Beleidsregel wijkverboden artikel 2:77a van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee Burgemeester van Goeree-Overflakkee, gehoord de beraadslagingen in de driehoek van 23 april 2013; overwegende, dat voor de toepassing van artikel 2:77a van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee (APV) dat het noodzakelijk is om een beleidsregel vast te stellen voor wat betreft de bevoegdheden bij overlastgevend gedrag; Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 172 van de Gemeentewet; overwegende dat, de gemeente Rotterdam binnen het gebied van de Havens te Rotterdam geconfronteerd werd met het fenomeen straatraces; de burgemeester van de gemeente Rotterdam ter bestrijding van dit fenomeen hiertoe een beleidsregel wijkverboden heeft vastgesteld waarbij aan deelnemers van deze straatraces een wijkverbod kan worden opgelegd waarbij het verboden is om zich gedurende een in de beleidsregel genoemde periode op te houden in het gebied waarvoor het wijkverbod van toepassing is; door de werking van de beleidsregel wijkverboden in de gemeente Rotterdam de deelnemers aan de straatraces andere locaties zijn gaan opzoeken; door de Nationale Politie eenheid Rotterdam is geconstateerd dat regelmatig aan zowel de binnenzijde als de buitenzijde van de Brouwersdam, op het grondgebied van de gemeente Goeree-Overflakkee, straatraces worden gehouden; de politie al een aantal malen tegen deelnemers van deze straatraces op de Brouwersdam strafrechtelijk is opgetreden, maar dit niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd; de wegbeheerder van de Brouwersdam, Rijkswaterstaat Zeeland, niet in de gelegenheid is tot het treffen van infrastructurele aanpassingen aan deze wegen om de straatraces te voorkomen; het verkeersgedrag van de deelnemers aan deze straatraces voor andere weggebruikers heel ingrijpend is en als zeer bedreigend en onveilig wordt ervaren. De in de nabijheid van de Brouwersdam wonende inwoners van de gemeente Goeree-Overflakkee en eigenaren van recreatiewoningen hebben aangegeven dat hun nachtrust regelmatig wordt verstoord door het lawaai dat veroorzaakt wordt door illegale straatraces. Vanuit het oogpunt van omwonenden, gebruikers van de recreatiewoningen en andere weggebruikers het maatschappelijk gezien onaanvaardbaar dat niet snel kan worden opgetreden tegen dergelijk gedrag; Op 1 september 2010 de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (hierna: overlastwet) inwerking is getreden. De toevoeging van artikel 1 72a en 1 72b aan de Gemeentewet laat de toepassing van wat in de APV is bepaald onverlet. Dit betekent dat de huidige bevoegdheden tegen overlast en baldadigheid blijven bestaan, zoals artikel 2:77a van de APV; Op grond van de overlastwet een burgemeester een gebiedsverbod, groepsverbod en/of meldingsplicht kan opleggen indien de overlast een herhaaldelijk karakter heeft, waarbij tevens sprake moet zijn van een ernstige vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde. De bevoegdheden uit de overlastwet zijn feitelijk niet geschikt om in een kortdurend en/of acuut zich manifesterend openbare orde probleem in te zetten, omdat de overlast (nog) niet herhaaldelijk is; Dit betekent dat voor situaties waarbij de overlast plotseling opkomt, deze voor korte duur is of waarbij de overlastplegers bij de politie nog onvoldoende bekend zijn, er nog geen sprake is van structureel, dan wel ernstige overlastgevend gedrag, deze overlastwet dus geen soelaas biedt. In een situatie waarbij deelnemers aan straatraces de openbare orde ernstig verstoren biedt de overlastwet dan ook geen mogelijkheid om op te treden tijdens deze waarnemingen; Hiervoor de APV, zoals het bestuurlijk ophouden, dan wel het noodrecht (artikelen 172, 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende instrumenten blijven. Een wijkverbod op grond van de APV blijft in de hierboven beschreven situaties het meest passende middel; in artikel 2:77a van de APV is bepaald dat de burgemeester bevoegd is om een persoon een wijkverbod op te leggen in het belang van: de Openbare orde en veiligheid; het voorkomen of beperken van overlast; het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat; de veiligheid van personen en goederen; of de gezondheid of zedelijkheid. Een wijkverbod wordt opgelegd aan personen die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten en eenmaal zijn gewaarschuwd door de politie. De duur van het wijkverbod bedraagt maximaal 30 dagen, waarbij een cumulatie van wijkverboden tot de mogelijkheden behoort; het artikel uit de APV het mogelijk maakt na een waarschuwing bij (lichte) ordeverstorende gedragingen direct een wijkverbod voor zeer korte duur op te leggen. Op grond van de APV kan direct worden opgetreden op het moment dat een maatregel op dat moment, in dat gebied noodzakelijk wordt geacht voor het herstel van de openbare orde. Een wijkverbod is daarom mogelijk bij een op dat moment manifesterend probleem, mits de betrokkene eerder is gewaarschuwd en de persoon in de gelegenheid is gesteld zijn/haar gedrag te verbeteren, dan wel het gebied waar het ordeverstorende gedrag heeft plaatsgehad te verlaten. Mede doordat de bevoegdheid is gemandateerd aan de politie is direct optreden bij openbare orde problemen op deze manier mogelijk en proportioneel gelet op de duur van de maatregel; In deze beleidsregel de burgemeester aangeeft op welke wijze hij of de door of namens hem gemandateerde ambtenaren van de bevoegdheid van artikel 2:77a APV gebruik wordt gemaakt. Een wijkverbod wordt onder meer ingezet bij een direct manifesterend openbare orde probleem of bij overlast waarbij nog geen sprake is van een structureel karakter. Ook kan het gaan om een persoon die meer dan eens licht ordeverstorend gedrag heeft vertoond; Het opleggen van een wijkverbod niet betekent dat er geen strafrechtelijke vervolging door het OM kan plaatsvinden tegen de gepleegde strafbare feiten, zoals bij een overtreding van een door de burgemeester afgegeven bevel. Hierbij toetst het OM onder meer of een maatregel genomen door de burgemeester gelet op de proportionaliteit en subsidiariteit in dat stadium mogelijk was. Uitgangspunt is dat gelet op de intensiteit en de aard van de gedragingen bekeken wordt of direct vervolging plaatsvindt (lik op stuk). In gevallen waarvoor deze beleidsregel wordt vastgesteld is het wenselijk om direct een signaal af te geven dat dit gedrag niet wordt getolereerd. Indien sprake is van bijvoorbeeld een veelpleger, waarbij de intensiteit van de overlastgevende gedragingen over een langere periode is verspreid kan gebruik worden gemaakt van een gecombineerde vervolging: gelet op artikel 2:77a van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee, Besluit vast te stellen: Beleidsregel wijkverboden artikel 2:7 7a APV Goeree-Overflakkee Instructie opleggen wijkverbod De gedragingen waarvoor een wijkverbod kan worden opgelegd, zijn opgenomen in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.