Verordening op de heffing en invorderling van rioolheffing 2014De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013; gelet op de artikel 228a van de Gemeentewet b e s l u i t: vast te stellen de hierna volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014 (Verordening rioolheffing 2014) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde die minder is dan € 25.000,=, die zelfstandig in gebruik zijn als berging of garagebox. Artikel6Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.Voor de heffing genoemd in het eerste lid worden: bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen omgerekend in aantallen percelen, door de totale inwonersbezetting op 1 januari van het belastingjaar te delen door 4; scholen omgerekend in aantallen percelen, en wel naar één perceel per klas c.q. speel- werklokaal; slachterijen, horecabedrijven met bijbehorende woning, verenigingsgebouwen, sportzalen/ -hallen, autowasinrichtingen en daarmee gelijk te stellen inrichtingen, omgerekend in aantallen percelen, en wel naar 2 percelen per aangegeven categorie; percelen bestaande uit een woning en een bedrijfsruimte, niet behorende tot de categorieën als bedoeld in de onderdelen a en c, gelijk gesteld met 1,5 perceel vermeerderd met één perceel voor elke gebouwde aanhorigheid waar bedrijf wordt uitgeoefend; percelen, uitsluitend bestaande uit een bedrijfsruimte als bedoeld onder het voorgaande lid gelijk gesteld met één perceel campings omgerekend in aantallen percelen door het aantal aansluitingen te delen door
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.