← Nederland

Bouwverordening gemeente Cuijk 2014 (Cuijk)

Bouwverordening gemeente Cuijk 2014De raad van de gemeente Cuijk gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2013; besluit: vast te stellen de navolgende verordening: “-Wijziging- 14e serie wijzigingen Bouwverordening gemeente Cuijk”. Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; 2.In deze verordening wordt verder verstaan onder: bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet; omgevingsvergunning voor het bouwen: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel1.2Termijnen (Vervallen) Artikel1.3 Indeling van het gebied van de gemeente 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: a het gebied binnen de bebouwde kom; b het gebied buiten de bebouwde kom. 2.Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. Hoofdstuk2De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning (Vervallen) Artikel2.1.2 in de aanvraag op te nemen gegevens (Vervallen) Artikel2.1.3Aanvraag bouwvergunning (Vervallen) Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (Vervallen) Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur

  1. (vervallen). Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave
  2. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen. 5.Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (Vervallen) Artikel2.1.7Bouwregistratie (Vervallen) Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (Vervallen) Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag (Vervallen) Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (Vervallen) Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen (Vervallen) Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (Vervallen) Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (Vervallen) Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (Vervallen) Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria (Vervallen) Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en c 1 dat de grond raakt, of 2 waarvan het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen (Vervallen) Artikel2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen (Vervallen) Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling (Vervallen) Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (Vervallen) Artikel2.5.3ABrandweeringang (Vervallen) Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (Vervallen) Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn. (Vervallen) Artikel2.5.9Bouwen op de weg (Vervallen) Artikel2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. (Vervallen) Artikel2.5.11Ligging achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen (Vervallen) Artikel2.5.16Erf bij overige gebouwen (Vervallen) Artikel2.5.17Ruimte tussen bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.18Erf- en terreinafscheidingen (Vervallen) Artikel2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen (Vervallen) Artikel2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (Vervallen) Artikel2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen (Vervallen) Artikel2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte (Vervallen) Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte (Vervallen) Artikel2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid (Vervallen) Artikel2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (Vervallen) Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimings-alarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimings-alarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid (Vervallen) Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (Vervallen) Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (Vervallen) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (Vervallen) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (Vervallen) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (Vervallen) HoofdstukDe melding Artikel3.1De wijze van melden (Vervallen) Artikel3.2Welstandscriteria (Vervallen) Hoofdstuk4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van eenbouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse stakingvan bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (Vervallen) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (Vervallen) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (Vervallen) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (Vervallen) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (Vervallen) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein (Vervallen) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (Vervallen) Artikel4.11Bouwafval (Vervallen) Artikel4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.13 Melden van werken bij lage temperaturen (Vervallen) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (Vervallen) Hoofdstuk5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.5.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (Vervallen) Artikel5.5.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer, brandblusvoorzieningen (Vervallen) Artikel5.5.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (Vervallen) Paragraaf2Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheids-installaties en vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheids-installaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (Vervallen) Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in woongebouwen van bijzondere aard (Vervallen) Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen) Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in kantoorgebouwen (Vervallen) Paragraaf3Aansluting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (Vervallen) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (Vervallen) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (Vervallen) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (Vervallen) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (Vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (Vervallen) Hoofdstuk6Brandveilig gebruik Paragraaf1Gebruiksvergunning Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk (Vervallen) Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.3In behandeling nemen (Vervallen) Artikel6.1.4Termijn van beslissing (Vervallen) Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Paragraaf2Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel6.2.1Gebruikseisen voor bouwwerken (Vervallen) Artikel6.2.2Verbod stoffen aanwezig te hebben (Vervallen) Artikel6.3.3Opslag en verwerking stoffen (Vervallen) Paragraaf3Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen (Vervallen) Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen (Vervallen) Paragraaf4Hinder in verband met de brandveiligheid Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid (Vervallen) Hoofdstuk7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf7Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (Vervallen) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens (Vervallen) Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (Vervallen) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (Vervallen) Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (Vervallen) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1Bepaling aantal personen nachtverblijf In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, wordt het aantal personen bepaald op
  3. Artikel7.3.2Hinder (Vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (Vervallen) Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (Vervallen) Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (Vervallen) Hoofdstuk8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning (Vervallen) Artikel8.1.3In behandeling nemen (Vervallen) Artikel8.1.4Termijn van beslissing (Vervallen) Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (Vervallen) Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (Vervallen) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (Vervallen) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (Vervallen) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (Vervallen) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (Vervallen) Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (Vervallen) Hoofdstuk9Welstand Artikel9.1De advisering door de commissie 1.De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan een externe onafhankelijke instelling of partij, die daarvoor de noodzakelijke deskundigheid heeft, hierna te noemen de welstandscommissie. 2.De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de welstandscommissie 1.De welstandscommissie bestaat ten minste uit twee leden, die beiden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie.
  4. Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen. 3.De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste twee deskundige leden aanwezig 4.De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur. 5.In de welstandscommissie kan een geïnteresseerde burger, anders dan bedoeld in het eerste lid, zitting hebben. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur (Vervallen) Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de welstandscommissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering 1.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door of onder verantwoordelijkheid van de welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.
  5. Er is geen spreekrecht. Artikel9.7.1Afdoening onder verantwoordelijkheid Artikel9.7.1Afdoening onder verantwoordelijkheid commissie 1.De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies, onder verantwoordelijkheid van de commissie, overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld.
  6. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie. Artikel9.7.2Afdoening buiten verantwoordelijkheid commissie 1.Het college van Burgemeester en Wethouders kan de advisering over een aanvraag om advies, buiten verantwoordelijkheid van de commissie, overlaten aan een of meerdere daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of deskundigen van of namens de gemeente. De aangewezen ambtenaar of deskundige adviseert over bouwplannen waarvan volgens de bestendige lijn van de welstandsnota of beeldkwaliteitsplan en het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2.Het college van Burgemeester en Wethouders kan advisering buiten verantwoordelijkheid van de commissie baseren op gebiedsgerichte en objectgerichte (snel)toetscriteria voor vergunningplichtige omgevingsvergunningen die staan opgesomd in de welstandsnota of in een vastgesteld beeldkwaliteitsplan.
  7. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1.De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. 2.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (Vervallen) Hoofdstuk10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (Vervallen) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (Vervallen) Artikel10.3Overdragen vergunningen (Vervallen) Artikel10.4Overdragen mededeling (Vervallen) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (Vervallen) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening – of in de bij deze verordening behorende bijlagen – wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw (Vervallen) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (Vervallen) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (Vervallen) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (Vervallen) Hoofdstuk12Straf- overgangsbepaling- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten (Vervallen) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (Vervallen) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (Vervallen) Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (Vervallen) Artikel12.6Slotbepaling (Vervallen) Overgangsbepalingen Op een aanvraag om ontheffing of toestemming of een aanvraag om omgevingsvergunning, die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening en waarop op dit tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór deze wijziging. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  8. Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering van 16 december 2013.De raad voornoemd,R.M. van der Weegen mr. W.A.G. Hillenaargriffier voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.