Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014 De raad van de gemeente Bernisse; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 november 2013; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de: Artikel1Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, Gemeentewet en een garagebox, voor zover deze niet op de voet van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel vormt met een woning. recreatiewoning: niet permanent bewoonde woning die geheel of ten dele blijvend is bestemd of opgericht dan wel wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 –voor gebruik is afgestaan, degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar het aantal personen. 2.Het gebruikersdeel van recreatiewoningen wordt geheven naar een vast bedrag. 3.Het gebruikersdeel van niet-woningen wordt geheven naar een vast bedrag. Artikel6Belastingtarieven 1.Het gebruikersdeel van woningen bedraagt per perceel per jaar indien de woning wordt gebruikt door één persoon € 221,52; indien de woning wordt gebruikt door meer dan één persoon € 309,40; 1.3 Het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel wordt beoordeeld op 1 januari van het belastingjaar, of zo dit later is, op het tijdstip van ontstaan van de belastingplicht. 2.Het gebruikersdeel van recreatiewoningen bedraagt per perceel per jaar € 309,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.