Treasurystatuut 2014 voor waterschap Brabantse DeltaHOOFDSTUK1.INLEIDING De regelgeving over de financiën van waterschappen is in 2009 in lijn gebracht met de aangepaste Waterschapswet. In dit treasurystatuut wordt het beleidskader vastgelegd met betrekking tot de treasuryfunctie. In de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) zijn kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De belangrijkste doelstellingen van deze wet zijn: het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, het beheersen van renterisico’s en het vergroten van transparantie. Het treasurybeleid kent een tweetal kwalitatieve randvoorwaarden waaruit volgt dat zogenaamd bankieren door decentrale overheden, niet is toegestaan. De eerste voorwaarde is dat het aangaan van leningen en het uitzetten van middelen alsmede het verlenen van garanties, alleen zijn toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. De tweede houdt in dat uitzettingen en het gebruik van derivaten een prudent karakter dienen te hebben en niet gericht behoren te zijn op het genereren van inkomen in combinatie met het lopen van risico’s. In verband met de vereisten van de Wet FIDO (zie bijlage 2) zijn er twee instrumenten op het gebied van treasury; allereerst het onderhavige treasurystatuut. In dit treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut wordt er jaarlijks een treasuryparagraaf in zowel de begroting als in de jaarrekening opgenomen. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens en de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken. Verder dient in de managementletters (voorzienbare) afwijkingen ten opzichte van deze voornemens aangegeven te worden. Inmiddels is besloten dat in 2013 de decentrale overheden verplicht moeten schatkistbankieren zonder leenfaciliteit. Dit betekent dat overschotten van liquide middelen alleen bij het rijk kunnen worden uitgezet. In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van het waterschap geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, financiering en kasbeheer. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces te beheersen. Met de vaststelling van dit treasurystatuut wordt voldaan aan de verplichting zoals die is opgenomen in artikel 108 en 109 van de Waterschapswet. HOOFDSTUK2.BEGRIPPENKADER PARAGRAAF2.1ALGEMENE BEGRIPPEN Ten behoeve van de leesbaarheid van het treasurystatuut is het aantal technische termen in dit statuut beperkt. Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen, obligaties of deposito’s zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om risico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren . EU/EER lidstaat: Een lidstaat is een staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Dit zijn de EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Kasgeldlimiet: Een bedrag ter grootte van, een percentage, genoemd in de Wet FIDO, van het totaal van de jaarbegroting van het waterschap bij aanvang van het jaar. Dit percentage is in de “Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden” voor waterschappen vastgesteld op 23%. Het gaat bij het kasgeldlimiet om het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie. Liquiditeitenprognose: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. Dit ter bepaling van het moment om een lening aan te trekken dan wel overtollige middelen uit te zetten. Netto-vlottende schuld: Het gezamenlijk bedrag van: -de opgenomen gelden met een oorspronkelijk rentetypische looptijd korter dan 1 jaar; -de schuld in rekening-courant; -de voor een termijn van korter dan 1 jaar ter bewaking in kas gestorte gelden van derden. Rating: Een indicatie van het kredietwaardigheidrisico ofwel de mate waarin de onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen. Renterisico: Het gevaar van onvoorziene veranderingen van de (financiële) resultaten van het waterschap door rentewijzigingen. Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van, een percentage van het begrotingstotaal, genoemd in de “Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden” is dit percentage voor waterschappen vastgesteld op 30%. De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van langlopende leningen te beperken. Rentevisie: Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. Toezichthouder: De provincie Noord-Brabant die op grond van het reglement van het waterschap is belast met het toezicht op de begroting. Treasurybeheer: Dit omvat de daadwerkelijke uitvoering van het treasurybeleid, binnen de kaders van het treasurystatuut. Treasurybeleid: Dit beleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en voorwaarden, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Treasuryfunctie: Alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Uitzetting gelden: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Vaste schuld: Het gezamenlijk bedrag van de schuld uit hoofde van de geldleningen met een looptijd van 1 jaar of langer, en de voor een termijn van 1 jaar of langer ontvangen waarborgsommen. Vermogenswaarde: De in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen. Vermogensbehoefte: Een overzicht van de behoefte aan middelen op lange termijn ter financiering van de investeringen. Ook wel kapitaalbehoefte genoemd. HOOFDSTUK3.DOEL VAN HET TREASURYSTATUUT PARAGRAAF3.1DOEL Het treasurystatuut (hierna: statuut) heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financiering- en beleggingsactiviteiten van waterschap Brabantse Delta dienen plaats te vinden. In het statuut moeten de vier elementen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden in hun samenhang, duidelijkheid en transparantie garanderen. PARAGRAAF3.2ALGEMENE MISSIE VOOR TREASURY De Algemene missie voor treasury van waterschap Brabantse Delta is het zo optimaal mogelijk uitvoeren van haar publieke taken. In algemene zin zal het financieel beleid dienen bij te dragen aan en ondersteuning te bieden voor het uitvoeren van deze missie. Meer specifiek zal de financiële continuïteit op korte en lange termijn gewaarborgd dienen te worden. PARAGRAAF3.3HET TREASURYBELEID Het treasurybeleid is erop gericht toegang te verkrijgen en te behouden tot de geld- en kapitaalmarkt om zo, binnen de financiële mogelijkheden van het waterschap, een optimaal rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Investeringen, deelnemingen en beleggingen die worden gedaan in het kader van de publieke taak, waarbij bewust risico’s worden aanvaard vallen buiten de kaders van dit statuut. In de voorkomende gevallen dient hiervoor steeds afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden. Meer gedetailleerd zijn de doelstellingen van het treasurybeleid: het verkrijgen en handhaven van toegang tot de geld- en kapitaalmarkten tegen de scherpst mogelijke condities; het beschermen van de organisatie tegen ongewenste financiële risico’s, zoals rente- , koers,- liquiditeits -, valuta- en kredietrisico’s; het minimaliseren van de interne (verwerkingskosten) en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities; het realiseren van een efficiënte en controleerbare treasuryfunctie binnen de organisatie; het tijdig beschikbaar hebben van betrouwbare informatie aangaande de treasury; het continu voldoen aan de wettelijke vereisten aangaande treasury, zoals onder meer opgenomen in de Wet FIDO en RUDDO de daarbij behorende uitvoeringsregelingen. PARAGRAAF3.4RISICO-ATTITUDE De attitude van het waterschap Brabantse Delta ten aanzien van financieel risico is risicomijdend. Risicomijdend houdt in ieder geval in: Het beleid ten aanzien van financieringen is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s te bevorderen zodat voldaan wordt aan de renterisiconorm conform de eisen uit de Wet FIDO en er geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen optreedt. Het beleid ten aanzien van beleggingen is zodanig dat alleen beleggingen kunnen worden gedaan van tijdelijke overschotten en gericht op de beheersing en vermindering van daaraan verbonden risico’s. Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan indien dit leidt tot het handhaven, verminderen of het afdekken van financiële risico’s en vraagt expliciete besluitvorming door het algemeen bestuur. HOOFDSTUK4.DE ORGANISATIE VAN DE TREASURYFUNCTIE PARAGRAAF4.1TREASURY-ORGANISATIE Na vaststelling van het Statuut delegeert het algemeen bestuur middels een delegatiebesluit jaarlijks bij de begroting het dagelijks bestuur voor de uitvoering van het treasurybeleid, c.q. concrete treasury-activiteiten zoals aantrekken van geldleningen en uitzetten van gelden. De praktische uitvoering van het beleid wordt verzorgd door de afdeling Financiën Een beleidsvoorstel wordt, na behandeling door het dagelijks bestuur, ter vaststelling voorgelegd aan het algemeen bestuur. PARAGRAAF4.2PROCEDURES In de beschrijving van de Administratieve Organisatie zijn procedures opgenomen die betrekking hebben op de treasuryfunctie. In deze procedures zijn verantwoordelijkheden, activiteiten en functiescheidingen vastgelegd. In het kader van dit treasurystatuut is een procedure opgesteld, welke als bijlage bij dit statuut is opgenomen. De procedure is: “Aangaan van leningen”. PARAGRAAF4.3FUNCTIESCHEIDING Door functiescheiding te creëren tussen besluitvormende, registrerende en controlerende functies wordt misbruik zoveel als mogelijk voorkomen. Naast de externe controle door de accountant aan het einde van het proces vindt ook tijdens de processen controle plaats naar de juistheid en legitimiteit. De controle van de accountant vindt plaats in het kader van de controle op de jaarrekening. Hiermee strekt de controle van de accountant zich uit over het gehele uitvoeringstraject. De invulling hiervan is in de verordeningen en artikel 109 Waterschapswet (verordening op de controle van het financieel beleid en beheer) neergelegd. HOOFDSTUK5.INSTRUMENTEN, RICHTLIJNEN EN VOORWAARDEN PARAGRAAF5.1INSTRUMENTEN Voor het uitvoeren van transacties zijn in het kader van de treasury de volgende instrumenten beschikbaar: Rekening-courant faciliteiten Kasgeldleningen Vaste geldleningen Voor het gebruik van andere instrumenten dient vooraf een apart mandaat te zijn afgegeven door het algemeen bestuur. PARAGRAAF5.2RICHTLIJNEN Bij het gebruik van de voorgaande instrumenten moet men in ieder geval voldoen aan de onderstaande richtlijnen: SUBPARAGRAAF 5.2.1 ALGEMEENGeld wordt uitsluitend uitgezet of opgenomen op basis van een recente liquiditeitsprognose en een actuele rentevisie. De rentevisie / rentescenario’s van het waterschap Brabantse Delta zijn gebaseerd op informatie van gezaghebbende instanties. De rentevisie krijgt een plaats in de begroting en kadernota. SUBPARAGRAAF 5.2.2 OPNEMENRenterisico’s op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van de kasgeldlimiet van de Wet FIDO. Renterisico’s op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisico norm van de Wet FIDO. Het gebruik van specifieke instrumenten dient te geschieden conform de ministeriële regeling uit hoofde van de Wet FIDO en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden”. Het aantrekken van leningen geschiedt conform de procedure “aangaan van leningen” zoals opgenomen in bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.