VERORDENING BODEMSANERING GEMEENTE GRONINGENDE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; (bijlage raadsverslag nr. 482); gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 augustus 2009; gelet op de Wet Bodembescherming; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; HEEFT BESLOTEN: de Verordening bodemsanering gemeente Groningen vast te stellen; Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel 1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Saneringsplan : een plan, als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Wet bodembescherming; Saneringsverslag : een verslag als bedoeld in artikel 39c, eerste lid, van de Wet bodembescherming en artikel 13 Besluit uniforme saneringen; Nazorgplan : een plan als bedoeld in artikel 39d van de Wet bodembescherming; nader onderzoek : onderzoek als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming. Hoofdstuk2Procedures Artikel 2.1Aanvraag Voor de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht worden in ieder geval als aanvraag tot het nemen van een besluit aangemerkt: de indiening bij het college van een rapport van het nader onderzoek; het doen van een melding als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming; de indiening van het saneringsplan; de indiening van het saneringsverslag; de indiening van het nazorgplan. Artikel2.2Aanvraagformulier 1.Voor de aanvraag maakt de aanvrager gebruik van een door het college vastgesteld formulier dat hij volledig invult. 2.De aanvrager dient het rapport van het nader onderzoek, het saneringsplan, het saneringsverslag, het nazorgplan met de daarbij behorende stukken in drievoud in bij het college. 3.Het college stelt voor de onderscheidenlijke aanvragen aparte formulieren vast. 4.Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de in het tweede lid genoemde stukken moeten worden aangeleverd. Hoofdstuk3Inhoudelijke bepalingen Artikel 3.1Inhoud saneringsplan 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 39, eerste lid, van de Wet bodembescherming worden in het saneringsplan de gegevens opgenomen zoals vermeld in het formulier bedoeld in artikel 2.2, eerste lid. 2.Het vermelden in het saneringsplan van gegevens als bedoeld in het eerste lid of het volledig invullen van het formulier kan achterwege blijven indien: bij de indiening van het plan wordt aangegeven welke gegevens ontbreken, daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken, en een naar het oordeel van het college voldoende motivering wordt gegeven waaruit blijkt dat die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het saneringsplan. Artikel 3.2Meldingsplichten 1.Degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert meldt uiterlijk vijf werkdagen voor de feitelijke aanvang van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering bij het college de aanvangsdatum van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering. 2.Indien de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering niet zal worden gestart op de gemelde aanvangsdatum, meldt de in het eerste lid bedoelde (rechts)persoon dit onverwijld aan het college, onder opgave van een nieuwe aanvangsdatum. Indien de nieuwe aanvangsdatum op dat moment nog niet bekend is, is het eerste lid van toepassing. 3.Indien bij de sanering ontgraving van verontreinigde grond plaatsvindt, stelt de in het eerste lid bedoelde (rechts)persoon het college minimaal één werkdag van te voren op de hoogte van het tijdstip waarop over het gehele gebied van de ontgraving de einddiepte bereikt zal worden en tot aanvulling van de ontgraving wordt overgegaan. Bij ontgraving en aanvulling in gedeeltes, geldt voornoemde verplichting tot melding per gedeelte. 4.De in het eerste lid bedoelde (rechts)persoon meldt de beëindiging van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering binnen een week na beëindiging van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering aan het college. 5.Indien sprake is van een grondsanering, respectievelijk grondwatersanering waarbij door het college is ingestemd met een aanpak overeenkomstig artikel 38, derde lid, van de Wet bodembescherming, wordt de beëindiging van iedere afzonderlijke fase op de in het vierde lid beschreven wijze gemeld. Artikel3.3Wijzigingen op het saneringsplan 1.Bij een melding inzake wijziging van het saneringsplan als bedoeld in artikel 39, vierde lid van de Wet bodembescherming wordt gebruik gemaakt van een door het college daartoe vastgesteld formulier. 2.Het volledig ingevulde formulier wordt bij het college ingediend. Artikel3.4Saneringsverslag 1.Degene die de bodem dan wel het grondwater heeft gesaneerd dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, biedt uiterlijk acht weken na beëindiging van de saneringswerkzaamheden het saneringsverslag met betrekking tot de gehele sanering dan wel de betreffende fase aan het college aan. 2.Instemming als bedoeld in artikel 39c, tweede lid Wet bodembescherming vindt in beginsel alleen plaats nadat de sanering of een fase van de sanering als bedoeld in artikel 38, derde lid, volledig is afgerond en over dat geheel een saneringsverslag is ingediend. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 39c, eerste lid, van de Wet bodembescherming dienen in het saneringsverslag de gegevens te worden opgenomen zoals vermeld in het formulier bedoeld in artikel 2.2, eerste lid. 4.Het vermelden in het saneringsverslag van gegevens als bedoeld in het derde lid of het volledig invullen van het formulier kan achterwege blijven indien: bij de indiening van het saneringsverslag wordt aangegeven welke gegevens ontbreken; daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken, en een naar het oordeel van het college voldoende motivering wordt gegeven waaruit blijkt dat die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het saneringsverslag. Artikel3.5Nazorgplan 1.Indien op grond van artikel 39d van de Wet bodembescherming een nazorgplan vereist is en dit nazorgplan niet gelijktijdig met het saneringsverslag kan worden ingediend, dient degene die de bodem heeft gesaneerd uiterlijk acht weken na indiening van het saneringsverslag een nazorgplan in bij het college. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 39d, eerste en tweede lid van de Wet bodembescherming dienen in het nazorgplan de gegevens te worden opgenomen zoals vermeld in het formulier bedoeld in artikel 2.2, eerste lid. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 39d, eerste lid en tweede lid van de Wet bodembescherming kan het vermelden in het nazorgplan van gegevens als bedoeld in het tweede lid of het volledig in vullen van het formulier achterwege blijven indien: bij de indiening van het nazorgplan wordt aangegeven welke gegevens ontbreken; daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken, en een naar het oordeel van het college voldoende motivering wordt gegeven waaruit blijkt dat die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het nazorgplan. Artikel3.6Saneringen van overheidswege Op saneringen die door het college, in het kader van artikel 48 Wet bodembescherming worden uitgevoerd zijn de artikelen 3.1 tot en met 3.5 van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk4Overgangs- en slotbepalingen Artikel4.1Overgangsbepaling 1.Onverlet het bepaalde in artikel II van de Wet van 15 december 2005, houdende wijzigingen van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen (Publicatiein Staatsblad2005, 680) geldt dat de fase van een sanering die reeds in uitvoering is op het moment dat deze verordening in werking treedt, overeenkomstig de regelingen waaronder de betreffende fase is gestart wordt afgehandeld. 2.Bij het voorbereiden van een fase van een sanering volgend op de fase bedoeld in het eerste lid, is deze verordening van toepassing. Artikel4.2Intrekken verordening De Verordening Bodemsanering gemeente Groningen van 18 december 2002 wordt ingetrokken. Artikel4.3Inwerkintreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de dag waarop deze is bekend gemaakt. Artikel4.4Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening bodemsanering gemeente Groningen. Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 30 september 2009. De griffier, D.H. Vrieling. De voorzitter, Dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.Toelichting Verordening Bodemsanering gemeente Groningen Algemeen deel Aanleiding Bij bodemsanering hoort (veel) grondverzet, en er zijn veel verschillende spelers: initiatiefnemers, aannemers, transporteurs, intermediairs, toepassers en verwerkers van (verontreinigde) grond. Het overheidstoezicht op deze keten van activiteiten is organisatorisch complex, ook al omdat de bevoegdheden over verschillende instanties zijn verdeeld. Dit maakt het geheel van activiteiten kwetsbaar voor onjuist handelen, al dan niet opzettelijk. Mede met oog hierop is per 1 januari 2006 de Wet bodembescherming gewijzigd en is op 1 januari 2008 het Besluit bodemkwaliteit gefaseerd in werking getreden. In de wetswijziging is de functiegerichte sanering wettelijk verankerd. Bij een functiegerichte sanering worden de milieuhygiënische risico’s weggenomen maar blijft er restverontreiniging achter. Voor het beheren van de restverontreiniging is een nazorgplan vereist. Het saneringsverslag en het nazorgplan hebben met de laatste wetswijziging nu ook een formele status: deze stukken behoeven de instemming van burgemeester en wethouders. In de Verordening Bodemsanering gemeente Groningen 2002 was al geregeld aan welke vereisten een saneringsplan moet voldoen. Voor het saneringsverslag en het nazorgplan is dit met de onderhavige verordening ook geregeld. De Wet bodembescherming (hierna Wbb) geeft de raad de bevoegdheid deze nadere regels te stellen. De wijzigingen op hoofdlijnen: · Indieningsvereisten: In deze verordening is ervoor gekozen om de indieningsvereisten niet langer op te nemen in de tekst van de verordening maar te verwerken in het voorgeschreven formulier. Dit formulier is ook digitaal beschikbaar en in te vullen. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: de indiener voldoet met het invullen van het meldingsformulier al aan de indieningsvereisten, en de verordening zelf bevat minder voorschriften. De indieningsvereisten zijn wel op enkele punten aangevuld. De eisen sluiten hiermee beter aan op de in de afgelopen jaren ontstane praktijk. · Procedurele aspecten: De bepalingen met procedurele aspecten zijn vervallen. Door deze bepalingen te schrappen gelden onverkort de procedure bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Praktisch gezien betekent dit dat direct het ‘definitieve’ besluit kan worden opgesteld en niet eerst een ontwerpbesluit daar aan vooraf hoeft te gaan. In de Verordening bodemsanering 2002 was de uitgebreide procedure de standaard en kon de korte procedure alleen gemotiveerd worden toegepast. Dit paste niet meer in de huidige praktijk, er werd daarom veel een beroep gedaan op de uitzonderingsregel (een verkorte procedure). Omdat nu is aangesloten bij de procedures uit de Awb is de procedure termijn voor de standaardprocedure aanzienlijk korter. De rechtsbescherming wordt door de Awb-procedure uiteraard voldoende gewaarborgd. In voorkomende gevallen, bijvoorbeeld bij complexe saneringen, kan altijd worden besloten om de openbare voorbereidingsprocedure te volgen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1.1 Binnen het begrip saneringsplan worden vele verschillende vormen gehanteerd. Er zijn bijvoorbeeld: deelsaneringsplannen, saneringsplannen voor gefaseerde saneringen, raamsaneringsplannen en (raam)saneringsplannen op hoofdzaken. Ongeacht de vorm en titel vallen alle saneringsplannen onder de werking van deze verordening. Artikel 2.1 In dit artikel wordt aangegeven wanneer er in ieder geval sprake is van een aanvraag tot het nemen van een besluit als bedoeld in de Awb. Er is sprake van een aanvraag als een rapport van het nader onderzoek, een saneringsplan, een saneringsverslag, een nazorgplan of een melding als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wbb vergezeld van het betreffende voorgeschreven formulier wordt ingediend. `Bij deze opsomming is niet genoemd de aanvraag tot het instemmen met een afwijking van het saneringsplan. De reden hiervoor is dat niet iedere melding van een afwijking op het saneringsplan leidt tot het wijzigen van het saneringsplan. In de beleidsregel ‘omgaan met afwijkingen van het saneringsplan bij bodemsanering’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.