Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechtenDE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 september 2009, raadsvoorstelnummer 2009/101/1; gezien het advies van de commissie voor Financiën van 6 oktober 2009; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet besluit : vast te stellen de “verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten” (verordening lijkbezorgingsrechten 2010) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen "Tussen de Bergen", "nabij Kapel in 't Zand", Brummeberg"en "Herten"; eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon een grafvergunning is verleend houdende het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; - het doen verstrooien van as; huurgraf: een graf, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon een grafvergunning is verleend houdende het uitsluitend recht voor 20 jaren tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; - het doen verstrooien van as; en dat tegen betaling van een bepaald recht opnieuw kan worden ingehuurd voor een periode van 10 jaren telkens wanneer het aan de beurt komt om te worden geruimd; huurgraf voor urnen: een urnennis of een urnenbewaarplaats in de urnentuin, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon een grafvergunning is verleend houdende het uitsluitend recht voor 20 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen en dat tegen betaling van een bepaald recht opnieuw kan worden ingehuurd voor een periode van 10 jaren telkens wanneer het aan de beurt komt om te worden geruimd; urnennis: een nis in een urnenmuur (columbarium) op een daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van een begraafplaats alwaar asbussen kunnen worden geplaatst; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; kindergraf: een graf voor het begraven van een lijk van een persoon beneden 13 jaar; grafbedekking: een gedenkteken en / of beplanting op een graf; de ambtenaar: de ambtenaar van de burgerlijke stand belast met het administratief beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen; de beheerder: de ambtenaar die belast is met het dagelijkse beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen of diens vervanger; rechthebbende: de houder van een grafvergunning. De in dit artikel genoemde termijnen voor onbepaalde tijd en voor 20 jaren beginnen te lopen op de datum waarop het graf is uitgegeven, zijnde de datum van begraven van de eerstbegravene. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder eigen graf mede verstaan: eigen graf voor urnen, en onder huurgraf: huurgraf voor urnen. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag; het begraven of cremeren van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 5.1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 5.2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing 6.1De onderhoudsrechten, bedoeld in artikel 5.2 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 6.2De overige rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 7.1De onderhoudsrechten, als bedoeld in artikel 5.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 7.2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in artikel 5.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 7.3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in artikel 5.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 5.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 9.1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving dan wel aanslag. 9.2De rechten als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, met uitzondering van onderdeel 1.3, kunnen waar zij een bedrag van € 500,- te boven gaan worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving, elk van de volgende termijnen telkens één jaar later. 9.3De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.3 van de tarieventabel kunnen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving, elk van de volgende termijnen telkens één jaar later. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 12.1De "Verordening lijkbezorgingsrechten 2009" van 13 november 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 12.2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 12.3In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de lijkbezorgingsrechten in die periode plaatsvindt. 12.4De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.