VERORDENING BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN ARAOp basis van een wijziging in de Gemeentewet is de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen (personele aangelegenheden) gewijzigd van de raad naar het college. Oorspronkelijk is de Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ARA (met betrekking tot algemene rechtspositionele aangelegenheden van gemeentepersoneel) bij raadsbesluit van 1 juni 2004 vastgesteld. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN Gezien het voorstel van 11 mei 2004, (DI 03.59779); Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; Gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg; HEBBEN BESLOTEN: de Verordening behandeling bezwaarschriften ARA (rechtspositie en functiewaardering) vast te stellen. Artikel 1Begrippen In deze verordening wordt onder medewerkers verstaan: (voormalig) personeel van de gemeente Groningen, daaronder in ieder geval begrepen personeel dat is aangesteld (geweest), dan wel een arbeidsovereenkomst heeft (gehad), op grond van: Wetten en regelingen over de aanstelling van gemeenteambtenaren, daaronder in ieder geval begrepen de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Groningen (ARG); Arbeidsvoorwaardenregeling Griffie gemeente Groningen (ARGG); Wet sociale werkvoorziening. Artikel 2Inleidende bepaling 1.Er is een commissie voor bezwaarschriften over algemene rechtspositionele aangelegenheden. 2.a.Deze commissie is, voor zover het een medewerker betreft als bedoeld in artikel 1a en 1b, belast met het geven van een advies in de gevallen dat door deze medewerker op het gebied van de rechtspositie van personeel – daaronder mede begrepen functiewaardering – bezwaar wordt gemaakt als bedoeld in de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.b. Deze commissie is, voor zover het een medewerker betreft als bedoeld in artikel 1c, belast met het geven van een advies bij geschillen op het gebied van de rechtspositie van personeel – daaronder niet begrepen over functiewaardering – als bedoeld in de Regeling Geschilbeslechtingcommissie WSW
- Artikel 3Samenstelling commissie 1.De commissie is paritair samengesteld en bestaat uit drie leden, die als volgt worden benoemd: één lid en een of meer plaatsvervangende leden worden benoemd door het college; een tweede lid en een of meer plaatsvervangende leden worden benoemd door de commissie voor Georganiseerd Overleg; de twee onder a en b genoemde leden benoemen gezamenlijk een derde lid en een of meer plaatsvervangende leden, die tevens als voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van de commissie zullen fungeren; de twee onder a en b genoemde leden benoemen gezamenlijk een derde lid en een of meer plaatsvervangende leden, die tevens als voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van de commissie zullen fungeren; wanneer omtrent de aanwijzing van het onder c genoemde lid of plaatsvervangende lid/leden geen overeenstemming wordt bereikt, benoemt het college dit lid of plaatsvervangend lid/leden, gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg. 2.De commissie kan kamers instellen die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. Indien zij daartoe overgaat, dan is het volgende van toepassing: de commissie stelt voor elke kamer vast welke categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld; elke kamer bestaat uit drie leden, te weten een voorzitter en twee leden, door de commissie uit haar midden aangewezen, alsmede voor elk lid een plaatsvervanger, daarbij tevens rekening houdend met de paritaire samenstelling als bedoeld in het eerste lid; met betrekking tot de werkwijze, bevoegdheden en faciliteiten van ingestelde kamers is het hierna voor de commissie bepaalde zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 3.De leden en plaatsvervangende leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. 4.De commissie wordt ondersteund door een secretaris. De secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht. Artikel 4Zittingsduur 1.De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij zijn terstond herbenoembaar. 2.De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen het ontslag in bij het college. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 3.Degene, die ter invulling van een tussentijdse ontstane vacature tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene, wiens plaats hij vervult, zou zijn afgetreden. Artikel 5Gemachtigden Van gemachtigden, die geen advocaten of medewerkers van vakbonden, bureaus voor rechtshulp en bureau sociaal raadslieden zijn, wordt een schriftelijke machtiging verlangd. Artikel 6Advies en inlichtingen De voorzitter van de commissie kan advies of inlichtingen (doen) inwinnen bij belanghebbende, ambtenaren die bij de voorbereiding van dat besluit betrokken zijn geweest en deskundigen. Ambtenaren en deskundigen kunnen worden uitgenodigd om te worden gehoord. Artikel 7De hoorzitting Het horen vindt plaats achter gesloten deuren. Artikel 8Beraadslaging over het advies 1.De beraadslaging over het advies vindt achter gesloten deuren plaats door de voltallige commissie. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. 3.De commissie kan een reglement voor haar werkwijze vaststellen. Artikel 9Inwerkingtreding Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening behandeling bezwaarschriften ARA en treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking. Gedaan te Groningen in de raadsvergadering van 15 juni
- De burgemeester, De secretaris, H. Ouwerkerk J. Bosma