← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2014 (Den Helder)

Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2014Artikel1Belastbaar feit Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel2Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houd als bedoeld in artikel

  1. 3.Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  2. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: van degene die verblijft in een toegelaten instelling: als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstelling; van degene die verblijf houdt in een vakantieonderkomen voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het gemiddeld aantal overnachtingen over de laatste drie jaren voorafgaand aan het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel5Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting € 1,22 Artikel6Aanmeldingsplicht 1.De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. 2.De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden een nachtregister bij te houden. 3.Het gemeentelijk nachtverblijfregister bevat de volgende gegevens: de naam en woonplaats van de gast; de datum van aankomst en vertrek; de som van het aantal gasten vermenigvuldigd met het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is; het totaal van de verschuldigde belasting. 4.De gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen kan ontheffing verlenen van het bijhouden van een gemeentelijk nachtverblijfregister indien de belastingplichtige voornemens is om een eigen nachtverblijfregister bij te houden indien dit eigen nachtverblijfregister gekoppeld is aan een bedrijfsmatig gevoerde, geautomatiseerde boekhouding. 5.Het verzoek tot de in lid 3 bedoelde ontheffing dient voor aanvang van het betreffende belastingjaar te worden ingediend bij de in lid 3 genoemde gemeenteambtenaar. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing 1.De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2.Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel9Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen en deoverige aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 meteen belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lidvan overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3.In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigdeaanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 11.350,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien

(10)gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens eenmaand later. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Van de verschuldigde belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Artikel13Overgangsbepaling De Verordening toeristenbelasting 2013, vastgesteld bij Raadsbesluit van 7 november 2013, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2014, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014. Artikel18Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2014". Aldus besloten in de raadsvergadering van 6 november 2013.Koen Schuiling, voorzittermr. drs. M. Huisman, griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.