Verordening op de heffing en invordering van Rechten Zaanstad 2014VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECHTEN ZAANSTAD 2014 Artikel1Begripsomschrijvingen Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: jaar: een kalenderjaar maand: een kalendermaand week: een aaneengesloten periode van 7 dagen dag: een tijdvak van vierentwintig achtereenvolgende uren, beginnende om 0.00 uur vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming, op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of daarmee gelijkgestelde grond, mag hebben Artikel2Belastbaar feit De gebruiksrechten worden geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen,- anders dan voor het hebben van voorwerpen in, op of boven gemeentegrond- of ter zake van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn. Artikel3Belastingplicht 1.De rechten worden geheven van degene die overeenkomstig de bestemming gebruik maakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of de grond die daarmee gelijk gesteld is, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven ter zake van: 1.gebruik waarvoor door de gemeente een ander recht op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet wordt geheven of waarvoor een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2.gebruik voor het hebben van borden, voor zover deze bestemd zijn ter aankondiging dat het perceel, waaraan zij zijn bevestigd of één of meer gedeelten daarvan, te koop of te huur is; 3.gebruik door particulieren voor het hebben van voorwerpen die aanwezig zijn in verband met de verbetering van woningen in een door de gemeenteraad aangewezen stadsvernieuwingsgebied. 4.belastingaanslagen of nota's van minder dan € 11,34 worden niet opgelegd of verzonden. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief De rechten wordt geheven aan de hand van de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Berekening 1.Een gedeelte van een in de bij deze verordening behorende tabel genoemde tijds- of andere eenheid wordt als een volle eenheid aangemerkt. 2.Voor de toepassing van deze verordening: worden voorwerpen of gedeelten van voorwerpen die naar maatschappelijke opvatting bij elkaar behoren, als één voorwerp aangemerkt; wordt de oppervlakte van een voorwerp bepaald op het product van de grootste lengte en de grootste breedte van dat voorwerp. de oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 3.Indien de toepassing van het dag-, week-, of maandtarief leidt tot een hoger verschuldigd belastingbedrag dan de toepassing van respectievelijk het week-, maand- of jaartarief, wordt per week, maand of jaar niet meer geheven dan bij toepassing van het week-, maand- of jaartarief verschuldigd is. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 8, derde lid, van overeenkomstige toepassing is. Artikel7Heffingstijdvak 1.Indien de rechten worden berekend naar een jaartarief, is het heffingstijdvak een jaar. 2.Indien de rechten worden berekend naar een maand-, week- en/of dagtarief is het heffingstijdvak gelijk aan de aaneengesloten periode waarover de rechten worden geheven. 3.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel8Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het heffingstijdvak. Indien de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak ontstaat, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van de naar het jaartarief berekende belasting als er na de aanvang van de maand waarin de belastingplicht ontstaat maanden in het heffingstijdvak overblijven. 3.Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, wordt op verzoek van de belastingplichtige naar tijdsgelang ontheffing van de belasting verleend. De ontheffing wordt berekend op zoveel twaalfde gedeelten van de naar het jaartarief berekende belasting als er na de aanvang van de maand, volgende op die waarin de belastingplicht eindigt, maanden in het heffingstijdvak overblijven. Artikel9Wijze van heffing 1.Gebruiksrechten die worden berekend naar een jaartarief, worden geheven bij wege van aanslag. 2.De overige gebruiksrechten worden geheven door middel van een gedagtekende bon, nota of andere schriftuur waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Artikel10Tijdstip van betaling 1.De gebruiksrechten die worden berekend naar een jaartarief, worden voldaan in één termijn vervallende een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De overige gebruiksrechten moeten worden voldaan binnen een maand na de dagtekening van de nota of andere schriftuur. 3.De Algemene Termijnenwet is op deze verordening niet van toepassing. Artikel11Kwijtschelding Van de invordering van rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening Rechten 2013, vastgesteld door de raad in de openbare vergadering van 6 en 8 november 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.