beheer Werk en Inkomen LekstroomHet dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom; gelezen het voorstel van de directeur d.d 18 april 2013; gelet op artikel 8 van de ‘Archiefverordening van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom’; B E S L U I T : vast te stellen de navolgende: Voorschriften betreffende het beheer van de archiefbewaarplaats en het beheer van de documenten/
(Besluit
beheer). HoofdstukI.Algemene bepalingen Artikel1 1.Dit besluit verstaat onder: a. wet: de Archiefwet 1995; b. archiefregeling: Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten schap van 15 december 2009, nr. WJZ/178205
: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1 onder c, lid 1-4 van de wet, zijnde het geheel van op één of meerdere
dragers vastgelegde met elkaar samenhangende gegevens, die worden ontvangen of gecreëerd op grond van de taakstelling en/of de werkprocessen; f.
bestand: documenten, waarin een bepaalde fysieke of logische ordening gebracht is, of met een bestaand hulpmiddel gebracht kan worden; g.
systemen: systeem van documentatie, procesprogrammatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnen /
kan worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen en geraadpleegd; h.
voorziening: het beheren, bewaren, ontsluiten en verstrekken van in de documenten en documentatie van het openbaar lichaam vastgelegde gegevens, kennis en
. i. selectielijst: de selectielijst voor archiefbescheiden van gemeentijke en intergemeentelijke organen; 2Tenzij in dit besluit anders is bepaald, is hoofdstuk 3 van de Archiefregeling mede van toepassing op documenten die op grond van de voor het openbaar lichaam geldende selectielijst voor vernietiging in aanmerking komen. HoofdstukII.De archiefbewaarplaats Artikel
voorziening Artikel7 De directeur is belast met de
voorziening binnen het openbaar lichaam betreffende de door het openbaar lichaam uitgevoerde taken alsmede met het beheer van
/de documenten van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Artikel8 De directeur kan de uitvoering van de bepalingen van dit besluit mandateren aan één of meer medewerkers. HoofdstukIV.Archiefvorming en -ordening Productie van documenten Artikel9 De directeur draagt er zorg voor, dat de vervaardiging van
/documenten op zodanige wijze en met zodanige materialen geschiedt, dat hun houdbaarheid tenminste in overeenstemming is met de bij of krachtens de wet gestelde eisen. Artikel10 De directeur draagt er zorg voor dat bij het wijzigen, verwijderen of vernietigen van
/documenten, of onderdelen daarvan, de bij of krachtens de wet gegeven regels betreffende selectie en vernietiging worden toegepast. Artikel11 Van
/documenten, waarvan een exemplaar wordt verzonden, wordt een ander gewaarmerkt / geauthenticeerd exemplaar bewaard als minuut. Artikel12 De directeur draagt – voor zover van toepassing – zorg voor de opstelling van procedures voor
/documentenverkeer en de behandeling van ingekomen, uitgaande en interne documenten, rekening houdend met de bij en krachtens de wet gestelde eisen. Identificering van documenten Artikel13 1.De directeur draagt er zorg voor, dat uit ieder document, dan wel uit daarbij behorende
, blijkt: wanneer en door wie de
/het document is ontvangen of opgemaakt; wie de afzender of vervaardiger is; op welke taak de
/het document betrekking heeft; wat de status en het ontwikkelingsstadium van de
/het document is; en wanneer en aan wie een exemplaar ervan is verzonden. 2.Ten aanzien van
/documenten dienen kenmerken zodanig te worden vastgelegd, dat ze met behulp daarvan op eenvoudige wijze kunnen worden teruggevonden. 3.Het vorige lid heeft geen betrekking op
/documenten, die niet benodigd zijn in het kader van uitvoering van taken en de verantwoording daarover, of die niet in verband met enig wettelijk voorschrift worden opgemaakt, ontvangen of bewaard, dan wel geen verband houden met de communicatie met de burger. Artikel14 De directeur draagt zorg voor het opstellen van procedures, waarmee de registratie van documenten en hun afdoeningtermijnen worden bewaakt. Ordening en toegankelijkheid van documenten Artikel15 1.De directeur draagt er zorg voor, dat de onder zijn beheer staande
/documenten in goede, geordende en toegankelijke staat worden gebracht en dat de ordening van de
/documenten geschiedt volgens een doelmatige en doeltreffende systematiek, waarvan de ordeningsstructuur is vastgelegd in een overzicht als bedoeld in artikel 18 van de Archiefregeling. 2.De directeur draagt er zorg voor dat conversie, migratie of emulatie als bedoeld in artikel 25 van de Archiefregeling plaatsvindt. Artikel16 1.In afwijking van de Archiefregeling worden van op termijn vernietigbare digitale
/documenten op zijn minst de volgende gegevens vastgelegd: een beschrijving van het bestand, van het overheidsorgaan dat het heeft opgemaakt en ontvangen, het betreffende werkproces, begin- en einddatum en indien van toepassing de relatie met voor blijvende bewaring in aanmerking komende bestanden. 2.Van vernietigbare digitale
/documenten worden alle in artikel 17 van de Archiefregeling opgesomde gegevens geregistreerd indien de toepassingsprogrammatuur, het platform of de besturingsprogrammatuur wordt vervangen voordat de bewaartermijn verstrijkt. HoofdstukV.Beheer van documenten/
Bewaring van documenten/
De directeur draagt er zorg voor, dat de onder zijn beheer staande documenten/
in goede, geordende en toegankelijke staat worden bewaard. Artikel18 1.De directeur stelt jaarlijks een geactualiseerd Beheerplan
huishouding op en zendt dat naar het dagelijks bestuur en de archivaris. Het dagelijks bestuur ziet toe op de volledigheid van het Beheerplan
huishouding. 2.Het Beheerplan
huishouding is een vastgesteld model dat door de directeur wordt samengesteld daarin geadviseerd door de archivaris. Het Beheerplan
huishouding houdt ten minste de volgende elementen in: • de organisatie van de
huishouding • een beschrijving van de (onder)mandatering van bevoegdheden aan functionarissen • het beleggen van verantwoordelijkheden voor de uitvoering van
beheerstaken bij functionarissen • procedures voor het beheer van
• een systematisch overzicht van de
binnen de organisatie, met een beschrijving van die
, de vindplaats, de relatie met de werkprocessen waarop zij betrekking heeft, de onderlinge relatie(s), de status, de bewaartermijn van de
en de applicaties waarin de
wordt bewaard. • een verklaring dat digitale systemen, waarin blijvend te bewaren
wordt bewaard, voldoen aan vastgestelde of gangbare eisen voor functionaliteit van
management in programmatuur. • de wijze waarop de betrouwbaarheid, authenticatie, integriteit, toegankelijkheid, duurzaamheid en beveiliging van de
wordt gewaarborgd. • een overzicht met knelpunten en een plan van aanpak voor het treffen van verbetermaatregelen. Artikel19 De directeur draagt er zorg voor, dat ten aanzien van het beheer van de archiefruimten, wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen. Artikel20 Plannen betreffende bouw, verbouwing, inrichting, verandering of ingebruikneming van ruimten, bestemd voor het bewaren van documenten behoeven de goedkeuring van het dagelijks bestuur, de archivaris gehoord. Beveiliging en raadpleging van documenten/
De directeur draagt zorg voor de nodige
beveiliging, welke mede omvat de nodige procedurele en technische voorzieningen voor het tegengaan van wijziging, verwijdering, kopiëring of vernietiging van documenten/
die daarvoor gezien hun aard en status niet in aanmerking komen. Artikel22 De directeur laat bijhouden welke documenten/
uit de onder zijn beheer staande archieven worden uitgeleend en laat controle uitoefenen op de tijdige terugbezorging ervan. Uitlening van documenten/
is slechts toegestaan aan functionarissen van de GR Werk en Inkomen Lekstroom, die zijn belast met behandeling van de betreffende aangelegenheid, en aan andere functionarissen na verkregen toestemming van de directeur. Artikel23 Het is verboden documenten/
uit
bestanden te verwijderen, tenzij ingevolge bij of krachtens de wet gegeven regels. Artikel24 1.De directeur draagt zorg voor de geheimhouding van daarvoor in aanmerking komende documenten/
. 2.Raadpleging en uitlening van documenten/
, die aan enige bijzondere vorm van geheimhouding zijn onderworpen, is behoudens toestemming van het dagelijks bestuur slechts toegestaan aan die functionarissen, die ambtelijk zijn belast met de behandeling van de betreffende aangelegenheid. 3.Aan het verlenen van toestemming als bedoeld in het tweede lid kan het dagelijks bestuur voorwaarden verbinden. Vervanging van documenten/
Ten aanzien van besluiten tot vervanging van documenten door reproducties als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Archiefbesluit 1995, wordt vooraf het advies van de archivaris ingewonnen. Vervreemding en overdracht van documenten Artikel26 Ten aanzien van besluiten tot vervreemding van documenten/
als bedoeld in artikel 7 van het Archiefbesluit 1995, wordt vooraf het advies van de archivaris ingewonnen. Artikel27 Overdracht van documenten/
aan andere beheereenheden, waarbij het bepaalde in artikel 30 van dit besluit niet van toepassing is, behoeft de goedkeuring van het dagelijks bestuur, de archivaris gehoord. Selectie en vernietiging van documenten/
1.De directeur zorgt voor het in een zo vroeg mogelijk stadium selecteren van documenten/
en
bestanden voor bewaring en vernietiging overeenkomstig de daarvoor bij en krachtens de wet gegeven voorschriften. 2.Ingeval van selectie voor vernietiging worden de documenten/
en
bestanden voorzien van een kenmerk, dat de bewaartermijn aangeeft. Artikel29 De directeur stelt alvorens tot vernietiging van documenten/
over te gaan voor zijn beheereenheid een selectielijst op van vernietigbare documenten/
met inachtneming van de geldende selectielijsten. De lijst van vernietigbare documenten/
behoeft de goedkeuring van de archivaris, welke goedkeuring geldt als een machtiging tot vernietiging. Overbrenging van documenten Artikel30 Bij overbrenging van documenten/
als bedoeld in artikel 12 van de wet wordt, in het geval het in een
systeem opgenomen documenten en
bestanden betreft, het
systeem, voor zover onmisbaar voor raadpleging, overgebracht. HoofdstukVISlotbepalingen Artikel31 Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking Artikel32 Dit besluit wordt aangehaald als Besluit
beheer van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom. Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom, gehouden op 18 april 2013. De secretaris, de voorzitter, R.Esser, drs. C. van Dalen Toelichting AlgemeenInformatie is het voornaamste bedrijfsmiddel van een organisatie als de WIL. Volledige, geordende, toegankelijke en betrouwbare overheidsinformatie is essentieel voor ‘behoorlijk bestuur’. De WIL die zich verantwoordelijk gedraagt, aanspreekbaar, servicegericht en transparant is en proactief verantwoording aflegt aan burgers en hun volksvertegenwoordigers in gemeenteraden, behaalt met minimale middelen maximale resultaten. Het geheel van kaders en voorzieningen voor bruikbare en toegankelijke overheidsinformatie dient op orde te zijn om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een deugdelijke verantwoording. De omslag naar elektronische dienstverlening, digitalisering van werkprocessen, het realiseren van transparante overheidsinformatie en de intensivering van de samenwerking van overheidsorganisatie vragen om adequate maatregelen ten behoeve van het
- en archiefbeheer. Binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is de Baseline
huishouding Gemeenten (februari 2012) ontwikkeld, een set normen als hulpmiddel om ‘in control’ te raken waar het gaat om het beheer van
. Met de Baseline wordt een basis gelegd voor een effectieve bedrijfsvoering, voor prestatie-, kwaliteits- en risicomanagement en voor een betrouwbaar geheugen van organisatiekennis. Kwaliteitsmanagement en risicomanagement vormen de pijlers van de Baseline. Deze Baseline is grotendeels ook hanteerbaar voor regionale samenwerkingsverbanden zoals de WIL. Bij het ontwerp van onderhavig besluit is aansluiting gezocht bij de uitgangspunten die de VNG heeft gehanteerd bij het opstellen van de Baseline
huishouding Gemeenten. Het besluit bevat naast procedurele voorschriften ook inhoudelijke bepalingen over de inrichting van met name de documentaire
voorziening. Ofschoon de werkingssfeer van dit besluit zich nadrukkelijk ook heeft uitgestrekt tot de gedigitaliseerde
voorziening, werd het besluit in de praktijk toch (te) vaak gezien als een set beheerregels voor louter papieren archieven. Het besluit legt nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor het
beheer bij de directeur van de WIL. Een relatief nieuw fenomeen in het besluit is de verplichting om jaarlijks een Beheerplan
huishouding vast te stellen (Archiefbesluit, art. 3). Dit biedt de mogelijkheid om het
beheer binnen de algemene kaders die daarvoor gelden, toe te snijden op de eigen organisatie. De waarde van
wordt in sterke mate bepaald door potentiële maatschappelijke, politieke en bedrijfsvoeringrisico’s van de bedrijfsprocessen en door de inhoud van de
. Zijn de risico’s klein en is de inhoudelijke waarde gering, dan kan worden volstaan met minimale maatregelen om een minimumniveau van toegankelijkheid en betrouwbaarheid te garanderen. Op deze wijze kan beter vorm worden gegeven aan risicomanagement. Daarnaast kan het kwaliteitsmanagement gestalte krijgen door het proces van het jaarlijkse vaststellen van het Beheerplan
huishouding een cyclisch karakter te geven. Hierdoor wordt dat proces ‘auditable’ en beter beheersbaar voor de verantwoordelijke leidinggevenden. BegripsbepalingenInformatieIn het besluit wordt de term ‘
’ gebruikt in plaats van het begrip ‘archiefbescheiden’. Beide begrippen worden in het kader van dit besluit als synoniem beschouwd. In de wet is een uitgebreide definitie van het begrip ‘archiefbescheiden’ opgenomen, waardoor nadrukkelijk alle vormen van
die de WIL in het kader van zijn@@@/haar taakuitoefening ontvangt en creëert, onder de werking van de wet en de daarop gebaseerde regelgeving worden gebracht.
huishoudingDe definitie van dit begrip, dat wordt gebruikt in artikel 18, wordt begrensd tot daar waar de verantwoordelijkheid van de integraal verantwoordelijke directeur ophoudt. Dit is het geval op het moment dat
naar de archiefbewaarplaats wordt overgebracht, dan wel tot het moment dat de
krachtens de vigerende wet- en regelgeving moet worden vernietigd. In bijzondere gevallen houdt de beheerverantwoordelijkheid ook op indien
wordt overgedragen aan een ander organisatieonderdeel (bijvoorbeeld bij het overdragen van taken, waar de
betrekking op heeft, naar andere beheereenheden), of bij het overdragen van
door de gemeente aan andere overheidsorganen of verzelfstandigde organisaties (bv. gemeenschappelijke regelingen). In het laatste geval is sprake van vervreemding. ArtikelsgewijsArtikel 1, eerste lidOnder b: De Archiefregeling is op grond van artikelen 11, 12 en 13 van het Archiefbesluit 1995 vastgesteld door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 15 december 2009 (Staatscourant 6-1-2010 nr. 70) en in werking getreden op 1 april 2010. De Archiefregeling is gewijzigd bij besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 11 oktober 2010 (Stcrt. 17-11-2010 nr. 17967). Onder f en h,
bestand en
voorziening: definitie van deze begrippen is met name opgenomen om ten aanzien van specifieke aspecten van digitale documenten regels te kunnen stellen. Artikel 1, tweede lidDe uitvoering van vele overheidstaken ligt vast in uiteindelijk vernietigbare documenten. Deze dienen ter verantwoording van het beleid en de democratische controle daarop, alsmede in het belang van de rechtszekerheid van de gemeenschappelijke regeling, de andere overheidsorganen en de burger gedurende de bewaartermijn in geordende en toegankelijke staat te worden gehouden. Dit geldt zowel voor de klassieke papieren documenten als voor de digitale. Het is daarom van het grootste belang dat ook uiteindelijk voor vernietiging in aanmerking komende documenten en
bestanden gedurende hun termijn van bewaring onder dezelfde regels vallen als de voor blijvende bewaring in aanmerking komende. Andere medewerkers dan die belast met de documentaire
voorziening zijn niet op de hoogte van de wettelijke regels omtrent het beheer van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden. Voorts is niet altijd vooraf duidelijk welk gedeelte van de documenten en
bestanden voor blijvende bewaring dan wel voor vernietiging in aanmerking komt. Ook om deze reden dienen deze bescheiden onder de werking van dit besluit te vallen. Aangezien voor vernietiging in aanmerking komende documenten, en met name digitale documenten, niet werkelijk aan alle eisen van de digitale duurzaamheid zoals omschreven in de Archiefregeling behoeven te beantwoorden, zijn daarvoor op de ter zake doende plaatsen in dit besluit uitzonderingen gemaakt, met name in artikel 16 van dit besluit. Artikel 7De integraal verantwoordelijke leidinggevende is de directeur. Deze is belast met de algehele dagelijkse leiding.. Artikel 8Het gaat hier (alleen) om het vastleggen van de bevoegdheid van de directeur om de uitvoering aan anderen op te dragen door middel van (onder)mandaat. De (onder)mandatering gebeurt in afzonderlijke besluiten. Artikel 9Tot die bij of krachtens de wet gestelde eisen behoort de in artikel 11, tweede lid, Archiefbesluit 1995 bedoelde Archiefregeling Artikel 10, 21, 23Verwijderen is het ontoegankelijk maken van
voor operationele doeleinden door de
te bewaren in een vorm die het niet meer mogelijk maakt de
te identificeren. Vernietigen is het daadwerkelijk te niet doen van
, zodanig dat de
niet meer te voorschijn is te halen. Artikel 11Een minuut is de vastgestelde versie van een document, waarnaar de uitgaande versie wordt opgemaakt. Een minuut bestaat in de praktijk veelal uit een kopie, die door middel van kenmerken is geauthentiseerd. Deze bepaling van algemene strekking dient ook in een digitale omgeving te worden nagevolgd. Artikel 12De opstelling van de procedures wordt aan de directeur overgelaten, omdat deze het best in staat is de relaties met de verschillende werkprocessen te leggen. Wijziging in die werkprocessen of in de technische ondersteuning daarvan door middel van
systemen kan op deze wijze leiden tot snelle en eenvoudige aanpassing van de procedures. Artikel 13Deze bepaling beoogt te garanderen dat
van organisatieonderdelen authentieke dan wel geauthentiseerde
omvat.
ontleent haar rechtskracht aan het feit dat het authentiek dan wel geauthentiseerd is en deel uitmaakt van een bepaalde procedure of een bepaald (werk)proces. Originele
bezit deze authenticiteitskenmerken, een kopie in principe niet. Authenticatie van een kopie van verzonden
maakt dit tot formele
, ter onderscheiding van willekeurig welke andere vorm waarin de
beschikbaar is. Bv. de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), de wettelijk voorgeschreven NEN-ISO-normen en het
beveiligingsbeleid. Artikel 14De opstelling van de procedures wordt aan de directeur overgelaten, omdat deze het best in staat is de relaties met de verschillende werkprocessen te leggen. Wijziging in die werkprocessen of in de technische ondersteuning daarvan door middel van
systemen kan op deze wijze leiden tot snelle en eenvoudige aanpassing van de procedures. Artikel 15In tegenstelling tot traditionele ordeningsvoorschriften schrijft dit artikel geen specifieke ordeningssystematiek voor. Verandering van opvatting ten aanzien van ordeningsmethoden en de voortschrijdende technische ontwikkelingen maken dit weinig zinvol. Op grond van artikel 18 van de Archiefregeling is de vastlegging vereist van de gebruikte ordeningssystemen in een “(…) actueel, compleet en logisch samenhangend overzicht van de bij dat overheidsorgaan berustende archiefbescheiden, geordend overeenkomstig het ten tijde van de vorming van het archief daarvoor geldende ordeningsstructuur.” De toetsing van ordeningssystemen als doelmatig en doeltreffend dient te geschieden door de toezichthouder(s). Artikel 16Dit artikel heeft een algemene strekking, maar is specifiek van belang ten aanzien van digitale
bestanden. Papieren
bestanden worden traditioneel al opgenomen in een dossierinventaris. De verplichting geldt ook voor niet centraal bewaarde
bestanden. Artikel 18Het Beheerplan
huishouding heeft een integraal karakter met het oog op
beheer als onderdeel van de bedrijfsvoering. De koppeling van
aan de diverse werkprocessen binnen een organisatieonderdeel en de zaakgewijze ordening van
zullen in de regel uitgangspunt zijn voor de inrichting van de
huishouding. Voorbeelden zijn verantwoordelijkheden op het terrein van postbehandeling,
beheer, vernietiging, overbrenging, beheer van de archiefruimte, en actualisatie van het Beheerplan
huishouding. In het systematische overzicht worden alle systemen opgenomen waarmee
wordt beheerd. Op grond van artikel 14 van de Archiefverordening WIL bestaat een meldplicht bij het voornemen van het ontwerp, de vervanging, aanschaf of invoering van een
systeem. Deze meldplicht stelt de archivaris in staat de directeur te adviseren over borging van de duurzame archivering en toegankelijkheid van
in die systemen. Naast dat er veel verschillende geldende normen zijn is voor WIL is de belangrijkste norm de NEN 2082. De NEN 2082 richt zich op functionaliteit voor Records Management in applicaties die primaire bedrijfsprocessen ondersteunen of op zichzelf staande RM-Applicaties. Deze norm sluit aan op de moderne visie dat een organisatie de eisen voor
beheer in lijn moet brengen met de eisen voor de uitvoering van haar taken, liefst gebaseerd op een risicoanalyse, zoals dat conform artikel 4 van dit besluit haar beslag moet krijgen in het Beheerplan
huishouding. Toepassing van de norm bevordert de uitwisselbaarheid van
tussen verschillende applicaties en organisaties. Ook benoemt de norm de minimumfunctionaliteit in bedrijfsapplicaties en Records Management Applicaties en geeft de standaardfunctionaliteit aan voor organisaties in Nederland. Overdracht van
systemen vindt uitsluitend plaats wanneer een taak wordt overgedragen naar een ander organisatieonderdeel. Met overdracht wordt niet bedoeld de overbrenging van
conform artikel 12 van de wet. Om de kwaliteit van de
huishouding te kunnen bewaken dient de stand van zaken, met name op operationeel niveau, duidelijk te zijn. Voor de actualisatie van het Beheerplan
huishouding dient de
huishouding jaarlijks intern te worden getoetst. Het resultaat hiervan wordt opgenomen in het overzicht met verbetermaatregelen en aandachtspunten. Artikel 21De opstelling van de procedures wordt aan de directeur overgelaten, omdat deze het best in staat is de relaties met de verschillende werkprocessen te leggen. Wijziging in die werkprocessen of in de technische ondersteuning daarvan door middel van
systemen kan op deze wijze leiden tot snelle en eenvoudige aanpassing van de procedures Artikel 23Archiefrechtelijke regels maken verwijdering mogelijk, bijvoorbeeld ingeval vervanging, vernietiging, vervreemding of uitlening plaatsvindt. De Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) bepaalt in welke gevallen persoonsgegevens uit registraties verwijderd dienen te worden. Vervolgens dienen de archiefrechtelijke regels inzake selectie en vernietiging te worden toegepast. Artikel 24Dit artikel beoogt te voorkomen, dat documenten, ten aanzien waarvan uitzonderingsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur worden gehanteerd, in strijd daarmee openbaar gemaakt worden of door ondeskundig beheer verloren gaan. Artikel 25 en 26Wanneer
op een andere drager wordt overgezet (reproductie) met de bedoeling om het origineel te vernietigen en het nieuwe exemplaar de status van origineel te verlenen (authenticiteit), is sprake van substitutie (vervanging). Conversie, migratie en emulatie worden niet gezien als vervanging. Aan het traject substitutie worden eisen gesteld (artikel 26 a-b van de Archiefregeling 2010). Bij vervanging en vervreemding dient ingevolge het bepaalde in het Archiefbesluit 1995 rekening te worden gehouden met culturele en historische aspecten. Bemoeienis van de archivaris hiermee is derhalve op zijn plaats. Artikel 27Wanneer
in eigendom wordt overgedragen aan een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon is sprake van vervreemding. Overdracht van
van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel is geen vervreemding omdat de
binnen de rechtspersoon blijft. Artikel 28De bepaling, dat de selectie in een zo vroeg mogelijk stadium dient plaats te hebben, is van algemene strekking. De bepaling is echter specifiek van belang ten aanzien van digitale
systemen. Wanneer in de conceptiefase daarvan geen rekening wordt gehouden met de selectie eisen, kan dit tot onherstelbaar verlies van
leiden. Artikel 29De selectielijst is enerzijds noodzakelijk als onderdeel van de in artikel 8 van het Archiefbesluit 1995 bedoelde verklaring, en dient anderzijds om de toezichthouder een toetsingsinstrument te verschaffen voor het correct toepassen van de selectielijsten. De selectielijst beschrijft de
van de WIL. Hierbij wordt aangegeven of
voor blijvende bewaring of voor vernietiging in aanmerking komt. Bij
, die voor vernietiging in aanmerking komt, staat vermeld na welke termijn de
moet worden vernietigd. De gemeentelijke selectielijst is de belangrijkste grondslag voor vernietiging en overbrenging van
. Naast deze selectielijst kent de WIL een specifieke lijst met niet bedrijfsrelevante post. In deze lijst staat aangegeven welk soorten post niet in aanmerking komt voor archivering. Artikel 30Voor het op lange termijn toegankelijk houden van met name digitale
, zijn naast de gegevens ook de programmatuur, documentatie en apparatuur noodzakelijk. Wanneer dit nodig is, dienen ook deze te worden overgebracht. Van toepassing is met name ook de Archiefregeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.