Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Halderberge 2009 (AVOI Halderberge 2009)RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 mei 2009; overwegende: dat de ondergrondse infrastructuur aan kabels en leidingen van onmisbaar belang is; dat met deze kabels en leidingen ook grote andere belangen zijn gemoeid, zoals milieu, veiligheid en (ondergrondse) ordening; dat daarom een specifiek op deze kabels en leidingen gerichte verordening noodzakelijk is; dat deze verordening geldt voor de gehele energie-, water- en telecommunicatiesector. gelet op de artikelen 149, 154, 156 en 229 van de Gemeentewet, artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht en de artikelen 5.2 en 5.4 van de Telecommunicatiewet; B E S L U I T : Vast te stellen de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Halderberge 2009 (AVOI Halderberge 2009). HoofdstukEenInleidende bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge; net: samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd de riolering; kabels en leidingen: kabels en/of leidingen als onderdeel van een net; (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding in of op openbare gronden dat een net verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak of met een ander net; netbeheerder: rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net; opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden; grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaam-heden worden verricht; gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid Telecommunicatiewet; openbare gronden: openbare wegen en wateren conform artikel 1.1, onder aa Telecommunicatiewet; werkzaamheden: handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen; werkzaamheden van werkzaamheden die qua aard of omvang dusdanig beperkt zijn minder ingrijpende aard: dat ter beoordeling door de gemeente, een afwijkend, lichter, meldregime toegepast kan worden; instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden; verordening: AVOI Halderberge 2009; niet-openbare kabels kabels en leidingen die niet gebruikt worden om openbare diensten en leidingen: aan te bieden; marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; Handboek: door de gemeente vastgestelde regels en voorwaarden betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen. Artikel2Toepasselijkheid Deze verordening is van toepassing op de procedures en voorschriften voor het aanleggen, instandhouden en opruimen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel daarover coördinatieverplichtingen heeft conform de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet. Artikel3Nadere regels Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. HOOFDSTUKTwee:Melding en instemmingsbesluit Artikel4Instemmingsvereiste 1.Het is verboden zonder, of in afwijking van, een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, medegebruik van voorzieningen en afstemming van werkzaamheden met overige netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen. 2.Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard, en voor spoedeisende reparatie- of onderhoudswerkzaamheden, is geen instemming als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk. Artikel5Melding 1.Een grondroerder meldt werkzaamheden uiterlijk acht weken voor aanvang bij de gemeente. 2.Indien de voorgenomen werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding het college schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg met de andere gedoogplichtige(n). 3.Voorgenomen minder ingrijpende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, dienen drie werkdagen voor de uitvoering schriftelijk bij de gemeente te worden gemeld. Op grond van belangen als genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen dat de realisatie later dient plaats te vinden. 4.Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net, waarvan uitstel niet mogelijk is, dienen bij voorkeur voorafgaand te worden gemeld, en uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd te worden middels het voorgeschreven formulier. 5.Als voorgenomen werkzaamheden worden verricht in nader door het college aan te wijzen gebieden, wordt uiterlijk acht weken voor aanvang van de werkzaamheden melding gedaan als bedoeld in artikel 5 lid 1, en is de uitzondering als bedoeld in artikel 4 lid 2 voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing. Artikel6Voorwaarden 1.Voor een melding als bedoeld in artikel 5 eerste lid dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde formulieren. 2.Bij de melding verstrekt de grondroerder in elk geval de volgende gegevens: een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister bij de eerste melding of wijziging van rechtspersoon; een machtiging indien het een aanvraag betreft voor of namens een opdrachtgever; NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, alsmede van de grondroerder (dan wel diens te machtigen uitvoerder), zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon; een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de kabels en/of leidingen; een opgave van de belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden; een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: het gewenste tracé met (digitale) tekeningen van de te verbinden locaties; de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek inzake de beschikbare ruimte; situering van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst; een omschrijving van eventuele opbrekingen van de verhardingen; maatregelen voor de bereikbaarheid van de aanwezige kabels en leidingen; maatregelen voor bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid; het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; 3.Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen tevens te worden verstrekt binnen het uitvoeringsplan: een opgave van het aantal kabels dat (niet) direct in gebruik wordt genomen; de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf. 4.Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5, dient te worden verstrekt: naam, adres en ondertekening van de grondroerder, naam en adres van de (onder)aannemer(s), alsmede de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon; de dagtekening van de melding; de lengte van de sleuf die is of wordt opengebroken; het oppervlak van het lasgat dat is of wordt opengebroken. 5.Het college kan nadere regels stellen inzake de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt. Uitgangspunt is dat gegevens die digitaal voorhanden zijn of dienen te zijn ook in digitale vorm worden verstrekt. 6.Een melding wordt in behandeling genomen indien en zodra deze met gegevens compleet is. Artikel7Termijnen en looptijd 1.Het college beslist binnen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding als bedoeld in artikel 5 lid 1. Betreft het een melding waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de melding èn van alle bijbehorende instemmingen van deze gedoogplichtigen. 2.De termijn bedoeld in het eerste lid kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. Dit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de grondroerder medegedeeld, met vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien. 3.Het college houdt de beslissing aan, indien er in verband met de voorgenomen werkzaamheden een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer of de WABO (Omgevingsvergunning) is vereist. 4.Het instemmingsbesluit heeft een maximale geldigheid van drie maanden. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen drie maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald. 5.Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de netbeheerder. Artikel8Voorschriften, beperkingen en verplichtingen 1.Het college kan aan een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4 lid 1, voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van: de openbare orde; de veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid en/of een goede verkeersdoorstroming; het voorkomen of beperken van schade of overlast; de bruikbaarheid en bereikbaarheid van de openbare gronden of gebouwen; het veilig en doelmatig gebruik, beheer en onderhoud van de openbare gronden en gebouwen; de bescherming en het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen (in de zin van beplanting en gazons); de ondergrondse ordening. 2.Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen. Een grondroerder is verplicht om zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, door andere netbeheerders of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en -geleidingen die door derden of de gemeente tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld. Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan, is deze verplicht ervan gebruik te maken. 3.Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit het voorschrift verbinden van zekerheidsstelling voor de nakoming van de voorschriften en beperkingen. 4.Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de grondroerder een alternatief tracé te kiezen, of (in geval van elektronische communicatienetwerken) aan andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of leidingen te doen. 5.De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het in de gemeente Halderberge van toepassing zijnde Handboek als bedoeld in artikel 1.q van deze verordening. In dat kader is het college bevoegd voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden van de bepalingen van de AVOI en het Handboek hebben de bepalingen van de AVOI voorrang. 6.De grondroerder vergoedt aan de gemeente de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, zijnde de marktconforme kosten van de voorzieningen en van extra onderhoud. Voor de hoogte van de schadevergoeding aan bestrating wordt uitgegaan van de methodiek conform a. de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her)straatwerkzaamheden (versie 2000); b. de VNG-Richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.