inhoud Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Doelmatigheid De mate waarin prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. De wijze van uitvoering van beleid staat hierbij centraal. Doeltreffendheid De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald Programma Een samenhangend geheel van activiteiten. Paragraaf Onderdeel van de begroting waarin de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. Artikel 2. Onderzoeksfrequentie Het Dagelijks Bestuur onderzoekt en toetst jaarlijks de doelmatigheid en de doeltreffendheid van minimaal 2 delen van programma's en paragrafen. Artikel 3. Onderzoeksplan 1. Het Dagelijks Bestuur zendt ieder jaar uiterlijk voor 15 november een onderzoeksplan ter kennisname naar de stadsdeelraad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid. 2. In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal aangegeven: het object van onderzoek de reikwijdte van het onderzoek de onderzoeksmethode doorlooptijd van het onderzoek de wijze van uitvoering 3. In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken. Artikel 4. Voortgang onderzoeken Het Dagelijks Bestuur rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid. Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking 1. De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage. Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor verbeteringen. 2. Op basis van de resultaten van ieder onderzoek geeft het Dagelijks Bestuur gemotiveerd aan, welke aanbevelingen het wel of niet overneemt. Het Dagelijks Bestuur neemt op basis van deze aanbevelingen organisatorische maatregelen. De rapportage, de aanbevelingen en de getroffen maatregelen worden ter kennisgeving aan de stadsdeelraad aangeboden. Artikel 6. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Artikel 7. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van het stadsdeel Amsterdam-Centrum ". artikelsgewijze toelichting Artikel 2. Onderzoeksfrequentie In artikel 2 wordt het Dagelijks Bestuur opgedragen onderzoek te doen naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Er worden door de stadsdeelraad een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het Dagelijks Bestuur geëist. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid. De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten eerste de stadsdeel organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de organisatie-eenheden van het stadsdeel. Een tweede ingang voor de doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de stadsdeel taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt onderzocht. De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kunnen dergelijke onderzoeken paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten. Artikel 3. Onderzoeksplan De beslissing wat te onderzoeken is aan het Dagelijks Bestuur. Vanzelfsprekend zal de stadsdeelraad willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te bespreken en als de stadsdeelraad dat nodig acht, invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de stadsdeelraad en de stadsdeelraad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven, wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden toegelicht:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.