Erfgoedverordening gemeente Hollands KroonAgendapunt 18 Onderwerp Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon De gemeenteraad van Hollands Kroon Besluit: de erfgoedverordening van de gemeente Holland Kroon vast te stellen: Hoofdstuk1.Algemene Bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); provinciaal monument: onroerend monument, dat is geplaatst op de lijst van monumenten op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland; rijksmonument: onroerend monument dat is ingeschreven in de ingevolge monumentenwet 1988 vastgestelde registers; monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, Wabo, de verordening en het monumentenbeleid; archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg door daartoe gecertificeerde instanties worden uitgevoerd; gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden: landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans; provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven; archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie; middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie; lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wabo het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon; vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wabo; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Hoofdstuk2.Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel2.Het gebruik van het monument Bij de toepassing van de erfgoedverordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel3.De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1.Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2.Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 3.Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. 4.De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. 5.Het college kan ten behoeve van een aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouw, architectuur, cultuurhistorisch, stedenbouwkundig of archeologisch onderzoek wordt verricht op kosten van de gemeente. De eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde en gebruiker van het monument zijn desgevraagd verplicht aan de uitvoering van het onderzoek mee te werken. 6.De aanwijzing tot gemeentelijk monument betekent niet dat het college aan belanghebbenden mogelijkheden openstelt tot financiële ondersteuning voor instandhouding van de gemeentelijke monumenten. Artikel4.Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. Artikel5.Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2.Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen veertien weken na de adviesaanvraag. Artikel6.Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt schriftelijk medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.. Artikel7.Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1.Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 2.De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel8.Wijzigen van de aanwijzing 1.Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. 2.Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3.Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4.De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel9.Intrekken van de aanwijzing 1.Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing. 2.De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 2 van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. 3.De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. Hoofdstuk3.Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken Artikel10.Instandhoudingbepaling 1.Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. 2.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4.Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel11.De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.