Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing De raad van de gemeente Woensdrecht gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 8 oktober 2013; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; mede gelet op het advies van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant BESLUIT: vast te stellen de: VERORDENING OP OE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING Artikel1Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; b. gemeentelijke riolering; een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; d. woning: een perceel dient in hoofdzaak tot woning als de waarde, die volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het perceel Is vastgesteld, in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvafwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het trelfen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruil water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2 Met betrekking tot de rioolheffing wordt a. als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; c. gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel- niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; d. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1 Per perceel wordt een vast bedrag aan belasting geheven. 2 Onverminderd het bepaalde in lid 1, wordt voor een perceel dat niet in hoofdzaak lot woning dient de belasting verhoogd voor het aantal kubieke meters dat vanaf 501 kubieke meter vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3 Hel aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 4 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling 5 De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten minste 3.000 m3 dan wel ten minste 20% lager is dan de som van de hoeveelheden toegevoerd of opgepompt water, verminderd met de door de belastingplichtige aan te tonen hoeveelheid water die niet via de gemeentelijke riolering is afgevoerd. Artikel6Belastingtarieven 1 De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 1, bedraagt per perceel per belastingjaar: a. Voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient en wordt gebruikt door: een éénpersoonshuishouden: € 144,00 een meerpersoonshuishouden : € 192,00 b. Voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient € 192,00 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onder a en b, zijn de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens omtrent het huishouden aan het begin van het kalenderjaar of aan het begin van de belastingplicht leidend, tenzij anders blijkt. 3 Het tarief als bedoeld in artikel 5, lid 2, bedraagt bij een vanuit het perceel hoeveelheid afgevoerd water van: a. 501 m3 of meer doch minder dan 1.001 m3, per m3 € 0,4727 b. 1.001 m3 of meer doch minder dan 2.001 m3, per m3 € 0,4201 met een minimum van € 475,00 c. 2.001 m3 of meer doch minder dan 5.001 m3, per m3 € 0,3676 met een minimum van € 850,00 d. 5.001 m3 of meer doch minder dan 10.001 m3, per m3 € 0,3151 met een minimum van € 1.850,00 e. 10.001 m3 of meer, per m3 € 0,2625 met een minimum van € 3.175,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.