← Nederland

Beheersverordening Spuikolk (Goeree-Overflakkee)

Beheersverordening SpuikolkDe raad van de gemeente Goeree-Overflakkee; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 mei 2013; besluit De beheersverordening Spuikolk 2013, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1924.DLDSpuikolk-BV20, waarbij gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Grootschalige Basiskaart Nederland; te bepalen dat de verordening in werking treedt de eerste dag na bekendmaking. Beheersverordening Spuikolk Hoofdstuk1Inleidende regels Artikel1Begrippen 1.1verordening de beheersverordening Spuikolk 2013 van de gemeente Dirksland. 1.2verordeningsgebied het gebied waarop de deze verordening van toepassing is, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1924.DLDSpuikolk-BV20 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.4bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.5bvo (bedrijfsvloeroppervlak) de totale vloeroppervlakte van een gebouw met inbegrip van magazijnen en overige dienstruimten. 1.6bestaand bestaande maten:maten zoals hoogten, oppervlakten en inhoudsmaten die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen; nog tot stand kunnen komen krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen. 1.7bestaande legale functies functies die binnen het verordeningsgebied worden uitgeoefend voor zover deze aanwezig zijn op het tijdstip van de vaststelling van de verordening én worden uitgeoefend in overeenstemming met het voorheen geldende bestemmingsplan Kralingen 3e herziening of kunnen worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik. 1.8bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.9besluitvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge deze verordening regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.10Bevi-inrichting bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.11bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.12bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.13bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.14gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.15kantoor voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.16overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.17peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.18Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten de Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.19vlak een geometrisch bepaald vlak (besluitvlak of besluitsubvlak), waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge deze verordening regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.20vlakgrens de grens van een vlak. 1.21Wgh-inrichting bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.22voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van op het openbaar net aangesloten voorzieningen, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes en voorzieningen ten behoeve van de energievoorziening zoals (rest)warmteleidingen en warmte-koudopslag, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, voorzieningen ten behoeve van het telecommunicatieverkeer en het openbaar vervoer en/of het wegverkeer en geluidswerende voorzieningen. 1.23volumineuze detailhandel detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meubelen. 1.24waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers, voorzieningen voor infiltratie, buffering en afvoer van water, voorzieningen ten behoeve van biologische waterzuivering en (secundaire en/of tertiaire) bluswatervoorzieningen. Artikel2Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN

  1. Hoofdstuk2Gebiedsregels Artikel3Bedrijventerreinen 3.1Gebruiksregels Ter plaatse van het vlak Bedrijventerrein is het volgende gebruik toegestaan: bedrijfsmatige activiteiten waarbij de volgende specificaties gelden: ter plaatse van het vlak is toegestaan: is niet toegestaan: b≤ 2
  2. bedrijven t/m categorie 2 van de 'standaard' Staat van Bedrijfsactiviteiten
  3. volumineuze detailhandel
  4. Bevi-inrichting
  5. Wgh-inrichting
  6. bedrijfswoningen
  7. opslag > 10.000 consumentenvuurwerk
  8. kantoorruimte > 50% van bvo tot max 400 m2 b ≤ 3.1
  9. bedrijven t/m categorie 3.1 van de 'standaard' Staat van Bedrijfsactiviteiten
  10. volumineuze detailhandel
  11. Bevi-inrichting
  12. Wgh-inrichting
  13. bedrijfswoningen
  14. opslag > 10.000 consumentenvuurwerk
  15. kantoorruimte > 50% van bvo tot max 400 m2 bestaande legale functies, voor zover niet passend binnen hetgeen bedoeld onder a; water enwaterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; groen; bij de onder a en b benoemde gebruiken behorende voorzieningen zoals toegangswegen, laad- en losvoorziengen en parkeervoorzieningen. 3.2Bouwregels Ter plaatse van het vlak Bedrijventerrein gelden de volgende bouwregels: bouwwerken worden in het vlak 'bouwvlak' gebouwd; de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, met dien verstande dat de goothoogte van gebouwen die grenzen aan de Zuid Spuidijk ten hoogste 4 m bedraagt; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 4 m. 3.3Gebruiksregels via afwijking Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.1 onder a: om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 3.1 onder a genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 onder a genoemd; om bedrijven toe te laten die niet in de 'standaard' Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 onder a genoemd. Artikel4Openbaar gebied 4.1Gebruiksregel Ter plaatse van het vlak Openbaar gebied is het volgende gebruik toegestaan: verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de omliggende gronden; groen, waarbij in ieder geval het groen langs de Zuid Spuidijk wordt behouden; voorzieningen van algemeen nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2Bouwregels Ter plaatse van het vlak Openbaar gebied gelden de volgende bouwregels: uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m. Artikel5Waterstaat 5.1Gebruiksregels Ter plaatse van het vlak Waterkering is - in aanvulling op het bepaalde in artikel Bedrijventerrein en artikel Openbaar gebied - het volgende gebruik toegestaan: waterkeringen; waterstaatkundige voorzieningen. 5.2Bouwregels Ter plaatse van het vlak Waterstaat gelden de volgende bouwregels: ten behoeve van het bedoelde in lid 5.1 onder a en b zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan; ten behoeve van ander gebruik, zoals bepaald in artikel Bedrijventerrein en artikel Openbaar gebied is, in afwijking van het aldaar bepaalde, bouwen uitsluitend toegestaan indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3Bouwregels via afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 onder b indien de bij het betrokken gebruik behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Hoofdstuk3Algemene regels Artikel6Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel7Algemene bouwregels 7.1Overschrijding bouwgrenzen De grenzen van het vlak 'bouwvlak', niet zijnde besluitvlakken, mogen in afwijking van het elders bepaalde worden overschreden door: tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 7.2Bestaande maten Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge hoofdstuk 2 is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de betreffende bouwregels, geldt dat: bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. Artikel8Algemene afwijkingsregels 8.1Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van het vlak 'bouwvlak', niet zijnde besluitvlakken, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Hoofdstuk4Slotregels Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van het Raadsbesluit. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'beheersverordening Spuikolk 2013'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadvan de gemeente Goeree-Overflakkee op 13 juni 2013de griffier, drs. J. Mimpende voorzitter, C.A. KleijwegtBijlageStandaard Staat van Bedrijfsactiviteiten Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlagekaart kaart

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.