Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014Titeldeel1Algemeen De Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland vormen een aanvulling op de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014. Ze geven aan de subsidieaanvragers duidelijkheid of deze aanspraak kunnen maken op subsidie en om welke bedragen het daarbij gaat. Daarnaast geven de regels een bepaalde mate van rechtszekerheid voor de aanvrager en de subsidieverstrekker. Deze Nadere Regels Subsidium voor structurele en incidentele subsidies, zijn volledig van toepassing op alle instellingen van de diverse beleidsterreinen, tenzij in een hoofdstuk anders is bepaald. Titeldeel2Indexering De in deze Nadere Regels genoemde bedragen gelden voor de periode vanaf 2014. Voor het jaar 2014 wordt een indexering toegepast van 0% op alle subsidiebedragen. Deze bevriezing van de subsidiebedragen vloeit voort uit de programmabegroting 2014 en verder. Titeldeel3 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze Nadere Regels wordt verstaan onder: welzijn: het bevorderen van het welbevinden van mensen en het ondersteunen van hun activiteiten door: Te streven naar het vergroten van ontplooiingsmogelijkheden en hun zelfredzaamheid en Het stimuleren van sociale cohesie, deelname aan de samenleving, en ook om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken. Artikel2Subsidiegerechtigden, rechtspersoonlijkheid 1 Het verlenen van subsidie geschiedt slechts aan instellingen. 2 Mits deugdelijk en inhoudelijk gemotiveerd, kan in bijzondere gevallen aan natuurlijke personen en aan bedrijven, subsidie worden verleend. 3 Het verlenen van subsidie aan groepen personen kan in die gevallen, waarin dat als mogelijkheid is opgenomen in een specifiek hoofdstuk. 4 Instellingen, die in aanmerking willen komen voor subsidie dienen, analoog aan artikel 4:66 van de Awb, rechtspersoonlijkheid te bezitten, behalve wanneer het college daarvan afwijking toestaat. 5 Voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid geldt dat deze ingeschreven dienen te zijn in het verenigingsregister, gehouden door de Kamers van Koophandel, om aanspraak te kunnen maken op subsidie. 6 Wanneer een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon of aan een groep personen kan het college het voorschrift opleggen, dat een verklaring wordt overgelegd van een instelling die bereid is als tussenpersoon op te treden en die tevens verklaart de in deze Nadere Regels opgenomen algemene subsidievoorschriften te aanvaarden. 7 Indien een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon, een groep personen of aan een bedrijf, worden de in deze Nadere Regels gestelde bepalingen volledig toegepast. Artikel3Algemene eisen 1 Een instelling kan aanspraak maken op een subsidie wanneer wordt voldaan aan de bepalingen van de Algemene Subsidie Verordening en indien van toepassing deze Nadere Regels, tenzij anders bepaald. 2 Subsidie wordt slechts verstrekt wanneer: a. de behoefte aan de activiteit, investering of voorziening is aangetoond; b. de activiteiten of voorzieningen passen binnen de beleidsdoelstellingen van de gemeente; c. een zodanige werkwijze wordt toegepast, dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de beoogde doelstellingen kunnen worden bereikt; d. de instelling aannemelijk maakt, dat met inbegrip van een subsidie van de gemeente de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn om de gestelde doelstellingen te realiseren; e. uit de subsidieaanvraag blijkt dat de gevraagde subsidie in redelijke verhouding staat tot de uit te voeren activiteiten, te realiseren investeringen of de tot stand te brengen of in stand te houden voorzieningen. 3 Een subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van regionale/landelijke instellingen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. van de activiteiten gebruik gemaakt wordt door inwoners van de gemeente Noord-Beveland, die in het gemeentelijke aanbod niet of niet in voldoende mate gebruik kunnen maken van voor hen geschikte voorzieningen; b. de activiteiten deels door vrijwilligers worden georganiseerd. 5 Elke verlening van een subsidie geschiedt onder het voorschrift, dat de daarvoor de benodigde middelen in de vastgestelde gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld. 6 Het verleende, dan wel gelijktijdig vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een komende periode kan niet meer bedragen dan het voor dat jaar begrote exploitatietekort. 7 Het vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een verstreken periode, kan niet meer bedragen dan het verleende bedrag. Artikel4Weigeringsgronden De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 8 en 9 van de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland genoemde gevallen (geheel of gedeeltelijk) worden geweigerd indien naar het oordeel van het college er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de activiteiten niet of niet geheel passen in het vastgestelde gemeentelijk beleid; b. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die naar het oordeel van het college in strijd (kunnen) zijn met de wet, internationale verdragen, het algemeen belang, de openbare orde, de leefbaarheid en de veiligheid; c. de aanvrager zelf in de kosten kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten dermate in het gemeentelijk belang zijn dat van dit beleidsuitgangspunt kan worden afgeweken. Onder middelen van derden moet ook worden verstaan het eigen vrij aanwendbare vermogen; d. de activiteiten en voorzieningen die strijdig zijn met geldende wettelijke voorschriften of internationale verdragen of de openbare orde ernstig kunnen verstoren; e. activiteiten die uitsluitend of in hoofdzaak dienstbaar zijn aan politieke, commerciële of religieuze doeleinden. Artikel5Toegankelijkheid openbare ruimte Het college kan aan het verstrekken van subsidies het voorschrift verbinden, dat de activiteit plaatsvindt in een accommodatie, die bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor iedereen. Titeldeel1Incidentele subsidies Hoofdstuk2Eenmalige subsidies en initiatief subsidies Artikel7Subsidiegerechtigden 1 Plaatselijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor investeringen. 2 Plaatselijke en regionale instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor activiteiten én op initiatiefsubsidies volgens het daarvoor ingerichte subsidie score systeem. 3 Landelijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor activiteiten. Artikel8Aanvraagtermijn en verlening subsidie 1 Een incidentele subsidieaanvraag dient tenminste 4 weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de realisering van de activiteit te worden ingediend bij het college. 2 In spoedeisende gevallen kan het college afwijken van het voorschrift, genoemd in het eerste lid, mits deugdelijk gemotiveerd. Artikel9Bijzondere subsidievoorwaarden 1 Een éénmalige subsidie wordt slechts eenmaal per periode toegekend aan dezelfde aanvrager c.q. diens rechtsopvolger voor gelijksoortige/ gelijkwaardige activiteiten (eenmaal per drie jaren) en/of investeringen (eenmaal per vijf jaren). Het betreft activiteiten en/of investeringen die niet structureel zijn. Gelet op de omvang van de activiteiten en/of investeringen, heeft de aanvrager daarvoor in evenredigheid gereserveerd dan wel extra inkomsten verworven. 2 Een initiatiefsubsidie wordt verstrekt, overeenkomstig de toepassing van het subsidiescore systeem ingevolge artikel 10. 3 Initiatiefsubsidies kunnen slechts eenmaal per kalenderjaar worden verstrekt aan dezelfde aanvrager c.q. diens rechtsopvolger voor gelijksoortige en/of gelijkwaardige initiatieven, tenzij deze optreedt als intermediair. Artikel10Toepassing initiatiefsubsidie subsidiescore systeem 1 De onder A, B, C, D, E, F, G, H, I en J vast te stellen gegevens leveren een puntenscore op van ten hoogste 16½. 2 De onder E gevraagde geschatte omvang van het publiek kan worden bepaald aan de hand van een acceptabele schatting, de ervaringsgegevens en/of omzetresultaten van voorgaande jaren, eventueel verhoogd met een aannemelijke marge. 3 De onder J vast te stellen beoordeling is gebaseerd op tenminste twee steekhoudende argumenten betrekking hebbende op het aspect originaliteit, tenzij sprake is van gemiddeld. 4 Het totaal van de score wordt vermenigvuldigd met € 35,-- en resulteert in een totaal subsidiebedrag. A Plaats van vestiging Noord-Beveland 1 0,5 Plaats van vestiging Zeeland B Plaats van handeling N-B 1 1 Plaats van handeling N-B C Zowel A als B van toepassing 0,5 0 Niet van toepassing C D Bovenlokale uitstraling/effect 0,5 0,5 Bovenlokale uitstraling/effect E Geschatte omvang doelgroep/publiek: • vanaf 100 0,5 0 • vanaf 200 1 0 • vanaf 500 1,5 1 • meer dan 500 2 2 F Soort activiteit: • kunst 1 1 • cultuur 1 1 • welzijn 1 1 • volksgezondheid 1 1 • internationale samenwerking 1 1 • sport 1 1 • toerisme/recreatie 1 1 G Omvang begroting: • vanaf € 500,-- 0,5 0,5 • vanaf € 1.000,-- 1 1 • vanaf € 5.000,-- 1,5 1,5 • meer dan € 20.000,-- 2 2 H Dekking door opbrengsten sponsors in % van de exploitatiebegroting: • vanaf 10% 1 0 • vanaf 15% 2 0 • vanaf 25% 3 0 • vanaf 35% 4 0 I Dekking door opbrengsten publiek en/of deelnemers in % van de exploitatiebegroting: • vanaf 15 % 0,5 0,5 • vanaf 25 % 1,5 0,5 • vanaf 35 % 2 0,5 • meer dan 40 % 2,5 0 J Mate van originaliteit: • bovengemiddeld 2 1 • gemiddeld 0,5 0,5 Totaalscore x € 35,-- = € Hoofdstuk3Initiatiefsubsidies traditie en volkscultuur Artikel11Nadere begripsomschrijving De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de plaatselijke instellingen die ervoor zorgen dat de traditie van feest- en gedenkdagen in stand worden gehouden op een aantal specifieke terreinen. Deze instellingen hebben een jaarlijks terugkerend kortlopend programma dat zich richt op één of enkele activiteiten. Artikel12Subsidiegerechtigden en grondslagen Aan een aanvrager genoemd in dit artikel, kan eenmaal per kalenderjaar een subsidie worden verstrekt: 1. Oranjeverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 455,-- voor het organiseren van Koningsdag activiteiten. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van Koningsdag, is gelimiteerd op één instelling per kern. 2. Een Sinterklaascomité kan aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 230,-- Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van de intocht van Sint-Nicolaas, is gelimiteerd op één instelling per kern. 3. Een 4 mei instelling die activiteiten organiseert met betrekking tot dodenherdenking, kan aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 230,--. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van de dodenherdenking is gelimiteerd op één instelling per kern. 4. Buurtverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 175,-- voor het organiseren van activiteiten in de eigen buurt, met het doel de sociale cohesie te bevorderen. 5. Organisaties die de functie van dorpsraad vervullen c.q. uitvoeren, kunnen aanspraak maken op een bedrag van ten hoogste € 500,-- Het aantal dorpsraden dat aanspraak kan maken is gelimiteerd op één per dorpskern. 6. Ondernemersverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 1.800,-- voor het organiseren van haven-, folklore- en Veerse Meer Dagen: a. De subsidie bedraagt niet meer dan 50 % van de uitgaven. b. Per dorpskern kan aan één ondernemersvereniging eenmaal per kalenderjaar een subsidie worden verstrekt. Hoofdstuk4Initiatiefsubsidies cultuur van aanzienlijke omvang Artikel13Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1. Cultuur evenementen van aanzienlijke omvang: cultuuruitingen gelegen binnen de aandachtsgebieden beeldende kunst & vormgeving, dans, film, letteren, muziek/muziektheater, welke worden gehouden in de gemeente Noord-Beveland en met een begroting van minimaal € 3.150,--. Deze lokaal opgevoerde evenementen kunnen worden georganiseerd door instellingen of groepen personen. 2. Plaatselijke- en regionale cultuurinstellingen en groepen personen: amateur gezelschappen en groepen personen die gevestigd zijn in of afkomstig uit de provincie Zeeland en professionele organisaties die statutair gevestigd zijn in de provincie Zeeland. Artikel14Algemene bepalingen 1 De bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening zijn volledig van toepassing op aangevraagde, verleende en vastgestelde subsidies voor cultuur evenementen van aanzienlijke omvang, tenzij in dit hoofdstuk op onderdelen anders is vastgelegd. 2 De bepalingen zijn van toepassing op de plaatselijke en de regionale cultuurinstellingen en groepen personen, welke activiteiten organiseren die niet tot een jaarvullend programma/jaarwerkprogramma behoren. 3 Subsidies van aanzienlijke omvang kunnen eenmaal per kalenderjaar worden toegekend aan een instelling. Artikel15Subsidiegerechtigden Het verlenen van subsidie kan geschieden aan: a. plaatselijke- en regionale instellingen; b. amateur gezelschappen; c. groepen personen. Artikel16Algemene eisen 1 De activiteiten dienen plaats te vinden op het grondgebied van Noord-Beveland. 2 De subsidieaanvraag dient een begrotingsbedrag van € 3.150,-- te boven te gaan. Artikel17Overige eisen 1 Subsidieaanvragen worden ingediend binnen het eerste tijdvak (kwartaal 1), dus voor 1 april van het lopende jaar. 2 Subsidie aanvragen worden ingediend binnen het tweede tijdvak (kwartaal 2), dus voor 1 juli van het lopende jaar. 3 Een ingediende subsidieaanvraag is voorzien van een haalbaar programma van de beoogde activiteiten en een reële begroting. Artikel18Overige bepalingen 1 De ontvangen subsidieaanvragen worden binnen na de eerste sluitingsdatum van 1 april beoordeeld op de programma inhoud. 2 Een ontvangen aanvraag in het eerste kwartaal kan worden doorgeschoven naar het tweede kwartaal en opnieuw worden beoordeeld op de programma inhoud. 3 De ontvangen subsidieaanvragen worden na de tweede sluitingsdatum van 1 juli beoordeeld op de programma inhoud. 4 Subsidieverlening kan plaatsvinden na de eerste beoordeling. 5 Subsidieverlening kan plaatsvinden na de tweede beoordeling. 6 Het eigen financiële aandeel in de begroting van de aanvrager dient tenminste 50 % van de kosten te bedragen. 7 De te verlenen subsidie bedraagt minimaal € 1.575,-- en maximaal € 5.000,-- per evenement. 8 Van het maximale te verlenen subsidiebedrag kan alleen worden afgeweken in het voordeel van de aanvrager, indien het vastgestelde subsidieplafond van de gemeentelijke begrotingspost “subsidies cultuur evenementen van aanzienlijke omvang” na de tweede sluitingsdatum nog niet bereikt is. Artikel19Specifieke bepalingen 1 Indien aanvragen op grond van de bepalingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 van deze beleidsregels in beide gevallen leiden tot subsidieverlening zal het berekende subsidiebedrag van hoofdstuk 2 in mindering worden gebracht op het verleende subsidie van hoofdstuk 4. 2 Indien een aanvraag niet blijkt te voldoen aan het begrotingscriterium (artikel 16, lid 2), dan wordt de aanvraag behandeld volgens hoofdstuk 2 van deze Nadere Regels. 3 Behandeling volgens hoofdstuk 2 vindt eveneens plaats als het subsidiebedrag lager uitvalt dan artikel 18, zevende lid. 4 De beoordeling van de programma inhoud vindt plaats aan de hand van tenminste drie criteria, namelijk: a. passend voor Noord-Beveland; b. geschiktheid voor een groter publiek; c. bijzonder of grensverleggend. Hoofdstuk5Initiatiefsubsidies voor recreatie/toerisme van aanzienlijke omvang Artikel20Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. oeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang: alle activiteiten en investeringen, niet behorend tot cultuur evenementen uit hoofdstuk 4, welke vallen onder de categorieën promotie, attracties, infrastructuur, activiteiten en informatieverschaffing, alles met het oog op recreatie en/of toerisme. De initiatieven kunnen bestaan uit activiteiten of investeringen. b. Eigen financiële aandeel in de begroting: alle bijdragen van de aanvrager zelf maar ook van sponsoren, subsidieverstrekkers en publiek/deelnemers. Artikel21Algemene bepalingen De bepalingen uit de subsidieverordening zijn volledig van toepassing op aangevraagde, verleende en vastgestelde subsidies voor toeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang, tenzij in dit hoofdstuk op onderdelen anders is vastgelegd. Artikel22Subsidiegerechtigden Het verlenen van subsidie kan geschieden aan instellingen als genoemd in artikel 1 onder c. d. en e. en artikel 2 van deze Nadere Regels. Artikel23Algemene eisen 1 De activiteiten dienen plaats te vinden op het grondgebied van Noord-Beveland. 2 De subsidieaanvraag dient een begrotingsbedrag van € 3.150,-- te boven te gaan. Artikel24Overige bepalingen 1 De ontvangen subsidieaanvragen worden met behulp van een door burgemeester en wethouders vastgestelde beoordelingsmatrix beoordeeld op de programma inhoud. 2 Het eigen financiële aandeel in de begroting van de aanvrager dient tenminste 75% van de kosten te bedragen. 3 De te verlenen subsidie bedraagt maximaal € 7.500,-- per activiteit met een begroting tot € 30.000,--. Bij een begroting boven de € 30.000,- bedraagt: 4 De te verlenen subsidie maximaal 25% van de kosten met een maximum van € 10.000,-- per activiteit. 5 De te verlenen subsidie maximaal 25% van de kosten met een maximum van € 5.000,-- wanneer de activiteit bestaat uit een evenement. 6 Van het maximale te verlenen subsidiebedrag kan alleen ten positieve worden afgeweken, indien het vastgestelde subsidieplafond van de gemeentelijke begrotingspost ‘subsidies toeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang’ op 1 december van het betreffende begrotingsjaar nog niet bereikt is. Artikel25Overige eisen Een ingediende subsidieaanvraag is voorzien van een (realistisch) programma van de beoogde activiteiten en een reële begroting, alsmede een dekkingsplan. Artikel26Specifieke bepalingen 1 Indien aanvragen op grond van de bepalingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 van deze Nadere Regels in beide gevallen leiden tot subsidieverlening zal het berekende subsidie bedrag van hoofdstuk 2 in mindering worden gebracht op het verleende subsidie van hoofdstuk 5. 2 Indien een aanvraag niet blijkt te voldoen aan het begrotingscriterium (artikel 23, lid 2), dan kan de aanvraag worden behandeld volgens hoofdstuk 2 van deze beleidsregels. 3 De beoordeling van de programma inhoud vindt plaats aan de hand van tenminste de navolgende criteria, namelijk: a. passend voor Noord-Beveland; b. geschikt voor een groter publiek; c. bijzonder of grensverleggend; d. beheer en onderhoud zijn gegarandeerd c.q. worden aangee. toond middels een beheers-/onderhoudsplan. Titeldeel1Structurele subsidies Hoofdstuk6Structurele subsidies Artikel27Subsidiegerechtigden 1 Plaatselijke instellingen kunnen aanspraak maken op een structurele subsidie. 2 Regionale instellingen kunnen aanspraak maken op een structurele subsidie ingevolge artikel 52 en 53 van dit hoofdstuk. Artikel28Beslissing op subsidieaanvraag en uitbetaling 1 Het college geeft in de subsidiebeschikking aan hoe de uitbetaling zal plaatsvinden. 2 Betaling van subsidiebedragen vinden plaats in de eerste maand van het nieuwe tijdvak. Hoofdstuk7Expressie, muziek, toneel en dans Artikel29Nadere omschrijving en doelstelling De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de plaatselijke instellingen, die de muzikale (zelf)ontplooiing bevorderen en wel in het bijzonder door het beoefenen van instrumentale en vocale muziek, toneel en dans. Plaatselijke instellingen in combinatie met professionele instituten vervullen een voorname rol als het gaat om het opleiden van een nieuwe generatie podiumkunstenaars. Daarnaast zorgen zij er met hun expressieve kunst voor, dat groepen mensen hun optredens willen bezoeken. Ze houden er rekening mee dat een optreden zoveel mogelijk toegankelijk is voor alle bezoekers/deelnemers. Artikel30Bijzondere subsidievoorwaarden 1 Algemeen: 1. om aanspraak te kunnen maken op subsidie moet een instelling aangesloten zijn bij een landelijke en/of provinciale koepelorganisatie of branchevereniging, indien daartoe de kans bestaat; 2. harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands heffen een contributie van tenminste € 90,-- per lid per jaar; de overige onder dit hoofdstuk vallende instellingen heffen een contributie/bijdrage van tenminste € 70,-- per lid/deelnemer per jaar; 3. wanneer het college dit verzoekt werken harmonieën, fanfares en brassbands gratis mee aan de viering van verjaardagen van leden van het koninklijk huis, nationale feestdagen en/of andere gelegenheden; 4. harmonieën, fanfares en brassbands hebben tenminste 25 werkende leden, drumbands tenminste 15 leden en de overige onder dit hoofdstuk vallende instellingen hebben tenminste 10 leden; 5. alle instellingen met 25 leden of meer, ontplooien tenminste 1 activiteit per jaar waaruit inkomsten worden verworven die minimaal 4 % van de jaaromzet bedragen. Tot de eigen inkomsten wordt niet gerekend contributieheffing, inschrijfgelden of gemeentelijk subsidie. 2 Harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands, die subsidie ontvangen zijn verplicht om éénmaal per vijf aaneengesloten jaren aan een onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of provinciale bond of federatie, waarbij de betreffende instelling is aangesloten, te houden concours deel te nemen. 3 Met het aantal leden en het aantal bespeelde instrumenten wordt bedoeld het aantal leden (excl. blokfluitleerlingen) en het aantal bespeelde instrumenten per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar, waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel31Subsidiegrondslagen voor harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands 1 De subsidie bestaat uit de volgende grondslagen: a. een basisbedrag van € 2.275,-- per korps; b. een bedrag van € 45,-- per bespeeld instrument per jaar; c. een bedrag van € 20,-- per uniform per jaar; d. een bijdrage van 40% in de kosten van het honorarium van de dirigent(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.