Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand Maasbree 2007DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASBREE Doc.nr. BWZ/2004/11785 Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2004; Gezien de behandeling van het voorstel in de commissie Bewonerszaken van 7 december 2004; Gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid onder a van de Wet werk en bijstand, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen B E S L U I T : vast te stellen de volgende verordening: Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Maasbree 2007 HOOFDSTUK1– ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1- Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze verordening verstaat onder de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, nummer 375), zoals deze nadien is of wordt gewijzigd; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; CWI: het Centrum voor Werk en Inkomen; uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de Ioaw of de Ioaz; Anw-er: persoon die een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI; niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): een persoon als bedoeld in artikel 6 onder a. van de wet, die als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI; Belanghebbende de persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet, de persoon als genoemd in artikel 34, eerste lid van de IOAW en de persoon als genoemd in artikel 34, eerste lid van de IOAZ: werknemer in gesubsidieerde: werknemer als bedoeld in artikel 10, lid 2 van de arbeid wet; doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 10 van de wet door burgemeester en wethouders aanspraak op ondersteuning kunnen doen gelden; Voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a van de wet; een instrument binnen een traject dat ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen. Onder een voorziening kan worden verstaan: het instrument dat via de kortste weg leidt naar algemeen geaccepteerde arbeid. Daaronder kan werken met behoud van uitkering vallen, zij het met een maximum duur van zes maanden. Werken met behoud van uitkering moet gericht zijn op het bevorderen van de mogelijkheden van de WWB-gerechtigde op arbeidsinschakeling en niet op het leveren van een tegenprestatie in de vorm van productieve arbeid voor het ontvangen van een uitkering; algemeen geaccepteerde arbeid: in beginsel ieder werk dat wordt bepaald door de vraagzijde en niet door de kwalificatie van de aanbodzijde; arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. et een arbeidsovereenkomst wordt gelijkgesteld een aanstelling op grond van het ambtenarenrecht; vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie; traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door burgemeester en wethouders aan em opgelegd geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen en behouden van betaalde arbeid; wettelijk minimumloon : het wettelijk minimumloon dat van toepassing is op de werknemer, exclusief werkgeverslasten. Artikel2- Opdracht aan burgemeester en wethouders 1.Burgemeester en wethouders bieden ondersteuning aan belanghebbenden. 2.Burgemeester en wethouders zorgen voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen. Burgemeester en wethouders houden daarbij rekening met de aard en omvang van door burgemeester en wethouders te bepalen doelgroepen en de voorzieningen die het meest geschikt zijn voor de leden van die doelgroepen. 3.Burgemeester en wethouders houden rekening bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. 4.Burgemeester en wethouders bevorderen de beschikbaarheid van voorzieningen voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor belanghebbende, voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of voor deelname aan een voorziening, of voor het bereiken van het doel van een traject of een voorziening. 5.Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen. HOOFDSTUK2DOEL EN DOELGROEP Artikel3- Doel van de voorziening Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende ondersteuning bieden bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel niet bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke participatie. Artikel4- Vorm van de voorziening 1.Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject, waarbij zonodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties. Het traject wordt in beginsel aangeboden in de vorm van een trajectplan. 2.Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. Het gaat daarbij om de kortst mogelijke weg die leidt tot arbeidsinschakeling. 3.Onder een voorziening wordt tevens verstaan: vergoeding van noodzakelijke reiskosten voor deelname aan een voorziening, volgens het goedkoopste openbaar vervoer tarief, voor zover de enkele reisafstand van woonadres tot het adres waar aan de voorziening dient te worden deelgenomen, meer bedraagt dan 10 kilometer enkele reis kosten van noodzakelijke kinderopvang gedurende deelname aan een voorziening en de hiermee samenhangende reistijd; de kosten onder a. en b. worden niet vergoed indien er sprake is van een voorziening genoemd onder artikel 12 van deze verordening. 4.Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet, als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. 5.De raad stelt jaarlijks bij begroting het per uitkeringsgerechtigde maximaal beschikbare bedrag voor een reïntegratietraject vast. Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 van de wet niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. Artikel5- Doelgroepen De aan te bieden voorzieningen dienen afgestemd te worden op de verschillende doelgroepen. Onderstaande doelgroepen zijn geformuleerd naar afnemende prioriteit betreffende het inzetten van voorzieningen voor: personen jonger dan 23 jaar die in aanmerking komen voor een traject gericht op arbeidsinschakeling; personen van 23 jaar of ouder die een uitkering op grond van de wet ontvangen en nieuw instromen; de personen die niet onder a of b van dit artikel zijn genoemd. Artikel6- Onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen voordat besloten wordt tot een traject en/of tot de inzet van voorzieningen een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van de voorzieningen of andere vormen van begeleiding. Artikel7- Verplichtingen Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet of van andere wetten gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen: het verstrekken van de inlichtingen aan burgemeester en wethouders die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of een geschikte voorziening; het verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in artikel 6; het naar vermogen deelnemen aan de verschillende onderdelen van het traject; het nalaten hetgeen de realisatie van het doel van het traject of van de voorzieningen belemmert; het anderszins bevorderen van het slagen van een traject. Artikel8- Beperking Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar mening van burgemeester en wethouders in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de aanvrager. HOOFDSTUK3- WERKEN ALS INSTRUMENT VOOR REÏNTEGRATIE Artikel9- Sociale activering 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een traject voorzieningen in het kader van sociale activering aanbieden gericht op arbeidsinschakeling of, als dat nog niet mogelijk is, gericht op maatschappelijke participatie en het voorkomen van sociaal isolement. 2.Vrijwilligerswerk in het kader van sociale activering wordt alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk. In afwijking daarvan kan vrijwilligerswerk ook verricht worden bij een organisatie die ten behoeve van de gemeente reïntegratieactiviteiten verricht als bedoeld in deze verordening. Artikel10- Werken met behoud van uitkering 1.Deze activiteiten hebben als doel de uitkeringsgerechtigde, met behoud van uitkering, werkritme op te laten doen en/of behouden. 2.Deze activiteiten worden alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk. In afwijking daarvan kunnen deze werkzaamheden ook verricht worden bij een organisatie die ten behoeve van de gemeente reïntegratieactiviteiten verricht als bedoeld in deze verordening. 3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op (middel-)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk, dan wel dat dit perspectief onduidelijk is en dat inzet van het instrument wenselijk is. Artikel11- Leerwerkstages 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een traject een werkstage aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling. 2.De leerwerkstage heeft als doel de uitkeringsgerechtigde, met behoud van een bijstandsuitkering, door middel van een stage werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied. 3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of (middel-)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een leerwerkstage geïndiceerd is. 4.In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het doel van de werkstage, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 5.De leerwerkstage duurt maximaal zes maanden. Artikel12- Proefplaatsingen 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde met behoud van uitkering een proefplaatsing aanbieden als onderdeel van een traject gericht op arbeidsinschakeling. 2.De proefplaatsing heeft tot doel dat deuitkeringsgerechtigde werkervaring opdoet en leert wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid. 3.Een proefplaatsing kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de uitkeringsgerechtigde op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing geïndiceerd is. 4.De proefplaatsing duurt maximaal zes maanden. 5.Voor een proefplaatsing kan van de instelling of het bedrijf een vergoeding worden gevraagd. HOOFDSTUK4- SCHOLING Artikel13- Scholing 1.Burgemeester en wethouders kunnen een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2.De in het eerste lid bedoelde scholing kan worden aangeboden in de vorm van subsidie. 3.Voor de scholing die wordt aangeboden of waarvoor subsidie wordt verleend gelden de navolgende voorwaarden: a. Scholing dient kortdurend te zijn en gericht op snelle arbeidsinschakeling; b. De goedkoopste scholingsmogelijkheid moet worden benut; 4.Voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers geldt daarnaast de aanvullende voorwaarden dat belanghebbende zich beschikbaar dient te stellen voor de arbeidsmarkt voor tenminste 16 uur per week en hiervoor ook als werkloos werkzoekende geregistreerd staat bij het CWI. Artikel14- Specifieke kosten in verband met scholing 1.Voor de scholing die met toepassing van artikel 13 van de verordening wordt gevolgd komen de volgende kostensoorten voor vergoeding in aanmerking: Opleidingskosten en cursusbijdragen; Boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld; Overige kosten zoals genoemd in artikel 4, lid 3 van de verordening. 2.Voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers gelden daarnaast de volgende aanvullende voorwaarden: de kosten als bedoeld in lid 1 onder b en artikel 4, lid 3 onder a, komen enkel voor vergoeding in aanmerking indien het traject geresulteerd heeft in werkaanvaarding; kosten van kinderopvang komen niet voor vergoeding in aanmerking. Artikel15- Inkomensvrijlating In alle gevallen waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet is sprake van een vrijlating die bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Artikel16- Premies 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde een activeringspremie toekennen. 2.Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen: Bij werkaanvaarding kan een eenmalige premie verstrekt worden van 100% van het bedrag genoemd in artikel 31 lid 2 sub j van de wet, indien langer dan zes maanden betaalde arbeid is verricht; De persoon die blijvend is aangewezen op deeltijdwerk en werkzaam is in een dienstbetrekking met een omvang van tenminste 16 uur per week, komt bij arbeidsinschakeling van langer dan een half jaar, in aanmerking voor een eenmalige premie ter hoogte van het bedrag zoals dat bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 31, lid 2, onder k, van de wet is vastgesteld. Indien als gevolg van in de persoon gelegen beperkingen een dienstbetrekking met een omvang van tenminste 16 uur per week niet mogelijk is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om in afwijking van het voorgaande de in dit lid bedoelde premie toe te kennen. De alleenstaande ouder van wie het jongste kind jonger is dan 12 jaar en werkzaam is in een dienstbetrekking met een omvang van tenminste 16 uur per week, komt bij arbeidsinschakeling van langer dan een half jaar, in aanmerking voor een eenmalige premie ter hoogte van het bedrag zoals dat bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 31, lid 2, onder k, van de wet is vastgesteld. Voor de premie als bedoeld in het 2e lid onder a kan men eens in de drie jaar in aanmerking komen. Voor de premie als bedoeld in dit lid onder a. dient men een aanvraag te doen. De premies als genoemd in dit lid onder b. en c. kunnen ook ambtshalve worden toegekend. HOOFDSTUK5- AFSTEMMING EN TERUGVORDERING Artikel17- Afstemming en terugvordering 1.Een persoon die door burgemeester en wethouders een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan plaatsvinden. 2.De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, artikel 7, alsmede de verplichtingen die burgemeester en wethouders aan de aangeboden voorziening hebben verbonden, na te komen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen bij een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening en die niet voldoet aan het gestelde in het eerste of tweede lid de uitkering afstemmen op de gedraging. conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening Wwb Maasbree
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.