Verordening op de heffing en de invordering van leges 2014 De raad van de gemeente Midden-Drenthe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2013; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 1 van de Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart (Stb. 2011, 440); besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges 2014 (Legesverordening 2014). Artikel
(2013), of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien de opgave of raming niet deugdelijk wordt geacht, dient een gespecificeerde begroting te worden overgelegd. Blijft de aanvrager in gebreke de totale kosten in de aanvraag te vermelden of de gevraagde begroting te overleggen of kunnen burgemeester en wethouders zich met de opgegeven bouwkosten niet verenigen, dan stellen zij het bedrag van de bouwkosten vast. De bouwkosten worden bepaald aan de hand van de laatste versie van het Bouwkostenboekje “Basisbedragen Gebouwen” van Multi Consultants’ (een pdf-versie is op de internetsite van de gemeente te raadplegen). Aan de hand van deze opgave stellen burgemeester en wethouders het bedrag van de bouwkosten vast ter zake waarvan de leges als bedoeld in 2.3.1. worden geheven. 2.1.1.3 Sloopkosten: Voor leges sloop wordt een vast tarief geheven 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.1.2 Ìn deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2. Vooroverleg (schetsplan) / principeverzoek 2.2 Voordat een bouwplan tot in detail wordt getekend en berekend, is het mogelijk om op basis van eenvoudige/globale tekeningen en gegevens een "beoordeling schetsplan" te vragen. Aan de hand van een schetsplan onderzoekt de afdeling Bouwen en Wonen de haalbaarheid van het bouwplan. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1.1 Om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is: € 137,00 2.2.1.2 Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsver-gunning voor een op basis van het schetsplan uitgewerkt bouwplan in behandeling wordt genomen, en dit schetsplan niet is verworpen, worden de daarvoor geheven leges met deze leges verrekend. 2.2.2.1 Voordat een activiteit inhoudende het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of het uitvoeren van een werk wordt uitgevoerd of hier kosten voor worden gemaakt, is het mogelijk om op basis van een globale omschrijving van het gebruik en een bijbehorende situatieschets een principeverzoek aan te vragen. Het tarief voor het in behandeling nemen van een principeverzoek bedraagt: € 275,00 2.2.2.2 Indien op een principeverzoek positieve reactie wordt gegeven en dit verzoek wordt gevolgd door een procedure in het kader van de Wro of de Wabo, dan wordt het geheven bedrag in mindering gebracht op het legesbedrag dat volgens de legestabel wordt geheven voor die te volgen procedure in het kader van de Wro of de WABO. 2.2.3 Indien het principeverzoek afgedaan kan worden zonder integraal overleg bedraagt het tarief: € 137,00 Hoofdstuk 3. Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten: een percentage over de bouwsom van: 2,22% met een minimumbedrag van: € 147,50 Landschapverordening (reclameobjecten) 2.3.1.2 Voor advieskosten voor reclameobjecten per aanvraag € 300,00 2.3.1.3 Achteraf ingediende aanvraag Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. 116% 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: Een percentage gelijk aan in % van 2.3.1.1 over de aanlegkosten, met een minimum van: € 551,00 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en al dan niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1.1 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): (vergroten bouwblok of intensieve neventak) € 861,00 2.3.3.1.2 Voor overige binnenplanse afwijking: € 306,00 2.3.3.2 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 510,00 2.3.3.3 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): (WABO vrijstelling) € 1.820,00 2.3.3.4 Indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): € 670,00 2.3.3.5 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 297,50 2.3.3.6 Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 297,50 2.3.3.7 Indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 297,50 2.3.3.8 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 297,50 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit: deze rubriek is geïntegreerd in rubriek 2.3.3 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 286,50 Indien de omgevingsvergunning de hierna genoemde bouwwerken of inrichtingen betreft, wordt het onder 2.3.5 genoemde bedrag verhoogd met de bij elk van die bouwwerken of inrichtingen aangegeven bedragen: 2.3.5.1 Met een bruto vloeroppervlakte: 2.3.5.1.1 tot 100 m² € 140,00 2.3.5.1.2 van 100 tot 500 m² per m² € 1,40 2.3.5.1.3 van 500 tot 2.000 m² € 424,00 vermeerderd per m² met € 0,56 2.3.5.1.4 van 2.000 tot 5.000 m² € 1.216,00 vermeerderd per m² met € 0,16 2.3.5.1.5 van 5.000 tot en met 50.000 m² € 1.935,00 vermeerderd per m² met € 0,02 2.3.5.1.6 boven 50.000 m² € 2.485,00 vermeerderd per m² met € 0,01 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten. Over deze activiteit wordt geen leges geheven. (NB: Er is geen gemeentelijke erfgoedverordening van kracht) 2.3.7 Sloopactiviteiten als bedoel in artikel 2.1 lid 1g Wabo (anders dan bij monumenten of in beschermd stads- en dorpsgezicht) 2.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief voor: 2.3.7.1.1 Woningen: o.a. sloop van één woongebouw en/of bijgebouw(
- en)of delen hiervan € 95,45 projectmatig slopen van (complexen) woningen en/of bijgebouwen € 383,50 2.3.7.1.2 Agrarische objecten: o.a. sloop van bedrijfswoning en/of –gebouw(
- en)€ 287,00 2.3.7.1.3 Bedrijven: o.a. sloop van bedrijfsgebouw(en), kantoren, en aanverwante bouwwerken € 383,50 2.3.7.1.4 Vervallen (valt nu onder sloopmelding) 2.3.7.1.5 Overige bouwwerken: o.a. sloop van bouwwerken, geen gebouw zijnde € 191,00 2.3.8 Aanleggen of veranderen weg Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.1.4.2 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 167,00 2.3.9 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in de bomenverordening van 20 mei 1999 een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 82,60 2.3.10 Projecten of handelingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 2.3.10.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief: Nvt 2.3.10.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 € 142,50 2.3.11 Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief € 119,50 2.3.12 Andere activiteiten (overige aanhakende toestemmingen) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.12.1 Behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 119,50 2.3.12.2 Behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 119,50 2.3.12.2.1 Als het een gemeentelijke verordening betreft € 119,50 2.3.12.2.2 Als het een provinciale of waterschapsverordening betreft € 119,50 2.3.13 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.13.1 Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.13.2 Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.14 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.14.1 Voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 191,50 2.3.14.2 Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport € 383,00 2.3.14.3 Vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid € 47,70 2.3.14.4 Voor verkennend onderzoek naar de bodemgesteldheid € 95,40 2.3.14.5 Akoestisch/bouwfysisch onderzoek 2.3.14.5.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een akoestisch bouwfysisch onderzoek, uitgevoerd in het kader van het Bouwbesluit en de Wet Geluidhinder bedraagt: € 191,50 2.3.14.5.2 Het tarief voor een aanvullend onderzoek bedraagt: € 368,50 2.3.14.5.3 Het tarief voor een ontheffing hogere grenswaarde bedraagt: € 287,00 2.3.15 Advies 2.3.15.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.16 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.16.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.16.1.1 Indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: Nihil 2.3.16.1.2 Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld: € 383,50 2.3.16.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.16.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Hoofdstuk 4. Vermindering 2.4.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een vooroverleg(schetsplan)/ principeverzoek, als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg(schetsplan)/ principeverzoek geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 5. Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.5, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 75% 2.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken na het in behandeling nemen, maar vóór het nemen van de beschikking: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 50% 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, of sloopactiviteiten of het uitvoeren van werken: als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 25% 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten: 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 25% 2.5.3.2 Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf: een bedrag van minder dan € 50,- wordt niet teruggegeven. 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen: Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6. Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is: Nvt Hoofdstuk 7. Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 190,50 Hoofdstuk 8. Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.8.1.1 tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 2.300,00 2.8.1.2 Tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 1.340,00 2.8.2 Bij verplichte publicatie in de Staatscourant worden de bedragen per publicatie verhoogd met € 29,60 Hoofdstuk 9. Waarborgsommen 2.9 Verhoging en teruggaaf start bouw en gereed bouw De bedragen van de artikelen 2.3.1.1., 2.3.7.1 en 2.3.15.2 worden verhoogd met : € 100,00 Start bouw Als minimaal twee dagen voor de aanvang van de bouwactiviteiten een melding is ontvangen wordt terugbetaald € 50,00 Gereed bouw Als minimaal een dag voor de voltooiing van de bouwactiviteiten een melding is ontvangen wordt terugbetaald: € 50,00 Hoofdstuk 10. Beschikbaarstelling bouwverordening en/of toelichting 2.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exemplaar van: 2.10.1 de bouwverordening € 66,20 2.10.2 de toelichting op de bouwverordening € 66,20 Hoofdstuk 11. Informatieverzoeken onroerende zaken 2.11 Het tarief voor vragen om informatie: over status van bestemmingsplannen en de bestemmingen; over milieuvergunningen; uit bodemonderzoeken; overige zaken in verband met aan- en verkoopopdrachten of voor taxaties bedraagt voor de totale beantwoording op basis van het formulier informatieaanvraag € 104,00 Het tarief voor vragen om informatie: 2.11.1 onderdeel BOUW / RO € 31,80 2.11.2 onderdeel MILIEU € 31,80 Hoofdstuk 12. Kleinschalig kamperen 2.12 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van en ontheffing als bedoel in artikel 2.2.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), bedraagt € 354,00 Hoofdstuk 13. In deze titel niet benoemde beschikking 2.13 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving € 282,50 Titel 3. Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1. Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet € 561,00 3.1.2 Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet bedraagt het tarief € 69,35 Hoofdstuk 2. Organiseren evenementen 3.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 3.2.1 Het verkrijgen van een vergunning op grond van de festiviteiten- en evenementenverordening € 33,65 3.2.2 Het tarief in 3.2.1 wordt: bij het nemen van verkeerstechnische en/of brandveiligheidsmaatregelen bij inzet van andere gemeentelijke diensten verhoogd met € 100,00 Hoofdstuk 3. Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het exploiteren of wijzigen van een prostitutiebedrijf of escortbedrijf als bedoeld in hoofdstuk 3 van de APV € 630,00 Hoofdstuk 4. Overig 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor zover daarvoor niet elders in deze titel een tarief is opgenomen € 261,00 Behorende bij het raadsbesluit van 6 november 2014; de griffier