Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Haarlemmermeer 2013Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Haarlemmermeer 2013 3 december 2012 De raad van de gemeente Haarlemmermeer, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer d.d. 5 februari 2013, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c en 30 van de Wet werk en bijstand; BESLUIT vast te stellen de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Haarlemmermeer 2013 HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb); 2.In deze verordening wordt verstaan onder: norm: de norm genoemd in artikel 21 onder c WWB, exclusief vakantietoeslag; woning: een woning als bedoeld in artikel 1 onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of een woonschip, als bedoeld in artikel 3 lid 6, van de wet; woonkosten: 1.indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2.indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerendezaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; commerciële huurprijs: 100 procent of meer van het bedrag, bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Wet op de huurtoeslag; verzorgingsbehoevende: de medebewoner die, bij niet-inwoning, is aangewezen op beroepsmatige verzorging of verpleging in een inrichting; schoolverlater: de alleenstaande of alleenstaande ouder die maximaal 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding; medebewoner: iemand die naast de belanghebbende zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, waarbij geen sprake is van bloedverwantschap in de eerste graad; de pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd bedoeld in artikel 7a, eerste lid van de Algemene ouderdomswet; wet: Wet werk en bijstand. Artikel2.Personenkring De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn. HOOFDSTUK2.CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE NORM Alleenstaanden en alleenstaandeouders Artikel3.Toeslagen De norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag, als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag. 3.De toeslag, als bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is en waarbij de kosten met één of meerdere medebewoner(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.