← Nederland

Verordening op de heffing en invordering vantoeristenbelasting 2013 en 2014 (Heeze-Leende)

De raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 september 2012, nr. 12.56; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: "Verordening op de heffing en invordering vantoeristenbelasting 2013 en 2014" Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "toeristenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel

  1. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  2. 3Als er geen persoon is aan te wiijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  3. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
  4. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
  5. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel5Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. volgtijdig standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. 2Voor particulier verhuurde woningen, woningen op een kampeerterrein die voor een seizoen of jaar worden verhuurd (niet volgtijdig) en voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning: a. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen; b. het aantal nachten gesteld op: als een woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:meer dan maar niet meer dan 1° 23 nachten - 3 maanden 2° 40 nachten 3 maanden 6 maanden 3° 52 nachten 6 maanden 9 maanden 4° 58 nachten 9 maanden - 4Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen en voor woningen die voor een seizoen of een jaar worden verhuurd, wordt per standplaats en per woning: a het aantal overnachtende personen gesteld op: als een kampeermiddel of woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:meer dan maar niet meer dan 1° 3 - 3 maanden 2° 2,5 3 maanden 6 maanden 3° 2,5 6 maanden 9 maanden 4° 2,3 9 maanden - b. het aantal nachten gesteld op: als een kampeermiddel of woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:meer dan maar niet meer dan 1° 45 nachten - 3 maanden 2° 60 nachten 3 maanden 6 maanden 3° 70 nachten 6 maanden 9 maanden 4° 80 nachten 9 maanden - Artikel6Belastingtarief 1Het tarief bedraagt per overnachting € 0,95 per persoon. 2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief per overnachting: - in een hotel of conferentiecentrum € 1,25 per persoon. - op een scoutingterrein € 0,40 - op een camping € 0,75 Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel10Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de volgende termijn telkens twee maanden later. 2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de overige aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 3Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen. Artikel11Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouder aangewe-zen gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b, van de ge-meentewet.. Artikel12Registratieplicht 1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhouders te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente kosteloos verstrekt nachtverblijfregister. 2Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het nachtverblijfregister. 3De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de in artikel 5, tweede lid, genoemde belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze als bedoeld in artikel 5, derde en/of vierde lid. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel14Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel
  6. De "Verordening toeristenbelasting 2012", vastgesteld op 19 december 2011 door de gemeenteraad van Heeze-Leende, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
  7. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
  8. De datum van ingang van heffing is 1 januari
  9. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2013". aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad voornoemd, d.d. 8 oktober 2012 ,de voorzitter ,de griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.