Beleidsregels langdurigheidstoeslag WWB 2013 gemeente Goes BELEIDSREGELS LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE GOES Algemeen De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomens- ondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering. De gemeenteraad moet bij verordening nadere invulling geven aan de begrippen 'langdurig' en 'laag inkomen' en eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag bepalen. Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer er sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. De hieronder genoemde beleidsregels geven richting aan de uitvoering van de bevoegdheid die het college heeft op grond van artikel 36 WWB en artikel 6 van de Verordening. De bevoegdheid tot vaststelling van deze beleidsregels ontleent het college aan artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel1.Uitzicht op inkomensverbetering De volgende personen worden geacht uitzicht te hebben op inkomensverbetering, waardoor zij niet in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag. Daarbij wordt nadrukkelijk opgemerkt, dat op grond van artikel 4:84 Awb in het individuele geval ten gunste van de belanghebbende van het beleid afgeweken kan worden. Personen die op de peildatum uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen (BBL), studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF) of een tegemoetkoming ontvangen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); Personen die tijdens de referteperiode een opleiding als bedoeld in het vorige lid hebben gevolgd. Artikel2.Vaststelling hoogte inkomen Bij de bepaling van het recht op langdurigheidstoeslag is het voor wat betreft het inkomen niet van belang of dit is verkregen uit een uitkering of arbeid. Voor het recht op langdurigheidstoeslag wordt geen andere invulling van het begrip inkomen gehanteerd dan voor het recht op algemene bijstand. Dit betekent dat de vrijgelaten middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 WWB eveneens buiten beschouwing moeten blijven bij de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag. Artikel3.Vermogenstoets In artikel 36, lid 1 onderdeel a WWB staat vermeld dat de vermogensgrenzen van artikel 34 WWB overeenkomstig van toepassing zijn. Deze grens geldt eveneens voor hen die een IOAW of IOAZ-uitkering ontvangen. Dit betekent dat het hebben van een vermogen boven de vermogensgrens leidt tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag. Artikel4.Ex-gehuwden/samenwonenden De alleenstaande of alleenstaande ouder die gedurende de referteperiode heeft samengewoond met een (andere) persoon die wel inkomsten uit of in verband met werk heeft ontvangen, kan voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komen. Gesteld wordt dat in een dergelijke situatie het zicht op inkomensverbetering van de aanvrager onveranderd is gebleven. Aanvrager zelf heeft immers niet gewerkt en voldoet verder aan de voorwaarden om voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking te komen. De ex-partner is geen partij meer en vraagt de langdurigheidstoeslag niet aan. Het inkomen uit of in verband met werk dat zijn oorsprong vindt in werkzaamheden van een ander, zegt namelijk niets over het een mogelijk zicht op inkomensverbetering van de aanvrager. In dergelijke situaties is het verstrekken van een langdurigheidstoeslag mogelijk als aan alle andere voorwaarden wordt voldaan. Artikel5.Verblijf in het buitenland Indien de periode van 36 maanden door een kort verblijf in het buitenland wordt onderbroken, staat dat toekenning van langdurigheidstoeslag niet in de weg. Wanneer het verblijf in het buitenland het gestelde in artikel 13, eerste lid, onder d, WWB (de gebruikelijke vakantieduur) overschrijdt is dit geen reden, om de aanvraag voor langdurigheidstoeslag af te wijzen. Wel dient over deze periode aangetoond te worden dat men geen hoger inkomen heeft genoten dan 110% van de bijstandsnorm. Artikel6.Ex-asielzoekers De uitkering op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wordt beschouwd als een passende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, lid 1 WWB (CRvB 16-09-1997, nr. 97/1609 ABW). Gelet op deze uitspraak brengt een redelijke wetsuitleg met zich mee, dat het inkomen over de referteperiode ook mag bestaan uit een toelage van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Dit betekent, dat ex-asielzoekers die aan de voorwaarden voldoen in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag. Er is in de WWB geen rechtsgrond opgenomen om de ex-asielzoeker uit te sluiten. Artikel7.Langdurigheidstoeslag als voorliggende voorziening Artikel 35, lid 1 WWB biedt de mogelijkheid de langdurigheidstoeslag (gedeeltelijk) te beschouwen als voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand. Door de gemeente Goes is besloten de langdurigheidstoeslag niet aan te merken als voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand. Het aanmerken van de langdurigheidstoeslag als voorliggende voorziening is uitvoeringstechnisch zeer lastig. Tevens is het voor de minima van belang dat deze toeslag het karakter moet houden van een extra inkomensondersteuning voor hen die geen zicht hebben op inkomensverbetering. Artikel8.Hardheidsclausule Het college kan in de gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, dan wel in gevallen waarin toepassing van deze beleidsregels leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor de belanghebbende, besluiten om op individuele gronden van de verordening of deze beleidsregels af te wijken. Artikel9.Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Langdurigheidstoeslag 2013 Gemeente Goes. Artikel10.Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag volgend op publicatie en werken terug tot 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.