Toeslagenverordening WIJDe raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2010 gelezen het advies van de commissie MBZ van 10 juni 2010; Besluit: De Verordening werkleeraanbod WIJ, de Maatregelenverordening WIJ, de Verordening handhaving WWB/WIJ, de Toeslagenverordening WIJ en de Verordening cliëntenparticipatie WWB/WIJ vast te stellen en de Verordening Handhaving WWB
(2004)en de Verordening Cliëntenparticipatie WWB
(2008)per 1 januari 2010 in te trekken. HOOFDSTUK1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren; gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet; inkomensvoorzieningsnorm: de op grond van de artikelen 26 tot en met 29 op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van de artikelen 30 tot en met 35 door het college vastgestelde verhoging of verlaging. college: het college van burgemeester en wethouders; woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoelt in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; woonkosten: 1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2°. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; kamerbewoner: degene die op commerciële basis een kamer huurt en bewoont. WWB: Wet werk en bijstand Artikel2.Doelgroep De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn. HOOFDSTUK2.Criteria voor het toekennen van de wegens het kunnen delen van de kosten. Artikel3.Toeslagen 1.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 15 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die kamerbewoner is. 3.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met een ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 4.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of beide ouders in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. HOOFDSTUK3.Criteria voor het verlagen van de gehuwdennorm Artikel4.Verlaging gehuwden De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. HOOFDSTUK4.Criteria voor het verlagen op grond van de woonsituatie. Artikel5.Verlaging woonsituatie De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen woonkosten verbonden zijn. HOOFDSTUK5.SLOTBEPALINGEN Artikel6.Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 5 geschiedt zodanig, dat de minimale inkomenvoorzieningsnorm ten minste bedraagt: 50% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande; 70% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder en 80% van de gehuwdennorm voor een gezin. Artikel7.Hardheidsclausule 1.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel8.Overgangsbepaling Jongeren die op grond van het overgangsrecht (artikel 86 wet WIJ) ook na 1 januari 2010 recht op een uitkering op grond van de WWB hadden, behouden de toeslag, zoals deze gold in de WWB, tot uiterlijk 6 maanden na het eindigen van het overgangsrecht. Jongeren die vanaf 1 oktober 2009 een recht op een uitkering op grond van de wet hadden behouden de toeslag, zoals deze is toegekend, tot uiterlijk 12 maanden na het inwerkingtreden van deze verordening. Artikel9.Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010 in werking Artikel10.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Toeslagenverordening WIJ”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 juni 2010De griffier, De voorzitter