Verordening rechtspositie wethouders 2007De raad van de gemeente Wageningen overwegende dat de Verordening geldelijke voorzieningen wethouders gewijzigd dient te worden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 augustus 2007; gelet op het rechtspositiebesluit wethouders, KB van 22 maart 1994, Stb 243, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 december 2005, Stb. 2006,8, en artikel 147 van de Gemeentewet. besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie wethouders 2007 HOOFDSTUKIALGEMEEN Artikel1Begrippen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders; Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. HOOFDSTUKIIREGELS Artikel2Onkostenvergoeding 1.De wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten gelijk aan het maximumbedrag genoemd in tabel I van artikel 25, lid 1 van het Rechtspositiebesluit wethouders, dat behoort bij de inwonersklasse van de Gemeente Wageningen, zoals dit bedrag jaarlijks wordt gewijzigd; 2.De kostencategorieën, waarop de in lid 1 bedoelde vergoeding is gebaseerd, zijn: representatie vakliteratuur contributies, lidmaatschappen telefoonkosten\bureaukosten, porti zakelijke giften ontvangsten thuis excursies 3.De vaste onkostenvergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald. Artikel3Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten gemaakt ten behoeve van de gemeente, ter zake van andere dan voor reiskosten woon-/werkverkeer. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfskosten; op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13 a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 Artikel4Buitenlandse dienstreis 1.Indien de wethouder in het gemeentelijke belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel5Cursus, congres, seminar of symposium 1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die het gemeentelijke belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel6Computer – en communicatieapparatuur 1.Op aanvraag verleent het college een wethouder voor de uitoefening van het wethouderschap een tegemoetkoming voor aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software. 2.De tegemoetkoming bedraagt per jaar 30% van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software voor een periode van maximaal drie jaar. De vergoeding bedraagt in totaal maximaal € 1.200,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.