Richtlijn begrotingsrechtmatigheid 2013 De raad van de gemeente Vlaardingen; gelezen het voorstel van het college van 27 augustus 2013; gelet op de Financiële verordening gemeente Vlaardingen 2013, artikelen 5, 6 en 9; besluit vast te stellen de volgende: Richtlijn begrotingsrechtmatigheid 2013 Artikel1Inleiding In aanvulling op de financiële verordening is deze “Richtlijn begrotingsrechtmatigheid” opgesteld. Dit beleidskader is noodzakelijk om de lokaal gehanteerde richtlijnen voor het op een adequate wijze uit te voeren, wettelijk verplichte, rechtmatigheidsoordeel van de accountant bij de jaarrekening vast te leggen. Deze richtlijn heeft als strekking de volgende vragen te beantwoorden: 1. In welke mate zijn afwijkingen van de vastgestelde begroting acceptabel? 2. Wanneer informeert het college de raad vooraf en wanneer mag dat achteraf? 3. Vanaf welke grensbedragen rapporteert het college afwijkingen ten opzichte van de begroting aan de raad? Daarnaast is deze richtlijn bedoeld om op het terrein van de formele budgetbevoegdheid van de raad normen op het gebied van begrotingsrechtmatigheid vast te leggen en transparant te maken. Hierdoor ontstaat een samenhangend kader voor het college over de wijze en het tijdstip van informeren van de raad bij budgettaire afwijkingen. Het vastleggen van een financieel afwijkingenbeleid is complex. Er zijn namelijk verschillende oorzaken van begrotingsafwijkingen en er zijn verschillende typen afwijkingen. Deze richtlijn gaat daarom eerst in op de formele aspecten van begrotingsrechtmatigheid. Artikel2Formeel budgetrecht van de raad Als er niets is geregeld over de wijze waarop en tot hoever het college mag handelen bij begrotingsafwijkingen of nieuwe activiteiten en hoe en wanneer ze de raad informeert, dan is iedere euro overschrijding van de begroting formeel gezien onrechtmatig. Vanuit het formele budgetrecht van de raad (Gemeentewet) gezien zou het college, vooraf voor ieder euro die niet begroot is (dus ook overschrijdingen), eerst naar de raad moeten voor autorisatie. Een dergelijke werkwijze bevordert niet het efficiënt besturen van de stad noch een soepele bedrijfsvoering en/of besluitvorming. Transparante regels in deze zijn dus in ieders belang. Artikel3Niveaus van begroten In de financiële kolom van Vlaardingen komen 3 begrotingsniveaus voor. In hiërarchische volgorde: a. Begroting met programmaplan: (De raad o.g.v. de Gemeentewet formele budgetrecht en BBV): De raad stelt de begroting vast en daarmee de uitgaven, inkomsten en mutaties in de reserves voor de programma’s. Tevens worden de investeringskredieten vastgesteld. De inkomsten worden als taakstellend beschouwd; een uitzondering zijn de rijksinkomsten. Uitgaven en inkomsten worden, conform het BBV art.2 lid3 “de bruto-benadering”, afzonderlijk in een budget vastgesteld en dus niet als saldo. b. Productenbegroting: (het College o.g.v. het BBV – uitvoering van de programmabegroting): De vastgestelde programmabegroting en wijzigingen daarop, worden vertaald naar de productenbegroting. Hiermee stelt het college de budgetten per product vast. c. Afdelingsbegroting (Uitwerking van de Productenbegroting): Deze begroting bestaat uit een budget voor apparaatskosten en budgetten voor producten/activiteiten die zijn toegewezen aan een organisatieonderdeel. Deze toedeling gebeurt onder verantwoordelijkheid van de directie op basis van de productenbegroting. Via het vaststellen van de productenbegroting, geeft het college de kaders voor de afdelingsbegroting. Het werken met drie begrotingen houdt in dat er sprake is van drie autorisatieniveaus. Om de ramingen op orde te houden, wordt gewerkt met begrotingswijzigingen. De centrale gedachte bij begrotingswijzigingen is dat zij volgend zijn op genomen besluiten door raad of college. Begrotingswijzigingen vinden goed beschouwd dus plaats op drie niveaus, te weten: a. Programma’s : autorisatie => raad b. Producten : autorisatie => college c. Kostensoorten: autorisatie => gemeentesecretaris / afdelingshoofden Het college kan autoriseren binnen één programma op grond van situatie b. waarbij als voorwaarde geldt dat: - het programmatotaal niet wijzigt; - de realisatie van andere producten in dat programma niet in gevaar komt. De ambtelijke autorisatie ligt nu voornamelijk op de afwijking binnen één product en binnen de afdelingsbudgetten. Het is van belang voor de directie om te sturen op dit laagste niveau. Denk bijvoorbeeld aan de beheersing van de kosten van externe inhuur in relatie tot het personele budget. Artikel4Soorten begrotingsafwijkingen De vereisten van begrotingsrechtmatigheid leiden tot de noodzaak dat tussentijds de oorzaken van begrotingsafwijkingen tijdig te signaleren, analyseren en eventueel rapporteren. Voor een positief rechtmatigheidoordeel is het van belang dat begrotingsafwijkingen binnen het beleid blijven dat de raad heeft vastgesteld. Deze zijn niet strijdig met het budgetrecht mits deze in de tussenrapportages of jaarrekening (verplicht op basis van de BBV) achteraf worden gemeld en toegelicht met bijvoorbeeld een verwijzing naar raadsbesluiten of informatieverstrekking aan de raad. Zodra de raad de jaarrekening vaststelt, worden overschrijdingen alsnog geautoriseerd. Collegebesluiten maken geen onderdeel uit van de normenkader. In dit verband worden twee soorten begrotingsafwijkingen onderscheiden: A. Begrotingsafwijkingen passend binnen het bestaande beleid (in beginsel rechtmatig): 1. Kostenoverschrijding die geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd door direct gerelateerde inkomsten. 2. Kostenoverschrijdingen die een gevolg zijn van interne factoren zoals: - doorberekening interne kosten, mits de totale apparaatskosten zoals verantwoord op de kostenplaatsen niet worden overschreden ; - kapitaallasten mits de investeringskredieten door de raad zijn geautoriseerd; - afwijking als gevolg van fouten in de begroting; - dotaties aan voorzieningen. 3. Kostenoverschrijdingen die worden veroorzaakt door externe factoren zoals: - open-einde regelingen; - faillissement debiteur/vorderingen die niet meer geïnd kunnen worden; - wijzigingen landelijke wet- en regelgeving met financiële consequenties; - aanpassingen algemene uitkering gemeentefonds; - uitgaven van gemeenschappelijke regelingen; - realisatie op begrote subsidieverwachtingen; - de renteontwikkelingen; - uitgaven die naar hun aard onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn; - noodzakelijke afwaarderen wegens door marktomstandigheden ontstane duurzame waarde vermindering; - onderzoeken achteraf met financiële gevolgen. B. Begrotingsafwijkingen niet passend binnen het bestaande beleid (in beginsel onrechtmatig): 1. Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend tellen mee in de foutevaluatie. 2. Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarvan ondubbelzinnig wordt vastgesteld dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd tellen mee in de foutevaluatie. 3. Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen en tellen derhalve mee in de foutevaluatie. 4. Kostenoverschrijdingen geconstateerd tijdens het begrotingsjaar betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt, tellen mee in de foutevaluatie. 5. Kostenoverschrijdingen in het jaar van investeren op activeerbare activiteiten tellen mee in de foutevaluatie. Dergelijke afwijkingen zijn goedbeschouwd onrechtmatig en tellen derhalve mee in de foutevaluatie bij de jaarrekening (zie kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV). Via de eerder aangegeven procedure van de jaarrekening of tussentijds via de bestuurlijke rapportages kunnen deze kostenoverschrijdingen alsnog worden geautoriseerd door de raad. Dit moet uiteraard wel inzichtelijk en helder worden gedaan. Artikel5Toetsing afwijkingen Hier worden de onderscheiden afwijkingen verder benoemd. Aangegeven wordt de wijze waarop deze aan de raad kunnen worden voorgelegd. De limietbedragen worden jaarlijks in een door de raad vastgestelde “Controleprotocol” vastgelegd 1. Beleidswijzigingen en investeringen Beleidswijzigingen worden in principe altijd voorafgaand aan de effectuering voorgelegd aan de gemeenteraad. Eventuele begrotingswijzigingen die het gevolg zijn van de beleidswijziging worden tegelijkertijd met de behandeling van de beleidswijziging vastgesteld door de raad. In de loop van het jaar wordt uiterst terughoudend omgegaan met beleidsvoorstellen met structurele budgettaire consequenties. Investeringen die in de begroting zijn opgenomen, worden bij de vaststelling van de begroting beschikbaar gesteld. Het college mag deze na vaststelling uitvoeren. Het overschrijden van kredieten dient vooraf door de raad te worden geautoriseerd. Om stagnatie in de uitvoering van het bestaande beleid door nieuwe resp. afwijking van geautoriseerde kredieten te voorkomen, wordt een grens in het budgetkader voor het college voorgesteld voor het rechtmatig achteraf informeren van de raad. 2. Nominale ontwikkelingen (onvermijdbaar, onuitstelbaar en onvoorzienbaar) Ook onontkoombare begrotingsafwijkingen moeten aan de raad worden gemeld. Op de overschrijding heeft het college geen directe invloed. Het gaat hierbij uitdrukkelijk niet om effecten van beleidswijzigingen. In de begroting wordt op onderscheiden begrotingsposten uitgegaan van het prijsniveau van het voorafgaande jaar plus een geschatte compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Bij aantoonbare hogere prijsstijgingen kan tussentijds een budgetaanpassing noodzakelijk zijn. Er zijn ook andere externe oorzaken zoals openeinderegelingen en deelname aan gemeenschappelijke regelingen (=verplichte uitgaaf). Het gaat om onontkoombare meer- of minder kosten voor de uitvoering van de afgesproken taak. De effecten van deze nominale ontwikkelingen op de budgetten moeten via de tussentijdse rapportage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.