Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 juni 2009; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7,8 en 10 van de Wet Werk en Bijstand, de artikelen 34, 35, en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, B E S L U I T : De Reintegratieverordening Wet werk en bijstand 2004, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 06-09-2007 in te trekken en vast te stellen : de “Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009”: HOOFDSTUK1Algemeen Artikel1Begripsomschrijvingen De wet: Wet werk en bijstand; Awb: de Algemene wet bestuursrecht; Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; De raad: de gemeenteraad van de gemeente Halderberge; Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge; UWV: Uitvoeringinstituut Werknemersverzekeringen; Gemeentelijke doelgroep: uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet voor zover zij binnen de gemeente Halderberge woonachtig zijn als bedoeld in art 10, eerste lid en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek; Uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de wet, de Ioaw of de Ioaz; Anw-ers: werkzoekenden met een uitkering volgens de Algemene nabestaanden wet ; Nuggers: werkzoekenden die geen uitkeringsgerechtigden zijn als bedoeld in sub i ,en geen uitkering ontvangen van het UWV; Jongeren: uitkeringsgerechtigden , Anw’ers of Nuggers niet ouder dan 22 jaar. Belanghebbende: een persoon als bedoeld in art 1:2 lid 1 Awb; Werkzoekenden: personen zonder dienstverband voor meer dan 12 uur en die als werkzoekend zijn ingeschreven bij het UWV Werkbedrijf te Roosendaal Traject: een aaneenschakeling van voorzieningen met als doel het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid of als dit vooralsnog niet mogelijk is, het verhogen van de maatschappelijke participatie; Voorzieningen: de instrumenten die het college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de wet en deze verordening; Algemeen geaccepteerde arbeid: alle algemeen aanvaarde arbeid , m.u.v. arbeid in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening,die niet in strijd is met de wet of iemands persoonlijke integriteit, inclusief de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf,; Work first: een voorziening van tenminste 20 uur per week gericht op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid binnen 6 maanden; Werkstage: een werkplek gericht op het aanleren van beroepsgerichte vaardigheden; Proefplaatsing: een werkplek als fase voordat de werkgever belanghebbende een dienstverband aanbiedt. De werkplek is bedoeld als mogelijkheid voor de werkgever om te bekijken of de potentiële werknemer past binnen het bedrijf en de functie. Voor de werknemer biedt het de mogelijkheid om nog specifieke, binnen het bedrijf, benodigde kennis op te doen; Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in artikel 10, 2e lid van de wet. participatieplaats: een additionele werkplaats als bedoeld in artikel 10a van de Wet werk en bijstand, artikel 38 van de Ioaw of artikel 38 van de Ioaz, waar een uitkeringsgerechtigde, die op grond van persoonlijke werkbelemmeringen niet direct bemiddelbaar is, met behoud van uitkering werkzaamheden verricht voor tenminste 12 uur per week gericht op de inschakeling op de arbeidsmarkt. HOOFDSTUK2Kader Artikel2Opdracht aan het college 1.Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, aan personen uit de gemeentelijke doelgroep als bedoeld in artikel 10 van de wet en artikel 1 sub h van deze verordening ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan voor zover het college dat noodzakelijk acht. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, zoals bedoeld in deze verordening doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Beleidsplan College 1.Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vaststellen waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. 2.Dit beleidsplan omvat in elk geval: een beschrijving van het doel van het beleid; een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen; de wijze waarop de aanbesteding wordt vormgegeven; het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening. 3.Het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid wordt in het kader van cliëntenparticipatie mede besproken met een vertegenwoordiging van de doelgroep. Artikel4Subsidieplafond, verslag en uitvoeringsbesluit 1.Het college kan één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie – of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2.Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 3.Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. 4.Het verslag als bedoeld in het derde lid wordt in het kader van klantenparticipatie mede besproken met een vertegenwoordiging van de doelgroep; 5.Bij uitvoeringsbesluit kan het college met betrekking tot de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 6.Deze regels kunnen betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling; de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; het vragen van een eigen bijdrage; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies; terugvorderen van kosten van voorzieningen voor personen als bedoeld in artikel 1 sub j, k en l van deze verordening; de voorwaarden en de periode tot het verlenen van vrijstelling van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 20 van deze verordening. Artikel5Aanspraak op ondersteuning 1.Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in de wet, deze verordening, en de door het college vervaardigde uitvoeringsregels. 3.Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor dat instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. 4.Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. HOOFDSTUK3Voorzieningen Artikel6Algemeen 1.Ondersteuning wordt geboden door het aanbieden van een traject, waarbij zonodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, advies en/of doorverwijzing naar andere instanties. 2.Bij de afweging welke voorziening het meest geschikt is voor welk persoon uit de doelgroep, worden de mogelijkheden en belemmeringen van de persoon en het belang van de gemeente tegen elkaar afgewogen. 3.Het college kan voor de uitvoering van voorzieningen afspraken maken met derden waaronder werkgevers en reintegratiebedrijven. Artikel7Reïntegratietrajecten 1.Reïntegratietrajecten zijn primair gericht op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Voor personen die nieuw instromen in de uitkering en jongeren is work first als bedoeld in artikel 8 een primaire voorziening; 3.Bij de inzet van reïntegratietrajecten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt over de combinatie met zorgtaken. Artikel8Work First 1.Elke uitkeringsgerechtigde werkzoekende en elke jongere krijgt binnen 1 maand na inschrijving bij het UWV Werkbedrijf een aanbod voor een Work First voorziening als bedoeld in artikel 1, onder r gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op personen ten aanzien van wie het college heeft bepaald dat een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt en voor personen waarvan het UWV Werkbedrijf heeft vastgesteld dat zij binnen drie maanden naar algemeen geaccepteerde arbeid kunnen worden toegeleid. 3.Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid. 4.Voor personen, die op grond van het tweede lid geen Work First voorziening aangeboden hebben gekregen of indien de Work First voorziening niet heeft geleid tot instroom in algemeen geaccepteerde arbeid, wordt een ander reïntegratietraject ingezet waarvan onderstaande voorzieningen onderdeel kunnen uitmaken. Artikel9Detacheringsbanen uitgevoerd door een reïntegratiebedrijf 1.Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een dienstverband aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling; 2.De uitkeringsgerechtigde wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. 3.Een uitkeringsgerechtigde wordt alleen geplaatst indien, door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 4.Het college kan voor de uitvoering van dit artikel nadere regels stellen. Artikel10Scholing 1.Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten. Artikel11Begeleiding 1.Het college kan begeleiding aanbieden met als doel de belanghebbende te ondersteunen bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen ten aanzien van de noodzakelijkheid van de begeleiding, de duur en de maximale kosten. Artikel12Proefplaatsing 1.Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1 sub i en l, met behoud van uitkering, een proefplaatsing aanbieden. 2.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing geïndiceerd is. 3.Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen ten aanzien van de noodzakelijkheid van de plaatsing, de duur en de maximale kosten. Artikel13Werkstage 1.Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1, sub i en l, met behoud van uitkering, een werkstage aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling. 2.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing geïndiceerd is. 3.Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen ten aanzien van de noodzakelijkheid van de werkstage, de duur en de maximale kosten. Artikel14Participatieplaatsen 1.Het college kan uitkeringsgerechtigde personen bedoeld in artikel 1 sub i en l een participatieplaats aanbieden, waarbij voor tenminste 12 uur per week additionele, onbetaalde werkzaamheden worden verricht. 2.Het doel van de participatieplaats is om uitkeringsgerechtigden die door persoonlijke werkbelemmeringen niet bemiddelbaar zijn dichter bij de arbeidsmarkt te brengen. 3.De participatieplaats duurt minimaal 6 maanden en maximaal twee jaar. 4.De in lid 3 genoemde termijn kan tweemaal met één jaar worden verlengd, met in achtneming van hetgeen gesteld is in artikel 10a lid 9 en lid 10 van de Wet werk en bijstand. 5.De werkzaamheden in een participatieplaats zijn additioneel van aard en gericht op re-integratie. 6.Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 7.Met betrekking tot de aan te bieden scholing geldt hetgeen is bepaald in artikel 10 van deze verordening. 8.Het college kan eisen stellen aan werkgevers met betrekking tot begeleiding en de investering in scholing van de deelnemers op een participatieplaats. 9.De organisatie waar personen op een participatieplaats geplaatst worden draagt er zorg voor dat de geplaatste personen gedurende hun werk verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. 10.Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de inzet van participatieplaatsen. Artikel15Sociale activering 1.Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.