Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014 De RAAD van de gemeente Dordrecht; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 15 oktober 2013, kenmerk SBC/1087138; overwegende, dat het noodzakelijk is om een nieuwe integrale Verordening op de heffing en invordering van een belasting op honden vast te stellen in verband met wijziging van de tarieven; gelet op de artikelen 216 en 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014 Artikel 1 Aard van het recht Onder de naam hondenbelasting wordt een directe belasting geheven op honden die binnen de gemeente worden gehouden. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van één of meer honden. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond bezit, ter verzorging of onder toezicht heeft, tenzij blijkt dat een ander houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Als leden van het huishouden worden aangemerkt de bij het hoofd van het huishouden inwonende bloed- of aanverwanten, tenzij blijkt dat die personen tot verschillende op zichzelf staande huishoudens behoren. De houder van een of meerdere honden die bij een ander inwoont zonder tot diens huishouden te behoren is persoonlijk belastingplichtig. Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief De belasting wordt geheven per hond. De belasting bedraagt per belastingjaar: voor de eerste hond: € 104,04 voor de tweede hond: € 148,32 voor de derde hond: € 193,20 voor de vierde hond: € 237,60 en voor iedere volgende hond telkens € 44,28 meer dan voor de vorige hond wordt geheven. Voor het houden van honden in kennels, ingeschreven bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland bedraagt de belasting per kennel per jaar: € 683,88 Artikel 4 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 5 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen over aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar De belastingschuld is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting respectievelijk de hogere belasting in verband met het aantal toegenomen honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, kan aanspraak worden gemaakt op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Het aanvangen, wijzigen en/of eindigen van de belastingplicht dient binnen zes weken na het tijdstip daarvan schriftelijk te worden doorgegeven. Artikel 7 Minimumaanslagbedrag
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.