← Nederland

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Coevorden (Coevorden)

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Coevorden De raad van de gemeente Coevorden; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 1020, met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en bijstand; B E S L U I T: Vast te stellen: de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Coevorden: Hoofdstuk

  1. Algemene bepalingen Artikel
  2. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand; bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand; verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand. Hoofdstuk 2 Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Artikel
  3. Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit
  4. Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
  5. De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Artikel
  6. Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit
  7. Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
  8. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
  9. Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet werk en bijstand. Artikel
  10. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of anderszins sprake is van dringende redenen. Artikel
  11. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Hoofdstuk
  12. Slotbepalingen Artikel
  13. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel
  14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Coevorden. Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 april
  15. De raad voornoemd, , voorzitter. , griffier. algemene toelichting

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.