← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffingen 2014 (Verordening rioolheffing 2014) (Tubbergen)

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffingen 2014 (Verordening rioolheffing 2014)De raad van de gemeente Tubbergen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 november 2013, nr. 17A; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van 25 november 2013; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffingen 2014 (Verordening rioolheffing 2014) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft. d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel -niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van een perceel: welke in hoofdzaak is bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag andere dan kerkgenootschappen die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging; welke uitsluitend wordt gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente. Artikel6Maatstaf van heffing 1.Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van tweeënvijftig weken, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalenderweek voor een volle week gerekend. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel7Belastingtarieven

  1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt € 172,00
  2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt bij het afvoeren van een hoeveelheid water van: a.0 tot en met 300 m3 € 69,00 b.meer dan 300 m3 doch niet meer dan 10.000 m3 € 69,00 vermeerderd met een bedrag van € 69,00 voor elke 100 m3 of een gedeelte daarvan, waarmee de hoeveelheid van 300 m3 wordt overschreden; c.meer dan 10.000 m3 € 6.762,00 vermeerderd met een bedrag van € 34,50 voor elke 100 m3 of gedeelte daarvan, waarmee de hoeveelheid van 10.000 m3 wordt overschreden, met dien verstande dat de belasting niet meer bedraagt dan € 24.322,00
  3. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor percelen die enkel een aansluiting hebben ter zake van hemelwater € 57,00 Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.Voor belastingbedragen tot € 9,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel11Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van het eerste lid geldt: in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag van de aanslag daarvan meer is dan € 100,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen, telkens een maand later; in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag van de aanslag daarvan minder is dan € 100,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen, telkens een maand later. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 4.De aanslagen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, moet worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. Artikel12Overgangsrecht De Verordening rioolheffingen 2013 van 10 december 2012 nummer 18B wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. Artikel13Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing 2014". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2013.de griffier, de voorzitter,H.J.M.J. van Limbeek-ter Haar, mr. M.K.M. StegersRaming van opbrengsten en kosten rioolheffing 2014Volgens de begroting 2014 geraamde opbrengsten: € 1.751.000,-- Volgens de begroting 2014 geraamde kosten: € 1.818.001-- Kostenonderbouwing rioolheffing 2014ACTIVITEIT BEDRAG GEMENGDE TOE- TOELICHTING VERHAALBARE ACTIVITEIT REKENING KOSTEN 2014 Vervanging/aanleg/verbetering kapitaallasten tot jaar 2013 9.679.000 nee 100% kapitaallasten die meer dan een jaar oud zijn 740.573 kap.lasten nog niet uitgevoerde inv. 1.798.000 nee 100% Zie bijlage investeringen 115.716 vervangingsinverstering in 2014 365.000 nee 100% Zie bijlage investeringen 27.058 nieuwe aansluituingen in 2014 17.516 nee 0% 100% kosten gedekt via éénmalige verrekening 0 herinrichting bestaande wijk 0 ja 20% aanleg waterberging incl. randvoorzieningen 0 aanleg waterdoorlatende verharding 0 ja 50% vervangen bestaande verhardingen 0 aanleg WADI 0 ja 75% incl. recreatieve voorzieningen 0 Renovatie riolering (incl. gemengd stelsel) 0 nee 100% Zie GRP, 20xx- 20xx 0 relining hemelwatervorzieningen 0 nee 100% Zie GRP, 20xx- 20xx 0 grondwater 0 nee 100% Zie GRP, 20xx- 20xx 0 Onderhoud en reperatie onderhoud drukriolering 65.000 nee 100% 65.000 doorspuiten verstoppingen 35.000 nee 100% 35.000 inspectie en reiniging (inhuur) 0 nee 100% 0 inspectie en reiniging buiten reguliere werktijden 10.000 nee 100% 10.000 exploitatie meetapp. en pompgemalen 17.500 nee 100% 17.500 electriciteit + overige kosten p en g 65.000 nee 100% 65.000 overige spec. kl. Gebruiksgoederen 10.000 nee 100% 10.000 rioolvervanging / renovaties 46.000 nee 100% 46.000 straatreiniging 151.692 ja 25% 37.923 beheer/onderhoud eigen personeel 398.866 ja 100% 398.866 kolkzuigen/storten 20.800 nee 100% 20.800 kolkenslib 0 nee 100% 0 onderhoud sloten binnen de bebouwde kom 13.492 ja 75% 10.119 verwijderen vuil/obstakels bij wegduikers Toerekening op basis van uren Noaberkracht ja 0% 0 verwijderen vuil/obstakels bij inritduikers ja 0% 0 uitmaaien (klepelen) waterafvoerende sloten ja 0% 0 opschonen watergang ja 0% 0 korven watergang ja 0% 0 sloten klootschietbanen ja 0% 0 op diepte brengen watergangen (excarotor) ja 0% 0 grond ontgraven bij duikers nee 0% 0 verwijderen druifvuil ja 0% 0 verwijderen baggerspecie ja 0% 0 schoonmaken obstakels/rasters ja 0% 0 onderhoud bermsloten ja 25% ihkv hemelwatertaak 0 onderhoud stedelijke waterpartijen 11.000 nee 0% wordt betaald door Waterschap 0 onderhoud WADI 11.762 ja 50% 5.881 Begeleiding en opdrachtgeving voorbereiden plannen uit GRP klachtenafhandeling/communicatie 0 nee 0% KCC/ klachten 0 uitbestede inv. Grondwatermeetnet 5.000 nee 100% 5.000 communicatie 0 0 toezicht op het werk 0 0 actualiseren GRP 0 0 opdrachtgeving uit GRP en incidenteel 0 0 salarissen en sociale lasten 0 0 Overig toerekenbare BTW 254.000 254.000 aandeel kwijtschelding 8.456 8.456 belastingen, bijdragen en contributies 1.400 1.400 portokosten + aanmaak aanslagbiljetten 3.290 3.290 advertentiekosten 460 460 bijdrage aan Twenterand 3.250 3.250 Kosten Vitens 1.000 1.000 onderuitputting -141.813 -141.813 bijdrage afkoppelsubsidies 0 0 perceptiekosten rioolheffing 77.522 Middelen/Bel./KCC 77.522 Meerjarig perspectief ontrekking/toevoeging reserve 0 0 ontrekking/toevoeging voorziening 0 0 TOTAAL 1.818.001 Toerekenbare BTW 4.722.001 1.694.281 1.948.312 254.031 4.722.005 65.021 65.259 238 254.269

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.