← Nederland

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2013 (Aa en Hunze)

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2013Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze; gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2013 besluit: vast te stellen het navolgende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2013 en deze op 1 november 2013 in werking te laten treden. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning zoals vastgesteld op 29 januari 2013 komt hiermee te vervallen. HOOFDSTUK

  1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In dit Besluit wordt verstaan onder: Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning. Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2013 Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Inkomen: het verzamelinkomen, zoals bedoeld in artikel 4.1 en artikel 4.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en waarvan uitgegaan wordt bij de vaststelling van de eigen bijdrage en het eigen aandeel in de kosten zoals berekend door het CAK. Eigen bijdrage: een vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van het Wmo-besluit van toepassing zijn. Eigen aandeel: een aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming betaald moet worden. Forfaitaire (gemaximeerde) vergoeding: een bijdrage ineens die los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt. Artikel
  3. Eigen bijdrage en eigen aandeel De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er wordt, tenzij anders is aangegeven, een eigen bijdrage of eigen aandeel gevraagd bij de verstrekking van een individuele vervoersvoorziening, een individuele woonvoorziening en huishoudelijke hulp. De in een kalenderjaar verschuldigde eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning is overeenkomstig het bepaalde in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Voor woningaanpassingen in en aan het huis en voor voorzieningen in bruikleen zoals losse woonvoorzieningen, stoelliften en trapliften, wordt gedurende een periode van maximaal negenendertig tijdvakken van vier weken een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel gevraagd. Artikel
  4. Bedragen persoonsgebonden budget De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedoeld als individuele voorziening in artikel 9 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning bedragen: voor huishoudelijke hulp in de categorie 1 bedraagt het uurbedrag € 14,
  5. voor huishoudelijke hulp in de categorie 2 bedraagt het uurbedrag € 20,
  6. Artikel
  7. Algemene woonvoorziening De algemene woonvoorziening als bedoeld in artikel 13 lid 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning kan bestaan uit een woonvoorziening voor zover deze een bedrag van € 500 niet te boven gaat. Artikel
  8. Hoogte persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming in de kosten van woonvoorzieningen De financiële tegemoetkoming minus het eigen aandeel of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het bedrag voor een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning is een forfaitaire vergoeding en bedraagt € 2.869,
  9. De maximale hoogte van de aanpassingskosten voor een woonvoorziening zoals gesteld in artikel 13 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 8.601,
  10. Artikel
  11. Terugbetaling bij verkoop Op de terugbetaling bij verkoop als bedoeld in artikel 29 van de Verordening is de volgende wijze van afbetaling van toepassing: De hoogte van het terug te betalen bedrag is gelijk aan de waardestijging verminderd met 10% per jaar. Ter uitvoering van lid a, is de eigenaar van de woning verplicht na één maand van het passeren van de acte het college op de hoogte te stellen. Artikel
  12. Hoogte persoonsgebonden budget rolstoelvoorzieningen, en onderhoud en reparatie De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen persoonsgebonden budget voor een rolstoel als bedoeld in artikel 14 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning wordt vastgesteld als de kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening inclusief onderhoud en reparatie. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming en bedraagt € 3.177,
  13. Het bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie (en verzekering) van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar. Artikel
  14. Bedragen vervoersvoorzieningen De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning is een forfaitaire (gemaximeerde) vergoeding. Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen: voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een bedrag van € 138,00 (benzine handgeschakeld en diesel) en € 153,00 (benzine automatische transmissie); voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 4.095,00 voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 5.109,00 Bovenstaande bedragen zijn normbedragen. Dat houdt in dat alleen de reëel gemaakte kilometers vergoed worden, tot maximaal de normbedragen. Aldus vastgesteld door het college op 27 augustus 2013,de heer mr. F. Snoep de heer drs. H.F. van Oosterhoutsecretaris burgemeester.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.