Verordening rioolheffing 2014Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater en mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater in eigendom, beheer of onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven: van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Indien geen aanwijzing plaatsvindt volgens het eerste lid, wordt het recht geheven van degene die gelegenheid biedt tot het hebben van een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van de heffing 1.De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het soort perceel conform de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken en het aantal aansluitingen dat het perceel op de gemeentelijke riolering heeft. 2.Voor de toepassing van de in artikel 6 genoemde belastingtarieven, wordt voor de bepaling van het soort perceel volgens het eerste lid, de objectafbakening conform de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken gevolgd. 3.De heffing bedraagt een vast bedrag per aansluiting per perceel. Artikel6Belastingtarieven De heffing als bedoeld in artikel 2, bedraagt per perceel en belastingjaar: voor iedere woning, per aansluiting: € 157,00; voor iedere niet-woning, naar aard en bestemming toegankelijk voor derden, of waar 5 of meer personen werkzaam zijn, met uitzondering van niet-commerciële sportaccommodaties en jeugdgebouwen, per aansluiting: € 314,00; voor iedere niet-woning, naar aard en bestemming beperkt toegankelijk voor derden, of waar minder dan 5 personen werkzaam zijn, per aansluiting: € 157,00; voor iedere niet-woning, dat minder dan 3 m³ water per jaar verbruikt, per aansluiting: € 40,00; het vaste bedrag van de leden a, b, c en d van dit artikel, wordt voor iedere extra aansluiting vermeerderd met: € 40,00; voor ieder verzorgingstehuis per kamer: € 40,00; voor iedere vaste staanplaats op een camping € 114,00; voor iedere passantenplaats op een camping € 16,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.