Drank- en Horecaverordening WageningenDRANK- EN HORECAVERORDENING WAGENINGEN Intitulé De raad van de gemeente Wageningen gelezen het voorstel van de burgemeester van de gemeente Wageningen d.d. 2 augustus 2013; en gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en de artikelen 4 en 25a van de Drank- en Horecawet; overwegende dat het wettelijk verplicht is per 1 januari 2014 een Drank- en Horecaverordening vastgesteld te hebben; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Drank- en Horecaverordening Wageningen. Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Drank- en Horecawet; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; horecabedrijf:hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf; bijeenkomst van persoonlijke aard: bijeenkomst met een veelal feestelijk karakter, die geen verband houdt met de doelstelling van paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties of verjaardagen; buurthuis/wijkcentrum: een buurthuis/ wijkcentrum is een openbaar, mede met publiekelijke middelen gerealiseerd, gebouwd in een wijk, stadsdeel of dorp dat zich richt op het bijdragen aan de integrale kwaliteit van de buurt, wijk of dorp. 2.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Hoofdstuk2Bepalingen voor horecabedrijven §2.1Bepalingen voor inrichtingen waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend Artikel2Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: ter bescherming van de volksgezondheid, of; in het belang van de openbare orde, of; ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. §2.2Aanvullende bepalingen voor inrichtingen waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend in bepaalde gebouwen Artikel3Schenktijden commerciële inrichtingen in gebouwen die in gebruik zijn voor onderwijs aan jongeren, waar jeugd- jongeren- en of sportorganisaties zijn gehuisvest of dienst doen als dorpshuis Het is uitsluitend toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken in de periode van 12:00 uur ’s middags tot 01:00 uur ’s nachts in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die meren- deels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of; deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of; deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als dorpshuis, of; deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen. §2.3Aanvullende bepalingen voor paracommerciële inrichtingen Artikel4Schenktijden paracommerciële inrichtingen Het is in paracommerciële inrichtingen uitsluitend toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken in de periode van 12:00 ’s middags tot 01:00 uur ’s nachts. Artikel5Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen In afwijking van het bepaalde in artikel 4 hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de hieronder weergegeven schenktijden: Verpleeg- en verzorgingstehuizen Alle dagen 10:00 uur tot 24:00 uur Studentenverenigingen Alle dagen 12:00 uur tot 05:45 uur Artikel6Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken: tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of; tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Artikel7Bestuursreglement en statuten van de paracommerciële rechtspersoon Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de aracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt. De paracommerciële rechtspersoon verstrekt een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet. Hoofdstuk3Ontheffingen Artikel8Facultatieve ontheffingen 1.De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in het artikel 3 gestelde verbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 2.De burgemeester kan conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 3 gestelde verbod en beperkingen. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel. Artikel9Intrekkingsgronden ontheffing De in artikel 8 bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien: ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist, of; zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare, veiligheid of zedelijkheid, of; de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, of; van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of indien de houder van de ontheffing dit verzoekt. Hoofdstuk4Overgangs- en slotbepalingen Artikel10Overgangsrecht 1.Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen: de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden. 2.Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht. 3.Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen. 4.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt in “de Stad Wageningen”. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Drank- en Horecaverordening Wageningen’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2013 Toelichting De toelichting op deze verordening Drank- en Horecawet bestaat uit deel A en deel B. Deel A bevat een algemene toelichting op de verordening. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: Wijziging van de Drank- en Horecawet Aparte drank- en horecaverordening Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. A Algemene toelichtingOp 1 januari 2013 is een nieuwe Drank- en Horecawet in werking getreden. Met deze nieuwe Drank- en Horecaverordening voldoet de gemeente Wageningen aan de verplichting om een verordening op te stellen. In deze verordening wordt de alcoholverstrekking in sportkantines en andere zogenaamde paracommerciële inrichtingen gereguleerd. Het is immers een taak van de gemeente om met name jongeren tegen zichzelf te beschermen door het aanbod en de verkrijgbaarheid van alcoholhoudende drank te beperken. Daarnaast heeft de gemeente de taak om oneerlijke concurrentie door paracommerciële rechtspersonen zoveel mogelijk te voorkomen. 1.Wijziging van de Drank- en Horecawet De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet bestaat sinds 1964. Kern van de wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot gezondheidsschade, overlast en ongevallen. Daarom is een gemeentelijke vergunning vereist voor het schenken van alcoholhoudende drank in de horeca en de verkoop van sterke drank in slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van zwak-alcoholhoudende drank is geen vergunning vereist. De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele eisen: leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of ouder), zedelijkheidseisen (geen crimineel verleden) en eisen ten aanzien van kennis en inzicht in verantwoord verstrekken (meestal Verklaring Sociale Hygiëne). Ook de inrichting zèlf moet aan enkele basiseisen voldoen. Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkómen, kent de Drank- en Horecawet al vanouds leeftijdsgrenzen. Aan jongeren onder de 16 jaar mag geen zwak-alcoholhoudende drank (gedistilleerd met minder dan 15% alcohol, wijn en bier) worden verkocht. Per 1 januari 2014 wordt deze leeftijdsgrens verhoogt naar 18 jaar. De leeftijdsgrens voor sterke drank (gedistilleerd met 15% alcohol of meer) ligt bij 18 jaar. Alle verstrekkers van alcohol (barkeepers, slijters, caissières en dergelijke) dienen de leeftijd van jongeren vooraf vast te stellen. Nieuwe bepalingen in 2013Per 1 januari 2013 zijn er enkele wijzigingen in de Drank- en Horecawet in werking getreden. De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van vrijwel alle bepalingen van de Drank- en Horecawet over is gegaan van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten het toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen uitoefenen. De burgemeester is voortaan het bevoegde gezag. Hij wijst ook de nieuwe gemeentelijke toezichthouders aan. De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan. In de gewijzigde Drank- en Horecawet is thans opgenomen dat jongeren onder de 16 jaar strafbaar zijn als ze alcohol aanwezig of voor consumptie gereed hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen (per 1 januari 2014 vanaf 18 jaar). Deze landelijke strafbepaling heeft een drieledig doel. Ten eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het alcoholgebruik onder jongeren onder de 16 jaar wordt tegengegaan. Ten tweede is het een ordemaatregel, waarmee overlastgevende drinkende jeugd op straat kan worden aangepakt. Ten derde is de bepaling een antwoord op het veel voorkomende fenomeen dat een oudere persoon alcohol koopt en deze in de horeca of op straat doorgeeft aan een jongere onder de leeftijdsgrens. Het verbod geldt niet voor het aanwezig hebben van alcoholhoudende dranken in supermarkten, slijterijen en dergelijke. Daar is immers geen indirecte verstrekking en/of consumptie ter plaatse. Het geldt wel voor het aanwezig hebben (of voor consumptie gereed hebben) van alcoholhoudende drank in horecainrichtingen, inclusief de paracommerciële inrichtingen. Het verkopen en schenken van alcohol aan jongeren onder de 16 kan als gevolg van de wijziging van de Drank- en Horecawet harder worden aangepakt. Supermarkten en andere detailhandelaren waar binnen één jaar drie keer geconstateerd wordt dat er alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens wordt verkocht, kan het tijdelijk worden verboden om alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester kan een alcoholverkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen. De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding worden geschorst. De Lex silencio positivo in de Drank- en HorecawetIn artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is bepaald dat de lex silencio positivo van toepassing is op een aanvraag om een vergunning die onder de Dienstenwet valt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. De lex silencio positivo is de regeling waarbij een vergunning automatisch verleend wordt als de overheid niet tijdig over de aanvraag van een vergunning heeft beslist. Hiermee wil het kabinet tijdige besluitvorming bij vergunningaanvragen bevorderen. In de nieuwe Drank- en Horecawet is in artikel 3, tweede lid, artikel 4, zesde lid en artikel 35, vijfde lid bepaald dat de lex silencio positivo (paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht) niet van toepassing is op deze aanvragen. Ten aanzien van de aanvragen als bedoeld in artikel 30 en artikel 30A, eerste en tweede lid en van de Drank- en Horecawet is niet expliciet bepaald dat de lex silencio positivo niet van toepassing is. De aanname is derhalve dat de lex silencio van toepassing is op deze aanvragen. Dit betekent dus dat een aanvraag binnen de wettelijk gestelde termijn afgewikkeld dient te worden. Indien dit niet gebeurt is de vergunning /de ontheffing van rechtswege verleend. 2.Aparte drank- en horecaverordening Er is in navolging van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) gekozen voor een aparte Drank- en Horecaverordening, in tegenstelling tot het door de VNG geadviseerde model waarbij de APV wordt aangepast. De overwegingen die aan deze keuze ten grondslag liggen zijn zowel praktisch als inhoudelijk. Het belang en complexiteit van het onderwerp rechtvaardigt een eigen regeling. De bevoegdheden die gemeenten per verordening willen regelen, kunnen ook als aparte afdeling in de APV opgenomen worden. Een aparte verordening ligt echter meer voor de hand, omdat de grondslag voor de APV in de Gemeentewet ligt, terwijl de grondslag van deze verordening de DHW ligt. De bevoegdheden op basis van de Drank- en Horecawet betreffen medebewindbepalingen, gericht op bescherming van de volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het toezicht en het sanctieregime is geregeld in de Drank- en Horecawet en daarmee anders dan andere APV bepalingen. B Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 BegripsbepalingenDit artikel bevat definities van woorden die in de verordening gebruikt worden en aansluiten op de Drank- en Horecawet. Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen De burgemeester is bevoegd voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt wèl dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn: ter bescherming van de volksgezondheid, en/of in het belang van de openbare orde, en/of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen kunnen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken). Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn: Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers; Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal portiers. Artikel 3 Schenktijden commerciële inrichtingen in gebouwen die in gebruik zijn voor onderwijs aan jongeren, waar jeugd- jongeren- en of sportorganisaties zijn gehuisvest of dienst doen als dorpshuisIn artikel 3 van deze verordening wordt de verstrekking van alcoholhoudende dranken door commerciële kantines bij sportclubs, jongerenorganisaties, buurthuizen, scholen, etcetera beperkt. Het artikel legt deze horecabedrijven dezelfde schenktijden op als de ‘echte’ paracommerciële horeca. De grondslag van deze beperkingen is artikel 25a van de Drank- en Horecawet. Achtergrond In veel gemeenten zijn de laatste jaren multifunctionele accommodaties (mfa’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.