De raad van de gemeente Slochteren; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10 september 2013; overwegende dat het wenselijk is om een verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014 vast te stellen; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente begrepen. onder gemeentelijke riolering tevens de in het kader van het Gemeentelijk RioleringsPlan door of vanwege de gemeente geplaatste IBA’s begrepen; onder water verstaan hemelwater, afvalwater en grondwater die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam "rioolheffing" worden geheven: een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de heffingen geheven ter zake van elke als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt geheven per eigendom. Artikel6Belastingtarief 1.De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt per eigendom € 229,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.