Jeugdnota gemeente Urk 2013-2016Inhoudsopgave Voorwoord 1. Kaders voor een visie op jeugdbeleid blz 4 Hoe gaat het met onze jeugd Een nieuwe jeugdnota in een veranderend beleidsveld? Nieuw beleid of bestaande ambities verder uitwerken? Samenwerking ketenpartners Provinciale samenwerking Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking Inbreng jongeren 2. Jeugdvisie blz 8 Speerpunt 1: niveau client Speerpunt 2: niveau hulpverlenen Speerpunt 3: niveau instellingen Speerpunt 4: niveau gemeente 3. De jeugd….. groeit (gezond) op blz 10 Het gezin als hoeksteen van de samenleving Gastouder- en kinderopvang Buitenschoolse opvang Centrum voor Jeugd en Gezin Jeugdgezondheidszorg Opvoedingsondersteuning 4. De jeugd….. ontwikkelt zich blz 15 Peuterspeelzaalwerk Bibliotheekwerk Basisonderwijs Voortgezet onderwijs Leerplicht en RMC 5. De jeugd….. vraagt extra zorg blz 20 Speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs Passend onderwijs Leerlingenvervoer Outreachend maatschappelijk jongerenwerk Jongeren met een beperking Pleegzorg Andere initiatieven 6. De jeugd….. heeft vrije tijd blz 25 Jeugdopvang Particuliere initiatieven Horecavoorzieningen Jeugdhonken Sport en bewegen Zwembad ´t Bun Speelruimte Vrijwilligerswerk 7. De jeugd…. vraagt aandacht blz 31 Snelle signalering Zorgoverleg Maatschappelijk werk Overmatig alcoholgebruik en drugsgebruik Stichting Waypoint Urk Kerkelijk Platform Jeugd Huiselijk geweld / RAAK ESAR ([Electronisch Signaleringssysteem Alle Risicojongeren) Particuliere initiatieven 8. De jeugd ….. woont en werkt blz 37 Werkgelegenheid Woningaanbod 9. Van visie naar uitvoering blz 40 Voorwoord Een nieuwe jeugdnota! Het heeft enige tijd geduurd voordat het college haar visie aan u voor kon leggen. Reden hiervoor zijn de vele veranderingen die het jeugdbeleid vanuit landelijke regelgeving heeft ondergaan. Het was dan ook niet raadzaam om lopende een dergelijk ingrijpend proces een beleidsnota op te stellen. Want dat is toch wel kenmerkend van de afgelopen jaren geweest. En nog steeds geldt, dat steeds meer taken richting de gemeenten worden geschoven. Dit betekent voor de gemeente Urk dat ze (nog) meer werkzaamheden moet doen met de daarbij horende (financiële) verantwoordelijkheden. Met dat in gedachten mag dus de vraag gesteld worden of we (rekening houdend met de vele nieuwe taken en de beperkte financiële mogelijkheden) veel nieuw beleid moeten gaan formuleren. De insteek van deze nota is dan ook om de bestaande ambities verder uit te werken. Nu moet niet de indruk gewekt worden dat op het terrein van jeugdbeleid er de komende jaren dan niets gebeurt. Integendeel! Toen ik het concept van het rapport voelde ik me ´groos´ op dat wat allemaal neergezet is! Een uitgebalanceerd jeugdbeleid voor jongeren in de leeftijd van 0-23 jaar, waarin aandacht is voor het opgroeien, de ontwikkeling, de invulling van de vrije tijd etc. etc. Voor bestuurders, de politiek en de bevolking kan het wel eens zo zijn dat door de vele bomen het bos niet meer gezien wordt. Deze nota mag dan ook dienen als kompas in het brede terrein van jeugdbeleid. En wanneer ik dat noem kan ik er niet om heen om de ambtelijke dienst en de vele werkers in het veld te bedanken. Te bedanken voor hun inzet voor de jeugd. Ondanks de vele knelpunten in formatieve zin of financiële zin is vanuit een bewonderenswaardige inzet toch het nodige neergezet! En juist naar de toekomst toe blijft eenzelfde inzet nodig. In het college programma hebben we “Zorg voor en om de jeugd” benoemd als uitgangspunt, waar wij ons voor in willen zetten. Dit willen wij doen met zo min mogelijk bureaucratie, een snelle hulpverlening en begeleiding van elke hulpvraag. Deze visie is uitgewerkt in deze jeugdnota met een gedeelde verantwoordelijkheid voor alle partijen. Een hoge lat wordt daarmee neergelegd voor de gemeenteraad, college, ambtelijke dienst en de diverse instellingen. Toch kan het niet anders dan dat we de lat hoog leggen. Onze grote groep Urker jongeren, in al haar verscheidenheid, verdient de aandacht. Daarin heeft ook nog een andere partij een hele belangrijke rol…de ouders. Juist zij moeten “jeugdbeleid” uitdragen. En dat betekent in de eerste plaats communiceren met de jeugd. En wanneer dit problemen oplevert, kan de gemeente hier ondersteuning in bieden. Steeds vanuit de gedacht dat een kind niet alleen recht heeft op zorg, maar vooral ook recht heeft op een goede opvoeding! Geert Post Wethouder Jeugd en Gezin [Klik hier om het document te downloaden] DEEL 1. Kaders voor een visie op jeugdbeleid 1.1 Hoe gaat het met onze jeugd? Hoeveel jongeren kennen problemen? Of hebben ondersteuning nodig? Zomaar enkele vragen die vrijwel dagelijks gesteld worden. Uit landelijk onderzoek blijkt de percentageverdeling 85-10-5 een hele belangrijke. Met 85% van onze jeugd gaat het goed. Het overgrote deel dus. Dit neemt niet weg dat er ook een groep jeugd (10%) is die begeleiding nodig heeft. Deze begeleiding is een lichtere vorm van hulpverlening die onder de regie van de gemeente valt (enkelvoudige problematiek.) Daarbij moet gedacht worden aan de hulp die geboden wordt vanuit de ketenpartners van het Centrum Jeugd en Gezin. Toch is er ook een groep van 5% die intensievere hulpverlening nodig heeft. Deze intensievere hulpverlening staat overigens nu nog onder provinciale regie en komt met de transitie van de jeugdzorg onder de gemeentelijke regie. In totaal is er in de gemeente Urk op 1 januari 2012 een jeugdpopulatie van 8.460 jongeren (tot 23 jaar) op een totale inwonerspopulatie van 18.960. Dat is dus 45% van de hele bevolking. Maar wat betekenen deze bovenstaande landelijke percentages voor de gemeente Urk? Hoeveel jongeren kennen problemen? Of hebben ondersteuning nodig? Zomaar enkele vragen die vrijwel dagelijks gesteld worden. Uit landelijk onderzoek blijkt de percentageverdeling 85-10-5 een hele belangrijke. Met 85% van onze jeugd gaat het goed. Het overgrote deel dus. Dit neemt niet weg dat er ook een groep jeugd (10%) is die begeleiding nodig heeft. Deze begeleiding is een lichtere vorm van hulpverlening die onder de regie van de gemeente valt (enkelvoudige problematiek.) Daarbij moet gedacht worden aan de hulp die geboden wordt vanuit de ketenpartners van het Centrum Jeugd en Gezin. Toch is er ook een groep van 5% die intensievere hulpverlening nodig heeft. Deze intensievere hulpverlening staat overigens nu nog onder provinciale regie en komt met de transitie van de jeugdzorg onder de gemeentelijke regie. In totaal is er in de gemeente Urk op 1 januari 2012 een jeugdpopulatie van 8.460 jongeren (tot 23 jaar) op een totale inwonerspopulatie van 18.960. Dat is dus 45% van de hele bevolking. Maar wat betekenen deze bovenstaande landelijke percentages voor de gemeente Urk? De bovenstaande cijfers zijn slechts een indicatie waarop de huidige en toekomstige voorzieningen worden ingericht. De aantallen en percentages geven geen exacte verdeling van de jongeren op Urk, omdat deze cijfers nu op provinciaal niveau worden bijgehouden. Het doel voor de komende jaren is om deze cijfers te krijgen op gemeentelijk niveau voor een meer meetbaar jeugdbeleid. Het risico bestaat om in de jeugdnota ons vooral te richten op de jongeren die begeleiding en steun nodig hebben (schatting 1.273 jongeren.) Of die jongeren die overlast veroorzaken. Maar daarmee doen we geen recht aan de jongeren waar het goed mee gaat. Vandaar ook dat we met deze jeugdnota voor een brede insteek hebben gekozen 1.2 Een nieuwe visie in een veranderend beleidsveld? De landelijke overheid decentraliseert de komende jaren heel veel taken, wat de nodige impact zal hebben op het beleidsveld. Te denken valt aan de transitie Jeugdzorg, de transitie AWBZ en de positionering van het Centrum Jeugd en Gezin als voorportaal van de Jeugdzorg. Gemeenten worden financieel en uitvoeringstechnisch verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdzorg die onder het Rijk, provincie, Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten) en Zvw (Zorgverzekeringswet) valt: provinciale jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugd-GGZ (Geestelijke Gezondheids Zorg) (inclusief begeleiding), zorg aan licht verstandelijk beperkte jeugdigen en de gesloten jeugdzorg. Juist omdat er met de transitie Jeugdzorg straks een sterke basis moet staan met het Centrum voor Jeugd en Gezin is vanuit een eerste evaluatie met de ketenpartners nagedacht over verbeterpunten. Deze worden verwerkt in de nota Centrum Jeugd en Gezin die eind 2012 zal worden opgeleverd. Naast de jeugdnota en de nota Centrum voor Jeugd en Gezin zijn er dus nog de transitieplannen. Deze transitieplannen beschrijven de overgang van provinciale regie naar gemeentelijke regie. In de opbouw en samenwerking van de jeugdnota, CJG nota en de transitieplannen is de visie van de jeugdnota leidend- en richtinggevend. De afgelopen jaren was er een (explosieve) groei waar te nemen van het aantal aanbieders in zorg en daarmee de financiering van de zorg. De indicering, die moest zorgen voor grip op de kosten, zorgde voor onoverzichtelijk en log systeem met groeiende kosten en wachtlijsten. Er is dan ook veel kritiek op het gebrek aan efficiëntie en doelmatigheid van het huidige hulpaanbod. Vanuit de overheid is ervoor gekozen om het hele zorgstelsel over te hevelen naar de gemeenten om op deze manier een efficiëntie slag te maken. De inzet van de overheid lijkt erop gericht om door een structuurwijziging een cultuurwijziging te realiseren met een flinke bezuinigingsslag. Het realiseren van deze structuur- en cultuurwijziging met een bezuiniging is de uitdaging voor de gemeente Urk in de komende jaren. De gemeente Urk zet zich in om voorwaarden te scheppen voor persoonlijke groei en welbevinden van alle jeugdigen van 0-23 jaar, waarbij elke jongere recht heeft op een veilige en gezonde jeugd waarin ze zich naar vermogen kunnen ontwikkelen. 1.3 Nieuw beleid of bestaande ambities nader uitwerken? Zoals hierboven aangegeven wordt de gemeente de komende jaren voor diverse uitdagingen geplaatst. De transitie Jeugdzorg en het (om)vormen van het CJG naar het voorportaal van de Jeugdzorg zijn behoorlijke bestuurlijke klussen. Wanneer daarbinnen ook nieuw beleid geformuleerd wordt, dan is het afbreukrisico heel groot. Overigens ontbreken daarvoor ook de financiële structurele middelen. Beter is om bestaande ambities, zoals geformuleerd in de diverse beleidskaders (zie verderop) nader uit te werken. 1.4 Samenwerking kernpartners De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan het gezamenlijk uitvoeren van de taken en is hier het Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk een mooi bewijs van. De komende jaren willen wij vanuit de gemeente de samenwerking intensiveren. Met de doorontwikkeling van het CJG, het passend onderwijs en de aankomende decentralisaties van de Jeugdzorg en de AWBZ hebben wij uitdagingen en kansen voor de boeg. Kernachtig komt het er op neer dat de samenwerking de komende jaren gericht moet zijn op een snellere en efficiëntere hulpverlening voor de burgers c.q. hulpvragers. Hierin ligt de uitdaging om de professionals te ondersteunen in het uitvoeren van hun werk, de managers in het samenwerken met andere organisaties en de bestuurders in het bepalen van een gezamenlijke visie en doel. Hiervoor zetten wij ons als gemeente in door het betrekken van de kernpartners in een structureel overleg. 1.5 Provinciale samenwerking Naast de samenwerking met de eigen kernpartners is provinciale en bestuurlijke samenwerking noodzakelijk. Een goed voorbeeld van provinciale samenwerking is het succesvolle project GAAF (Gemeenschappelijk Actieprogramma Aansluiting Flevoland). Met GAAF moet er aansluiting gevonden worden tussen de sectoren jeugdbeleid, jeugdzorg, onderwijs, justitie en de gezondheidszorg. In de afgelopen jaren zijn de volgende projecten mede dankzij GAAF-gelden opgestart. Zoals het meidenwerk, ESAR (verwijsindex), Kerkelijk Platform Jeugd, schoolmaatschappelijk werk, opvoedingsprojecten en het project Love Limits Het structureel maken van succesvolle projecten is een uitdaging voor de partners en de gemeente. Deze uitdagingen zijn al opgenomen in de doelstellingen van deze jeugdnota. De provincie vindt het belangrijk om de samenwerking tussen de zes gemeenten te stimuleren en is hierin dan ook bereid om te investeren. Voor 2013 zijn de gemeenten gevraagd een gezamenlijk projectplan in te dienen voor een betere aansluiting op de jeugdzorg. 1.6 Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking In het kijken naar de samenwerking met externe partijen en het invulling geven aan de jeugd- en veiligheidsbeleid is samenwerking tussen politiek, bestuur en ambtelijke dienst. Vooral ook wanneer bedacht wordt dat met de transities Awbz, Jeugdzorg en Wet Werken naar Vermogen een integrale visie en integrale afstemming moet plaatsvinden. De ontwikkeling waarbij de politiek jaarlijks de ambtelijke dienst themagewijs ontmoette krijgt structureel vorm. Eerste uitgangspunt in het alles is het feit dat in de portefeuille van de wethouder Jeugd en Gezin het overgrote deel van de beleidsvelden zitten die betrekking hebben op jongeren. Te denken valt aan onderwijs, peuterspeelzaalwerk, jeugdgezondheidszorg, sport etc. Hier dient binnen de portefeuilleverdeling bij toekomstige collegeonderhandelingen rekening mee worden gehouden. Daarnaast is de dekkingsgraad van de ambtelijke formatie belangrijk. Hoewel diverse personeelsleden werkzaam zijn in het brede spectrum van het jeugdbeleid, is op dit moment 1 fte beschikbaar voor het jeugdbeleid. Gekeken naar de forse uitbreiding van het takenpakket is het een noodzaak om het aantal fte uit te breiden. Vooral ook daar regievoering op strategisch, tactisch niveau (beleid) duidelijke winst kan opleveren op operationeel niveau (uitvoering). De transitiegelden en/of de toekomstige structurele rijksmiddelen zouden hier voor aangewend kunnen worden. 1.7 Inbreng jongeren Met nadruk moet gesteld worden dat ook jongeren zelf een duidelijke stem hebben in de beleidsvorming en de uiteindelijke uitvoering daarvan. Zo is deze nota voorgelegd aan Move2Prove en zal een dergelijke peiling naar de toekomst dit ook steeds weer gebeuren. Zo wordt bijvoorbeeld in de subsidierelatie met het sociaal cultureel werk de inbreng van de jongeren bij het jongerenwerk ook afgedwongen. Kaders visie op jeugdbeleid: Gezien de financiële huishouding en het feit dat de komende jaren het nodige staat te gebeuren op jeugd(zorg)gebied, worden bestaande ambities nader uitgewerkt. Bij het inhoud geven aan het brede aspect van jeugdbeleid is samenwerking tussen politiek, bestuur, ambtelijke dienst en de jongeren zelf van enorm belang. Jeugdbeleid moet daarbij integraal ingebed zijn binnen de organisatie. Jaarlijks zal een informele bijeenkomst plaatsvinden tussen ambtelijke dienst en de politiek fracties. Het verdient aanbeveling dat in de portefeuille van de wethouder Jeugd en Gezin ook de aanpalende beleidsterreinen van het jeugdbeleid verwerkt zijn. Van de transitie Jeugdzorg zal een afzonderlijk plan van aanpak opgesteld worden. De middelen die voor de (transitie) Jeugdzorg beschikbaar komen, zullen voor dit doel in de gemeentebegroting geoormerkt worden. Overschotten in enig jaar zullen gereserveerd worden, zodat in meerjarenperspectief gewerkt kan worden aan een eenduidige aanpak. Eenzelfde systematiek wordt dan toegepast als bij het programma Jeugd en Gezin (CJG-middelen) De dekkingsgraad fte van de ambtelijke dienst voor het jeugd(zorg)beleid en de komende transities verdient aandacht. Doel is om vanuit regievoering op strategisch, tactisch niveau een winst te behalen op operationeel niveau. Hiervoor ontvangt de gemeente ook structurele transitiemiddelen. Samenwerking op provinciaal en regionaal niveau in de uitvoering van het jeugdzorgbeleid wordt gestimuleerd. De identiteit van Urk mag daarin niet verloren gaan, maar moet juist versterkt worden. DEEL 2. Jeugdvisie Kijkend naar de vele veranderingen (die als gemeente op ons afkomen) is er behoefte aan een sturende visie. Een visie die inspireert maar ook verbindt in verplichtingen. Met de verschillende transities op komst zal het gehele werkterrein van preventief tot intensief onder aansturing en verantwoording komen van de gemeente. Met een terugtrekkende Rijksoverheid en provincie zijn er kansen maar ook risico’s. Ons uitgangspunt is dat de bezuinigingen niet ten koste gaan van de kwaliteit van zorg. JEUGDVISIE GEMEENTE URK Elke jongere heeft recht op een veilige en gezonde jeugd waarin ze zich naar vermogen kunnen ontwikkelen. De Urker jeugdvisie is uitgeschreven in vier speerpunten op het niveau van de cliënt - de hulpverlener - de instellingen en de gemeente. Speerpunt 1: Niveau cliënt - Versterking eigen kracht van het gezin De ouders dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding en ontwikkeling van de jongere. In het gebruik maken van de hulpverlening wordt dan ook gekeken naar de eigen kracht en zelfredzaamheid van het gezin en de jongere. De eigen kracht van het gezin en de gezinsleden willen wij versterken, waarbij jong zijn en het opvoeden van kinderen uitdagend en leuk is. Heeft het gezin ondersteuning nodig dan is de hulpverlening snel toegankelijk. Speerpunt 2: Niveau hulpverlenen – Ondernemend hulp verlenen De hulpverlener heeft als primaire taak de zelfredzaamheid te ondersteunen van het gezin en de gezinsleden. Dit vraagt van de hulpverlener ondernemerschap en lef om de juiste invalshoek te vinden en zorg te signaleren. Alle hulpverleners zetten zich in met de mentaliteit van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Deze mentaliteit kenmerkt zich in: snel, daadkrachtig, instellingsoverstijgend en oplossingsgericht. De bereikbaarheidstijden zijn afgestemd op de dagelijkse structuur van de jongeren en het gezin. Het aanbod is gericht op het gezinssysteem en wordt zoveel mogelijk bij de mensen thuis gebracht en uitgevoerd. Is de hulpvraag gesteld dan hoeft dit niet nogmaals te gebeuren, bij een doorverwijzing wordt de afspraak dan ook gemaakt en gaat het verhaal mee. De gekozen vorm van hulpverlening is snel toegankelijk en zonder wachttijd bruikbaar. Het gaat dan ook niet om het doorschuiven van hulpvragen maar -als het nodig is- het laten aanschuiven van deskundigen. De hulpverlener zorgt hierin voor de onderlinge afstemming en coördineert dit volgens 1Gezin 1Plan. Dit vertaalt zich terug naar een snelle en betaalbare hulpverlening waarin de hulpverleners de generalistische professionals zijn met ieder zijn eigen expertisekennis. Is de vraag naar expertisekennis beperkt dan schakelt de professional over naar een generalistische service van een willekeurige partner. De hulpvraag is leidend in het proces en niet het aanbod. Het gezin kiest daarbij zelf de hulpverlener. Het voorkomen van wachtlijsten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Speerpunt 3: Niveau instellingen – Gezamenlijke verantwoording In het aanbieden van hulpverlening zijn meerdere instellingen actief. Deze instellingen zijn lokale en provinciale aanbieders van zorg. Onder de regie van de gemeente hebben deze partners een op elkaar afgestemd aanbod en samenhang van de producten gerealiseerd voor alle leefgebieden. Er is gekeken naar de hulpverleningsvraag en het aanbod. Is de vraag naar een bepaald zorgproduct te klein, dan wordt er gekeken naar een product dat hier op lijkt. Hierin maken de instellingen gebruik van elkaars expertise, faciliteiten en personeel. Vanuit de instellingen zijn de managers actief in het afstemmen van de processen en procedures. Het resultaat van de afgestemde processen is een sluitende zorgcoördinatie. Gezamenlijk kijken de managers naar eenduidige systemen en wordt o.a. gebruik gemaakt van één registratieprogramma. Het bestuursniveau is verantwoordelijk voor het verwezenlijken van de gemeentelijke visie in de eigen organisatie. Het uitgangspunt in het doorvoeren van bezuinigingen is dat de grootste kostenposten op de begroting gezamenlijk worden opgepakt voor een betere kwaliteit en betaalbaarheid. Vooral de kostenposten van huisvesting, automatisering en facilitaire zaken dienen gezamenlijk te worden opgepakt en aanbesteed. Om een stuurbare zorgstructuur te krijgen zijn de overheadkosten op het niveau van het management en hoger behoorlijk kleiner dan de kosten voor uitvoerend personeel. De organisatiestructuren van de diverse instellingen zijn afgestemd op de gemeentelijke regie en aansturing Speerpunt 4: Niveau gemeente – Richtinggevende regie De gemeente is de regisseur en heeft de regie in het bepalen van de richting en het hierop aansluiten van de uitvoerende instellingen. Het neerzetten van een doelstelling is de taak van de gemeente. De verantwoordelijkheid voor het behalen van de doelstelling zal meer komen te liggen bij de instellingen. Dit doet de gemeente door een subsidierelatie aan te gaan waarin heldere prestatieafspraken worden gemaakt. Prestatieafspraken worden over een langere periode gemaakt zodat instellingen hierop kunnen sturen. In het samenwerken zet de gemeente zich in om de organisaties samen te brengen en te faciliteren in heldere structuuroverzichten en noodzakelijke overleggen. Zie ook hoofdstuk 1.6. Daarnaast zal de gemeente interne regie gaan voeren om integraal jeugdbeleid te kunnen voeren, dus in relatie met welzijn, onderwijs, Wmo, gezondheidsbeleid, ruimtelijke ordening, verkeer, werk en inkomen en veiligheid. DEEL 3 DE JEUGD GROEIT (GEZOND) OP …..EN DE GEMEENTE FACILITEERT DAARBIJ. Al bij de wens om zwanger te worden kan er informatie worden ingewonnen bij het Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk. Deze informatie kunnen aanstaande ouders ook vinden op www.cjg-urk.nl. Om de aanstaande ouders te informeren en ter medische controle vind er ondersteuning plaats vanuit de huisartsen of de verloskundigenpraktijk op Urk. Na de geboorte vinden er periodieke controles plaats om de groei en de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen. Dit volgen gaat door van de geboorte tot de puberteit en het jongvolwassen zijn. Tijdens deze leeftijdsfasen verschuift het accent van gezondheidzorg naar maatschappelijke zorg. Deze accentverschuiving kunt u terugvinden in deze jeugdnota. In dit hoofdstuk “de jeugd groeit op” wordt de doorgaande lijn beschreven op Urk als het gaat om groeien en opgroeien. 3.1 Het gezin als hoeksteen van de samenleving Vanuit het eerste speerpunt van de gemeentelijke visie dragen de ouders de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding en ontwikkeling van de jongere. Als liefde in een gezin en tijd voor elkaar duidelijk zichtbaar zijn, dan zal dat gezin vooruitgang boeken. De omstandigheden waarin dat kan gebeuren zijn behoorlijk anders dan bijvoorbeeld 10 jaar geleden. Het opleidingsniveau stijgt, de arbeidsmarkt vraagt, de huizenprijzen zijn tot grote hoogte gestegen, internet heeft zijn intrede gedaan en de democratisering van verhoudingen zette door. Hierdoor liggen er nieuwe vragen op het bordje van gezinnen en de gemeente. 3.2 Gastouder- en kinderopvang Het onderscheid tussen het peuterspeelzaal werk en de kinderopvang is dat de kinderopvang bedrijfsmatig de verzorging, opvoeding faciliteert tot het primair onderwijs. In de gemeente Urk heeft Stichting Kinderopvang Noordoostpolder (SKN), een vestiging onder de naam “Ut Bottertjen” die opvang biedt aan 24 kinderen. In het visiedocument “Harmonisering Peuterspeelzaal werk en Kinderopvang op Urk” is de start gemaakt met het onder één dak brengen van beide voorzieningen onder de naam van een kindcentrum. Wij willen deze visie uitwerken om zo de eerste stap te zetten naar een gezamenlijk toekomstperspectief, waarin beide voorzieningen verregaande samenwerkingsafspraken aangaan. Op deze wijze kunnen beide voorzieningen elkaar versterken en één doorgaande lijn vormen richting het primair onderwijs. Op dit moment is er een spraaktaaloverleg tussen de verschillende professionals en willen we dit door ontwikkelen naar een peuteradviesteam. Gastouderopvang is opvang in een gezinssituatie na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een gastouder kan op het eigen adres kinderen opvangen of op het adres van de vraagouder. Binnen de gemeente Urk zijn rond de 200 gastouders die zijn aangesloten bij diverse gastouders bureaus. Alle gastouders moeten geregistreerd staan in het landelijke register. Er vindt regelmatig toetsing plaats of de gastouder nog voldoet aan de criteria van de wet kinderopvang. Het bijhouden van het Landelijk Register is neergelegd bij de gemeente Urk, waarbij de toezichthoudende taak (inspectie) uitgevoerd wordt door GGD-Flevoland. 3.3 Buitenschoolse opvang Een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling op Urk is de buitenschoolse opvang (voortaan BSO) Deze voorziening is erop gericht om ouders in de gelegenheid te stellen om arbeid en zorg te combineren. Deze vorm van opvang is bedoeld voor de kinderen in het primair onderwijs en sluit zo aan op de peuterspeelzaal en kinderopvang. In de gemeente Urk is sinds augustus 2011 een BSO opgericht door SKN en ondergebracht in “Ut Bottertjen”. De BSO biedt in de opstartfase 10 plaatsen voor opvang. 3.4 Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk. Het Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk is een samenwerking tussen de Zorggroep Oude en Nieuwe Land, Bureau Jeugdzorg, GGD Flevoland en de gemeente Urk. Deze samenwerkende partijen dragen zorg voor de dienstverlening aan jongeren. Om richting te geven heeft de gemeente Urk ervoor gekozen zelf de regie in handen te nemen door middel van het CJG coördinatorschap. De doelstelling van het CJG is het adviseren en informeren van professionals, (aanstaande) ouders en jongeren over een gezonde levensstijl in opgroeien en opvoeden. Inwoners van Urk kunnen met al hun vragen over opvoeding en opgroeien dan ook terecht bij het Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk. Het CJG geeft kosteloos advies over het opgroeien en opvoeden van kinderen in alle leeftijden. Als het nodig is, helpt het CJG bij het zoeken naar mensen of instanties die de ouder en/of kind(eren) verder kunnen helpen. Met alle vragen over kinderen en opvoeding kunnen de inwoners van Urk terecht. Juist omdat er met de transitie Jeugdzorg straks een sterke basis moet staan met het Centrum Jeugd en Gezin is vanuit een eerste evaluatie met de ketenpartners nagedacht over verbeterpunten. Deze worden verwerkt in de nota Centrum Jeugd en Gezin die eind 2012 / begin 2013 zal worden opgeleverd. Voor de transitie Jeugdzorg ontvangt de gemeente financiële middelen. Deze zijn in de gemeentebegroting voor dit doel geoormerkt. Gezien de goede resultaten van de programmagelden Jeugd en Gezin zullen overschotten van deze gelden in enig jaar gereserveerd worden, zodat in meerjarenperspectief gewerkt kan worden aan een eenduidige aanpak en tekorten in enig jaar opgevangen kunnen worden. 3.5 Jeugdgezondheidszorg De taken vanuit de jeugdgezondheidszorg worden uitgevoerd vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg). Deze taken omvatten o.a. het volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; het ramen van de behoeften aan zorg; de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen en het aanbieden van vaccinaties voortkomend uit het Rijksvaccinatieprogramma; het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. De jeugdgezondheidszorg (jgz) valt uiteen in twee leeftijdscategorieën: 0-4 jaar (het consultatiebureau). Ondergebracht bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land, 5-19 jaar. Ondergebracht bij GGD Flevoland. Vanaf de geboorte is er de jeugdgezondheidszorg in de vorm van het consultatiebureau om ouders en kinderen bij te staan. Vanuit de wettelijke taken heeft het consultatiebureau een belangrijke positie in het Centrum voor Jeugd en Gezin van de gemeente Urk. Met een bereik van 99,9% (!) is het Urker consultatiebureau de eerste lijn in het versterken van de opvoedkwaliteiten van ouders. Het behouden van het unieke hoge bereik brengt wel knelpunten in de financiering met zich mee. Na een jarenlang (aanzienlijk) tekort is met de doeluitkering Jeugd en Gezin een inhaalslag gemaakt. In meerjarenperspectief dreigt echter weer een financiële scheefgroei te ontstaan. Aan de hand van een nieuw op te stellen nota Gezondheidszorg moet dit knelpunt vanuit de gedachte om het bereik zo hoog mogelijk te houden verder onderzocht worden. Mogelijk kan door een flexibilisering van contactmomenten een (nog) effectievere en efficiënter inzet plaatsvinden. De periodieke/preventieve gezondheidsonderzoeken (PGO) in de leeftijd van 5 tot 19 jaar zijn bij GGD Flevoland ondergebracht. Het PGO onderzoek wordt verricht door de jeugdarts of jeugdverpleegkundige. Afhankelijk van de leeftijd, groep, soort onderwijs bestaat het preventief gezondheidsonderzoek uit verschillende onderdelen, zoals de groei, het gehoor, het gezichtsvermogen, de motoriek, de houding en spraak/taalontwikkeling. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het gedrag, de opvoeding, de weerbaarheid en het functioneren op school. Indien daar aanleiding voor is wordt er een vervolgonderzoek afgesproken. Ook kan er een verwijzing worden gegeven voor de schoolmaatschappelijk werker, de huisarts, het algemeen maatschappelijk werk of Bureau Jeugdzorg. Samenvoegen jeugdgezondheidszorg? Mede door het feit dat de Rijksoverheid diverse taken richting de gemeente decentraliseert is er een landelijke discussie ontstaan om de jeugdgezondheidszorg samen te voegen tot één leeftijdscategorie (0-19 jaar.) Daarmee verdwijnt de knip tussen het aanbod 0-4 jaar en 5-19 jaar, ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor flexibilisering van de contactmomenten en zou naar verwachting op termijn budgettaire ruimte beschikbaar komen. Ook in Flevoland is deze discussie inmiddels gestart. Het is geen verrassing dat GGD Nederland voorstelt om de gehele jeugdgezondheidszorg vooral bij een GGD-organisatie onder te brengen. De jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar kent een dergelijke landelijke organisatie niet en dreigt dus in de discussie aangewezen te zijn op de lokale samenwerking. Zowel GGD Flevoland als Zorggroep Oude en Nieuwe Land (ZONL) maken onderdeel uit van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Een keuze maken voor een partij is dan op voorhand moeilijk te maken. Duidelijk is echter wel dat de subsidierelatie met ZONL een brede insteek heeft, te weten de jeugdgezondheidszorg, het (school)maatschappelijk werk en het ambulant meiden-/jongerenwerk. Verbindingen kunnen dan ook efficiënter gemaakt worden met deze organisatie. ZONL toch wel een organisatie die dichter bij de Urker bevolking staat en daarin steeds goede resultaten boekt. 3.6 Opvoedingsondersteuning De wettelijke verplichtingen van de gemeenten in het kader van de opvoedingsondersteuning zijn terug te vinden in het Wmo-prestatieveld 2: Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden. Vanuit het eerste speerpunt van de gemeentelijke visie zijn de ouders in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor een goede opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. Om ouders hierin te versterken is er het Centrum voor Jeugd en Gezin op Urk. In het CJG kan informatie worden ingewonnen Hiernaast biedt het CJG ook (prenatale) voorlichting die (via de website) vragen beantwoordt en ruimte biedt voor een persoonlijk gesprek. Vragen over opvoeden en opgroeien worden snel opgepakt in het CJG en indien nodig doorverwezen. Door deze snelle manier van hulpverlening wordt het vragen om hulp laagdrempeliger. Naast het CJG speelt, zoals hierboven beschreven, het consultatiebureau een belangrijke rol in de opvoedingsondersteuning/-vragen. In een gezamenlijke samenwerking tussen GGD Flevoland, Zorggroep Oude en Nieuwe Land en het CJG worden preventieve vormen (cursussen) van hulpverlening aangeboden. Dit wordt gedaan om de doorstroom naar de intensievere vormen te verminderen. Deze cursussen worden aangeboden vanuit het thema “OpvoedenenZo.” Deze cursussen hebben diverse thema’s die de leeftijdsfasen en de daarbij behorende uitdagingen behandelen. De thema’s gaan van “Huilbaby’s” tot aan “Praten met je puber”. Is intensievere zorg noodzakelijk is kan vanuit de preventieve schakel “Stevig Ouderschap” vanuit het consultatiebureau aangeboden worden. Het bestaat uit huisbezoeken, afgelegd door een JGZ-verpleegkundige met speciale training. Stevig Ouderschap is bedoeld voor gezinnen met een pasgeboren kind die om wat voor reden dan ook wat extra steun kunnen gebruiken bij het opvoeden van hun kind(eren). Om de ondersteuning zo optimaal mogelijk in te zetten wordt aan ouders gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen. Met behulp van deze vragenlijst wordt vastgesteld of ouders in aanmerking komen voor deelname aan het programma. De deelname aan het opvoedingsondersteuningsaanbod van de gemeente Urk is groot. Structurele dekking van de kosten is echter niet aanwezig. Momenteel worden deze incidenteel gefinancierd of bekostigd vanuit externe financiering. Doelen 2013-2016: de jeugd groeit (gezond) op Vanuit de christelijke identiteit van de gemeente Urk wordt het gezin als hoeksteen van de samenleving aangemerkt. Ouders die ondersteuning nodig hebben, moeten die ook kunnen krijgen. Hiervoor moeten voldoende middelen binnen de gemeentebegroting aanwezig zijn. Het Centrum voor Jeugd en Gezin moet (nog meer) dé samenwerkingspartner worden met onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg, zorgorganisaties etc. Samen met de ketenpartners moet een stevige basis neergelegd worden om van het Centrum voor Jeugd en Gezin het voorportaal van de Jeugdzorg te kunnen worden. Dit krijgt vorm in een plan CJG Binnen de financieel beschikbare middelen blijft een zo hoog mogelijk bereik van de jeugdgezondheidszorg uitgangspunt. Aan de hand van een nieuw op te stellen nota Gezondheidszorg zal het financiële knelpunt van tekorten in meerjarenperspectief verder onderzocht worden. Mogelijk kan door een flexibilisering van contactmomenten een (nog) effectievere en efficiëntere inzet plaatsvinden. Wanneer het tot een keuze moet komen in de discussie inzake het samenvoegen van de jeugdgezondheidszorg geeft de gemeente Urk er in principe voorkeur aan om dit in zijn geheel onder te brengen bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land. DEEL 4 DE JEUGD ONTWIKKELT ZICH ....…..en de gemeente maakt dat mede mogelijk In het hoofdstuk “De Jeugd ontwikkelt zich” beschrijven wij het beleid van de gemeente Urk om de persoonlijke ontwikkeling te bevorderen en te borgen van baby tot jongvolwassene. Om je te kunnen ontwikkelen hebben de Verenigde Naties en UNICEF het Verdrag voor de Rechten van het Kind opgesteld. De tien belangrijkste zijn: Het recht op een naam en een nationaliteit Het recht op bescherming tegen kinderarbeid Het recht om je mening te geven en informatie te verzamelen Het recht om op te groeien bij familie Het recht op een veilig en gezond leven Het recht op bijzondere zorg voor gehandicapte kinderen Het recht op een veilig en gezond leven Het recht op onderwijs Het recht op bescherming tegen mishandeling en geweld Het recht op spel en ontspanning Om deze rechten te borgen biedt de gemeente Urk, in samenwerking met haar partners, diverse faciliteiten aan van opvang, (speciaal) onderwijs tot arbeidsparticipatie. Waarbij iedereen recht heeft op een gelijke toegang tot de nodige middelen. 4.1Peuterspeelzaal Het peuterspeelzaalwerk is gericht op het samen leren spelen en het signaleren van ontwikkelingsachterstanden bij peuters. In de gemeente Urk is één peuterspeelzaal met 15 groepen van elk 16 peuters (240 kinderen). Hiermee bezoekt 65% van alle peuters de peuterspeelzaal. Voor de peuters met ernstige spraak- taalmoeilijkheden is er de “Taaltrein”. De “Taaltrein” is er voor 2 groepen van elk 6 peuters (12 kinderen). Binnen de “Taaltrein” ligt het accent op taalstimulering en de sociaal- emotionele ontwikkeling van de peuter. Een intern begeleider is aangesteld bij de peuterspeelzaal om problemen vroeg te signaleren. Hiernaast draagt de intern begeleider zorg voor de aansluiting met het basisonderwijs en andere kernpartners. Op deze wijze is een doorgaande lijn gerealiseerd die wordt bekrachtigd door een “warme overdracht” naar het basisonderwijs. Streven is om vanuit de peuterspeelzaal/kinderopvang aansluiting te vinden met de Jeugdhulpteams in het basisonderwijs. Om een slechte start op de basisschool te voorkomen, krijgen (indien noodzakelijk) kinderen via speciale programma’s ondersteuning, het zogenaamde Voor- en Vroegschools Educatieprogramma (VVE.) Vanuit de Wet Ontwikkel Kansen door Kwaliteit en Educatie (voortaan OKE) heeft de gemeente Urk vanaf 1 augustus 2010 de wettelijke plicht een VVE-beleid te voeren. Vanuit de gemeente Urk worden 32 plaatsen bekostigd in het VVE programma. Deze plaatsen worden ingevuld door doelgroepkinderen. De toeleiding richting het VVE programma gebeurt door het consultatiebureau die peuters aanmeld. Vanuit de gemeente bestaat er de wens om de samenwerking tussen de peuterspeelzaal en de kinderopvang te bevorderen. Dit komt tot uiting in de visie Kindcentrum (zie kopje kinderopvang) Op 12 maart 2012 heeft de gemeenteraad een krediet gevoteerd voor de bouw van een Kindcentrum aan de Slenk. 4.2 Bibliotheekwerk De vijf kerntaken van de bibliotheek 1. Warenhuis van kennis en Informatie 2. Centrum voor ontwikkeling en educatie 3. Encyclopedie van kunst en cultuur 4. Inspiratiebron van lezen en literatuur 5. Podium voor ontmoeting en debat Al voor het begin van het basisonderwijs worden kinderen en ouders op Urk gestimuleerd in de taalontwikkelingen. Dit stimuleren gebeurt vanuit de bibliotheek met het taalstimuleringsproject “Boekenbas”. Dit programma wordt aangeboden aan alle eerstgeboren kinderen van 0 tot 6 jaar. Dit programma richt zich op alle eerstgeboren kinderen en ouders en bevordert d.m.v. voorlezen de woordenschat bij kinderen. Met dit programma heeft de gemeente Urk voor ogen om de allerkleinsten te ondersteunen in hun taalontwikkelingen en de ouders hierbij te betrekken. In de ontwikkeling van de jongeren is de bibliotheek een belangrijke partner. In 2011 had de instelling een ledenbestand heeft van 6.020 leden, waarvan 63 % jeugdlid is. Maar liefst 32 % van de Urker bevolking is lid van de bibliotheek. Er komen circa 9.000 bezoekers per maand en er worden 16.000 uitleningen per maand verricht. In de afgelopen jaren ontstonden financiële problemen bij de bibliotheek. Hierover is ook diverse malen in de raadscommissie en gemeenteraad besproken. Nu er goede afspraken gemaakt zijn met de bibliotheek lijken de problemen afgewend. Een spreekwoordelijke vinger aan de pols moet echter wel gehouden worden. Dit kan doordat de jaarlijkse subsidie aan de hand van de aanbevelingen van een Rekenkameronderzoek afzonderlijk gerapporteerd moet worden. 4.3 Basisonderwijs (primair onderwijs) Vanaf het 4e levensjaar gaan de kinderen naar de basisschool en is er een onderwijsverplichting vanaf 5 tot 18 jaar. Daarna is er een kwalificatieplicht voor jongeren tot 23 jaar. Op Urk zijn er twaalf christelijk basisscholen vanuit drie denominaties. Urk kent geen openbaar onderwijs, waarbij de gemeente de bestuurder zou zijn. De gemeenteraad van Urk heeft er voor gekozen dat er op een relatieve korte loopafstand een school in een wijk moet zijn. Vanuit de bevolkingsprognoses wordt geanticipeerd op bevolkingsverschuivingen op Urk. Zo verhuist op termijn de Harmpje Visserschool naar de nieuwe Waterwijk en vindt er een herijking plaats van de voedingsgebieden van de scholen. Het onderhoud van de basisscholen is een taak van de gemeente Urk. Op basis van PVM wordt dit jaarlijks uitgevoerd. Het onderhoud van de scholen is van een hoog niveau. 4.4 Voortgezet onderwijs Voor het voortgezet onderwijs zijn er twee scholen op Urk: Pieter Zandt Scholengemeenschap en het Berechja College. Deze laatste wordt rechtstreeks bekostigd vanuit het ministerie. Er is dan ook geen huisvestingsplicht voor deze school. Momenteel vindt uitbreiding plaats bij zowel het Berechja College en het Pieter Zandt Scholengemeenschap. Leerlingen kunnen op het Berechja College in de onderbouw op alle niveaus instromen, van lwoo- t/m havo/vwo. In de bovenbouw biedt het Berechja College onderwijs op lwoo- t/m mavo-niveau aan. Leerlingen die havo/vwo volgen gaan na de tweede klas naar bijvoorbeeld het Emelwerda College in Emmeloord. De Pieter Zandt Scholengemeenschap heeft op de vestiging Urk in de onderbouw het volledige onderwijsaanbod, van LWO-bbl tot havo/vwo. De basis- en kaderberoepsgerichte leerweg worden na klas 2 vervolgd op de hoofdvestiging in Kampen (in verband met de praktijkvakken). GLTL en havo/vwo blijven tot en met klas 3 op de vestiging Urk. Het praktijkonderwijs wordt alleen op de hoofdvestiging in Kampen aangeboden. Vanuit het Berechja College kan worden doorgestroomd naar diverse MBO-opleidingen gericht op de visserij, koopvaardij en binnenvaart (nautische opleidingen). In september 2012 start de school mogelijk met twee nieuwe opleidingen, namelijk Transport & Logistiek en Windturbinetechnologie. Het Groenhorst College in Emmeloord biedt in samenwerking met Barechja een MBO opleiding aan die zich richt op de visverwerkende industrie. Voor alle andere opleidingen zijn er geen scholen gevestigd op Urk. Vervolgopleidingen vinden over het algemeen plaats op: Emelwerda College Emmeloord: 412 leerlingen ROC Friese Poort Emmeloord: 397 leerlingen Pieter Zandt Scholengemeenschap Kampen: 358 leerlingen 4.5 Leerplicht en RMC Leerplicht geldt voor alle kinderen van 5 tot en met 16 jaar. Direct na de leerplicht begint de kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo- diploma (niet niveau 1.) De overheid ziet dit niveau als minimumvereiste voor een goede participatie in de maatschappij. Op dit moment is er een eenduidig verzuimbeleid vastgesteld door de gemeenten Urk en NOP in samenwerking met de scholen. Dit verzuimbeleid is vastgesteld aan de hand van de Leerplichtwet uit 1969 en geldt voor leerlingen van 5 tot 18 jaar. De uitvoering van de leerplichtwet is belegd bij de leerplichtambtenaar. Vanuit leerplicht is er samenwerking met de onderwijsinstellingen op Urk. Vanuit het wettelijk takenpakket heeft de leerplichtambtenaar zitting in diverse zorgoverleggen. Hierdoor is de leerplichtambtenaar (op afroep) snel op de hoogte van verzuim en kan er worden doorverwezen naar bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd en Gezin. Deze overleggen zijn: Jeugd Hulp Team ( Basisonderwijs) Zorg Advies Team (Voortgezet onderwijs) Naast de preventieve functie van Leerplicht is er ook een repressieve taak in het signaleren van problemen Het signaleren van verzuim biedt de mogelijkheid om vanuit een wettelijk kader de achterliggende problematiek te benaderen en hierop hulp aan te bieden. Naast de leerplicht bestaat de RMC-functie (Regionaal Meld- en Coordinatiefucntie Voortijdige Schoolverlaters.) Het doel is het in beeld brengen van jongeren die zonder startkwalificatie de school verlaten en ze te helpen om die startkwalificatie toch nog te halen. De taak rondom het coördineren van het RMC is wettelijk vastgelegd en is bedoeld voor de leerlingen van 16 tot 23 jaar. Voor leerlingen op Urk is er de mogelijkheid om hun startkwalificatie te behalen op MBO niveau in de nautische- of de visverwerkingsindustrie op Urk. De Urker leerlingen die ander MBO-onderwijs willen volgen moeten dit buiten Urk doen. Met het onderwijs buiten Urk heeft de RMC-coördinator regelmatig contact om alle Urker jongeren in beeld te houden. Het RMC beleid heeft de aandacht van het ministerie van OCW die de ambitie heeft om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen met 50 % in 2015. In de onderstaande tabel krijgt u een beeld hoe Urk ervoor staat in verhouding tot het landelijke gemiddelde. Om het voortijdig school verlaten te voorkomen betekent dit voor het RMC beleid dat de aankomende jaren diverse projecten worden opgestart. Voortijdig School Verlaters 2006/07 2007/08 2008/09 2009/2010 Urk VSV’ers 95 80 89 78 Urk % VSV 4.1 % 3.5 % 3.7 % 3.2 % Landelijk % VSV 3.9 % 3.6 % 3.2 % 3.0 % DEEL 5 DE JEUGD VRAAGT EXTRA ZORG ....en de gemeente heeft oog voor die zorg Alle jongeren hebben aandacht nodig. Van ouders, vrienden, leerkrachten. Ze willen gezien worden! Sommige jongeren hebben extra aandacht nodig. Omdat ze een handicap hebben of omdat ze gewoon een steuntje in de rug nodig hebben in de groei naar volwassenheid. 5.1 Speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs Voor leerlingen die extra zorg nodig hebben zijn op Urk twee klassen die als dependance van De Klimboom speciaal basisonderwijs aanbieden vanuit één schoolvereniging. Vanwege deze dependance is financiering van huisvesting niet mogelijk, hierdoor ontstaat een knelpunt. Mogelijk dat de wettelijke grondslag komt met de wetgeving rondom het Passend Onderwijs. Met de komst van het Passend onderwijs zullen ook de huidige ontwikkelingen als het gaat om Brede Zorg School worden meegenomen. Met de Brede Zorg School is er het streven om speciaal onderwijs zo dicht mogelijk bij huis aan te bieden. Speciaal onderwijs Cluster 1: scholen voor blinde of slechtziende kinderen Cluster 2: scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen Cluster 3: scholen voor kinderen met lichamelijk en/of verstandelijke beperkingen Cluster 4: scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen Scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) Deze basisscholen zijn bedoeld voor: - moeilijk lerende kinderen; - kinderen met opvoedingsmoeilijkheden; - alle andere kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben. Voor het speciaal onderwijs zijn de leerlingen nu echter nog aangewezen op scholen in de regio, zoals Optimist, Eliëzer, Zonnebloem, etc. Ook maken er nog leerlingen gebruik van het Speciaal Basisonderwijs (SBO) buiten Urk. In totaal volgen 232 leerlingen speciaal onderwijs of Speciaal Basisonderwijs (SBO) buiten Urk, waarvan 115 leerlingen buiten de provincie naar school gaan. De aansluiting van het speciaal onderwijs op de zorgstructuren van de gemeente Urk is een aandachtspunt waarin de mogelijkheden worden onderzocht om deze groep leerlingen beter te ondersteunen. De aanvraag (indicatie) voor het speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) is een zeer complex en tijdrovend proces. Dit tijdrovende proces wil het regionaal samenwerkingsverband vereenvoudigen met duidelijke kaders waarin een indicatiestelling maximaal een maand duurt en het liefst korter. 5.2 Passend onderwijs De laatste jaren is vanuit de Rijksoverheid de ambitie gekomen om het onderwijs zo dicht mogelijk bij thuis te geven. Het kabinet wil dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, beter worden geholpen. Hoewel wetgeving nog niet is vastgesteld is het de intentie dat scholen vanaf 1 augustus 2013 verplicht zijn een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Passend onderwijs betekent derhalve dat aan alle leerlingen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs moet worden geboden. Dat kan zijn in het regulier onderwijs, maar ook in het speciaal onderwijs. Om de kwaliteit van het speciaal onderwijs te verbeteren, is naast het wetsvoorstel voor passend onderwijs, ook een wetsvoorstel om de kwaliteit van het speciaal onderwijs te verbeteren. Het vormgeven van passend onderwijs gebeurt vanuit de bestaande samenwerkingsverbanden van scholen. De schoolbesturen in het samenwerkingsverband maken afspraken over hoe voor elke leerling zo goed mogelijk passend onderwijs kan worden gerealiseerd. Ze leggen deze afspraken vast in een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt ten minste 1 keer per 4 jaar opgesteld en kan tussentijds worden gewijzigd. Het samenwerkingsverband krijgt voor het passend onderwijs financiële middelen. Er zijn op Urk diverse samenwerkingsverbanden actief. Regionaal zijn Schoolvereniging Rehoboth en Geref. Schoolvereniging Accretio aangesloten bij het verband NOP, Urk. De reformatorische scholen op Urk (inclusief Pieter Zandt) zijn aangesloten bij een landelijk verband. Het voortgezet onderwijs Berechja College is aangesloten bij het regionaal verband Aandacht+. Nauw aansluitend op het passend onderwijs is het gemeentelijk beleid rond de schoolbegeleiding. De gemeente bekostigt momenteel een drietal SBD-diensten. Deze zijn gespecialiseerd in het oplossen van leerproblemen bij leerlingen in het primair onderwijs. De basisschool schakelt de schoolbegeleidingsdienst in wanneer het kind problemen heeft met leren of een grote leerachterstand heeft. In de beleidsperiode zal een notitie geschreven worden inzake de relatie schoolbegeleiding en het passend onderwijs. De gemeente Urk is vooralsnog terughoudend in de planvorming van Passend Onderwijs, aangezien wetgeving rondom passend onderwijs nog niet is vastgesteld en het feit dat de zorgplicht ligt bij het samenwerkingsverband. De gemeente is verantwoordelijk voor eventuele huisvestingsplicht, waar een wettelijke grondslag voor is, en het eventueel aanbieden van leerlingenvervoer. 5.3 Leerlingenvervoer De gemeente Urk heeft in een aantal gevallen de wettelijk plicht om de vervoerskosten van een kind tussen het woonadres en de dichtstbijzijnde school te bekostigen. Dit kan een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs zijn. De vergoeding kan plaats vinden voor vervoer per fiets, openbaar vervoer, eigen vervoer of taxi/busje. Een bron van grote zorg is diverse jaren de financiering van het leerlingenvervoer. Gezien de financiële omvang van het leerlingenvervoer moet deze gemeentelijke taak regelmatig Europees aanbesteed worden. Onlangs is de dienst opnieuw gegund aan Taxicentrale Witteveen. Regelmatig vindt er een telefonisch tevredenheidsonderzoek plaats onder de ouders. 5.4 Outreachend maatschappelijk jongerenwerk Outreachend maatschappelijk jongerenwerk is beter bekend onder de term ambulant jongerenwerk. De kern van dit werk is jongeren actief opzoeken in hun eigen omgeving. Jongeren van daaruit ondersteunen in hun groeiproces naar volwassenheid zodat hun positie direct of op termijn verbetert. De jongerenwerkers werken daarin samen met diverse welzijns-, onderwijs- en zorginstellingen. De jongerenwerkers richten zich op maatschappelijke activering en participatie van kwetsbare (groepen) jongeren. Doel van de functie is het verbeteren van het maatschappelijk functioneren van de jongeren door het bieden van ondersteuning en vorming om de zelfstandigheid van de doelgroep te vergroten en verbetering van het woon-, werk- en leefklimaat te bewerkstelligen. Het outreachend maatschappelijk jongerenwerk realiseert deze functie door het aanbieden en uitvoeren van hulp, dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Het ambulant jongerenwerk is een laagdrempelige voorziening voor alle jongeren die wordt aangeboden vanuit de Zorggroep Oude en Nieuwe Land onder de vlag van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Jongerenwerkers begeleiden jongeren (meisjes en jongens) in de leeftijd van 12 tot 23 jaar in de vrije tijd. Onderdeel van het outreachend maatschappelijk jongerenwerk is het meidenwerk op Urk. Dit is in 2011 opgestart waarbij de eerste ervaringen bijzonder positief zijn. De gemeenteraad heeft met zorg de ontwikkelingen van de Urker jeugd gevolgd en dan met name de meidenproblematiek. Waar eerder de grootste zorg uitging naar het gedrag van de totale jeugd op Urk, werd als snel duidelijk dat er op Urk sprake is van specifieke meidenproblematiek. Met cofinanciering van de provincie en in samenwerking met Zorggroep Oude en Nieuwe Land is het ambulant meidenwerk gestart vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). In de korte tijd zijn veel contacten gelegd met het werkveld; op het gebied van ontspanning, horeca, sport, onderwijs en de CJG samenwerkingspartners, hulpverleningstrajecten zijn in gang gezet, activiteiten met meiden gestart of voorbereidingen getroffen om nieuwe activiteiten te starten. Dat de gemeenteraad positief is over de inzet van de meidenwerker bleek uit de aangenomen motie. In de (besloten) commissie-/raadsvergadering van 25 juni 2012 is besloten om deze functie vanaf 2013 vanuit de herallocatie van het subsidiebudget van Stichting Buurtwerk te bekostigen 5.5 Jongeren met een beperking Op Urk zijn diverse gehandicaptenorganisaties actief: Triade Flevoland, ´s Heerenloo, Philadelphia Zorg, Omega Groep en Siloah. Deze organisaties exploiteren ook een woonvorm o.a. Het Hop, Thuishaven, Het 8-ter dek en de Parelhof. Daarnaast zijn er enkele initiatieven waarbij de gehandicapten dagbesteding ontvangen (Peppelstek, Drukpunt en Peppelstek). Voor de realisatie van toekomstige nieuwe woonvormen en of het vormgeven van ambulante begeleiding hanteren de organisaties vaak dezelfde gegevens. Omdat ouders zich inschrijven bij diverse organisatie geeft de zorgvraag een vertroebeld beeld. Daarnaast geldt dat niet voor iedere specifieke beperking begeleiding op Urk aangeboden kan worden (bijvoorbeeld zorg vanuit het autistisch spectrum). In januari 2011 is vanuit een HBO-afstudeeropdracht de expliciete zorgvraag onderzocht. De conclusie van het onderzoek was dat vraag en aanbod niet op elkaar aansloten. Er is meer vraag dan aanbod. De aanbevelingen zullen dan ook naar de toekomst toe verder uitgewerkt moeten worden. Daarbij is samenwerking tussen organisaties een hele belangrijke factor. Met de transitie AWBZ gaat er met name voor de begeleiding (het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid) voor deze jongeren de komende jaren veel veranderen. De val van het Kabinet Rutte heeft er voor gezorgd dat de plannen vooralsnog vertraagd zijn, maar dat betekent niet dat dit geen doorgang zal vinden. Onder functie begeleiding gaat een veelvoud aan activiteiten voor de doelgroep schuil. Destijds is ook afgesproken dat de gehandicaptenzorg voor cliënten met een IQ boven de 70 wordt geschrapt. Deze maatregel is inmiddels uitgesteld tot 1 januari 2013. Tot slot worden met MEE IJsseloevers jaarlijks samenwerkingsafspraken gemaakt. Deze organisatie biedt ondersteuning aan jongeren met een beperking of handicap. 5.6 Pleegzorg Soms kan voor kortere of langere tijd een kind niet meer thuis blijven wonen. Er wordt dan gezocht naar een geschikt pleeggezin. Ouders kunnen dan nadrukkelijk aangeven dat hun kind(eren) in de christelijke overtuiging opgevoed moet(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.