Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor de basisonderwijsNr. . 92-I De raad van de gemeente Voorschoten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 28 juni 1985, nr. 92; gelezen het resultaat van het gevoerde overleg met de daarvoor in aanmerking komende organisaties van onderwijzend personeel; gehoord de betrokken medezeggenschapsraden en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; gelet op de bepalingen van de Wet op het basisonderwijs; be s l u i t I.vast te stellen de navolgende ‘Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs’. Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: school: een school voor basisonderwijs; belanghebbende: het lid van het onderwijzend personeel, aangesteld aan een van de gemeentelijke scholen; diensttijd: de totale tijd doorgebracht in dienst van het onderwijs, waarbij een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week gelijk geacht wordt aan een aanstelling in volledige dienst, alsmede de tijd gedurende welke: de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse militaire dienst was, dan wel vervangende dienst heeft vervuld als bedoeld in de Wet gewetensbezwaren militaire dienst; de belanghebbende in het genot is geweest van een ontslaguitkering vanwege het Ministerie van onderwijs en wetenschappen, het Ministerie van Landbouw en visserij en/of van de gemeenten, voor zover ontslaguitkering werd toegekend in verband met ontslag uit een onderwijs betrekking; vaste aanstelling: aanstelling voor onbepaalde tijd; tijdelijke aanstelling: aanstelling voor bepaalde tijd; afvloeiing: tussentijds ontslag uit een tijdelijk dienstverband dan wel ontslag uit een vast dienstverband van belanghebbende op grond van opheffing van de school of van een betrekking aan de school of wegens zodanige veranderingen in de inrichting van het onderwijs, dat de werk-zaamheden van een of meer belanghebbenden overbodig worden; protocol: een voor de desbetreffende basisschool opgestelde lijst die de onderlinge afvloeiingsvolgorde aangeeft van de belanghebbenden die op 1 augustus 1985 als groepsleraar in vaste dienst aan die basisschool zijn verbonden en die op 31 juli 1985 aan een openbare kleuter- of lagere school binnen de gemeente waren verbonden. Artikel2Afvloeiingsvolgorde 1. Met inachtneming van het in het derde en vierde lid bepaalde vindt aan de school afvloeiing plaats in de volgende volgorde: eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met uitzondering van de tijdelijk aangestelde ter vervanging; vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling. 2. Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de hiernavolgende volgorde aangehouden: eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in aanmerking komt; daarna zij die in aanmerking kunnen komen voor een uitkering ingevolge de Wet Vrijwillig Vervroegd Uittreden, Stbl. 1984, nr. 273, maar daarvan geen gebruik wensen te maken of hebben gemaakt. In geval van gelijke diensttijd gaan ouderen in leeftijd voor jongeren; vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij in geval van gelijke diensttijd de jongste leeftijd het eerst in aanmerking komt. 3. De directeur van een school voor basisonderwijs vloeit slechts af bij de opheffing van de school. 4. De belanghebbende die op grond van de eerste twee leden van dit artikel voor afvloeiing in aanmerking komt en die de laatste aan de basisschool verbonden groepsleraar is in het bezit van de akte leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs of een hiermee gelijkgestelde akte, wordt tot 31 juli 1990 voor ontslag overgeslagen. Artikel3Categorieen Afvloeiing vindt overeenkomstig de in artikel 2 genoemde volgorde voor de volgende categorieën afzonderlijk plaats: personeel aangesteld aan de school als groepsleraar; personeel aangesteld in een pool van het geven van vakonderwijs per vakgebied, zoals aangegeven in het schoolwerkplan; personeel aangesteld aan de school voor het geven van onderwijs in eigen taal en cultuur per taalgroep, zoals aangegeven in het schoolwerkplan. Artikel4Protocol 1.Burgemeester en wethouders stellen voor elke op 1 augustus 1985 te vormen basisschool een protocol vast met inachtneming van het in de leden 2 en 3 bepaalde. 2. Voor elke basisschool wordt van de belanghebbenden die daar op 1 augustus 1985 als groepsleraar in vaste dienst zijn aangesteld en die op 31 juli 1985 aan een openbare kleuter- of lagere school binnen de gemeente waren aangesteld: een lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van degenen die op 31 juli 1985 aan de openbare kleuterschool binnen de gemeente waren verbonden (lijst I) en een lijst die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van degenen die op 31 juli 1985 aan een openbare lagere school binnen de gemeente waren verbonden (lijst II); de op de onder a respectievelijk b van dit lid bedoelde lijst neer te leggen volgorde van de in dit lid genoemde groepsleraren wordt als volgt bepaald: bovenaan wordt de groepsleraar geplaatst die op 31 juni 1985 als hoofdleidster van een openbare kleuterschool respectievelijk als hoofd van een openbare lagere school binnen de gemeente was aangesteld; indien het om meer dan een ex-hoofdleidster respectievelijk ex-hoofd gaat, is hun diensttijd bepalend voor hun onderlinge volgorde en in geval van gelijke diensttijd wordt de jongste in leeftijd lager in volgorde geplaatst; voor de overige op de onder a respectievelijk b bedoelde lijst te vermelden groepsleraren is per lijst voor de daarop te vermelden groepsleraren de diensttijd bepalend voor hun onderlinge volgorde met dien verstande dat de groepsleraar met de meeste diensttijd direct na de ex-hoofdleidster(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.