de basisbeginselen: onkreukbaarheid, openheid en eerlijkheid. Hij houdt er rekening mee dat ieders normen en waarden anders kunnen zijn. Hij is aanspreekbaar op zijn gedrag. Artikel 3 De leidinggevende draagt het integriteitbeleid uit De leidinggevende geeft het goede voorbeeld. Hij is open en eerlijk in zijn manier van werken en is aanspreekbaar op zijn gedrag. Hij zet het begrip integer gedrag ook steeds op de agenda van zijn functionerings- en beoordelingsgesprekken. Twijfels en vragen over integer gedrag in werkverband worden besproken en hij stimuleert medewerkers dit ook te doen. De leidinggevende is alert op risicogevoelige situaties waarin medewerkers terecht kunnen komen en levert een bijdrage aan hun weerbaarheid daartegen. Hij spreekt medewerkers aan op dubieus gedrag, maakt afspraken en neemt zonodig maatregelen. Artikel 4 Belangenverstrengeling Beslissingen of besluiten waarbij de integriteit in het gedrang kan komen worden altijd in samenspraak met een collega genomen. Indien er sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling dan wordt de beslissingsbevoegdheid altijd overgedragen aan een collega. Tevens wordt de leidinggevende hiervan in kennis gesteld. Sommige besluiten, zoals inkoop, hebben altijd een integriteitrisico. Als het nemen van dat besluit zou worden overgedragen, dan loopt een collega hetzelfde risico. Dergelijke besluiten worden niet alleen genomen, maar samen met een collega (door mede-parafering), met medeweten van de leidinggevende. Er bestaan apart beschreven procedures hoe met risicovolle inkoop of uit-/aanbesteding wordt omgegaan. Hierin staan ook de criteria genoemd. Deze beschreven procedures vormen een onderdeel van de gedragscode. Genomen beslissingen en besluiten worden geregistreerd met vermelding van aanleiding, doel, de namen van de beslissers en de datum. Onderhandelingen en vertrouwelijke gesprekken met externe partijen waarbij afspraken worden gemaakt die juridische of financiële gevolgen kunnen hebben, worden samen met ten minste één collega gevoerd. Van deze gesprekken en onderhandelingen wordt steeds een schriftelijk verslag van tenminste de aanleiding, het doel, de gemaakte afspraken en de mate en termijn van vertrouwelijkheid gemaakt. Een ambtenaar die binnen zijn werk met privé-relaties te maken krijgt laat dergelijke aanvragen of contacten altijd via een collega lopen. Artikel 5 Nevenfuncties Een ambtenaar maakt melding van al zijn nevenfuncties bij P&O, bezoldigd of onbezoldigd. De gemeente beoordeelt of en onder welke voorwaarden deze functies kunnen worden uitgeoefend. Voor de volgende ambtenaren geldt dat de nevenfuncties openbaar worden gemaakt: Diensthoofd Sectorhoofd Griffier Artikel 6 Informatie Een ambtenaar gaat binnen en buiten zijn werk zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt en respecteert hierbij de privacy van cliënten, zakelijke relaties en collega’s. Een ambtenaar moet voorzichtig zijn met het verstrekken van informatie die vertrouwelijk kan zijn. Bij twijfel wordt de leidinggevende geraadpleegd. Privacygevoelige informatie is per definitie vertrouwelijk. Een ambtenaar dient er ook rekening mee te houden dat sommige gegevens een termijn hebben waarbinnen deze vertrouwelijk zijn. Informatie op de werkplek (bureau,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.