Beleidslijn voor de toepassing van de wet Bibob Midden-Delfland 2010De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden; Gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3, 27 en 31 van de Drank- en Horecawet, artikel 2:28, 2:39 en 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening Midden-Delfland 2010, de Aanbestedingsrichtlijn gemeente Midden-Delfland, artikel 40, eerste lid van de Woningwet, artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer en de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2007; BESLUITEN: Vast te stellen de volgende Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bibob Midden-Delfland 2010. Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aanvraag: de aanvraag om een beschikking dan wel de inschrijving en/of aanbieding waarmee wordt deelgenomen aan een aanbestedingsproces; advies: het advies bedoeld in artikel 9 van de wet; beschikkingen en opdrachten: alle besluiten waarop de wet kan worden toegepast; bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot het nemen van beschikkingen of het beslissen over het aangaan van overeenkomsten; betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, respectievelijk de aanbieder die deelneemt aan een aanbestedingsproces, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer; het onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, de gegadigde niet tot de aanbesteding toe te laten, de overeenkomst niet aan te gaan, respectievelijk de beschikking of opdracht in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het bureau aan te vragen; het Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de wet; wet: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel2.Toepassingsbereik van de Wet Bibob in de gemeente Midden-Delfland Het bestuursorgaan zal, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet in beginsel toepassen bij het zich voordoen van een of meer van de op de bijlage vermelde indicatoren met betrekking tot: I. beschikkingen zoals vermeld in: i. artikel 3 van de Drank- en Horecawet, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; ii. artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; iii. artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; iv. artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010 inzake speelgelegenheden, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; II. overheidsopdrachten zoals genoemd in artikel 1, eerste lid onder h. en j. van de wet; III. bouwvergunningen als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet; IV. vergunningen als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer; V. beschikkingen zoals vermeld in de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2007. Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, het eveneens toepassen met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunningen en subsidies respectievelijk ontbinding van de in het eerste lid genoemde overeenkomsten. Bij overheidsopdrachten zal het bestuursorgaan bedingen dat de overeenkomst kan worden ontbonden op de gronden vermeld in artikel 3, eerste lid van de wet. Ook kan het bestuursorgaan bedingen dat onderaannemers alleen met toestemming van de gemeente kunnen worden gecontracteerd en dat in dat kader een advies kan worden gevraagd. Artikel3.Overige situaties waarin de wet in beginsel wordt toegepast Behalve op de in artikel 2 genoemde besluiten zal het bestuursorgaan de wet in beginsel toepassen: ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; in de gevallen waarin de officier van justitie op basis van artikel 26 van de wet wijst op de wenselijkheid een advies van het bureau aan te vragen. indien het bestuursorgaan besluit tot een branche- of gebiedsgerichte aanpak. Artikel4.Onderzoek 1.Het onderzoek naar het zich voordoen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet bestaat uit: het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden; het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die al dan niet door middel van het in het volgende artikel bedoelde vragenformulier en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de aanvrager en gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de wet kan raadplegen; 2.Indien het onder b. bedoelde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar dat de in artikel 3 van de wet bedoelde feiten zich zullen voordoen, wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de wet ingewonnen bij het bureau. Artikel5.Informatieverstrekking 1.In door of namens het bestuursorgaan bepaalde gevallen moet betrokkene naast de gebruikelijke aanvraagformulieren de Bibob-vragenformulieren invullen en bij het bestuursorgaan indienen. Daarbij dienen de documenten te worden gevoegd die in de vragenformulieren zijn vermeld en/of die bij de uitreiking van de formulieren zijn door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. Ten aanzien van de gevallen waarin in beginsel om invulling en indiening van het vragenformulier zal worden verzocht, wordt verwezen naar de bij deze beleidsregel behorende en daarvan deel uitmakende indicatorenlijst. 2.De in het eerste lid bedoelde vragenformulieren bevatten in elk geval de in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde vragen en daarnaast aanvullende vragen die het bestuursorgaan zo goed mogelijk in staat stellen het onderzoek als bedoeld in artikel 4 te verrichten. De vragenlijsten zijn als bijlage aan deze beleidsregel toegevoegd. Artikel6.Uitvoering van nieuwe aanvragen 1.Ingeval van nieuw ingediende aanvragen dient iedere vergunningaanvraag eerst de normale procedure te doorlopen, waarbij wordt bezien of aan de reguliere vergunningeisen wordt voldaan (APV, Drank- en Horecawet e.d.); 2.Indien aan de reguliere eisen is voldaan, wordt vervolgens het Bibob-vragenformulier doorgenomen aan de hand van een indicatorenlijst: de zogenoemde lichte toets; 3.Indien de resultaten van deze toets hiertoe aanleiding geven, zal vervolgens een zware toets plaatsvinden; Bij de zware toets gaat het om een gewogen gemiddelde. Het is ongewenst om de indicatoren in harde criteria vast te leggen, omdat deze te veel in zwaarte verschillen. Soms is één zware indicator voldoende om te concluderen dat nader onderzoek noodzakelijk is, maar ook een reeks van lichtere indicatoren kunnen - in hun onderlinge samenhang bezien - tot een dergelijke conclusie leiden. Dit vergt enige sensitiviteit van de behandelende ambtenaar. Uitgangspunt is dat bij twijfel altijd de zware toets plaatsvindt; De aanvraag wordt buiten behandeling indien het vragenformulier niet althans niet volledig wordt ingevuld, zoals is bepaald in artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht. 4.Ook de onderstaande punten kunnen aanleiding zijn voor het uitvoeren van een zware toets. Daarvoor geldt een aantal harde criteria, namelijk indien: er sprake is van overname van een vergunningsplichtige inrichting, die is gesloten of waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van openbare orde overwegingen (bijvoorbeeld heling, drugs of geweld) of op grond van de wet Bibob; er sprake is van monopolisering (het opkopen van meerdere inrichtingen en/of onroerende zaken in een bepaald gebied) door een natuurlijk persoon en/of rechtspersoon dan wel door een aantal aan elkaar verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen; er vermoedelijk een relatie bestaat tussen de recreatie- en/of seksinrichting met de malafide infrastructuur rond illegale vreemdelingen. Artikel7.Uitvoering van reeds verstrekte vergunningen 1.Ten aanzien van verstrekte vergunningen wordt indien daartoe aanleiding bestaat een Bibob-vragenformulier uitgereikt. 2.Een weigering om het vragenformulier ingevuld te retourneren zal worden beschouwd als een ernstig gevaar op grond van de wet Bibob met als gevolg dat de vergunning wordt ingetrokken. 3.Van deze wettelijke mogelijkheid wordt actief gebruik gemaakt, indien één of meer van de navolgende situaties van toepassing is / zijn: als een bepaald gebied specifiek nader wordt bekeken; als een bepaalde branche of deel van een branche extra wordt gecontroleerd; als er aanwijzingen zijn dat er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten of voor het plegen van strafbare feiten; indien er een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld omkoping). Artikel8.Weigering / intrekking andere vergunningen van dezelfde ondernemer en sluiting 1.Indien een Bibob-advies wordt gevraagd ten aanzien van een bepaalde ondernemer, dan heeft dit verzoek betrekking op alle aan de ondernemer binnen deze gemeente verleende vergunningen, welke onder de reikwijdte van de wet Bibob vallen. Dat betekent dat in het geval dat de burgemeester/ het college een negatief advies van het Bureau overneemt, in één keer de aanvraag wordt geweigerd en alle reeds verstrekte vergunningen worden ingetrokken. 2.Indien de onderneming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.