Subsidieregel Volkscultuur1 Subsidieregel Volkscultuur Op de subsidiëring is van toepassing de Algemene subsidieverordening Venlo (ASV). Voor het indienen van een aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van een daartoe verstrekt formulier. 1.1 Beleidsinhoud Het stimuleren van activiteiten op het gebied van volkscultuur. 1.2 Wat wordt met de subsidie beoogd? De subsidie is bedoeld ter financiële ondersteuning van organisaties die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van volkscultuur. 1.3 Subsidievoorwaarden Om voor structurele subsidie in aanmerking te komen dient de organisatie aan de volgende algemene voorwaarden te voldoen: De aanvrager is een organisatie die gedurende tenminste 1 jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag actief is op het gebied van volkscultuur; De organisatie is gevestigd en werkzaam in de gemeente Venlo; Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vermeld in de Algemene subsidieverordening Venlo (ASV); Het college kan als aanvullende voorwaarde in de beschikking opnemen dat de organisatie tot maximaal 3x per jaar in het openbaar optreedt zonder afzonderlijke vergoeding van de gemeente. 1.4 Subsidiemethode De subsidie heeft de volgende berekeningsgrondslag: Carnavalsoptochten:Subsidie wordt toegekend aan maximaal één organisator van de jaarlijkse carnavalsoptocht in Arcen, Belfeld, Blerick, Hout-Blerick, Lomm, Tegelen, Velden en Venlo. Arcen, De Keieschiéters € 1.600 Belfeld, De Belhamels € 2.000 Blerick, De Wortelepin € 5.000 Hout-Blerick, De Poerker € 1.250 Lomm, De Thiëtuite € 1.600 Tegelen, D’n Oeles € 5.000 Velden, De Wuilus € 1.600 Venlo, Jocus € 5.000 De hoogte van de subsidie voor de carnavalsoptochten is gebaseerd op het gemiddeld aantal deelnemers in de periode 2009-
- Van belang hierbij is de van oudsher ontstane traditie waarop de optocht is gebaseerd. Geen indexering. Nieuwe aanvragen worden niet gehonoreerd. Kinderfeesten:St. Maarten, St. Nicolaas, Palmhöltje, Allerkinder Subsidie wordt toegekend aan maximaal één organisator van deze activiteiten per woonkern in de gemeente Venlo. Als woonkern worden aangemerkt: Arcen, Belfeld, Boekend, Blerick, Hout-Blerick, Lomm, Tegelen, Steyl, Velden en Venlo. Berekening: subsidie maximaal € 500 per organisatie per activiteit. Geen indexering. Oranjeactiviteiten:Koningsdag: Subsidie wordt toegekend aan maximaal één organisator per woonkern in de gemeente Venlo. Als woonkern worden aangemerkt: Arcen, Belfeld, Boekend, Blerick, Hout-Blerick, Lomm, Tegelen, Steyl, Velden en Venlo. De subsidie heeft als berekeningsgrondslag het inwoneraantal in
- Arcen € 500 Belfeld € 1.000 Boekend € 250 Blerick € 4.000 Hout-Blerick € 500 Lomm € 250 Tegelen € 3.000 Steyl € 750 Velden € 1.000 Venlo € 5.000 Betreft een vaste bijdrage in de organisatiekosten. Geen indexering. Herdenkingen:Dodenherdenking 4 mei, Herdenking Indiëgangers en Bevrijdingsmonumenten. Voor een subsidie kan in aanmerking komen een vrijwilligersorganisatie die zorg draagt voor het dagelijks onderhoud van een monument in gemeentelijk eigendom in het kader van Dodenherdenking, Herdenking Indiëgangers of Bevrijding. Betreft een bijdrage à € 150 per jaar in de onderhoudskosten. Geen indexering. Bevrijdingsdag 5 meiEen organisator van een lokale herdenking kan eens in de vijf jaar in aanmerking komen voor een eenmalige subsidie van € 500 in de organisatiekosten van een lokale herdenking. Geen indexering. 1.5 Soort subsidie Eenmalige subsidie (hoofdstuk 3 van de ASV) Onder verwijzing naar artikel 17 lid 2 van de ASV, geldt voor de subsidieregel Volkscultuur niet de indieningstermijn van 6 weken voorafgaand aan de activiteit, maar dient de aanvraag ingediend te worden uiterlijk op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de activiteit plaatsvindt. 1.6 Subsidieplafond Voor subsidies op basis van deze subsidieregel stelt het college van burgemeester en wethouders jaarlijks één subsidieplafond vast (art. 3 lid 2 ASV). Het subsidieplafond wordt voor aanvang van elk subsidiejaar bekendgemaakt. Het voor de Subsidieregel Volkscultuur beschikbare subsidiebudget wordt naar evenredigheid verdeeld over de ingediende aanvragen tot het subsidieplafond is bereikt. 1.7 Overgangsregeling Deze subsidieregel is van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die plaatsvinden na 1 januari
- Subsidieaanvragen die zijn ingediend en betrekking hebben op activiteiten vóór 1 januari 2014, en waarop nog niet definitief is beslist, worden afgedaan volgens de bepalingen van de beleidsregel Volkscultuur vastgesteld d.d. 18 januari
- Indien er als gevolg van de nieuwe subsidieregel bij een ongewijzigde situatie sprake is van een toe- of afname van het subsidiebedrag ten opzichte van de vastgestelde subsidie over het jaar 2012, wordt de subsidie stapsgewijs op- of afgebouwd. De op- of afbouw bedraagt per jaar gedurende drie jaar niet meer dan 25% van het subsidiebedrag over
- 1.8 Inwerkingtreding en citeertitel De regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. De regeling wordt aangehaald als de “Subsidieregel Volkscultuur”. Met de inwerkingtreding van deze regeling komt de beleidsregel Volkscultuur vastgesteld d.d. 18 januari 2007 te vervallen. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2013De secretaris, de burgemeester,1.9 Toelichting Subsidieregel Volkscultuur Begripsomschrijvingen In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de algemene subsidieverordening wordt voor de toepassing van deze regeling verstaan onder: activiteit: een door een organisatie georganiseerde, voor publiek toegankelijke activiteit waaraan door publiciteit bekendheid wordt gegeven; activiteiten: de artistiek gerichte werkzaamheden van een organisatie; jaarprogramma: een jaarlijks bij de gemeentebegroting door de raad vast te stellen overzicht van te subsidiëren thema's, sectoren of organisaties op kunst- en cultuurgebied; subsidieperiode: een kalenderjaar volkscultuur: collectieve, al of niet traditionele uitingen van het (gewone) volksleven, vaak gekend als gebruiken, steeds onder verwijzing naar traditie, verleden en nationale, regionale of lokale identiteiten. Het is de kennis van het dagelijks leven met al zijn volksgebruiken en wordt gezien als cultureel erfgoed.