← Nederland

Verordening Wet kinderopvang gemeente Nuenen 2010 (Nuenen, Gerwen en Nederwetten)

Verordening Wet kinderopvang gemeente Nuenen 2010De raad van de gemeente Nuenen gelezen het voorstel van het college van 3 augustus 2010 gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Wet kinderopvang gemeente Nuenen 2010 Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders de wet: de Wet kinderopvang; Paragraaf2Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie Artikel2Te verstrekken gegevens 1.Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat minimaal de volgende gegevens: Naam, adres, geboortedatum en Burgerservicenummer (BSN) van de ouder; wanneer van toepassing: naam van de partner en wanneer deze een ander adres heeft als de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; overige gegevens die het college nodig heeft om te kunnen besluiten over de aanvraag. 2.Het college kan bepalen dat de aanvraag via een door het college vastgesteld aanvraagformulier gedaan wordt. 3.Indien de ouder een partner heeft, ondertekent de partner de aanvraag ook. Artikel3Beslistermijn Het college besluit over de aanvraag binnen de door de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven termijnen, na ontvangst van alle gevraagde gegevens. Artikel4Inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: de geldigheidsduur van de indicatie; de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt gevonden. Artikel5Weigeringsgronden Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen wanneer: de ouder en de partner al een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet. er naar het oordeel van het college geen sprake is van een noodzaak voor een tegemoetkoming in kinderopvang om sociaal en/of medische redenen van ouders en/of kinderen. Hierop zijn de door het college vast te stellen beleidsregels van toepassing. Paragraaf3Aanvraag van de tegemoetkoming Artikel6Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1.Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang bevat: naam. adres, geboortedatum en Burgerservicenummer (BSN) van de ouder; wanneer van toepassing: naam en BSN van de partner en wanneer deze een ander adres heeft als de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval staat: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; Gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. overige gegevens die het college nodig heeft om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.Het college kan bepalen dat de aanvraag via een door het college vastgesteld aanvraagformulier gedaan wordt. 3.Indien de ouder een partner heeft, ondertekent de partner de aanvraag ook. Paragraaf4Verlening van de tegemoetkoming Artikel7Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming Het college besluit over de aanvraag binnen de door de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven termijnen, na ontvangst van alle gevraagde gegevens. Artikel8Weigeringsgronden Het college weigert een tegemoetkoming te verlenen wanneer: De ouder en de partner al een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of wanneer de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel9Ingangsdatum van de tegemoetkoming 1.Hoofdregel is dat het college de tegemoetkoming toekent met ingang van de datum van melding. 2.Op de hoofdregel van toekenning van de tegemoetkoming bestaan de volgende uitzonderingen: Het recht op de tegemoetkoming is pas na datum van de melding ontstaan. In dat geval moet het college de tegemoetkoming toekennen met ingang van de datum waarop het recht is ontstaan. De aanvrager heeft zijn aanvraag niet zo spoedig mogelijk na de melding ingediend en dit valt hem te verwijten. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die het rechtvaardigen om de tegemoetkoming te verlenen met ingang van een datum gelegen vóór de datum van melding of voor kosten die vóór de datum van melding zijn gemaakt. Artikel10De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1.De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel11Omvang van de kinderopvang Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel12Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming is bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder. Artikel13De bevoorschotting van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. 2.Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. Paragraaf5Vaststelling van de tegemoetkoming Artikel14Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 1.De ouder levert binnen vier weken na ontvangst van het jaaroverzicht van de kinderopvanginstelling een kopie in bij de gemeente. 2.Het college besluit over de aanvraag binnen de door de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven termijnen, na ontvangst van alle gevraagde gegevens. Artikel15Verrekening met de voorschotten De vastgestelde tegemoetkoming wordt binnen vier weken betaald na verrekening met de betaalde voorschotten. Paragraaf6Verplichtingen van de ouder Artikel16Inlichtingenplicht 1.De ouder of de partner licht het college schriftelijk in over wijzigingen. De ouder of partner doet dit onmiddellijk na het bekend worden daarvan en uit eigen beweging. 2.Wanneer het college dit vraagt levert de ouder of partner alle gegevens in die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn. Het college stelt hiervoor een redelijke termijn. Paragraaf7Slotbepalingen Artikel17Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van bepalingen in deze verordening wanneer strikte toepassing daarvan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel18Inwerkingtreding Deze verordening treedt de dag na publicatie in werking. Artikel19Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang gemeente Nuenen 2010. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 30 september 2010 DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter, drs. H.A.J.P. Duijmelinck mr. W.R. Ligtvoet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.