← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2009 (Wijk bij Duurstede)

Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2009De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2008 nr.; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten

  1. Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: a onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen; b onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1 Onder de naam "rioolrechten" wordt een recht geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2 Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat degene op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel3 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het recht geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. Artikel4 Maatstaf van heffing Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven per eigendom. Artikel5Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per eigendom € 178,
  2. Artikel6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8 Ontstaan van de belastingschuld Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar. Artikel9 Vrijstellingen Het recht als, bedoeld in artikel 2, wordt niet geheven voor: 1 eigendom dat uitsluitend bestemd is voor de publieke dienst van de gemeente; 2 eigendom dat uitsluitend bestemd is voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging; 3 eigendom dat uitsluitend dient als inrichting van onderwijs. Artikel10 Artikel10 Termijnen van betaling 1 De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 45,--, doch minder is dan € 2.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3 In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 2.000,--, dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. Artikel11 Kwijtschelding Een verzoek om kwijtschelding dient binnen zes weken na dagtekening van de aanslag te worden ingediend. Artikel12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolrechten. Artikel13 Inwerkingtreding en citeertitel 1 De “Verordening rioolrechten 2002” van 18 december 2001, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 19 februari 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. 4 Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolrechten 2009”. Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan 9 december 2008De raad voornoemd,De griffier, De voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.