Besluit begraafplaatsen 2010Het college van de gemeente Hoogeveen gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en de Verordening begraafplaatsen 2009; Besluit vast te stellen regels met betrekking tot: de inrichting en indeling van de begraafplaatsen vereisten voor begravingen en bijzettingen het beheer en de administratie van de begraafplaatsen de uitgifte van graven en grafrechten gedenktekens en grafbeplantingen onderhoud van de grafbedekking Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: begraafplaatsen: de begraafplaatsen te: Elim, gelegen aan de Carstensdijk; Hollandscheveld, gelegen aan de Kerkhoflaan; Hoogeveen, de oude begraafplaats gelegen aan de Zuiderweg; Hoogeveen, de nieuwe begraafplaats gelegen aan de Zuiderweg; Nieuwlande, gelegen aan de Boerdijk; Nieuweroord, gelegen aan de Middenraai; Pesse, gelegen aan de Hoogeveenseweg; Stuifzand, gelegen aan de Hoofdweg; Tiendeveen, gelegen aan de Kerkweg; Fluitenberg, begraafplaats Zevenberg gelegen aan de Fluitenbergseweg. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot : het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; particulier dubbelgraf: twee naast elkaar of onder elkaar gelegen particuliere graven die gelijktijdig worden uitgegeven; particuliere grafkelder: een betonnen of gemetselde ruimte, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbusbussen met of zonder urn; particulier galerijgraf: een graf in een kamer in het Transcedron waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten of bijgezet houden van lijken; het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen zonder urn van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; urnenkelder: een particuliere kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats bestemd tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnenkelder; urnenmuur: een muur op de begraafplaats bestemd tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnennis; asbus: een bus ter berging van de as van één overledene; urn: een voorwerp ter berging van een asbus; verstrooiingsveld: een permanent daartoe bestemde plaats op een begraafplaats waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf, particulier dubbel graf, een kindergraf, particuliere grafkelder, een urnenkelder of een urnennis; gebruiker: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van dit besluit door of namens het college een grafrecht of het gebruik wordt verleend; grafrecht: het recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf, particulier dubbel graf, kindergraf, particuliere grafkelder of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een urnenkelder of urnennis. gebruik: het gebruik van een algemeen graf. beheerder: door het college aangewezen ambtenaar, belast met het beheer van één of meer begraafplaatsen begraven: de teraardebestelling van een lijk. Artikel2Uitbreiding begrip particulier graf Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt, voorzover van belang onder ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier dubbelgraf, particulier galerijgraf, kindergraf, particuliere grafkelder, urnenkelder en urnennis. HoofdstukIInrichting en indeling van de begraafplaatsen Artikel3Inrichting en indeling van de begraafplaatsen 1.De begraafplaats is ingericht voor: het begraven en begraven houden van lijken; het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van asbussen het verstrooien van as van personen; Voor zover die functies in de artikelen 3a t/m 3i zijn opgenomen. 2.Het college houdt van elke begraafplaats een plattegrondtekening bij waarop de indeling en de grafnummering van de begraafplaats(en) is aangegeven. Artikel3abegraafplaats Elim Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Elim aan de Carstendijk; In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op gedeelte III, IV of het nieuwe deel kan maximaal één lijk worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst. Artikel3bbegraafplaats Hollandscheveld Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Hollandscheveld aan de Kerkhoflaan; In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II grenzend aan de oostzijde, III of IV kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op gedeelte II grenzend aan de westzijde, kan maximaal één lijk en één asbus worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op gedeelte II, III of IV kan maximaal één lijk worden begraven; In een kindergraf, gelegen op gedeelte IV, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst. Artikel3coude begraafplaats Hoogeveen Dit artikel is van toepassing op de oude begraafplaats Hoogeveen aan de Zuiderweg (oostzijde); In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II, III, IV, V nieuw, V Rooms-Katholiek of VI nieuw, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op gedeelte VI Rooms-Katholiek, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op gedeelte V nieuw of V oud, kan maximaal één lijk worden begraven. Artikel3dnieuwe begraafplaats Hoogeveen Dit artikel is van toepassing op de nieuwe begraafplaats Hoogeveen aan de Zuiderweg (westzijde); In een particulier graf, gelegen op de nieuwe kom klasse A of B of op het Rooms-Katholieke gedeelte, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op het Rooms-Katholieke gedeelte of op het Islamitisch gedeelte, kan maximaal één lijk worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het kindergedeelte of op het Rooms-Katholieke gedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op het Islamitisch gedeelte, kunnen maximaal twee lijken worden begraven; In een urnennis in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst; Op het strooiveld wordt gelegenheid geboden tot het verstrooien van as van overleden personen. Artikel3ebegraafplaats Nieuwlande Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Nieuwlande aan de Boerdijk; In een particulier graf kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf kan maximaal één lijk worden begraven; In een urnennis, in de urnenmuur aan de oostzijde, kan maximaal één asbus worden geplaatst; In een urnennis, in de urnenmuur tussen de asfaltpaden, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst. Artikel3fbegraafplaats Nieuweroord Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Nieuweroord aan de Middenraai; In een particulier graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op gedeelte I, II of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het kindergedeelte van het nieuwe deel, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een urnennis, in de urnenmuur, kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst. Artikel3gbegraafplaats Pesse Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Pesse aan de Hoogeveenseweg; In een particulier graf, gelegen op het oude deel of op Blok A, B, C of D, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op Blok E of F, kan maximaal één lijk en één asbus worden begraven; In een particulier graf, gelegen op Blok G, H of I, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een kindergraf gelegen op het kindergedeelte van het oude deel of op Blok B, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op het oude deel of het nieuwe deel, kan maximaal één lijk worden begraven; In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst; Op het gedeelte van de begraafplaats dat toegewezen is aan de familie Dekker wordt overeenkomstig de akte van levering d.d. 10 juli 2002 en de getekende bevestiging mbt het onderhoud d.d. 6 juni 2003 gehandeld. Artikel3hbegraafplaats Stuifzand Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Stuifzand aan de Hoofdweg; In een particulier graf, gelegen op het middenvak of op Blok A of B, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op Blok C of D, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst. Artikel3ibegraafplaats Tiendeveen Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Tiendeveen aan de Kerkweg; In een particulier graf, gelegen op Blok A, C, D of E, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een particulier graf, gelegen op het nieuwe gedeelte, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een algemeen graf, gelegen op Blok A of B, kan maximaal één lijk worden begraven; In een kindergraf, gelegen op Blok A, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een kindergraf, gelegen op het kindergedeelte, kan maximaal één lijk en twee asbussen worden begraven; In een urnennis in de urnenmuur kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst; Op het strooiveld wordt gelegenheid geboden tot het verstrooien van as van overleden personen. Artikel3jbegraafplaats Zevenberg Dit artikel is van toepassing op de begraafplaats Zevenberg aan de Fluitenbergseweg te Fluitenberg; In een particulier graf, gelegen langs de paden met de nrs. 3, 4, 7, 8, 11, 12, 15, 16, 20 en 24, kunnen maximaal twee lijken en twee asbussen worden begraven; In een particulier galerijgraf, gelegen in een kamer in het Transcedron, kan maximaal één lijk of twee asbussen worden geplaatst; In een urnennis, gelegen in een kamer in het Transcedron, kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst; In een urnenkelder, gelegen in een kamer in het Transcedron en langs de paden met de nrs. 1 en 25, kunnen maximaal vier asbussen worden geplaatst. HoofdstukIIVereisten voor begravingen en bijzettingen Artikel4Kennisgeving begraven en asbezorging 1.De rechthebbende of gebruiker die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk één werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, vóór 12.00 uur kennis aan het college. Zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden niet als werkdag. 2.Indien het college verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan. Artikel5Openen en sluiten van het graf Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door of in opdracht van de beheerder van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. Artikel6Over te leggen documenten Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. Artikel7Begraving 1.De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 door het college. 2.Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 4, 5 en 6 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor instemming heeft verleend; de beheerder van de begraafplaats de identiteit van de overledene heeft vastgesteld. Artikel8Lijkomhulsel en grafgiften 1.Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen en biologische afbreekbaarheid. 2.Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het verlof tot begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven. 3.Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen of vervuilend zijn. Hoofstuk III Beheer en administratie van de begraafplaatsen Artikel9Beheer Het college voert het beheer van de begraafplaatsen en belast één of meer daartoe aangewezen personen met: de aanwezige administratie van de begraafplaats; de dagelijkse leiding van de begraafplaats; het onderhoud van de begraafplaats; het doen delven en sluiten van graven; het verzorgen van asbestemmingen. Artikel10Register en plaatsregistratie De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. Artikel11Ordehandhaving 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.Degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 3.Het is steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. 4.In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd. Artikel12Plechtigheden 1.Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden. 2.De beheerder kan aanwijzingen geven omtrent datum en tijd van de plechtigheid. Artikel13Ruiming graf 1.De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 2.De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving in een ander graf. 3.De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij het college een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving elders in een particulier graf. 4.De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 2 en 3 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf. 5.De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een verzoek indienen om onderzoek te doen naar de mogelijkheden mbt het schudden van het graf. 6.Het college stelt een ruimingsplan vast waarin helder staat weergegeven welke werkzaamheden uitgevoerd worden voordat overgegaan wordt tot ruiming en de wijze waarop het ruimen plaatsvindt. Artikel14Bevoegdheden 1.Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van lijken, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in een ander graf op de begraafplaats geschiedt uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen personen. 2.Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder kan voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten. 3.Bij het op verzoek opgraven van lijken en het ruimen van graven door een rechthebbende kan de beheerder beoordelen of nabestaanden hierbij aanwezig kunnen zijn. Artikel15Historische graven en opvallende grafbedekking 1.Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft en stelt daartoe criteria vast. 2.Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3.Indien er geen rechthebbende meer is, beslist het college over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Hoofstuk IV Uitgifte van graven en grafrechten Artikel16Uitgifte en indeling graven 1.Graven worden in volgorde van ligging voor directe begraving uitgegeven en aansluitend op de reeds uitgegeven graven. 2.Het college kan bij de eerst overledene een dubbel particulier graf uitgeven op de begraafplaatsen in Fluitenberg, Hoogeveen, Hollandscheveld, Elim, Pesse, Stuifzand en Tiendeveen. Op de begraafplaatsen in Nieuweroord en Nieuwlande kan het college bij de eerst overledene een naastgelegen particulier graf uitgeven. De aanvraag dient in beide gevallen bij de eerste begraving te worden ingediend. 3.Het college kan een particulier graf toe wijzen anders dan voor directe begraving en anders dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven, indien daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn. 4.Het college kan binnen de voorwaarden genoemd in artikel 3j op de begraafplaats Zevenberg graven uitgegeven anders dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven. Artikel17Termijn particuliere graven 1.Een uitgegeven grafrecht kan worden verlengd met een minimale termijn van telkens 1 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 2.Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanig periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient schriftelijk te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 20, lid 1, bedoelde personen. De onder lid 3, sub a, van dit artikel, bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren. 3.Een uitsluitend recht op een particulier graf geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van dit besluit. 4.Een recht als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. 5.Het in lid 1 van dit artikel bedoelde uitsluitend recht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Rechthebbenden kunnen, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde kosten, een duplicaat-akte verkrijgen. Artikel18Termijnen algemene graven 1.Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een lijk kan echter na afloop van de termijn, op schriftelijk verzoek en kosten van de gebruiker, in een nieuw particulier graf volgens de bepalingen van dit besluit worden herbegraven. 2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde gebruik wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Gebruikers kunnen, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde kosten, een duplicaat-akte verkrijgen. Artikel19Grafkelders 1.Het stichten van een grafkelder geschiedt door de zorg van de aanvrager na verkregen vergunning van het college. 2.Degene, die in een grafkelder wil doen begraven, is verplicht op zijn kosten deze kelder voor de begrafenis te laten openen en na het begraven terstond te laten sluiten. 3.Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen is verboden, tenzij de beheerder hiervoor toestemming heeft verleend. 4.Indien de rechthebbende zijn verplichtingen ten aanzien van het sluiten niet nakomt, geschiedt sluiting op zijn kosten van gemeentewege. 5.Voor het plaatsen van grafkelders geldt dat op dubbele diepte geen enkeldiepe grafkelders zijn toegestaan. Artikel20Overdracht grafrechten 1.Een grafrecht van een particulier graf kan worden overgedragen door overlegging aan het college van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een graf worden overgeschreven op naam van een ander, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden van de rechthebbende. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. 5.Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde kosten verschuldigd. Artikel21Afstand doen graf Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het grafrecht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Artikel22Vervallen grafrechten 1.De grafrechten vervallen: door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; indien de rechthebbende afstand doet van het recht; indien de begraafplaats wordt opgeheven. 2.Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: indien de betaling van de gebruiks- en onderhoudsrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een aanmaning-niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied; indien de rechthebbende of de gebruiker -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van dit besluit op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 20, lid 2, gestelde termijn is overgeschreven. 3.Eventueel op het graf aanwezige gedenktekens, beplanting of op de graven geplaatste losse voorwerpen kunnen gedurende één maand voor het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden. Het op het graf aanwezige gedenkteken, de beplanting of losse voorwerpen zullen na het vervallen van het grafrecht door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. HoofdstukVGedenktekens en grafbeplantingen Artikel23Aanbrengen grafbedekking 1.Het (doen) plaatsen of aanbrengen van grafbedekking op algemene graven en particuliere graven geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker. 2.Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker. Artikel24Vereisten aanvraag 1.Een vergunning voor het hebben of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Het college stelt hiertoe een aanvraagformulier vast. 2.Op deze omschrijving dient tenminste vermeld te worden: alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort van het te gebruiken materiaal. 3.Voor het plaatsen van de gedenkteken dient vooraf contact te worden opgenomen met de beheerder. 4.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de maten en materialen van de grafbedekking. Artikel25Materiaalgebruik gedenkteken 1.Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame of verduurzaamde materialen worden gebruikt. Het college kan ontheffing verlenen voor de toepassing van andere materialen. 2.De gedenktekens moeten gefundeerd worden op een betonplaat dikte 6 cm met een wapening van ijzerstaven diameter 0,60 cm, onderlinge afstand maximaal 15 cm. 3.Het gebruik van palen (stiepen) onder het gedenkteken is niet toegestaan. Artikel26Situering en afmetingen gedenkteken particulier graf 1.Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht. 2.Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 85 cm, diepte 100 cm en hoogte 120 cm ten opzichte van het maaiveld. 3.De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 85 cm, lengte 200 cm en hoogte 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 4.De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats. 5.Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn. Artikel27Situering en afmetingen gedenkteken particulier dubbel graf 1.Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht. 2.Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 180 cm, diepte 100 cm en hoogte 120 cm ten opzichte van het maaiveld. 3.De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 180 cm, lengte 200 cm en hoogte 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 4.De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats. 5.Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn. Artikel28Situering en afmetingen gedenkteken kindergraf 1.Een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen de oppervlakte van het graf worden aangebracht. 2.Een staand gedenkteken kan worden vormgegeven binnen de maximum afmetingen van: breedte 60 cm, diepte 60 cm en hoogte 80 cm ten opzichte van het maaiveld. 3.De maximum afmetingen voor het liggende gedeelte van een gedenkteken zijn: breedte 60 cm, lengte 120 cm en hoogte 20 cm ten opzichte van het maaiveld. 4.De situering en de afmetingen van een gedenkteken mogen niet belemmerend zijn voor het delven van andere graven en voor het onderhoud van de begraafplaats. 5.Een gedenkteken mag niet aanstootgevend zijn. Artikel29Afmetingen gedenkteken algemeen graf De afmetingen van een gedenkteken voor algemene graven zijn: breedte van staande steen 50 cm; hoogte van staande steen maximaal 80 cm ten opzichte van het maaiveld; een staand gedenkteken mag aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld worden aangebracht; ten behoeve van de staande steen is een ingegraven sokkel toegestaan met een maximale afmeting van 70 x 10 x 30 cm; op algemene graven zijn alleen staande gedenktekens toegestaan. Artikel30Afmetingen grafkelder 1.De afmetingen van een dubbeldiepe grafkelder zijn: lengte maximaal 240 cm; breedte maximaal 100 cm; hoogte maximaal 150 cm, incl. deksel. 2.De afmetingen van een enkeldiepe grafkelder zijn: lengte maximaal 240 cm; breedte maximaal 100 cm; hoogte maximaal 90 cm, incl. deksel. Artikel31Grafbeplanting 1.De oppervlakte van het particulier graf kan door de rechthebbenden van het graf worden beplant met gewassen, die de voor het graf beschikbare oppervlakte volgens artikel 26, 27 of 28 niet overschrijden of door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag niet meer zijn dan de hoogte van het gedenkteken op het graf. 2.Gewassen die buiten bovengenoemde ruimte geplant worden, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. HoofdstukVIOnderhoud van de grafbedekking Artikel32Onderhoud rechthebbende of gebruiker 1.De rechthebbende of gebruiker is verplicht het gedenkteken, de beplanting en andere grafbedekking op het graf behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het afval dat vrij komt bij het onderhoud dient door de rechthebbende of gebruiker in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd. 2.Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende beplanting, voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding. 3.De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, zoals bedoeld is in dit artikel, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van het gedenkteken en / of de grafbeplanting. Artikel33Onderhoud gemeente 1.Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats met uitzondering van de grafoppervlakken. 2.Op verzoek van de rechthebbende kan het onderhoud van de grafbedekking op het graf aan de gemeente worden overgedragen indien de gehele oppervlakte van het graf is bedekt, is gemarkeerd of wanneer de grafbedekking gelijk is aan het aangrenzende gemeentelijke deel. 3.De gemeente kan het onderhoud van de grafbedekking overnemen tegen betaling van een bedrag, waarvan de hoogte bij afzonderlijke verordening is bepaald. Artikel34Aansprakelijkheid 1.Gedenktekens of beplantingen zijn voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker aangebracht. 2.Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van gedenktekens of van heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker. 3.De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de, door welke omstandigheden ook, daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijving te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt. 4.Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld. 5.Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een gedenkteken, kan de beheerder direct maatregelen treffen. Artikel35Tijdelijke verwijdering Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in een particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de opdrachtgever. Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente op kosten van de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. Overige bepalingen Artikel36Beslissingsbevoegdheid In geval waarin dit besluit niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college. Artikel37Overgangsrecht en citeertitel 1.Dit besluit kan worden geciteerd als: Besluit begraafplaatsen 2010. 2.Al hetgeen is toegestaan of feitelijk is aangebracht onder voorgaande regelingen blijft van kracht. Artikelsgewijze toelichting op het Besluit begraafplaatsen 2010 Er is gekozen voor een besluit en niet voor alleen beleidsregels. Door te kiezen voor de vorm van een besluit kan het college zelf normeringen stellen en is er niet alleen sprake van de uitwerking van bevoegdheden. Dit past te meer omdat de raad het college niet kan opdragen beleidsregels te stellen als het om bevoegdheden van het college gaat. De raad kan wel de mogelijkheid van regelgeving in de verordening vermelden. De keuze voor de uitwerking is dan aan het college. De keuze voor een besluit betekent ook dat wanneer het college expliciet van het besluit wil afwijken, daar de mogelijkheid voor in het besluit vermeld moet zijn. Door te kiezen voor een uitvoerig besluit, waarin uitvoerig en gedetailleerd wordt geregeld welke mogelijkheden er zijn, wordt voor de burger inzichtelijk wat hij van de gemeente op iedere begraafplaats kan verkrijgen. Daarover zal dan ook vrijwel geen discussies ontstaan. Dat geeft ook de uitvoerende personen zekerheid en handvatten voor de ordening. Artikel 1 Begripsomschrijvingen De omschrijvingen zijn opgenomen zodat voor een ieder duidelijk is wat en wie met de diverse begrippen bedoeld wordt. Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf Voor een particulier graf, particulier dubbelgraf, particulier keldergraf, kindergraf, urnenkelder en urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden ‘voor zover van belang’ zijn ingevoegd omdat alle bepalingen ten aanzien van graven met uitsluitend recht (de particuliere graven) ook van toepassing zijn op andere typen particuliere graven en dus steeds ook bedoeld worden wanneer gesproken wordt van een ‘particulier graf’. Artikel 3 Inrichting en indeling van de begraafplaatsen Dit artikel is opgenomen waardoor alle andere vormen van inrichting en indeling van de begraafplaatsen uitgesloten zijn. Artikel 3a t/m 3i Begraafplaatsen Middels deze artikelen bepaalt het college de inrichting en indeling van de begraafplaats, de soorten graven, hoeveel lijken en asbussen per grafruimte worden begraven en worden bijgezet. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bepaalt over het algemeen de begraafmogelijkheden op de begraafplaatsen. Ter ondersteuning hiervan houdt het college van elke begraafplaats een plattegrondtekening bij. Artikel 4 Kennisgeving begraven en asbezorging Een kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt gevraagd. De as kan volgens de wet worden bijgezet in een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis. De kennisgeving moet één werkdag van te voren worden gedaan om de beheerders van de begraafplaatsen de tijd te geven alle voorbereidingen te treffen. Gezien de uitgestrektheid van de gemeente en het aantal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.