← Nederland

Vaststellen beleidsregels Plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg (Hoorn)

Vaststellen beleidsregels Plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de wegCorsaregistratienummer: 09.60731 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, gelezen het collegevoorstel van 28 december 2009; gelet op artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010; besluit tot het vaststellen van de volgende beleidsregels Plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg uitzondering op meldingsplicht wanneer het gaat om de volgende situaties: het plaatsen van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en het terrein gereinigd is; het plaatsen van voertuigen. dat voor het plaatsen van sandwichborden vaste locaties zijn vastgesteld (zie bijlage); dat de plaatsing van de sandwichborden middels een privaatrechtelijke overeenkomst door een private partij wordt gereguleerd. Het verzoek voor het plaatsen van sandwichborden kan gericht worden aan CBS Outdoor (020-5620562), Postbus 94398, 1090 GJ Amsterdam; dat de plaatsing van reclameborden aan lichtmasten middels een privaatrechtelijke overeenkomst door een private partij wordt gereguleerd. Het verzoek voor het plaatsen van reclameborden aan lichtmasten kan gericht worden aan B.V. Nationaal Publiciteits Bureau (023-5384844), Postbus 1025, 2001 BA Haarlem; dat de plaatsing van verwijzingsborden aan lichtmasten middels een privaatrechtelijke overeenkomst door een private partij wordt gereguleerd. Het verzoek voor het plaatsen van verwijzingsborden aan lichtmasten kan gericht worden aan SignSdirect (058-2133770(, Postbus 5, 8900 AA Leeuwarden; dat voor de winkeluitstallingen onverkort de beleidsregels uit het vastgestelde Winkeluitstallingsbeleid, reg.nr. 06.01454 (zie bijlage), van toepassing zijn; dat voor het plaatsen van zonneschermen/luifels geldt dat: geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven de weg bevindt; geen onderdeel, in welke stand dan ook, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte bevindt; geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de gevel reikt; deze beleidsregels treden de dag na bekendmaking in het gemeenteblad in werking. Plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg Beleid gemeente Hoorn Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk1Juridisch kader 1.1 Wegenverkeerswet 1994 1.2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) 1.3 Woningwet 1.4 Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 (APV) 1.5 Precarioverordening Hoofdstuk2Werkwijze 2.1 Melding 2.2 Ontvangstbevestiging 2.3 Termijn indiening 2.4 Buiten behandeling 2.5 Advies 2.6 Beslistermijn 2.7 Weigering 2.8 Toestemming Hoofdstuk3Specifieke weigeringsgronden 3.1 Schade aan de weg 3.2 Gevaar voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan 3.3 Belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg 3.4 Redelijke eisen van welstand 3.5 Overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak Hoofdstuk4Beleid 4.1 Uitzondering meldingsplicht 4.2 Reclame 4.3 Spandoeken 4.4 Winkeluitstallingen 4.5 Zonneschermen/luifels Bijlage 1: Werkschema Bijlage 2: Aanvraagformulier Bijlage 3: Locaties sandwichborden Bijlage 4: Beleid Winkeluitstallingen Inleiding In de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 (APV) wordt in artikel 2:10 gesproken over het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg. Met behulp van dit beleidsstuk wordt het onderwerp nader uitgewerkt. In eerste instantie worden de kaders aangegeven, zodat helder is voor welke situaties dit beleidsstuk is bedoeld. Vervolgens komt in hoofdstuk 2 aan de orde op welke wijze een melding moet worden ingediend en op welke wijze het wordt afgehandeld. Tenslotte geeft hoofdstuk 3 aan welke beleidsregels er in de gemeente Hoorn van toepassing zijn. Voor binnengekomen meldingen volgt de werkwijze zoals omschreven in dit beleidsstuk. Uitzondering daarbij is de situatie dat deze manier van afhandelen voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Hoofdstuk1Juridisch kader In dit hoofdstuk worden een aantal van toepassing zijnde wet- en regelgeving besproken. 1.1 Wegenverkeerswet 1994 De Wegenverkeerswet 1994 is een wetgeving om de veiligheid op de weg te verzekeren, de weggebruikers en passagiers te beschermen, de weg in stand houden, de bruikbaarheid van de weg te waarborgen en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer. Bij het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, dient men dan ook rekening te houden met hetgeen de Wegenverkeerswet voorschrijft. Daarnaast geeft artikel 2a Wegenverkeerswet aan dat provincies, gemeenten en waterschappen hun bevoegdheid behouden om bij verordening regels vast te stellen, voorzover deze niet in strijd zijn met de Wegenverkeerswet

  1. Het is daardoor mogelijk om het artikel 2:10 in de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 op te nemen. 1.
  2. Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven op welke wijze men moet omgaan met onderdelen van het bestuursrecht. De Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010, waarin het onderwerp het plaatsen van voorwerpen is opgenomen, is een verordening waarop de bepalingen van de Awb van toepassing zijn. 1.3 Woningwet Indien iemand een voorwerp wenst te plaatsen welke als bouwwerk wordt aangemerkt, is de Woningwet van toepassing. Een van de meest belangrijke zaken wat door de Woningwet wordt voorgeschreven is dat een bouwvergunning nodig is voor het bouwen van een bouwwerk. Er dient dan ook voldaan te worden aan de bepalingen van het Bouwbesluit. 1.4 Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 (APV) De melding voor het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg wordt in de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 geregeld. Hierin staat het volgende omschreven: Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het bevoegd bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. De voorwerpen kunnen worden geplaatst indien het bevoegd bestuursorgaan niet binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het plaatsen van de voorwerpen wordt verboden. Het bevoegd bestuursorgaan verbiedt het plaatsen van voorwerpen; indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. De weigeringsgrond van het derde lid onder a geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. het derde lid onder b geldt niet voor bouwwerken; het derde lid onder c geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:27; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden openbaard. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. 1.5 Precarioverordening Het gebeurt regelmatig dat voorwerpen op, aan of boven gemeentegrond worden geplaatst. Voor het innemen van gemeentegrond wordt precario in rekening gebracht. De Precarioverordening is de grondslag voor het in rekening brengen van deze kosten. Hoofdstuk2.Werkwijze In dit hoofdstuk wordt aandacht besteedt aan de werkwijze van de melding van het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg. Bijlage 1 geeft in een werkschema weer wat in dit hoofdstuk wordt besproken. 2.1 Melding Een melding dient aan een aantal indieningsvereisten te voldoen. Op basis van deze gegevens kan een toetsing plaatsvinden of de inzameling wordt toegestaan of geweigerd. De gemeente Hoorn stelt een formulier beschikbaar (bijlage 2) waarmee een melding doorgeven kan worden. Indien alle vragen op het formulier zijn beantwoord, kan de melding snel worden afgehandeld. De melder kan er ook voor kiezen om een melding in te dienen zonder gebruik te maken van het formulier. Een dergelijke melding wordt ook daadwerkelijk als melding geaccepteerd indien de volgende gegevens zijn doorgegeven: naam, adres, postcode, plaats, telefoonnummer van de melder; soort, aantal en afmetingen van de voorwerpen welke geplaatst worden; locatie van het plaatsen van het voorwerp, inclusief situatieschets; periode van het plaatsen van het voorwerp; ondertekening (datum en handtekening). 2.2 Ontvangstbevestiging Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de melding wordt een bevestiging verzonden. Hierdoor is het voor een ieder duidelijk wanneer de melding is ontvangen. In de ontvangstbevestiging worden de volgende onderdelen aangegeven: op welk moment is de melding ontvangen; welke afdeling heeft de melding in behandeling; wat is de beslistermijn voor afhandeling van de melding; wat zijn de beschikbare rechtsmiddelen. 2.3 Termijn indiening Artikel 1:3 van de APV geeft aan dat een melding drie weken voor het tijdstip waarop de melder de melding nodig heeft moet indienen. Is dit niet gedaan, dan kan het college besluiten de melding te weigeren. Met betrekking tot het plaatsen van voorwerpen wordt hier van afgeweken. Aangezien de melding in 5 dagen wordt afgehandeld, is het niet redelijk om een termijn van 3 weken te eisen. Dit is de reden dat de indieningtermijn is vastgesteld op 8 werkdagen voor aanvang van de periode wanneer de voorwerpen worden geplaatst. Mochten er zich bijzondere omstandigheden voordoen, waardoor het niet mogelijk is om uiterlijk 8 werkdagen voor het plaatsen van het voorwerp de melding te doen, dan kan er een uitzondering worden gemaakt om de melding toch te verlenen. 2.4 Buiten behandeling Het is mogelijk om een melding buiten behandeling te laten, indien er sprake is van een van de situaties zoals opgenomen in artikel 4:5 Awb of 1:3 APV. De meest belangrijke situaties zijn de volgende: de melder heeft niet voldaan aan een voorschrift voor het in behandeling nemen van de melding (4:5 Awb); de verstrekte gegevens en bescheiden zijn onvoldoende voor de beoordeling van de melding of voor de voorbereiding van de beschikking (4:5 Awb); de melding wordt minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de melder de vergunning/ ontheffing/ melding nodig heeft gedaan (1:3 APV). De melder dient zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld te worden van de reden waarom zijn melding buiten behandeling wordt gelaten. Vervolgens krijgt hij de gelegenheid om de melding aan te vullen. Hiervoor wordt een termijn vastgesteld. De duur van deze termijn is afhankelijk van hetgeen in die situatie redelijk is. Een besluit om de melding niet te behandelen moet binnen vijf werkdagen worden verzonden. Dit heeft te maken met de bepaling dat indien een melder binnen vijf werkdagen geen verbod heeft ontvangen, hij de kampeermiddelen kan plaatsen. 2.5 Advies Het is mogelijk dat advies van een derde partij nodig is om een juiste afweging te maken om de melding wel of niet toe te staan. Hierbij kan gedacht worden aan advies van de afdeling Stadsbeheer, Stadstoezicht, Verkeer, brandweer en politie. De adviseurs welke worden ingeschakeld ontvangen een afschrift van de melding, zodat ook zij de situatie kunnen beoordelen. De uitkomsten worden schriftelijk aan de vergunningverlener voorgelegd, zodat deze de melding kan afhandelen. 2.6 Beslistermijn Het college beslist binnen vijf werkdagen op de melding. Indien het college niet wil dat de voorwerpen worden geplaatst, dienen zij dit binnen vijf werkdagen te verbieden. De melder mag er vanuit gaan dat hij de kampeermiddelen kan plaatsen als hij binnen vijf werkdagen geen bericht van een verbod heeft ontvangen. Het is dan ook noodzaak om de melding snel en accuraat af te handelen. 2.7 Weigering De melding kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat de melder in de gelegenheid wordt gebracht om zienswijze in te dienen, indien de melding geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen. Gezien de termijn van de afhandeling van de melding (vijf werkdagen) is het vragen om zienswijze niet redelijk. Het vragen van zienswijze zal dan ook achterwege blijven, aangezien de vereiste spoed zich daar tegen verzet. Dit betekent dat een weigering van de melding direct kan worden genomen. 2.8 Toestemming De toestemming kan worden verleend indien de melding ontvankelijk is, er geen weigeringsgronden zijn en de beleidsregels in acht zijn genomen. Het is mogelijk om voorschriften en beperkingen aan een melding te stellen. Deze voorschriften en beperkingen worden per situatie afgewogen en dienen binnen vijf werkdagen aan de melder kenbaar gemaakt worden. Hoofdstuk3.Specifieke weigeringsgronden In artikel 1:8 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 worden de algemene weigeringsgronden aangegeven, namelijk: openbare orde openbare veiligheid volksgezondheid bescherming van het milieu. Op basis van deze weigeringsgronden kan het plaatsen van een voorwerp bijvoorbeeld worden geweigerd aangezien op dezelfde dag een markt plaatsvindt. Vervolgens worden in artikel 2:10 van de APV een aantal specifieke weigeringsgronden genoemd. In dit hoofdstuk worden deze weigeringsgronden verder uitgewerkt. 3.1 Schade aan de weg Het plaatsen van een voorwerp op de weg wordt verboden indien er een reële kans bestaat dat het voorwerp wat men wil plaatsen schade toebrengt aan de weg. Er kan directe schade ontstaan doordat het voorwerp bijvoorbeeld te zwaar is of uitstekende onderdelen bevat. Het is ook mogelijk dat de schade niet gelijk zichtbaar is, zoals gebeurt bij het lekken van schadelijke vloeistoffen in de grond. Ook dit kan een argument zijn om het plaatsen van voorwerpen te weigeren. 3.2 Gevaar voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan Bij de weigeringsgrond ‘gevaar voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan’ speelt de resterende ruimte op de weg voor hulpdiensten, voertuigen en voetgangers een belangrijke rol. Dit wordt hieronder verder uitgewerkt. Hulpdiensten Hulpdiensten dienen te allen tijde de bestemming te kunnen bereiken. Indien er uitstallingen midden op de weg worden geplaatst, is het niet meer mogelijk om eenvoudig de bestemming te bereiken. Hierdoor ontstaat er vertraging in het aanrijden van en naar de plaats van bestemming. Om ervoor te zorgen dat voertuigen van hulpdiensten optimaal gebruik kunnen maken van de weg, dient er op de weg een breedte van 2,5 meter vrij gehouden te worden van het plaatsen van voorwerpen. Voertuigen Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid dienen de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de weg zoveel mogelijk vrij te worden gehouden. Hierdoor heeft een ieder, zowel het reguliere verkeer als de hulpdiensten, een zekere garantie op de normale doorgang van de rijbaan. Het plaatsen van voorwerpen op de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de weg is dan ook niet wenselijk, waardoor een melding in beginsel wordt geweigerd. Voetgangers Een ander gedeelte van de weg is hetgeen voor de voetgangers bestemd is. Indien er voorwerpen op dit gedeelte worden geplaatst, zullen voetgangers uitwijken. Hierdoor kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Dit is de reden dat er tenminste 1,2 meter vrijgehouden moet worden zodat doorgang voor voetgangers blijft gegarandeerd. Om te voorkomen dat voetgangers hun hoofd stoten mag het voorwerp niet lager dan 2,2 meter boven de weg reiken. 3.3 Belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg Er is sprake van een belemmering van het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, indien door het plaatsen van het voorwerp bepaalde werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden. Welke werkzaamheden dit zijn is verschillend. Zo kan er sprake zijn van het onderhouden van de groenvoorzieningen of de parkeerterreinen in de gemeente, maar ook een belemmering in het aanleggen van nieuwe wegen is een argument om geen toestemming te verlenen. 3.4 Redelijke eisen van welstand Mocht een voorwerp gezien het uiterlijk problemen opleveren voor het aanzien van de gemeente, dan is het mogelijk om de toestemming te weigeren. Het voorwerp kan worden beoordeeld op een of meerdere van de volgende criteria (niet limitatief); het soort materiaal, de kleur, de leeftijd, de locatie en de periode van het plaatsen van het voorwerp. Per situatie dient gekeken te worden of het plaatsen van het voorwerp wenselijk is. 3.5 Overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak Het is mogelijk dat door het plaatsen van een voorwerp er overlast wordt veroorzaakt voor de gebruikers van de in de nabijgelegen onroerende zaak. Het begrip gebruikers is ruimer dan alleen de eigenaar. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een groep huurders overlast ondervindt, zoals bij een flatgebouw mogelijk is. Wel is het belangrijk dat de onroerende zaak in de nabijheid van de gewenste locatie van het voorwerp staat. Dit heeft voornamelijk te maken met de belangenafweging die de behandelend ambtenaar moet maken. Hierbij spelen de belangen van derden een rol, maar hoe groter de afstand tussen de gewenste situatie en de derden, des te minder dit meegewogen moet worden. Hoofdstuk4.Beleid In dit laatste hoofdstuk wordt verder uitgewerkt op welke wijze wordt omgegaan met binnenkomende meldingen. Niet ieder onderwerp komt aan bod, daarvoor is het begrip ‘voorwerpen’ te divers. Wel wordt gesproken over de uitzonderingen van de meldingsplicht en een aantal voorwaarden voor bepaalde onderwerpen. 4.1 Uitzondering meldingsplicht In artikel 2:10 wordt in het vijfde lid een uitzondering gemaakt van de plicht om een melding in te dienen. Deze uitzonderingen zijn gemaakt omdat in wet- en regelgeving (voornamelijk de APV) reeds voldoende is geregeld. Een melding op basis van artikel 2:10 is daardoor niet nodig. Het betreft hierbij de volgende voorwerpen: evenementen als bedoeld in artikel 2:24 APV; terrassen als bedoeld in artikel 2:27 APV; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 APV; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden openbaard. Daarnaast blijkt uit inventarisering van de werkwijze in de gemeente Hoorn dat het mogelijk is om nog een aantal categorieën uit te zonderen van de meldingsplicht. Het gaat om het gebruik maken van de weg waarbij risico’s met betrekking tot de weigeringsgronden minimaal zijn. Daarnaast is er veelal sprake van gebruik maken van de weg welke in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is. Er wordt daarom een beroep gedaan op het vertrouwen in de burger dat men zelf voldoende weet wat wel en niet redelijk is. Het gaat om de volgende situaties: het plaatsen van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en het terrein gereinigd is; het plaatsen van voertuigen. 4.2 Reclame Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van reclame. Voor het aanbrengen van gevelreclame is het reclamebeleid van toepassing. Daarnaast is er een aparte regeling voor het plaatsen van sandwichborden. Deze worden middels een privaatrechtelijke overeenkomst met een reclamebedrijf geregeld. Er zijn daardoor vaste locaties waar deze borden worden geplaatst. In bijlage 3 wordt aangegeven welke locaties momenteel gelden. Dit wordt regelmatig geactualiseerd in overleg met de gemeente. Indien er overige reclamevoorwerpen worden geplaatst op, aan of boven de weg, dient men op basis van artikel 2:10 een melding in te dienen. Of deze wordt toegestaan is afhankelijk of er sprake is van een van de weigeringsgronden zoals genoemd in hoofdstuk
  3. 4.3 Spandoeken Spandoeken worden vaak over de weg opgehangen, zodat de aandacht wordt getrokken. Dit kan echter voor verkeersonveilige situaties opleveren, bijvoorbeeld doordat het spandoek te laag of onjuist wordt bevestigd. Daarnaast kan het uiterlijk aanzien van de gemeente worden aangetast indien overal dergelijke reclame-uitingen zijn toegestaan. Dit zorgt er voor dat er in beginsel geen toestemming wordt gegeven voor het aanbrengen van spandoeken. 4.4 Winkeluitstallingen Voor wat betreft de voorwerpen ‘winkeluitstallingen’ wordt verwezen naar het beleidsdocument wat hiervoor is opgesteld en vastgesteld (zie bijlage 4). Kort samengevat zijn de uitgangspunten in het Winkeluitstallingenbeleid als volgt; De winkeluitstallingen in de winkelstraten, winkelrondje, zijn toegestaan ‘in de stoepenzone; tot 1.20m uit de gevel, mits de doorgang voor het voetgangersverkeer op het trottoir minimaal 1.50m is. Bij dubbelzijdige bewinkeling dient de vrije doorgang 3.00 m breed te zijn. Winkeluitstallingen in niet-winkelstraten zijn toegestaan tot 0.60 m uit de gevel, mits de doorgang voor het voetgangersverkeer op het trottoir minimaal 1.50 m is. In de stoepenzone mag alleen reclame of koopwaar geplaatst worden die direct gerelateerd is aan het type winkel of dienstverlening. 4.5 Zonneschermen/ luifels Indien de zonneschermen/ luifels worden aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg geldt het volgende: geen onderdeel bevindt zich minder dan 2,2 meter boven de weg; geen onderdeel, in welke stand dan ook, bevindt zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg; geen onderdeel reikt verder dan 1,5 meter buiten de gevel. Bijlage 1 Werkschema werkschema Bijlage 2: Aanvraagformulier Meldingsformulier voorwerpen op, aan of boven de weg Gegevens melder Eventueel bedrijfsnaam Naam melder Adres Postcode/ Woonplaats Telefoonnummer Omschrijving voorwerp Wat voor voorwerp wordt geplaatst? Welk aantal? Afmetingen van het voorwerp Adres/ locatie waar het voorwerp wordt geplaatst (situatieschets) Periode waarin het voorwerp wordt geplaatst Ondertekening Let op! De volgende gegevens dienen aan te melding toegevoegd te worden: Situatieschets Eventueel: foto van het voorwerp U kunt dit formulier zenden aan: Post: Gemeente Hoorn, afdeling VVH, Postbus 603, 1620 AR Hoorn E-mail: gemeente@hoorn.nl Bijlage 3: Locaties sandwichborden lichtmast straat omschrijving XCoord YCoord 79 berkhouterweg naast KTS 52,6616 5,055 90 berkhouterweg tegenover opeldealer 52,6457 5,03869 1901 berkhouterweg tegenover boederij 52,6445 5,03367 4351 middelweg Vlak voor Spoorwegovergang 52,6425 5,03194 4350 middelweg vlak voor spoorwegovergang 52,6424 5,03211 3597 middelweg 2e LM links na spoorwegovergang 52,6418 5,03236 3592 middelweg vlakij bushalte 52,6409 5,03295 3591 middelweg tegenover woonwijk 52,6409 5,03295 3590 middelweg tegenover woonwijk 52,6404 5,03319 3584 Middelweg tegenover woonwijk 52,6392 5,03361 3575 de weel naast fietspad 52,639 5,03462 3570 de weel middenberm 52,6395 5,03616 3565 de weel middenberm 52,64 5,03764 1800 de weel middenberm 52,6413 5,04033 1429 de weel middenberm 52,6425 5,04545 1414 de weel middenberm 52,6437 5,0316 1032 de weel voor stoplichten 52,6438 5,03181 1075 Van Dedemstraat rechterkant 52,6463 5,05051 1074 Van Dedemstraat rechterkant vanaf keern 52,6463 5,05081 2051 Van Dedemstraat voor AH 52,6464 5,05192 2056 Maelsonstraat Zijstr. v.d Vaartstraat na AH 1e R 52,6465 5,05407 1070 Van Dedemstraat rechterberm 52,6464 5,05288 1066 Van Dedemstraat rechterberm vanaf keern 52,6465 5,05465 1064 Van Dedemstraat rechterberm vanaf keern 52,6467 5,05577 440 Dr C. van Aalstweg thv Run Shopping Center 52,6504 5,05066 439 Dr C. van Aalstweg thv Run Shopping Center 52,6503 5,0504 109 Dr C. van Aalstweg thv Run Shopping Center 52,6501 5,04972 110 Dr C. van Aalstweg thv Run Shopping Center 52,65 5,04944 5674 berkmergouw linkerberm vanaf Keern gezien 52,6629 5,04227 5672 berkmergouw linkerberm 52,663 5,04285 5670 berkmergouw linkerberm 52,6631 5,04346 5665 berkmergouw linkerberm vanaf keern gezien 52,6633 5,04522 5664 berkmergouw linkerberm 52,6634 5,04541 5663 Berkmergouw rechterberm 52,6634 5,04582 5660 berkmergouw linkerberm 52,6636 5,04668 2660 wogmergouw tegenover voetbalclub 52,6696 5,04325 2659 wogmergouw tegenover voetbalveld 52,6694 5,04343 2658 wogmergouw tegenover voetbalveld 52,6692 5,04363 2657 wogmergouw tegenover voetbalveld 52,669 5,04373 5655 wogmergouw tegenover voetbalveld 52,6685 5,0439 5648 Wogmergouw rechterberm 52,6669 5,04469 5646 wogmergouw in de bocht 52,6664 5,0449 5644 Wogmergouw rechterberm 52,6661 5,04536 5643 wogmergouw flatgebouw 52,666 5,04569 5635 wogmergouw LM rechts schuin t.o. apotheek 52,6642 5,04727 5626 berkmergouw rechterberm 52,6637 5,04983 5625 berkmergouw rechterberm 52,6637 5,05028 5622 berkmergouw rechterberm vanaf keern gezien 52,6638 5,05151 5621 berkmergouw rechterberm 52,6638 5,05196 5620 berkmergouw rechterberm 52,6639 5,05238 5619 berkmergouw linkerberm vanaf Keern gezien 52,6639 5,05289 2943 zwaagmergouw naast fietspad 52,6616 5,055 2942 zwaagmergouw naast fietspad 52,6613 5,05509 2941 zwaagmergouw naast fietspad 52,6611 5,05521 2940 zwaagmergouw naast fietspad 52,6609 5,05531 2939 zwaagmergouw naast fietspad 52,6607 5,05541 2928 zwaagmergouw naast fietspad 52,6584 5,05653 2927 Zwaagmergouw voorbij bushalte rechterberm 52,6582 5,05666 2926 zwaagmergouw naast fietspad 52,658 5,05674 2922 zwaagmergouw MB voor stopl. Poortwachter 52,6575 5,05717 2910 zwaagmergouw 1e LM middenberm na Poortwachter 52,657 5,0579 2899 zwaagmergouw 2e LM MB na splitsing Blokmergouw 52,6556 5,06064 2901 zwaagmergouw MB na T-splitsing Blokmergouw 52,6558 5,06018 2898 zwaagmergouw MB 3e LM thv BP 52,6554 5,06103 2896 zwaagmergouw MB 4e LM thv BP 52,6552 5,06155 2895 zwaagmergouw MB 2e LM voor rotonde 52,655 5,06187 2894 zwaagmergouw MB laatste LM voor rotonde 52,6549 5,06215 2891 zwaagmergouw MB 1e LM na rotonde 52,6544 5,06302 2890 zwaagmergouw 2e LM MB na rotonde 52,6543 5,06328 7886 blokmergouw MB thv Politieburo 52,6565 5,06034 7888 blokmergouw MB thv Zeeman Vastgoed 52,6571 5,06119 7895 blokmergouw MB thv tandartsenpraktijk 52,658 5,06236 7896 blokmergouw Links voor spoor 52,6583 5,0626 7897 blokmergouw naast fietspad 52,6585 5,063 7898 blokmergouw Links voor spoor 52,6585 5,06321 7912 Blokmergouw 3e LM MB voor rotonde 52,6595 5,06597 7933 oostergouw MB voor De Oude Veiling 52,6623 5,06508 8952 oostergouw Rechterberm thv Renault 52,6664 5,06272 5078 De Factory Rechts t/o Flevo Staalbouw 52,6685 5,06657 13398 De Factory kv Oostergouw LM R bij rest. De Plantage 52,6686 5,06705 geen nr. De Factory Links T/o Citroen 52,6679 5,06291 10970 Oostergouw rechterberm thv Honda 52,6686 5,06162 10971 oostergouw LM R thv Grando Keukens 52,669 5,06141 10972 oostergouw LM R thv Volvo 52,6693 5,06129 10973 oostergouw LM R thv Volvo 52,6696 5,06111 10974 oostergouw linkerberm 52,6701 5,06087 10975 oostergouw LM R thv Daihatsu 52,6704 5,0607 10976 oostergouw LM MB voor Argos Oil 52,6707 5,06048 7945 oostergouw MB thv kassen 52,6639 5,06426 7943 oostergouw MB thv kassen 52,6632 5,06456 7959 oostergouw MB L na rotonde 52,6599 5,0675 7981 kryterslaan linkerberm 52,6614 5,07222 7982 kryterslaan LM R in bocht 52,6615 5,07241 7980 kryterslaan rechterberm 52,6613 5,07179 6236 Koewijzend 2e LM links t.o. ingang manege 52,6622 5,07303 7978 kryterslaan 3e LM R voor rotonde 52,661 5,07116 7977 kryterslaan 2e LM R voor rotonde 52,6609 5,07084 8018 oostergouw middenberm na Nw. Steen 52,6578 5,07291 8000 oostergouw kv Krijterslaan LM L voor Nw. Steen 52,6542 5,07481 9208 Oostergouw na benzinepomp Total aan linkerkant 52,6539 5,07442 8067 oostergouw MB t.o. Hotel Hoorn 52,6537 5,07404 8063 ijsselweg MB voor Lingeweg 52,6561 5,07722 9211 ijsselweg rechterberm na bushalte 52,6567 5,07905 9217 ijsselweg MB voor kruispunt Kloosterhout 52,6572 5,08013 9221 kloosterhout MB voor bord beb.kom Blokker 52,6578 5,08026 10245 kloosterhout in bocht voor weiland 52,6589 5,07932 10244 kloosterhout in bocht voor weiland 52,6587 5,07934 10243 kloosterhout in bocht voor weiland 52,6585 5,07945 9334 IJsselweg MB 3e LM na Maasweg 52,6578 5,08652 11321 ijsselweg linkerberm 2e LM na Plevier 52,6585 5,09017 11320 Ijsselweg linkerberm 1e LM na Plevier 52,6585 5,08991 11017 ijsselweg linkerberm LM voor Plevier 52,6581 5,08822 9565 maasweg rechterkant van de weg 52,6567 5,08541 9474 maasweg rechterkant van de weg 52,6565 5,08538 9563 maasweg linkerkant van de weg thv huisnr. 27 52,6562 5,08583 10453 rijnweg linkerberm bij huisnr. 7 52,6509 5,08835 10457 rijnweg linkerberm voor huisnr. 7 52,6501 5,08911 11795 rijnweg linkerberm na Amstelweg 52,6471 5,08448 6364 rijnweg linkerberm t.o. huisnr. 137 52,6477 5,08615 6365 rijnweg linkerberm t.o. huisnr. 140 52,6478 5,08652 10466 rijnweg linkerberm t.o. Patio 52,6483 5,08794 10462 rijnweg Linkerberm bij huisn. 158 52,65 5,09064 10460 Rijnweg linkerberm bij huisnr. 152 52,6494 5,08941 11618 scheldeweg rechterberm bij huisnr. 147 52,6498 5,09001 11623 scheldeweg rechterberm bij huisnr. 50 52,6504 5,09159 11625 scheldeweg rechterberm bij huisnr. 45 52,6506 5,09225 11638 scheldeweg rechterberm bij huisnr. 12 52,6495 5,09499 12491 oosterscheldeweg kv Scheldeweg LM R bij huisnr. 9 52,6497 5,09659 12493 oosterscheldeweg kv Scheldeweg LM R bij huisnr. 13 52,65 5,09673 12749 oosterscheldeweg kv Scheldeweg LM L bij huisnr. 8 52,6522 5,09754 12502 oosterscheldeweg kv Scheldeweg LM bij huisnr. 47 52,6515 5,09719 12494 oosterscheldeweg linkerberm bij huisnr. 51 52,6502 5,09665 12754 Oosterscheldeweg MB t.o. Deen 52,6527 5,09827 12757 Oosterscheldeweg MB t.o. Deen 52,653 5,09913 13397 Volkerakweg LM L na brug De 2 Wilgen 52,6528 5,10213 15638 Volkerakweg linkerberm t.o. huisnr. 5 52,6527 5,11196 15952 Volkerakweg linkerberm t.o. P-plaats 52,6529 5,11252 1767 Kernweg ri. Prov.weg 1e LM R 52,6454 5,09676 1968 Kernweg ri. Prov.weg 2e LM R 52,6452 5,09687 11865 willemsweg Rechterberm 52,644 5,08349 11866 willemsweg 1e LM L na S9 52,6439 5,08364 11869 willemsweg rechterberm vanaf S9 2e LM R 52,6438 5,08313 13389 willemsweg rechterberm vanaf s9 4e LM R 52,6437 5,0823 11391 Willemsweg bij infobord rechterberm 52,6435 5,08124 11397 willemsweg overzijde tankstation 52,643 5,07825 8886 willemsweg Linkerberm richting Centrum 52,6418 5,07189 1168 liornestraat middenberm 2e LM na Boomlaan 52,6483 5,06754 2187 liornestraat middenberm 2e LM na Joh.Poststraat 52,6498 5,06721 2190 liornestraat middenberm 2e LM na Wabenstraat 52,6503 5,06703 2350 liornestraat middenberm 52,6527 5,06524 Bijlage 4: Beleid Winkeluitstallingen WINKELUITSTALLINGENBELEID HOORN 1.Inleiding en probleemstelling. Wij hebben besloten dat er nieuwe beleidsregels ontwikkeld moet worden voor winkeluitstallingen. Het huidige (versnipperde) beleid biedt onvoldoende handvatten om adequaat op te treden. Voor de winkelcentra in de buitengebieden is zelfs nog helemaal geen beleid ontwikkeld. Het nieuwe beleid is voor een groot deel het formeel vastleggen van het huidige gehanteerde, maar nooit echt beschreven, beleid. Vanwege de financiering van het binnenstadsmanagement per 1 januari 2006 heeft deze notitie prioriteit gekregen. De ondernemers uit de binnenstad hebben de gemeente gevraagd een financiële regeling te ontwikkelen om het binnenstadsmanagement te financieren. Omdat deze regeling niet door de gemeente maar door de ondernemers gefinancierd dient de worden krijgen alle ondernemers per 1 januari 2006 die een precariovergunning/ontheffing hebben voor het plaatsen van een terras, gevelreclame of een winkeluitstalling in de binnenstad een toeslag opgelegd. Deze toeslag wordt geregeld via de precarioverordening en zal onder andere worden toegepast op de winkeluitstallingen. Het is dus van belang dat de ontheffingen ten aanzien van de winkeluitstallingen v??r 1 januari op orde zijn. Reclame is in der loop der jaren niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Vooral het bedrijfsleven maakt veelvuldig gebruik van reclame. Het is voor veel bedrijven een hulpmiddel om hun producten en/of diensten onder de aandacht van het publiek te brengen en in veel gevallen maakt reclame een essentieel onderdeel uit van de bedrijfsvoering. Dit geldt bijvoorbeeld voor winkels. Er kan reclame gemaakt worden via de media: krant, televisie of internet, maar ook gewoon buiten op straat, in de openbare ruimte. Winkeluitstallingen, denk aan: reclameborden en kledingrekken, bevinden zich voor de gevel van een winkelpand op de openbare weg. De meningen zijn verdeeld over welke reclame-uiting mooi is en welke niet. Toch zijn alle betrokkenen wel van mening over het uitgangspunt dat reclame in omvang, hoeveelheid en vorm in ieder geval niet zo overheersend mag worden dat dit de kwaliteit van de openbare ruimte aantast. Tevens mag het doelmatig en veilig gebruik van de openbare weg niet in gevaar komen door de aanwezigheid van een winkeluitstalling. De afdeling Stadstoezicht heeft geconstateerd dat er winkeluitstallingen op de openbare weg staan zonder ontheffing of met een verkeerde ontheffing (andere ondernemer, aantal m2's etc.). Hierdoor kan het (voetgangers-)verkeer in gevaar komen. Dit leidt tot ongewenste situatie en moet dus aangepakt worden. 2.Juridisch kader De basis voor het maken van reclame is terug te vinden in de Grondwet en de Algemene plaatselijke verordening. Ingevolge Artikel 7 van de Grondwet heeft niemand voorafgaand verlof nodig voor het openbaren van gedachten en gevoelens door drukpers, radio en televisie en andere middelen. De vrijheid van drukpers geldt niet voor het maken van handelsreclame. De Algemene plaatselijke verordening, artikel 5.2.
  4. vormt de basis voor het verlenen van een ontheffing. Op grond van dit artikel is het verboden zonder ontheffing van het college op of aan de openbare weg of aan een openbaar water dan wel op een andere, al dan niet met enige beperking, voor publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek; reclame-uitstallingen te hebben voor te verkopen goederen of aangeboden diensten. De toetsingscriteria zijn vastgelegd in lid 7, te weten: openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving, verkeersvrijheid- of veiligheid, gevaar voor het redelijk verzorgingsniveau voor de consument, strijdig met het bestemmingsplan. In deze notitie richten wij ons op winkeluitstallingen die vallen onder art. 5.2.3, lid b en c en kunnen het best omschreven worden als goederen en daarbij behorende objecten, behorende tot het gangbare winkelassortiment van de winkel waarvoor de uitstalling is bedoeld. Voor het hebben van een winkeluitstalling is een ontheffing nodig en moet precario worden betaald. 3.Beleidscriteria. In dit hoofdstuk worden aanvullende op de Algemene plaatselijke verordening, art. 5.2.
  5. gebaseerde beleidsregels weergegeven waarmee rekening dient te worden gehouden bij het plaatsen van winkeluitstallingen. In de Leidraad van Hoorn Kern Gezond staat dat bij het herinrichten van de straten in de binnenstad wordt gestreefd naar eenheid, samenhang en continuïteit van de openbare ruimte. De kunst van het inrichten van de openbare ruimte is dus om zowel de eenheid als de verscheidenheid tot zijn recht te laten komen. De binnenstad, met zijn verschillende delen, verschillende functies en verschillende straten, vormen tezamen een geheel. Daarom is gekozen voor een basisopzet voor de inrichting, waarbinnen de verschillende functies een plaats kunnen vinden. Ruimtelijke kwaliteit wordt voor een deel bereikt middels eenheid en eenvoud van de inrichting van de openbare ruimte. De bruikbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid voor met name het voetgangersverkeer spelen een belangrijke rol. Bij de huidige herinrichtingen is uitgegaan van de (historische) stoepenzone. De maat van deze stoepenstrook bedroeg 2 tot 4 voet en is nu vastgesteld op maximaal 1.20m. Deze stoepenzone zorgt in de huidige situatie voor een natuurlijke afstand tussen voetgangers en de gevel. In de winkelgebieden is de stoepenzone meteen de begrenzing van de uitstallingsruimte. In gebieden met een uitgesproken winkelkarakter zijn de mogelijkheden tot reclamevoering ruimer dan in woongebieden. Aansluiting kan gezocht worden bij het van toepassing zijnde bestemmingsplan. Algemene bepalingen. Een ontheffing wordt verleend voor onbepaalde tijd. Een ontheffing is niet overdraagbaar. Het uitstallen van goederen mag uitsluitend tot doel hebben de aandacht van het publiek op de uitgestalde goederen te vestigen. Het mag niet leiden tot verkoop op de openbare weg. De uitgestalde goederen moeten een relatie hebben met het gangbare assortiment van de desbetreffende winkel (dus geen afvalbakken en -containers met reclame). De uitstallingen mogen uitsluitend op of boven de openbare weg aanwezig zijn tijdens de uren gedurende dat de winkel voor het publiek is geopend. De uitstallingen mogen niet worden geplaatst op dagen dat er kermis of voor- en najaarsmarkt, lappendag en zaterdagmarkt voor of in de directe omgeving van een perceel is. Indien het in verband met ter plaatse uit te voeren openbare werken of om enigerlei andere reden naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk is de uitstallingen te verwijderen, te verplaatsen of de afmetingen ervan te wijzigen, zal deze verwijdering, verplaatsing of wijziging door en voor rekening van de ontheffinghouder geschieden. Algemene bepalingen over uitstalling. De uitstalling mag uitsluitend worden geplaatst op het trottoir, onmiddellijk tegen of aan de gevel van de winkel waartoe de uitstalling zal gaan behoren of in de bij de winkel behorende portieken. Uitstallingen mogen niet in de looplijn van het publiek worden geplaatst. De doorgang voor het voetgangersverkeer dient op het trottoir minimaal 1.50m te zijn; De doorgang voor het voetgangersverkeer in winkelstraten (bv. Nieuwsteeg, Lange Kerkstraat) met dubbelzijdige bewinkeling dient minimaal 3m te zijn; De breedte van de uitstalling mag niet groter zijn dan de perceelbreedte van de winkel waartoe de uitstalling behoort, exclusief de toegang tot de winkel. De hoogte van de uitstalling mag niet meer dan 1.50m dragen. Uitstallingen in niet-winkelstraten mogen, met in achtneming van de ander genoemde bepalingen, maximaal 0,60cm uit de gevel staan. Uitstallingen in winkelstraten mogen, met in achtneming van alle bepalingen, maximaal 1.20m uit de gevel staan. Verrijdbare rekken, standaards, stellages e.d. dienen van een dusdanige constructie of uitvoering te zijn, dan wel zodanig tegen of aan de gevel te zijn vastgezet, dat deze niet door derden verplaatst of omvergelopen kunnen worden. Het uitstallen van goederen wordt slechts toegelaten waar dit uit oogpunt van verkeer en veiligheid mogelijk is. Het uitstallen van goederen mag geen gevaar voor de omgeving en/of gevaar voor de voorbijgangers opleveren. Het uitstallen van goederen wordt niet toegestaan bij toegangsdeuren en nooduitgangen. De uitstalling dient een ordelijk aanzien te hebben en mag geen aanleiding geven tot vervuiling van de openbare weg. De houder van de ontheffing dient de openbare weg te reinigen of te laten reinigen, als die weg is verontreinigd ten gevolge van het uitstallen van de goederen. Het uitstallen van goederen is niet toegestaan op momenten dat de openbare weg gereinigd wordt. Aanvragen voor het plaatsen van uitstallingen die niet passen binnen de in deze notitie genoemde beleidsregels worden geweigerd. Overgangsbepalingen. Reeds verleende ontheffingen die voldoen aan de Algemene plaatselijke verordening en deze beleidsregels blijven ongewijzigd van kracht. Reeds verleende vergunningen voor het plaatsen van een winkeluitstalling (reclamebord, kledingrek e.d.) op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV komen per 12 november 2005 te vervallen. Reeds verleende ontheffingen voor het hebben van een uitstalling zonder vervaldatum, die niet voldoen aan deze beleidsregels komen zes maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels te vervallen Voor het Nieuwland (even nrs.) geldt een uitsterfconstructie. De huidige ondernemers met een vergunning/ontheffing voor het hebben van uitstallingen mogen deze laten staan totdat een andere ondernemer het perceel overneemt. Uitwerking per gebied en/of straat (individuele gevallen kunnen afwijken). uitstallingsmogelijkheid uitzonderingen Centrumgebied. Breed divers (1.20/0.60cm) Dubbele Buurt/Vale Hen: 0.60cm, westzijde geen Dubbele Buurt bij afsluiting beide zijden 0.60 cm Gedempte Turfhaven: 1.20m noordzijde vast.herinr. GT Gouw 1.20m Grote Noord 1.20m Grote Oost: tot Bottelsteeg 1.20m Kerkstraat: geen uitstallingen nrs. 34 t/m 36 0,60cm Kerkplein: nrs. 31 t/m 39 1.20m Kleine Noord: 1.20m Kruisstraat: 7 t/m 32 (incl.5) 1.20m 1,2,3,4 en 6 geen Lange Kerkstraat 0.60cm Muntstraat: 0.60cm Nieuwe Noord: zuidzijde nrs. 2 t/m 30 1.20m nrs. 27, 29, 32/34, 74 en 76 geen zuidzijde nrs .1a t/m 21 1.20m oostzijde 36 t/m 44 geen oostzijde nrs. 46 t/m 52 1.20m zuidzijde nrs. 1b 0.60cm westzijde nrs. 31 t/m 67 0,60cm oostzijde nrs. 53 t/m 72 0,60cm Nieuwsteeg: 0.60cm Nieuwstraat 1.20m Nieuwland: nrs.2 t/m 12 1.20m vanaf nr.14 niets (uitsterfconstructie) Nieuwland oneven: geen uitstallingen Onder de Boompjes: 0.60cm Ramen: 0.60cm Spoorstraat: vaststellen na herinrichting GT Stationsplein: 1.20m Scharloo: 0.60cm Veemarkt: 0.60cm Winkeluitstallingen tijdens de voor- en najaarsmarkt, lappendag en zaterdagmarkt (alleen marktzijde). Nieuwstraat en Gouw: geen Gedempte Turfhaven en Breed: 60 cm Winkelcentrum de Huesmolen. In de Huesmolen varieert de straatbreedte van 4.90 tot 5.10m. De gewenste loopruimte bedraagt 3.00m. Wanneer sprake is van tweezijdige bewinkeling is een uitstallingszone van 0.60cm mogelijk. Wanneer sprake is van eenzijdige bewinkeling is een uitstallingenzone van 1.20m mogelijk. De winkeluitstallingen dienen direct aan de gevel geplaatst te worden en niet aan de waterzijde. Daar waar de loopruimte 3.00m of minder is kan geen winkeluitstalling plaatsvinden. BetjeWolff- en Aagje Dekenplein. In het winkelcentrum van de Kersenboogerd zijn er grote delen met een overkapping met pilaren. Algemeen uitgangspunt is een vrije loopruimte van minimaal 3.00m. Wanneer de ruimte beschikbaar is, dan is er een uitstallingzone van 1.20m mogelijk ofwel 0.60m. Ter hoogte van Betje Wollfplein 169 t/m 115 varieert de ruimte tussen pilaren en gevel 2.60 tot 2.72m. Echter de officiële loopruimte ligt buiten de pilaren. Tussen gevel en pilaar is de minimale ruimte van 0.90m voldoende als mogelijke ‘tweede’ route. Dit betekent dat een uitstallingzone van 1.20m direct aan de gevel mogelijk is. Ter hoogte van Aagje Dekenplein nummer 1,4 en 6, nummer 25, 26 en nummer 29 varieert de ruimte tussen pilaren en gevel van 1.26m tot 1.28m. Echter ook hier is de officiële loopruimte buiten de pilaren. Vervolgens is het niet reëel uit te gaan van een tweede route tussen gevel en pilaren. Dit betekent dat ook hier een uitstallingzone van 1.20m direct aan de gevel mogelijk is. De Beurs In het winkelcentrum aan de Westerblokker varieert de trottoirbreedte van 5.00 tot 7.75m. Hier is een uitstallingzone van 1.20m direct aan de gevel mogelijk. Korenbloem. In de Korenbloem varieert de breedte van 4.76 tot 6.33m. In het brede gedeelte van 6.33m zijn de winkelwagentjes van de Dekamarkt geplaatst. Dit betekent dat de genoemde 6.33m niet in zijn geheel benut kan worden. De gewenste vrije loopruimte bedraagt minimaal 3.00m. Dit betekent dat er een uitstallingzone van 0.60m aan beide zijden mogelijk is. Bij de winkels aan de buitenzijde van het overdekte centrum (kapper en Bubbles) is een uitstallingzone van 1.20m direct aan de gevel, mits de resterende vrije loopruimte minimaal 3.00m is. Grote Beer. In het winkelcentrum van de Grote Waal is er een breed middengebied met zeer wisselende maten, mede door de hoeveelheid pilaren. Ook hier wordt uitgegaan van een vrije doorgaande loopruimte van minimaal 3.00m. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dus een uitstallingzone van 0.60 of 1.20m mogelijk. Aanvullend kan gesteld worden dat de uitstallingzone zich beperkt tot de zone direct grenzend aan de winkelpui waar de entree van de betreffende winkel zich bevindt. De uitstallingzone is nadrukkelijk niet rond de pilaren, midden in het loopgebied, langs zijgevels van de winkels en blinde gevels van het winkelcentrum. 5.Aanpak en inspraak. In de straten waar het huidige beleid niet wezenlijk afwijkt van de in deze notitie geschetste nieuwe beleidsuitgangspunten is reeds begonnen met het aanschrijven van de winkeliers. De ondernemers aan de Grote Noord, Kleine Noord, Nieuwsteeg en Lange Kerkstraat zijn reeds voorzien van nieuwe ontheffingen. De andere straten worden de komende periode gefaseerd aangeschreven. Er zijn in het nieuwe beleid, met uitzondering van een aantal percelen op de Kruisstraat en de winkelcentra in de buitenwijken, geen noemenswaardige afwijkingen te voorzien ten opzichte van het huidige beleid. De ondernemers aan de Kruisstraat 1, 2, 3, 4 en 6 mogen op basis van het nieuwe beleid geen winkeluitstalling plaatsen. Op dit moment is dat wel toegestaan, maar er zijn geen lopende ontheffingen op de percelen afgegeven. Voor de winkelcentra in de buitenwijken is nooit beleid gehanteerd. Voor bepaalde ondernemers in winkelcentrum de Beurs en op het Betje Wolffplein betekent het nieuwe beleid een behoorlijke aanpassing in hetgeen zij nu op de openbare weg hebben staan. Overigens hebben zij hier nooit vergunning voor gehad, maar de gemeente heeft ook nooit gehandhaafd. Het hanteren van een overgangsperiode van een jaar lijkt hier dus redelijk. De ontheffingen voor de winkelcentra hebben minder prioriteit omdat deze niet van belang zijn voor de financiering van het binnenstadsmanagement. Het nieuwe beleid voor de Huesmolen is reeds gecommuniceerd met de ondernemers en zij zijn akkoord. Verder is belanghebbenden via “Hoorn op vijf” de mogelijkheid geboden schriftelijk te reageren op de beleidsuitgangspunten uit deze nota. Daarnaast zijn de voorzitters van de wijkoverlegorganen en stratenclubs geïnformeerd over de mogelijkheid tot inspraak. De ingediende reacties meegenomen in de definitieve besluitvorming maar hebben niet geleid tot aanpassing van de (ontwerp)notitie.
  6. Precario. Voor het innemen van gemeentegrond dient precario betaald te worden. Dit tarief wordt vastgesteld middels de precarioverordening. Voor 2005 is dit tarief vastgesteld op € 33,60 m2 per jaar. Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd. De gemeente stelt structureel jaarlijks € 125.000,--beschikbaar ten behoeve van binnenstadsmanagement. Van dit bedrag is € 50.000,-- gedekt in de (meer-) jarenbegroting. Het resterende tekort ad € 75.000,-- dat in de algemene middelen ontstaat, wordt gedekt door verhoging van de precariobelasting. In de precariobelastingverordening is om die reden bepaald dat vanaf 1 januari 2006 voor de eerste m2 € 200,-- extra wordt betaald.(voor nadere informatie zie collegebesluit met stuknr. 05.30793). 7.Handhaving. De handhaving ten aanzien van winkeluitstallingen is een taak van bureau Stadstoezicht (reinigingspolitie). Handhaving is op de eerste plaats informatie verstrekken en overredingskracht gebruiken. Als dit niet tot het gewenste resultaat leidt dan zal in tweede instantie bestuursrechtelijk worden opgetreden. De drie handhavingsmogelijkheden waarover het dagelijks bestuur ingevolge de Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht beschikt zijn de bestuursdwang, de dwangsom en het intrekken van de ontheffing. De handhaving richt zich met name op overtreding van de voorschriften uit de ontheffing en het zonder ontheffing hebben van een winkeluitstalling op openbare weg. Het hebben van een winkeluitstalling op gemeentegrond is een dynamisch proces omdat winkels frequent van eigenaar/ondernemer wijzigen. Dit vraagt dan ook een intensieve handhaving. Indien een winkeluitstalling zonder ontheffing op de openbare weg staat, is dit in beginsel een overtreding. Handhaving kan geschieden, indien het voorwerp dat ontheffingsplichtig is, na aanzegging nog steeds niet in het bezit is van een ontheffing en evenmin is gebleken dat deze ontheffing is aangevraagd. Afhankelijk van de situatie zullen genoemde handhavingsmogelijkheden worden toegepast. 8.Capaciteit. Bureau Stadstoezicht is verantwoordelijk voor handhaving van alle vergunningen tot gebruik van het openbaar gebied en voor afgeven van tijdelijke vergunningen (alle andere vergunningen voor het openbaar gebied worden afgegeven door afd JZ.) Dit behoort tot het takenpakket van de twee reinigingsagenten. Het afgeven van tijdelijke vergunningen is een tijdje verzorgd door een tijdelijke collega op een bovenformatieve plaats (voor een halve werkweek). De reinigingsagenten verzorgen zowel de waarneming van overtredingen, het aanspreken van ondernemers als de administratieve afhandeling. Deze handhaving is onderdeel van een groter takenpakket: honden, gedumpt afval, illegale lozingen, gebruik van de openbare weg voor van alles en nog wat, parkeerexcessen en vernielingen openbaar groen. Praktisch gesproken is het effect, dat alleen handhaving van terrassen op een redelijk niveau wordt uitgevoerd. Op andere punten schiet de handhaving tekort, net als de afgifte van tijdelijke vergunningen. De schatting is, dat ongeveer een halve formatieplaats nodig is om de handhaving op een goed niveau te brengen. Hieromtrent zal nadere advisering volgen. 9.Conclusie. Winkeluitstallingen in winkelstraten zijn toegestaan tot 1.20m uit de gevel, mits de doorgang voor het voetgangersverkeer op het trottoir minimaal 1.50m is. Bij dubbelzijde bewinkeling dient de vrije doorgang 3m te zijn. Winkeluitstallingen in niet winkelstraten zijn toegestaan tot 0.60cm uit de gevel, mits de doorgang voor het voetgangersverkeer op het trottoir minimaal 1.50m is. Voor de ondernemers (bv. Winkelcentra) waar het nieuwe beleid een wezenlijke aanpassing is in hetgeen zij nu op de openbare weg mogen hebben staan, wordt een overgangsperiode van een jaar gehanteerd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.