VERORDENING WINKELTIJDEN GRONINGEN 2009DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; (bijlage raadsverslag nr. 488); Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 mei 2009; Gelet op de Winkeltijdenwet en artikel 149 van de Gemeentewet; HEEFT BESLOTEN: Vast te stellen de Verordening winkeltijden Groningen 2009; In te trekken de Verordening winkeltijden Groningen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 september 2002 onder nr. 5a. Artikel 1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen; de wet: de Winkeltijdenwet; feestdagen: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag. levensmiddelenwinkels : De volgende winkels in de levensmiddelenbranche volgens de SBI-codering van de Kamer van Koophandel (Standaard Bedrijfsindeling 20: 4711 Supermarkten en dergelijke winkels met een algemeen assortiment voedings- en genotmiddelen; 4721 Winkels in aardappelen, groenten en fruit; 4722 Winkels in vlees en vleeswaren, wild en gevogelte; 4723 Winkels in vis; 4724 Winks in brood, banket, chocolade en suikerwerk; 4725 Winkels in dranken; 4729 Gespecialiseerde winkels in overige voedings- en genotmiddelen (kaas, natuurvoeding en reformartikelen, buitoedingsmiddelen en overige voedings- en genotmiddelen). Sterke drank : Sterke drank zoals bedoeld in artikel 1 van deen Horecawet. Artikel 1ALex Silencio Positivo Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is op ontheffingen in deze verordening van toepassing. Artikel 2Overdracht van de ontheffing 1.Ontheffingen op grond van deze verordening zijn overdraagbaar. 2.In geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende. Artikel 3Intrekken of wijzigen van de ontheffing Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien: ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist; het gebruik van de winkel of uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse; de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een termijn van 1 jaar; de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. Artikel 4Zondagopenstelling 1.De verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b van de wet gelden niet, tussen 12.00 en 22.00 uur, uitgezonderd 4 mei na 19.00 uur, Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag en Eerste Kerstdag. 2.Het college kan deze bepaling buiten toepassing verklaren voor een winkel die, door zijn openstelling, de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloedt. Artikel 5Nachtwinkels 1.Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden genoemd in artikel 2, eerste lid van de Wet. 2.Het college kan voor ten hoogste 13 winkels ontheffing verlenen. 3.De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van het bedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van dat bedrijf. 4.De ontheffing wordt geweigerd als een winkel een bruto vloeroppervlak van meer dan 500 m2 heeft. 5.Aan de ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden: op zondag dient de winkel tussen 06:00 en 12:00 uur gesloten te zijn; er mag geen sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Drank- en Horecawet worden verkoc 6.In afwijking van het derde lid kan het college een tijdelijke ontheffing verlenen voor ten hoogste drie dagen bij bijzondere gelegenheden. Artikel 6Ontheffing zon- en feestdagenregeling afzonderlijke situaties 1.Het college kan ontheffingen verlenen van de in artikel 2, eerste en tweede lid van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op een zon- of feestdag, ten behoeve van: a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard; b. het uitstallen van goederen. 2.De in het eerste lid genoemde ontheffing kan worden verleend ingeval van feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen en beurzen. 3.Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien deze een gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Artikel 7Vervallen van de vergunning Lid 1.indien gedurende 6 maanden geen gebruik wordt gemaakt van de ontheffing vervalt deze ongebruikt. Lid 2.het college kan de vorige termijn verlengen Behoudens bijzondere toestemming van het college vervalt de ontheffing. Artikel 8Vervallen Artikel 8aBepaalde winkels De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van: musea; winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht; winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen te koop worden aangeboden of worden verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment. Artikel 8bOpenstelling anders dan voor verkoop 1.De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van: winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom; b. winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.