Verordening Eigen bijdrage Gemeente Tilburg Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014Tekst van de regeling Gezien: De Wet maatschappelijke ondersteuning, Stb. 2006 nr. 351, Artikel 1, lid 1 aanhef en onder c en lid 1 aanhef en onder d, De artikelen 1, eerste lid aanhef en onder g sub 7, De artikelen 15 en 16 De artikelen 4.7 en 4.8 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning De gemeentewet, artikel 149 De Wet Werk en Bijstand (WWB), Staatsblad 2003 nr. 388, artikelen 1, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 Besluit vast te stellen de Verordening Eigen bijdrage Gemeente Tilburg Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg Instelling: een instelling van maatschappelijke opvang of vrouwenopvang, die voltijdopvang, crisisopvang, begeleid wonen of nachtopvang biedt bij psychosociale en maatschappelijke problemen Voltijdopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn, uitgezonderd verblijf in de opvang op basis van een AWBZ-indicatie. De voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding. Crisisopvang: het bieden van tijdelijke voltijdopvang in een crisissituatie door een instelling Begeleid wonen: een woonvorm waarbij cliënten of zelfstandig wonen of in een kleine gemeenschap, begeleiding en of dagbesteding krijgen, maar (nog) geen regie hebben over een aantal aspecten van het wonen en een bijdrage of huur aan een instelling voor opvang betalen en niet zelfstandig rechtstreeks aan een woningcorporatie of particuliere verhuurder. Nachtopvang: het bieden van een verblijf voor de nacht met al dan niet voeding door een instelling De cliënt: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder, die eventueel samen met minderjarige kinderen, gebruik maakt van het voornoemde aanbod van een instelling Bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm exclusief vakantietoeslag op 1 januari van het kalenderjaar in de artikelen 20 tot en met 30 van de Wet Werk en Bijstand vermeerderd voor personen jonger dan 21 jaar met de van toepassing zijnde toeslagen in de artikelen 6 en 7 van de Richtlijnen Bijzondere Bijstand Tilburg Inkomen: de werkelijke inkomsten van de cliënt dan wel indien dit hoger is de hiervoor benoemde van toepassing zijnde bijstandsnorm Norm persoonlijke uitgaven: de toepassing zijnde normbedragen exclusief vakantietoeslag ingevolge artikel 23 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand bij verblijf in een inrichting (het zak- en kleedgeld), vermeerderd met de premie voor de Collectieve ziektekostenverzekering, die de gemeente Tilburg aanbiedt aan mensen met een uitkering op bijstandsniveau en verminderd met de zorgtoeslag Bijdrage: de eigen bijdrage die de cliënt verschuldigd is op basis van deze verordening Artikel2.Eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang 1)Gedurende het gebruik maken van door een instelling aangeboden Voltijdopvang en Crisisopvang, is de cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten van de opvang, uitgezonderd de kosten van begeleiding. 2)De bijdrage wordt bepaald per maand. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van de instelling. Een gedeelte van een maand wordt naar rato van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen in de betreffende kalendermaand. 3)De bedrage als bedoeld in lid 1 is afhankelijk van het soort opvang en uitsluitend voor Voltijdopvang en Crisisopvang is de bijdrage afhankelijk van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien bij gehuwden een van beide partners gebruik maakt van Voltijdopvang of Crisisopvang wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Wet Werk en Bijstand voor opname in een inrichting gevolgd. 4)De bijdrage voor Voltijdopvang en voor Crisisopvang bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat in deze verordening op de bijdrage in mindering mag worden gebracht. Er is geen bijdrage verschuldigd voor de kosten van begeleiding. 5)Indien de instelling bij Voltijdopvang of Crisisopvang aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval dit bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt. 6)Voor cliënten die gebruik maken van opvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. Het bepaalde in Artikel 4 is hierbij nadrukkelijk van toepassing. 7)De hoogte van de bijdrage voor Voltijdopvang en Crisisopvang wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandnormen, de hoogte van de premie voor de ziektekostenverzekering en de zorgtoeslag en de norm voor persoonlijke uitgaven. Daarnaast kan op 1 juli een wijziging van de bijstandsnormen plaatsvinden. Het college hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden de bedragen automatisch aangepast op basis van deze verordening. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de eigen bijdrage middels een collegebesluit dan wel middels de verleningsbeschikking voor de subsidie aan de instelling. Artikel3.Innen van de eigen bijdragen voor de maatschappelijke opvang 1)De instellingen verlenen slechts Voltijdopvang en Crisisopvang aan cliënten die zich tegenover hen verplichten tot het betalen van de in deze verordening bepaalde eigen bijdrage. De instellingen zijn verplicht de vastgestelde bijdrage van de cliënten te innen, uitgezonderd bijzondere regelingen zoals de koudweerregeling. 2)De instellingen mogen de bijdrage die zij innen splitsen in specifieke onderdelen, als dit voor hen van belang is. De totale eigen bijdrage per cliënt mag hierdoor niet wijzigen. 3)Het college kan aan instellingen die de eigen bijdragen van de cliënten innen, het mandaat verlenen om met in acht nemen van het bepaalde in deze verordening de bijdrage van de individuele cliënten te bepalen. De instelling mag de verlaging van de bijdrage op basis van artikel 2 lid 6, evenals op basis van artikel 4 in hun berekening van de bijdrage verwerken, als de cliënt aan de gestelde voorwaarden voldoet. 4)Het college kan andere regels stellen ten aanzien van de inning van de bijdragen middels een collegebesluit dan wel middels de verleningsbeschikking voor de subsidie aan de instelling. Artikel4.Bijzondere omstandigheden 1)In het geval het werkelijk inkomen verminderd met de op basis van deze verordening bepaalde bijdrage minder bedraagt dan de norm voor persoonlijke uitgaven, wordt de bijdrage zodanig verminderd, dat de norm voor persoonlijke uitgaven beschikbaar blijft. Indien de instelling geen voeding verstrekt, mogen de normkosten voor voeding (artikel 2, lid 5) toegevoegd worden aan de norm voor persoonlijke uitgaven. Dit artikel wordt niet toegepast als de cliënt naar het oordeel van het college verzuimt om voldoende inkomen te verwerven (zoals heffingskortingen en toeslagen). 2)Het college kan besluiten om de bijdrage te verminderen, als zij op basis van de persoonlijke omstandigheden de hoogte van de bijdrage onredelijk vindt. Artikel5.Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op alle instellingen voor Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang, die gesubsidieerde Voltijdopvang en Crisisopvang aanbieden in opdracht van de gemeente Tilburg Artikel6.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.