(4)jaar inclusief verlengingen. De gemeente kan in uitzonderingsgevallen afwijken van de maximale looptijd. Die afwijking moet verband houden met het voorwerp van de opdracht en gemotiveerd worden. Een afwijking kan bijvoorbeeld gerechtvaardigd zijn om effectieve mededinging te verzekeren, als de opdracht een prestatie inhoudt waarvoor een investering met een afschrijvingstermijn van meer dan vier jaar nodig is. Er bestaan raamovereenkomsten met één opdrachtnemer en raamovereenkomsten met meerdere opdrachtnemers. Een aandachtspunt bij raamovereenkomst met één opdrachtnemer is dat het de gemeente niet vrij staat om een opdracht bij een derde te plaatsen. Bij raamovereenkomsten aangegaan met meerdere opdrachtnemers is het van belang om: minimaal drie opdrachtnemers te contracteren om te voorkomen dat opdrachtnemers afspraken met elkaar kunnen maken en een minimaal niveau van concurrentie te borgen. voorwaarden op te nemen over het verstrekken van een opdracht. Via een minitender kan bijvoorbeeld een uitnodiging worden verstuurd aan alle gecontracteerde opdrachtnemers om een bieding in te dienen. Bij de minitender moet gebruik worden gemaakt van vooraf kenbare, objectieve en transparante maatstaven en moet de gunningsbeslissing worden gemotiveerd. Indien de gemeente ervoor kiest raamovereenkomsten aan te besteden verliest de gemeente daarbij de proportionaliteit niet uit het oog. Bij de afweging van het al dan niet gebruiken van raamovereenkomsten wordt rekening gehouden met de positie van de potentiële marktpartijen. Daarbij wordt de positie van het Mkb zorgvuldig geanalyseerd en afgewogen. Het aantal potentiële inschrijvers dient dusdanig te zijn dat de mededinging geborgd blijft en de concurrentie niet merkbaar wordt beperkt. 7 De aanbestedingsprocedure Overheidsopdrachten zijn onderverdeeld in drie soorten opdrachten. Vanaf 1 januari 2012 gelden de onderstaande drempelwaarden waarboven gemeenten verplicht zijn om Europees aan te besteden, tenzij dit in een bijzonder geval niet nodig is op grond van de geldende wet- en regelgeving. Werken € 5.000.000,- Leveringen € 200.000,- Diensten € 200.000,- Deze bedragen worden elke twee jaar bijgesteld door de Europese Commissie. De eerstvolgende wijziging zal zijn op 1 januari
- Deze wijzigingen zullen automatisch van toepassing zijn voor de gemeente en zullen in dit beleid worden aangepast. Stap 1: Bepalen soort opdracht Bij het bepalen of een opdracht een ‘werk’, een ‘levering’ of een ‘dienst’ betreft hanteert de gemeente de CPV code lijst zoals opgesteld door de Europese Commissie. Hieronder worden de drie soorten opdrachten kort toegelicht. Werk Het product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen. Het begrip ‘werk’ omvat in ieder geval de volgende activiteiten: algemene bouwnijverheid, sloperswerkzaamheden, burgerlijke en utiliteitsbouw, waterbouw, spoorwegbouw, wegenbouw, cultuurtechnische werken, installatiebouw, de afwerking van gebouwen en verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel. Levering Alle opdrachten met betrekking tot de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Het gaat in dit geval om een overheidsopdracht die betrekking heeft op de levering van producten en in bijkomende orde op werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren van deze producten. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de levering van kantoorartikelen, warme drankenvoorzieningen en WMO hulpmiddelen. Dienst Diensten zijn alle opdrachten die niet als levering of werk kunnen worden aangemerkt. Diensten zijn niet tastbaar. Voorbeelden van diensten zijn schoonmaakdienstverlening, accountantsdienstverlening of hulp bij het huishouden. Gecombineerde opdracht Het kan voorkomen dat een overheidsopdracht betrekking heeft op een levering, een dienst en/of een werk. In dat geval moet berekend worden wat de hoogste financiële waarde heeft; het werk, de levering of de dienst. Het grootste financiële gedeelte van de opdracht is doorslaggevend bij het bepalen of een opdracht als een dienst, levering of werk moet worden gedefinieerd. Stap 2: Bepalen van de opdrachtwaarde De totale opdrachtwaarde wordt berekend exclusief BTW maar inclusief alle mogelijke opties en verlengingen. Alle gelijksoortige opdrachten binnen de gemeente moeten daarvoor bij elkaar opgeteld worden. Het ‘knippen’ in opdrachten om daarmee onder het Europese drempelbedrag te komen, is verboden. Het is wel mogelijk om de opdracht in percelen te verdelen of meerdere individuele Europese aanbestedingen te organiseren voor één opdracht. Voor meerjarige opdrachten gelden de volgende regels voor het bepalen van de opdrachtwaarde: Voor opdrachten met een vaste looptijd van maximaal 12 maanden geldt de totale waarde voor de gehele looptijd (het betreft hier geen opdrachten die jaarlijks verlengd worden met dezelfde leverancier). Voor opdrachten met een vaste looptijd van meer dan 12 maanden tot maximaal 48 maanden, betreft het de totale waarde voor de gehele looptijd. Voor opdrachten met een vaste looptijd met meer dan 48 maanden, van onbepaalde duur en/of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, geldt als contractwaarde het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met
- Bij een raamovereenkomst dient de gezamenlijke waarde van de onder de raamovereenkomst te plaatsen opdrachten als uitgangspunt te worden genomen voor het bepalen van de opdrachtwaarde. Bij de raming van de waarde van een overheidsopdracht voor werken houdt de gemeente rekening met de waarde van de werken en met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van die werken noodzakelijke leveringen en diensten. Stap 3: Drempelbedragen De gemeente verplicht zich bij toekomstige opdrachten voor werken, leveringen en diensten de aanbestedingsvormen en drempelbedragen te hanteren, zoals opgenomen in onderstaande tabel. Werken > € 5.000.000* Europese aanbestedingsprocedure < € 5.000.000 > € 150.000 Bepalen inkoopprocedure aan de hand van criteria uit stap 4 < € 150.000 Enkelvoudig onderhandse uitnodiging bij wisselende bedrijven** Leveringen en Diensten > € 200.000* Europese aanbestedingsprocedure < € 200.000 > € 50.000 Bepalen inkoopprocedure aan de hand van criteria uit stap 4 < € 50.000 Enkelvoudig onderhandse uitnodiging bij wisselende bedrijven** * Deze drempelbedragen worden iedere twee jaar door de Europese Commissie bijgesteld. ** Tenzij uit een gedegen overweging van de markt en de opdracht of uit signalen van de markt blijkt dat een meervoudig onderhandse aanbesteding gezien de opdracht en de transactiekosten passender is. Stap 4: Criteria voor bepalen inkoopprocedure Indien de opdrachtwaarde voor een werk tussen de € 150.000,- en € 5.000.000,- ligt en voor een levering of dienst tussen de € 50.000,- en € 200.000,- dan wordt de inkoopprocedure bepaald aan de hand van de volgende onderzoekscriteria: Omvang van de opdracht; Transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers; Aantal potentiële inschrijvers; Gewenst eindresultaat; Complexiteit van de opdracht; Type van de opdracht en het karakter van de markt. De uitwerking van deze criteria met uiteindelijk de keuze van de geschikte aanbestedingsprocedure maakt onderdeel uit van de zogenaamde inkoopstrategie en dient opgenomen te zijn in het aanbestedingsdossier. Een verdere toelichting op de criteria en de toepassing daarvan staat in het inkoophandboek. Stap 5: Aanbesteden Aanbesteden verloopt, na het doorlopen van bovengenoemde stappen, volgens één van de volgende procedures (Een nadere beschrijving van deze procedures vindt u in bijlage 1): Europese aanbestedingsprocedure: Europees openbare aanbesteding (openbare publicatie, iedereen mag inschrijven) Europees niet-openbare aanbesteding (openbare publicatie, selectie van aanbieders) Nationale aanbestedingsprocedures: Nationaal openbare aanbesteding (openbare publicatie, iedereen mag inschrijven) Nationaal niet-openbare aanbesteding (openbare publicatie, selectie van aanbieders) Meervoudig onderhandse aanbesteding: ·Onderhandse aanbesteding met minimaal 3 en maximaal 5 uit te nodigen ondernemers Enkelvoudig onderhandse uitnodiging bij wisselende bedrijven. Hiernaast kan ervoor worden gekozen om voor zover de regelgeving dat toelaat, een bijzondere procedure te volgen, zoals een prijsvraag, concurrentiegerichte dialoog of een onderhandelingsprocedure. In dat geval dient altijd de inkoopadviseur geraadpleegd te worden. 7.1 Leveranciersselectie Indien de gemeente overgaat tot een meervoudig onderhandse aanbesteding dan selecteert de gemeente de uit te nodigen leveranciers, indien mogelijk, op basis van onderstaande criteria: De uit te nodigen leveranciers dienen (aantoonbaar) een goede prestatie te hebben geleverd in de sector; Een leverancier die in de afgelopen 3 jaar (aantoonbaar) geen goede prestatie heeft geleverd voor de gemeente wordt niet uitgenodigd; De huidige leverancier, dan wel de leverancier die als laatste de opdracht heeft uitgevoerd, wordt uitgenodigd; Tenminste één lokale leverancier; Tenminste één leverancier heeft in de afgelopen 3 jaar niet eerder een opdracht uitgevoerd voor de betreffende gemeente. 7.2 Gunningscriterium De gemeente hanteert bij iedere aanbesteding het gunningcriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’. Dat betekent dat inschrijvingen worden beoordeeld op basis van een combinatie van prijs en kwaliteit. De gemeente kan, als daarvoor een goede motivering is, de opdracht gunnen op basis van het gunningscriterium ‘laagste prijs’. In dat geval dient dit in de aanbestedingsdocumenten te worden gemotiveerd. In deze gevallen zal de gemeente overwegen of het mogelijk is om de beoordeling van de prijs te baseren op de totale levenscycluskosten. Dit betekent dat naast de aanschafkosten van een dienst of product, ook gekeken wordt naar de financiële gevolgen van de gebruiks- en afdankfase.
- Ethische en ideële uitgangspunten 8.1 Integriteit De gemeente hecht veel waarde aan het integer handelen. De bestuurders en ambtenaren houden zich aan de vastgestelde gedragscodes ten aanzien van integriteit. Zij handelen zakelijk en objectief, waardoor belangenverstrengeling wordt voorkomen. De gemeente zal voorts enkel overgaan tot het contracteren van integere ondernemers. 8.2 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB) De gemeente kan bij twijfel over de integriteit van een ondernemer het Bureau BIBOB advies vragen inzake overheidsopdrachten, die behoren tot een bij Besluit BIBOB aangewezen sector, zijnde ICT, milieu en/of bouw. Aangezien dit instrument een ingrijpend karakter heeft zal een besluit daartoe weloverwogen en met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de beginselen van het aanbestedingsrecht te worden gemaakt. In aanbestedingsdocumenten moet in dat geval dan ook (voor zover het opdrachten betreft in de krachtens artikel 5, tweede lid van de Wet BIBOB aan te wijzen sectoren: ICT, milieu en/of bouw) worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat gemeente, alvorens tot gunning over te gaan, advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Wet bevordering integriteitbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). 8.3 Maatschappelijke waarde De gemeente dient voor alle opdrachten, zowel onder als boven de Europese drempel, zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor publieke middelen te laten leveren. Onder maatschappelijke waarde verstaat de gemeente ‘het extra voordeel dat een inkoopproces oplevert voor een gemeenschap of voor de maatschappij’ Het gaat er hierbij om dat de gemeente, de beste kwaliteit voor de beste prijs inkoopt. Hierbij kan onder maatschappelijke waarde worden verstaan het opnemen van voorwaarden tot het inschakelen van een bepaald percentage langdurig werklozen of arbeidsgehandicapten bij de uitvoering van de opdracht, maar ook de kwalitatieve aspecten bij gunning of de duurzaamheid en innovatie. De gemeente geeft invulling aan dit concept door in haar beleid uitgangspunten op het gebied van: Duurzaam inkopen Social Return Sociale Werkvoorziening Innovatie 8.4 Duurzaam inkopen De gemeente benadrukt het belang van duurzame ontwikkeling en stelt daarom bij inkopen en aanbestedingen duurzaamheidscriteria. De gemeente verstaat onder een duurzame ontwikkeling een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Voor wat betreft de concrete uitvoering van deze duurzaamheidsontwikkeling dient het volgende onderscheid gemaakt te worden: eisen aan de leveranciers (door middel van geschiktheidseisen); eisen aan de producten (door middel van materiële criteria); wensen aan de producten (door middel van gunningscriteria). Zowel voor de eisen aan de leveranciers als aan de in te kopen producten wordt aansluiting gezochtbij het uitvoeringsprogramma Duurzaam Inkopen, zoals dat uitgevoerd wordt door AgentschapNL. Inopdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zijn door Agentschap NL criteria ontwikkeldwaaraan leveranciers en producten dienen te voldoen. De criteriadocumenten waarin deze criteria zijnopgenomen zijn gepubliceerd op www.pianoo.nl/duurzaaminkopen. Deze criteria zullen door de gemeente worden gehanteerd bij inkoop- en aanbestedingstrajecten, waarbij uitgangspunt is dat binnen het budget zo duurzaam mogelijk wordt ingekocht. De gemeente kan daarnaast ook nog andere aanvullende duurzaamheidcriteria opnemen. Met de aandacht voor duurzaam inkopen sluit de gemeente aan bij de landelijke overheidsambitie om vanaf 2015 voor 100% duurzaam in te kopen. 8.5 Social Return Social Return bij inkoop is het maken van afspraken met opdrachtnemers over additieve arbeidsplaatsen, leer-/werkplekken en stageplekken voor specifieke doelgroepen met weinig of geen startkwalificaties op de arbeidsmarkt. Doelgroepen waaraan gedacht kan worden zijn: mensen in een uitkeringssituatie en leerlingen van beroepsopleidingen. De gemeente beoogt door het gebruik van Social Return concreet bij opdrachtnemers aanvullende arbeid te realiseren om de competenties en arbeidskansen van deze doelgroepen te vergroten. Ook kan de gemeente middels Social Return besparen op kosten voortkomend uit de Wet Werk en Bijstand (WWB) door het vergroten van de tijdelijke en duurzame uitstroom van WWB-gerechtigden. Het ondersteunen van leerlingen bij het vinden van werkplekken zal tevens de instroom in de WWB in de toekomst verkleinen. De gemeente stelt bij aanbestedingen voor werken of diensten met een contractwaarde groter dan € 400.000,00 de voorwaarde dat de opdrachtnemer ter waarde van 5% van de aanneemsom inzet ten behoeve van Social Return. Die inzet dient concreet te worden besteed aan leer/werkplekken in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) of aan lonen, begeleidingskosten en/of opleidingskosten ten behoeve van de inzet van uitkeringsgerechtigden. Bij het niet nakomen van deze afspraken kan de gemeente 5% inhouden op aanneemsom. Overigens is het uit een oogpunt van Europese regelgeving niet mogelijk om expliciete werklozen of starters uit de gemeente te bevoordelen in de besteksvoorwaarden. Bij aanbestedingen voor werken of diensten met een lagere contractwaarde en bij aanbestedingen voor leveringen zal de gemeente, daar waar mogelijk, ook invulling geven aan Social Return door bijvoorbeeld bij de beoordeling van inschrijvingen, extra waarde toe te kennen aan inschrijvers die hier invulling aan kunnen geven. 8.6 Sociale werkvoorziening Bij aanbestedingen waarbij er mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de inzet van de sociale werkvoorziening van de gemeente, zullen deze mogelijkheden onderzocht worden. Bij Europese aanbestedingstrajecten is het niet toegestaan de inzet van een specifieke sociale werkvoorziening voor te schrijven. Wel is het in dat geval mogelijk om een aanbesteding voor te behouden aan alle sociale werkvoorzieningen. 8.7 Innovatie De gemeente moedigt – daar waar mogelijk – innovatiegericht inkopen (en aanbesteden) aan. Bij innovatiegericht inkopen wordt gezocht naar een innovatieve oplossing of laat de gemeente ruimte aan de leverancier om een innovatieve oplossing aan te bieden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een volledig nieuwe innovatieve oplossing, maar ook om de verdere ontwikkeling van de eigenschappen van een bestaand ‘product’. 8.8 Administratieve lasten De gemeente streeft naar een zo hoog mogelijke verlichting van administratieve lasten voor zowel zichzelf als voor ondernemers. Zowel de gemeente als ondernemers verrichten vele administratieve handelingen tijdens het inkoopproces. De gemeente verlicht deze lasten onder meer door proportionele eisen en criteria te stellen en door een efficiënt inkoopproces uit te voeren. Bijlage 1: Aanbestedingsprocedures De volgende aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Europese aanbesteding: Europees aanbesteden komt voort uit de Europese aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG. Deze Europese aanbestedingsrichtlijn regelt het optreden van aanbestedende diensten rondom de verschaffing van opdrachten voor het uitvoeren van werken, het leveren van producten en het verrichten van diensten. In Nederland is de Europese aanbestedingsrichtlijn geïmplementeerd in de Aanbestedingswet
- In de Aanbestedingswet 2012 is een verplichting opgenomen om iedere Europese aanbesteding aan te kondigen op www.tenderned.nl. De opdracht wordt daarmee ook automatisch aangekondigd op het Publicatieblad van de EU, http://ted.europa.eu. Europees aanbesteden geldt voor opdrachten die worden verstrekt door aanbestedende diensten. Aanbestedende diensten zijn: de Staat; territoriale lichamen; publiekrechtelijke instellingen; verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of instellingen. Als de opdracht wordt verstrekt door een aanbestedende dienst en de totale opdrachtwaarde boven het Europese drempelbedrag ligt dan moet de opdracht Europees aanbesteed worden. De Europese drempelbedragen voor 2012 en 2013 zijn: Werken Leveringen Diensten € 5.000.000 € 200.000 € 200.000 Deze bedragen worden elke twee jaar bijgesteld door de Europese Commissie. De eerstvolgende wijziging zal zijn per 1 januari
- Binnen deze vorm kunnen twee aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Europees openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend gemaakt wordt en waarbij een ieder een inschrijving kan doen; Europees niet-openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden. Uit deze gegadigden wordt op basis van vooraf bekend gemaakte criteria een selectie (van minimaal 5 leveranciers) gemaakt en de alsdan geselecteerden worden uitgenodigd een inschrijving te doen. Nationaal: Aanbestedingsvorm waarbij de aanbesteding nationaal wordt aangekondigd via www.tenderned.nl. Binnen deze vorm kunnen twee aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Nationaal openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend gemaakt wordt en waarbij eenieder een inschrijving kan doen; Nationaal niet-openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden. Uit deze gegadigden wordt op basis van vooraf bekend gemaakte criteria een selectie (van minimaal 5 leveranciers) gemaakt en de alsdan geselecteerden worden uitgenodigd een inschrijving te doen. Onderhands: Een aanbesteding die niet algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij door de opdrachtgever zelf een of meerdere partijen worden benaderd om een inschrijving te doen; de volgende onderhandse aanbestedingen worden onderscheiden: De meervoudig onderhandse aanbesteding is een aanbesteding waarbij een beperkt aantal van minimaal drie en maximaal vijf leveranciers tot inschrijving worden uitgenodigd; De enkelvoudig onderhandse aanbesteding houdt in dat één leverancier wordt gevraagd een prijsaanbieding te doen. Inhoudsopgave
- Inleiding 2.1 Inkopen 2.2 Aanbesteden 2.3 Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2.4 Leeswijzer
- Doelstellingen 3.1 Algemene doelstellingen 3.2 Doelstellingen inkoop- en aanbestedingsbeleid
- Organisatorische uitgangspunten 4.1 Inkooporganisatie 4.2 Rol van de budgethouder 4.3 Rol van de inkoopadviseur 4.4 Mandatering 4.5 Afwijkingsbevoegdheid 4.6 Klachtenprocedure 4.7 Contractbeheer 4.8 Registratie en dossiervorming 4.9 Inkoophandboek 4.10 Inkoopstrategie
- Juridische uitgangspunten 5.1 Wettelijk kader 5.2 Richtsnoeren 5.3 Gemeentelijk beleid 5.4 Grensoverschrijdend belang 5.5 2B-diensten
- Economische uitgangspunten 6.1 Product- en marktanalyse 6.2 Midden- en kleinbedrijf en lokale/regionale economie 6.3 Inkoopsamenwerking 6.4 Clusteren 6.5 Raamovereenkomsten en overheidsopdrachten 7 De aanbestedingsprocedure 7.1 Leveranciersselectie 7.2 Gunningscriterium
- Ethische en ideële uitgangspunten 8.1 Integriteit 8.2 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB) 8.3 Maatschappelijke waarde 8.4 Duurzaam inkopen 8.5 Social Return 8.6 Sociale werkvoorziening 8.7 Innovatie 8.8 Administratieve lasten Bijlage 1: Aanbestedingsprocedures