Deelsubsidieverordening Cultuur 2013De gemeenteraad van Weert; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2012; Gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en TITEL 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit: De navolgende Deelsubsidieverordening Cultuur 2013 vast te stellen. Hoofdstuk1:Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder een: instrumentale muziekvereniging: een vereniging die de beoefening van instrumentale muziek in groepsverband als primair doel heeft; jeugd- of jongerenkoor: een koor dat voor tenminste 75% bestaat uit jeugdleden; jeugdlid: een lid dat in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd de leeftijd van maximaal 21 jaar bereikt en dat actief deelneemt aan de verenigingsactiviteiten; openbaar optreden: een optreden dat al dan niet tegen betaling voor iedereen toegankelijk is en dat van te voren publiekelijk wordt aangekondigd; operettevereniging: een vereniging die de beoefening van operette in groepsverband als primair doel heeft; peildatum: 1 augustus in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft; regiofunctie: er wordt gesproken over een regiofunctie indien een vereniging een aanzienlijk aantal leden aantrekt uit de omliggende gemeenten omdat er in deze gemeenten geen aanbod is voor de betreffende activiteit; schutterij: een cultuurhistorische vereniging die als primair doel heeft de beoefening van instrumentale muziek in groepsverband en de beoefening van schuttersactiviteiten in groepsverband; seniorlid: een lid dat in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd 22 jaar of ouder wordt en dat actief deelneemt aan de verenigingsactiviteiten; toneelvereniging: een vereniging die de beoefening van toneel in groepsverband als primair doel heeft; vereniging: een bij de Kamer van Koophandel geregistreerde vereniging met volledige rechtsbevoegdheid; volwassenenkoor: een koor dat voor tenminste 26% bestaat uit seniorleden; zangvereniging: een vereniging die de beoefening van zang in groepsverband als primair doel heeft. Artikel2Reikwijdte Deze deelsubsidieverordening heeft betrekking op subsidies voor het beleidsterrein cultuur. De Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013 is van toepassing voor zover daarvan in deze deelsubsidieverordening niet wordt afgeweken. Artikel3Doelgroep Jaarlijkse subsidies kunnen worden verstrekt aan: instrumentale muziekverenigingen zang- en operetteverenigingen en ouderenvereniging “Sint Willibrordus”, mits de activiteit “zang” als doel is opgenomen in de statuten van deze vereniging toneelverenigingen schutterijen Eenmalige subsidies ten laste van het fonds voor culturele activiteiten kunnen worden verstrekt aan organisaties/rechtspersonen en natuurlijke personen. Artikel4Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Subsidie kan worden verstrekt voor: het aanbieden van activiteiten op het gebied van zang, muziek en toneel en schuttersactiviteiten: voor diverse doelgroepen, waarbij in het bijzonder aandacht is voor activiteiten voor jeugd, en; die toegankelijk zijn voor iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond, en; die staan onder een deskundige begeleiding. activiteiten die naar het oordeel van het college bijdragen aan het bevorderen van een goed functionerend verenigingsleven. bijzondere (podium)activiteiten die zijn gericht op het uitdragen van historische en hedendaagse culturele waarden voor een breed publiek. Hoofdstuk2:Jaarlijkse subsidies Artikel5Eisen om in aanmerking te komen voor subsidie 1.In aanvulling op de eisen uit de Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013 gelden de volgende eisen: De vereniging is aangesloten bij een nationale of provinciale overkoepelende bond. Voor schutterijen is dit de Oud Limburgse Schuttersfederatie; Van de leden woont minimaal 75% in de gemeente Weert. Indien de vereniging naar het oordeel van burgemeester en wethouders een regiofunctie vervult, geldt een percentage van minimaal 50%; De vereniging heeft op de peildatum minimaal 15 leden die actief deelnemen aan de activiteiten. Voor toneelverenigingen geldt een aantal van minimaal 10 leden; De activiteiten, niet zijnde reguliere repetities, bestaan voor minder dan 50% uit het opluisteren van kerkelijke of godsdienstige plechtigheden. 2.In aanvulling op de eisen uit de Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013 en de eisen uit het eerste lid van dit artikel, gelden voor verenigingen die voor het jaar 2013 en navolgende jaren voor de eerste keer een jaarlijkse subsidie aanvragen de volgende eisen: De activiteiten kunnen niet worden ondergebracht bij een bestaande vereniging. De vereniging bestaat minimaal 1 jaar. Artikel6Verplichtingen van de subsidieontvanger 1.In aanvulling op de subsidieverplichtingen uit de Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013gelden de volgende verplichtingen: Elk lid kan minimaal 40 keer per jaar deelnemen aan een georganiseerde activiteit inverenigingsverband; De activiteiten voor jeugdleden vinden uitsluitend plaats onder voldoende en deskundige begeleiding. Indien de begeleider jonger is dan 18 jaar, staat deze onder direct toezicht van een deskundige volwassene; De vereniging verzorgt minimaal 3 keer per jaar een openbaar optreden; De vereniging verleent maximaal 2 keer per jaar haar medewerking aan een optreden tijdens openbare festiviteiten en uitvoeringen indien het college daarom verzoekt. Artikel7Subsidiegrondslagen instrumentale muziekverenigingen Instrumentale muziekverenigingen kunnen aanspraak maken op de volgende subsidies: een vast bedrag van € 250,-; een bedrag per seniorlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief een instrument bespeelt van € 20,-; een bedrag per jeugdlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief een instrument bespeelt van € 42,-; 45% van de jaarlijkse door het college goedgekeurde dirigentkosten tot een maximum van € 5.000,-; 45% van de ten laste van de vereniging komende en door het college goedgekeurde opleidingskosten ten behoeve van leden en aspirant-leden, voor zover deze opleidingen worden verzorgd door een plaatselijk centrum voor kunstzinnige vorming; 12,15% van de door het college goedgekeurde kosten van de aanschaf van uniformen en instrumenten. Een provinciale subsidieregeling vormt hierop een voorliggende voorziening. Deze subsidie geldt voor de jaren 2013 t/m 2017 en vervalt met ingang van het jaar 2018. Artikel8Subsidiegrondslagen zang- en operetteverenigingen Zangverenigingen kunnen aanspraak maken op de volgende subsidies: een vast bedrag van € 250,-; een bedrag per seniorlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief deelneemt aan de zangactiviteiten van € 10,-; een bedrag per jeugdlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief deelneemt aan de zangactiviteiten van € 47,50; 45% van de jaarlijkse door het college goedgekeurde dirigentkosten tot een maximum van € 2.500,- per volwassenenkoor en € 1.500,- per jeugd- of jongerenkoor; 45% van de ten laste van de vereniging komende en door het college goedgekeurde kosten van koorscholing, voor zover deze opleidingen worden verzorgd door een plaatselijk centrum voor kunstzinnige vorming. Artikel9Subsidiegrondslagen toneelverenigingen Toneelverenigingen kunnen aanspraak maken op de volgende subsidies: een vast bedrag van € 500,-; een bedrag per seniorlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief deelneemt aan de toneelactiviteiten van € 12,-; een bedrag per jeugdlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief deelneemt aan de toneelactiviteiten van € 40,-; 45% van de jaarlijkse door het college goedgekeurde regisseurkosten tot een maximum van € 1.500,-. Artikel10Subsidiegrondslagen schutterijen Schutterijen kunnen aanspraak maken op de volgende subsidies: Voor de instrumentale muziekactiviteiten: een vast bedrag van € 250,-; een bedrag per seniorlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief een instrument bespeelt van € 20,-; een bedrag per jeugdlid dat de vereniging op de peildatum heeft en dat actief een instrument bespeelt van € 42,-; 45% van de jaarlijkse door het college goedgekeurde dirigentkosten tot een maximum van € 2.000,-; 45% van de ten laste van de vereniging komende en door het college goedgekeurde opleidingskosten ten behoeve van leden en aspirant-leden, voor zover deze opleidingen worden verzorgd door een plaatselijk centrum voor kunstzinnige vorming; 12,15% van de door het college goedgekeurde kosten van de aanschaf van uniformen en instrumenten. Een provinciale subsidieregeling vormt hierop een voorliggende voorziening. Deze subsidie geldt voor de jaren 2013 t/m 2017 en vervalt met ingang van het jaar 2018. Voor de schuttersactiviteiten: een vast bedrag van € 730,-; 12,15% van de door het college goedgekeurde kosten van de aanschaf van uniformen en schietbenodigdheden. Een provinciale subsidieregeling vormt hierop een voorliggende voorziening. Deze subsidie geldt voor de jaren 2013 t/m 2017 en vervalt met ingang van het jaar 2018. Hoofdstuk3:Fonds voor culturele activiteiten Eenmalige subsidieArtikel11Doelgroep Voor een subsidie voor een activiteit zoals omschreven in artikel 12, komen in aanmerking, alle organisaties/rechtspersonen en natuurlijke personen die voldoen aan de gestelde eisen in artikel 13. Artikel12Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie: (Een programma van) bijzondere (podium)activiteiten, gericht op het uitdragen van historische en hedendaagse culturele waarden voor een breed publiek, alsmede experimentele, incidentele of nieuwe activiteiten die van groot belang worden geacht voor de cultuur. Artikel13Eisen om in aanmerking te komen voor subsidie In aanvulling op de eisen uit de Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013 gelden de volgende eisen: De aanvrager heeft aantoonbaar kennis van, of affiniteit met, historische en hedendaagse culturele waarden; Indien de aanvrager een rechtspersoon is, is deze statutair en feitelijk gevestigd in de gemeente Weert. Het college kan hiervan afwijken indien een activiteit naar hun oordeel een voorbeeldfunctie heeft en hierdoor van belang is voor de ontwikkeling van culturele activiteiten in de gemeente Weert; Indien subsidie wordt aangevraagd voor een programma van activiteiten, ligt er maximaal een periode van 6 weken tussen de eerste en de laatste activiteit. Artikel14Verplichtingen van de subsidieontvanger 1.In aanvulling op de subsidieverplichtingen uit de Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013 gelden de volgende verplichtingen: De activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.