Participatieverordening Werk en Inkomen LekstroomDe raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2013, nr. 2013-0335 gelezen en besluit; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; gelet op artikel 4, tweede lid en artikel 5, eerste en derde lid van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdelen a, e en f en artikel 8b van de Wet werk en bijstand besluit vast te stellen de: PARTICIPATIEVERORDENING WERK EN INKOMEN LEKSTROOM Artikel 1 Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: wet: Wet werk en bijstand (WWB); belanghebbende: persoon tot de pensioengerechtigde leeftijd met een uitkering ingevolge de WWB, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); WIL: Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom; AB: algemeen bestuur WIL; DB: dagelijks bestuur WIL; Poortwachter en Schouwperiode: intensieve en kortdurende periode waarin het recht op bijstand wordt beoordeeld en een goed beeld ontstaat van het meest passende ondersteuningsaanbod van een belanghebbende binnen WIL; WML: wettelijk minimumloon; verdiencapaciteit: het gedeelte dat de belanghebbende zou kunnen verdienen ten opzichte van een gezonde gelijke uitgedrukt in een percentage van het wettelijk minimumloon; arbeidscapaciteit: de relatie tussen de belasting die het werk stelt op het fysieke en psychische vlak en de mate waarin de belanghebbende in staat is het werk uit te voeren (belastbaarheid van belanghebbende). Dit wordt uitgedrukt in een inschatting van de verdiencapaciteit (verdeling: > 80%WML, 20%-80% WML en < 20% WML); klantgroep: een groep belanghebbenden die aan de criteria van een klantgroep voldoen; participatiegerechtigde: belanghebbende die valt onder de dienstverlening van WIL na het hebben doorlopen van de Poortwachter en Schouwperiode (behoort tot een van de klantgroepen); voorziening gericht op arbeidsinschakeling: een specifiek door WIL aan de participatiegerechtigde aangeboden instrument om het perspectief op participatie te vergroten; NUG-er: een niet-uitkeringsgerechtigde persoon, als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a WWB; Anw-er: een persoon met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de IOAW , de IOAZ, de Wet Participatiebudget en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2Beleidsplan en beleidsregels 1.Het AB stelt een beleidsplan vast, waarin wordt opgenomen; de beleidsvisie, beleidsvoornemens, een omschrijving van het participatiebeleid ten aanzien van de verschillende klantgroepen, de prioritering binnen en tussen die groepen. 2.Het DB kan ter uitvoering van deze verordening en van het beleidsplan nadere regels en beleidsregels vaststellen. Artikel3Klantgroepen 1.Na afloop van de Poortwachter en Schouwperiode wordt de belanghebbende aan de hand van een klantgroepindeling ingedeeld in een van de vier mogelijke klantgroepen. 2.De klantgroepindeling is gebaseerd op het perspectief van belanghebbende op reguliere arbeid (job ready of niet) en de arbeidscapaciteit. 3.De volgende klantgroepen kunnen worden onderscheiden: klantgroep 1: perspectief op reguliere arbeid vandaag (job ready) of op termijn (niet job ready) en arbeidscapaciteit van meer dan 100% van het WML; klantgroep 2: perspectief op reguliere arbeid, maar niet vandaag (niet job ready) en arbeidscapaciteit tijdelijk minder dan 100% van het WML ; klantgroep 3: perspectief op arbeid vandaag (job ready) en op termijn (niet job ready) met ondersteuning; de arbeidscapaciteit van deze belanghebbenden is structureel beperkt (tussen de 20-80% van het WML); klantgroep 4: perspectief op maatschappelijke participatie en een arbeidscapaciteit die minder dan 20% van het WML is. 4.In matrix 1 behorende bij deze verordening zijn de klantgroepen verder uitgewerkt. 5.De belanghebbende die behoort tot klantgroep 1, 2 of 3 valt voor de participatiebegeleiding primair onder de dienstverlening van WIL. 6.De belanghebbende die behoort tot klantgroep 4 valt voor de participatiebegeleiding onder de lokale dienstverlening van de gemeente waar hij woonachtig is. Artikel4Ondersteuning 1.Belanghebbenden, Anw-ers, NUG-ers alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het DB noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het doel van de ondersteuning is primair gericht op de kortste en meest effectieve weg naar duurzame arbeidsinschakeling. 3.De maximale ondersteuning aan de NUG-er en Anw-er betreft het aanbod aan dienstverlening binnen de Poortwachter en Schouwperiode. Het maximale inkomen van de NUG-er en Anw-er die vallen onder deze dienstverlening is begrensd op 110% van het WML. 4.Het DB zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen ten behoeve van de participatiegerechtigde. Het DB stelt daarbij prioriteiten, afhankelijk van de financiële mogelijkheden en de maatschappelijke-, economische- en conjuncturele ontwikkelingen. 5.Het DB bevordert een evenwichtige verdeling van voorzieningen tussen de onderscheiden klantgroepen, in het licht van de doelstellingen van WIL. 6.Geen recht op een voorziening of ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het DB in voldoende mate bijdraagt aan de participatie van de deelnemer. Artikel5Verplichtingen 1.De belanghebbende is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden. 2.De belanghebbende die door het DB een voorziening wordt aangeboden of ondersteuning krijgt, is verplicht hiervan gebruik te maken en wel op een zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan plaatsvinden. Artikel6Afstemming Indien een belanghebbende niet voldoet aan het gestelde in artikel 5, kan het DB een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is bepaald in de van toepassing zijnde Afstemmingsverordening WWB of Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ. Artikel7Budgetplafond 1.Het DB kan in beleidsregels een of meerdere budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. 2.Het DB kan in beleidsregels een plafond instellen voor het aantal belanghebbenden dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 3.Een door het DB ingesteld budgetplafond of plafond voor aantal belanghebbenden vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. Artikel8Voorzieningen (gericht op arbeidsinschakeling) 1.Het voorzieningenaanbod binnen WIL is divers te noemen, niet limitatief en bestaat onder andere uit: diagnostische interventies; instrumenten zoals daar zijn assessments, portfolio’s; re-integratietrajecten; aanbodversterkende interventies; vraaggerichte interventies. 2.In matrix 2 behorende bij deze verordening zijn de voorzieningen verder uitgewerkt. 3.Het DB kan een voorziening beëindigen of weigeren indien: de belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 of die als bedoeld in artikel 9 of 17 van de wet, 13 en 37 IOAW en 13 en 37 IOAZ niet of in onvoldoende mate nakomt; de belanghebbende niet (langer) tot (een van) de klantgroep(en) behoort; de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; het DB een andere voorziening aanbiedt die naar haar oordeel passender is; naar het oordeel van het DB de voorziening niet (langer) dan wel in onvoldoende mate bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Artikel9Tegenprestatie 1.Het DB kan aan belanghebbende op grond van artikel 9 lid 1 onder c van de wet de voorziening tegenprestatie aanbieden en stemt dit aanbod af op het vermogen van de belanghebbende en het beschikbare “tegenprestatie”- aanbod. 2.In matrix 2 behorende bij deze verordening is de tegenprestatie verder uitgewerkt. Artikel10Participatieplaats 1.Het DB kan aan belanghebbende op grond van artikel 10a lid 1 van de wet een participatieplaats aanbieden. 2.Het DB kan aan belanghebbende op grond van artikel 10a lid 5 van de wet scholing aanbieden. 3.Het DB kan aan belanghebbende een premie verstrekken op grond van artikel 10a lid 6 van de wet. De maximum hoogte van de premie per twaalf maanden is gelijk aan de in de WWB genoemde maximumvergoeding in artikel 31 lid 2k van de wet (kostenvergoeding vrijwilligerswerk) voor zover dit naar het oordeel van het DB bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. 4.In matrix 2 behorende bij deze verordening is de participatieplaats en premie verder uitgewerkt. Artikel11Vergoedingen (in relatie tot participatie) 1.Het DB kan de werkgever, als onderdeel van het inzetten van een specifieke voorziening voor belanghebbende, financieel tegemoet komen door het aanbieden van een voorziening in de vorm van een no risk polis. 2.In matrix 2 behorende bij deze verordening is de no riskpolis verder uitgewerkt; 3.Het DB kan een reiskostenvergoeding aan belanghebbende verstrekken indien belanghebbende, als gevolg van het gebruik maken van een voorziening, er financieel op achteruit dreigt te gaan en er geen alternatieven voorhanden zijn. De hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal het goedkoopste tarief openbaar vervoer. De reiskosten worden alleen vergoed als de enkele reisafstand woon - werk minimaal 15 kilometer bedraagt. 4.In afwijking van het gestelde in lid 3 kan het DB - ongeacht de reisafstand - in uitzonderlijke gevallen de reiskosten ook vergoeden. De hoogte van de vergoeding bedraagt ook in dezesituatie maximaal het goedkoopste tarief openbaar vervoer. Onder uitzonderlijkegevallen worden verstaan fysieke en of mentale omstandigheden waardoor belanghebbende niet in staat is met eigen vervoer te reizen en er geen alternatieven voorhanden zijn. Artikel12Nazorg 1.Het college kan aan ondernemingen waarbij personen met een WWB-, IOAW-, IOAZ- of Anw- uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden dan wel personen zoals bedoeld in artikel 10 lid 2WWB algemeen geaccepteerde arbeid hebben aanvaard, welke geen voorziening inhoudt,gedurende maximaal 12 maanden nazorg bieden. 2.De nazorg is gericht op het bestendig maken van de arbeidsrelatie van belanghebbende enbetrokken onderneming. Artikel13Hardheidsclausule en onvoorziene situaties 1.In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het DB; 2.Het DB kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel14Inburgeringsbepalingen 1.Een inburgeringsplichtige aan wie al dan niet een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is toegekend door het college van de gemeente Houten bij of krachtens de Participatieverordening WWB, IOAW en IOAZ vastgesteld bij raadsbesluit van 27 maart 2012 (2012-010), behoudt de verplichting en de al dan niet toegekende voorziening conform de verleende beschikking, met dien verstande dat de artikelen 12 tot en met 20 van de Participatieverordening WWB, IOAW en IOAZ van toepassing blijven. 2.Het college van de gemeente Houten biedt een inburgeringsvoorziening aan: een asielgerechtigde inburgeringsplichtige die in 2012 reeds inburgeringsplichtig was of werd, dat wil zeggen indien vóór 1 januari 2013 een verblijfsvergunning asiel verkreeg en nog geen inburgeringsvoorziening aangeboden kreeg. een geestelijk bedienaar, die inburgeringsplichtig is en die reeds vóór 1 januari 2013 een verblijfsvergunning verkreeg en nog geen inburgeringsvoorziening aangeboden kreeg, met dien verstande dat de artikelen 12 tot en met 20 van de Participatieverordening WWB, IOAW en IOAZ van toepassing blijven. 3.Voorzieningen die zijn aangevraagd op of na het moment van inwerkingtreding van deze verordening vallen onder deze verordening; 4.Voor voorzieningen die zijn aangevraagd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist geldt de meeste gunstige bepaling. Artikel15Inwerkingtreding en intrekking 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking. 2.Artikel 13 werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.