Klachtenregeling stadsgewest Haaglanden 2001Het dagelijks bestuur van het stadsgewest Haaglanden; gelet op het bepaalde in de artikelen 9:2 en 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: vast te stellen de navolgende regeling: KLACHTENREGELING STADSGEWEST HAAGLANDEN 2001 Artikel 1.Onder klacht wordt verstaan: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan of een lid ervan of een ambtenaar van het stadsgewest Haaglanden werkzaam onder de verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft gedragen. 2.Tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht is geen beroep mogelijk. 3.Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien zij een gedraging betreft: waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze klachtregeling is behandeld; die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden; waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld; die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is dan wel onderworpen is geweest; zolang ter zake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is; waarvan het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is. 4.De klager wordt van het niet in behandeling nemen van de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk en gemotiveerd door het dagelijks bestuur in kennis gesteld. 5.Het klaagschrift moet zijn ondertekend en bevat tenminste: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht zich richt. 6.Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. 7.Een klaagschrift, dat bij het stadsgewest Haaglanden binnenkomt, wordt ter behandeling doorgezonden naar de klachtcoördinator. 8.De ontvangst van het klaagschrift wordt schriftelijk bevestigd, waarbij de klager in de gelegenheid wordt gesteld door de klachtcoördinator te worden gehoord. 9.Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 10.Aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, wordt een afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken toegezonden, met eventueel het verzoek daarop schriftelijk te reageren. Hij wordt in de gelegenheid gesteld door de klachtcoördinator te worden gehoord. 11.De behandeling van en de advisering over klachten aan het dagelijks bestuur geschiedt door een door de secretaris als klachtcoördinator aangewezen medewerker van het stadsgewestbureau. Bij verhindering van de klachtcoördinator wordt hij vervangen door een daartoe door de secretaris aangewezen medewerker van het stadsgewestbureau. In het geval dat een klacht betrekking heeft op een lid van een van de bestuursorganen of op de secretaris, wordt de voorzitter van het stadsgewest belast met de behandeling en advisering over de klacht. In het geval dat de klachtcoördinator zelf bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is, wordt hij voor de behandeling en advisering over deze klacht vervangen door de secretaris. 12.Als tijdens het horen blijkt dat naar het inzicht van de betrokken partijen kan worden volstaan met de tijdens het horen verstrekte informatie en/of conclusies, vindt geen verdere behandeling van de klacht plaats. Aan de klager wordt alsdan schriftelijk medegedeeld dat de klacht als afgedaan wordt beschouwd. 13.Van het horen wordt een verslag gemaakt, dat wordt toegezonden aan de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. 14.De klacht wordt binnen tien weken na ontvangst van het klaagschrift afgehandeld. De afhandeling kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. 15.De klachtcoördinator zendt een rapport van bevindingen, vergezeld van zijn advies en eventuele aanbevelingen, aan het dagelijks bestuur. Het rapport bevat het verslag van het horen. 16.Het dagelijks bestuur beslist over de afhandeling van de klacht. Indien het besluit van het dagelijks bestuur afwijkt van het advies, worden hierin de redenen voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de kennisgeving, bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.